Scars

“What are these scars from?” she asked.
“They’re battle wounds,” I replied.
She looked at me for a long time.
“Who were you battling?”
“Myself”

Bron: Tumblr


In dit topic wil ik hersenkronkels van mezelf kwijt. Dingen uit het verleden, dingen van nu. Vrolijke dingen, minder vrolijke dingen… Sommige stukjes kunnen misschien werken als een trigger, maar dat zal ik er duidelijk boven zetten!

Ik ben heel benieuwd Henk!

En echt, je kan me altijd noten hé. :sob::muscle:

Ik volg

Ben benieuwd. :slightly_smiling_face:

Klinkt bijzonder. Ik ga dit topic volgen.

Vallen en opstaan, misschien zijn dat wel de twee woorden die het best bij mijn leven passen. Soms voel ik me zo geweldig… Dan is de wereld zo mooi, zo perfect. Iedereen is vriendelijk, iedereen is mooi. Zelfs ik. De wereld lacht me dan gewoon toe, het geluk staat dan aan mijn kant. Op die momenten dans ik bijna door de straten heen, zing ik op de fiets. Kan ik met iedereen een babbeltje maken, kan ik mezelf zijn zonder met hoeven schamen. Want dan maakt het met geen fuck uit wat mensen over me denken.
Het leukste aan dit alles is dat mensen dan nooit denken dat ik op moet flikkeren, of dat ik stom ben. Ze doen vrolijk toe, praten terug. Soms kan ik uren praten met een wildvreemde, zonder zijn naam te weten. Dan weet ik wel wat hij allemaal doet, zijn baan of zijn opleiding, zijn thuissituatie, zijn hobbies… Soms zelfs hoe zijn eerste huisdier heette.
Maar er is een keerzijde aan dit geluk. Er zijn dagen, soms weken achtereen, dat ik me gewoon in één woord kut voel. Dan ben ik gevallen en soms kan ik niet meer in mijn eentje overeind komen. Dan heb ik hulp nodig. Helaas ben ik zo eigenwijs om geen hulp te vragen, want de stoere ik denkt dat ze alles wel alleen kan. Dat is niet zo. Niemand kan alles alleen. En zolang ik mezelf groot probeer te houden, weiger hulp te vragen, voel ik me kut.
De wereld is dat niet meer mooi, maar juist vreselijk. Mensen zijn niet meer vriendelijk, maar juist hatelijk. Met hangende schouders sjok ik door de straten heen, kijkend naar mijn voeten. Als ik al naar buiten wil. Het is dan erg stil, aangezien ik met niemand praat en niemand met mij wilt praten. Zeg nou eerlijk, zou jij met iemand praten die er uit ziet alsof ze liever dood is dan levend? Waarschijnlijk niet, aangezien je dan niet op een leuk gesprek kunt rekenen.
En toch sta ik iedere keer weer op. Toch weet ik mezelf weer omhoog te duwen en de wereld van zijn mooie kant te zien. Het is iets om trots op te zijn, het geeft aan dat ik sterk ben. Het geeft aan dat ik door blijf vechten, zelfs al zie ik niet meer in waarom ik nog zou vechten. Natuurlijk heb ik het wel eens opgegeven, maar ik ben nog nooit de hoop zo ver verloren om te sterven. Mijn pogingen waren maar half, telden eigenlijk niet. Nu ik er zo over nadenk waren het meer angstkreten, kreten om hulp.
Ik sta hier nog, ik adem nog. Daar ben ik trots op.

Ik volg!

Wauw, supermooi, Henk. :sob::muscle:

Ik zou wel met jou praten Henk, als ik je tegen kom. Of je nou meer dood dan levend bent maakt mij niet uit. Ik zou het doen. :sob::muscle:

Nawh lief <3

Sorry dat ik niet origineel ben maar ik vind het echt mooi <3

‘Doe het,’ dwong het monster me. Ze was langzaam in me gekropen, zo langzaam dat ik het eerst niet eens gemerkt had. Pas toen ik besefte dat ze er was, was het al te laat. Ik was de marionet van het monster in mijn hoofd. ‘Pak die buis, sla iemand neer en zorg dat ze die deur openen.’
Waarom ook niet? Ik werd gek hier, ik hoorde hier niet thuis. Natuurlijk had ik hulp nodig, maar hier zou ik die hulp niet vinden. Het was niet eerlijk dat ik niet meer naar buiten mocht, dat ik continu mensen om heen had lopen. Dat ik niet eens glas op mijn kamer mocht hebben en dat het raam niet brak als ik er met een stoel tegen aan gooide of zat te slaan. Ik hoorde hier niet thuis, ik had recht op vrij zijn.
Mijn handen gingen aan het werk, mijn hoofd zat compleet ergens anders. Het monster had mij voor honderd procent overgenomen, ik wist niet eens wat ik aan het doen was. Het bed ging uit elkaar, geen flauw idee hoe ik het voor elkaar gekregen had. En toen stond ik plotseling in de hal, met een stalen buis in mijn handen en totaal in paniek. Een alarm ging af en het monster dwong me te slaan. Ik haalde uit, raakte haar gezicht en zag haar geschrokte ogen.
De tijd leek wel stil staan, maar er was tijd verstreken in de tijd dat ik haar sloeg en ik door verschillende mensen op de grond gedrukt werd. Alles werd zwart, ik was er niet meer. Mijn gedachten waren weg, ik was een ander persoon. Ik weet helemaal niets meer. Ik was het monster.

Wauw Henk…echt heftig! :sob::muscle:

weg

Don’t know what to say actually. :sob::muscle:
Je bent in ieder geval echt een supergoede schrijfster.