Robijnrood

Dit verhaal gaat over Ginger (14), een meisje dat haar moeder heeft verloren en bij haar tante intrekt. De roodharige familie draagt een groot geheim, een gevaarlijk geheim dat bij doorvertellen al ongelukken veroorzaakt.
In dit verhaal lees je het verhaal van Ginger, en hoe ze langzaam ontdekt waar ze eigenlijk voor leeft.

http://i46.tinypic.com/whi6j6.jpg

Ik ben zelf pas net begonnen, dus ik stuur niet al teveel. Er staan waarschijnlijk veel spellingsfoutjes in, als je die ontdekt graag even melden! :stuck_out_tongue:

ben benieuwd!

Proloog

Mijn moeder is altijd al van alle markten thuis geweest.
En dat bedoel ik letterlijk : als zevenjarige vonden haar ouders haar zelfstandig genoeg om de hele dag op het marktplein te vertoeven, en vervolgens verdwaalde ze altijd tussen de mensenmassa.
Dan werd ze een paar uur later -hysterisch en in tranen- teruggebracht door een paar scharrelende toeristen, die nog net de woorden ‘tulpen’ en ‘rozen’ konden onderscheiden tussen haar onverstaanbare uitleg door. Aangezien er maar 1 bloemenkraampje op de markt stond, konden ze haar altijd snel terugbrengen. Haar ouders waren in plaats van opgelucht erg woest, maar in plaats van de fouten te leren lieten ze haar de dag erna weer rondlopen. Guess what happened next day.
Dat arme kind.

Maar haar verleden heeft zijn vruchten afgeworpen : Mama werd ouder en had behoefte aan sociaal contact, en zocht die bij andere lotgenoten.
Ze kende al snel alle trucjes van de marktmannen en wist precies waar de gespreksonderwerpen zoal over gingen. De wierookkraampjes hadden het regelmatig over aura’s, geesten, yoga, en andere onzin waar iedereen zich tegenwoordig voor aanmeld in spiri wiri centra, de notenbarkraampjes hadden hele dialogen over voedingsstoffen en over de maandelijkse wedstrijd ‘hoe groot is jouw noot’, en de viswijven, verborgen in duistere tenten die steeds harder over de markt schreeuwden hoe veel lekkerder hun ‘versgevangen’ vis wel niet is. Dat staat tussen aanhalingstekens omdat die dingen stinken alsof ze afkomstig zijn uit de vracht van de VOC.
Door de jaren heen heeft mama geleerd op deze onderwerpen in te spelen.
Ze maakte al snel nieuwe vrienden op de markt, waar ze kleine klusjes voor deed, zoals wat roddels overbrengen naar andere kraampjes, of even snel een kant-en-klare maaltijd halen bij de lokale supermarkt. Daar kreeg ze dan een zakcentje voor, maar ze deed het meer voor de lol.
Dat ging zo jaren door, en omdat haar ouders school nooit belangrijk hadden gevonden en haar liever bij het kraam hielden als hulpje (Je leeft maar een keer! Geniet ervan! Hier, heb je een bloemetje, kun je die even aan de klanten geven?) slaagde mijn moeder na een behoorlijk aantal examens, herkansingen en extra jaren op het VMBO.
Toen was ze 19 jaar. Een verdere opleiding had ze nooit gedaan, want een baantje had ze al.

En toen kwam enkele jaren later Aardbei in haar leven.
Zo heet 'ie natuurlijk niet echt, Aardbei, maar hij heeft zijn naam gekregen door zijn opvallend grote, rode neus met bruine spikkeltjes. Je weet wel, die dingen die pre-puberale meisjes proberen weg te stomen of weg te trekken met neusstrips, zodat hun neus weer voor de dag kan komen.
Aardbei was een ambitieuze fruit en groenteboer en toen mijn moeder op zichzelf ging wonen,
kwam ze dagelijks langs om een flinke zak fruit te kopen voor haar salade-dieet, en groente voor haar uitgebreide kooksessies. Aardbei deed in ruil voor het gratis voedsel wel altijd klef, dan woelde hij bijvoorbeeld kort door mijn moeders oranje lokken, en rook er even aan.
Dat was altijd rond half vier, nadat ze mij van school had gehaald.
Ik als veertienjarig meisje, zat daar natuurlijk niet op te wachten, maar omdat ik mijn moeder niet depressiever wilde hebben dan ze al was, ging ik altijd braaf mee.
Nu vraag je je waarschijnlijk af hoe een 25 jarige vrouw een dochter van veertien kan hebben.

Hou je vast, dit is mijn verhaal.

^Haha ja ik zocht de titel op op internet en toen zag ik dat er al een boek met die titel bestond haha! Maarja, heb even geen andere titel in gedachte :’)

Ben heel benieuwd :slightly_smiling_face:

1
Ik was altijd een gelukkig meisje, een doorsnee tiener met tienertrekjes en tienerambities.
Het type meisje dat zaterdags hockeywedstrijden speelde, op zondag haar bergen huiswerk deed met veel tegenzin (Latijn & Grieks waren in mijn gelukkige toestand te verdragen, maar ik heb altijd al veel moeite gehad met rijtjes leren) en doordeweeks veel tijd doorbracht met een regelmatig wisselend vriendje, die uiteindelijk nooit trouw bleef en er met een blond sletje vandoor ging. Een meisje met oranje lokken, grote, groene ogen met roetzwarte wimpers en dure kleding.
Bovendien had dit meisje een leuke tienerdroom : Piano bespelen in grote concertzalen, in klassieke stijl. Alles ging goed, 8’en op het Gymnasiumrapport, pianoles waar ik talent ik bleek te hebben, en een leuk sociaal leven.
Dat was ik. Ginger Bloemenaer, het toenmalig perfecte meisje met een perfect leven.
Dat is nu wel anders.

Ik weet niet precies meer wanneer het begon. Het moet ergens tussen juli en augustus zijn geweest in de zomer van de Grote Verandering : Ik moest wisselen van middelbare school, ik was toen net 13 jaar. Waarom ik moest wisselen vertel ik later wel. Ik ging met mama naar de stad om inkopen te doen voor de tweede klas, dat betekende karrenvol nieuwe schriften, een etui met vakjes voor geheime briefjes, een agenda waar toekomstige vriendinnen hun MSN in konden schrijven, maar vooral kaftpapier om de shitloads boeken mee te kaften! Ik keek er al helemaal naar uit : met een colaatje lekker in de tuin kaften met zonnebril terwijl het zonnetje schijnt, terwijl de sproetjes zich weer laten zien op mijn gezicht. Na een paar uur intensief inkopen doen was het tijd voor een ijsje, dat had mijn moeder meer dan verdiend : Ze was hoogzwanger en had nog minder dan een maandje om te bevallen. Ijsjes haalden we altijd in ‘Seventy Iceven’, onze favoriete ijszaak die pas net weer open was.

Dat 'ie net open was, dat was te zien:
De babyroze kozijnen zaten onder het stof en het trappetje dat je op moest om binnen te komen was inmiddels bezweken onder de gaten, een gevolg van weggerot hout.
Binnen was het er nog slechter aan toe : de schilderijen hingen scheef, de altijd lachende verkoper was vervangen door een lange slungel met slierterig vet haar, en had een -ik ga nog liever ter plekke dood dan dat ik hier blijf staan- blik. De oorspronkelijk felblauwe tegels hadden een grauwe kleur gekregen. Alleen het ijs leek nog in orde te zijn. Van het ijs kan ik me niet veel meer herinneren, het enige wat me bij is gebleven is, is dat ik de robijnrode bosbessensmaak nam en dat mijn moeder zich aangetrokken voelde tot de nieuwe dropvariant. Een gitzwart ijsje. Het voelde niet goed. Maar het ergste was nog een starende man in de hoek van de winkel. Hij
zat op een van de –inmiddels vergrauwde- gele bankjes, zonder ijs, en had zijn ogen niet van me afgehouden. Hij zag er gevaarlijk uit, en ik wilde direct zo snel mogelijk weg.
Een stevige steek flitste door mijn maag, en ik moest bijna overgeven, wat deed ik daar nog!
Ik kan me de conversatie met mijn moeder nog goed herinneren :

‘Mam, ik wil hier weg.’
‘Ginger, wat is het pro…’

‘Mam, nu!’ Het zweet brak me uit en ik kreeg het benauwd. Zonder na te denken sloeg ik in het rond, een waas van mensen maakten een paadje en ik trok aan mijn moeders vestje.
Maar ze bleef staan en trok een pijnlijk gezicht. Ik begon spontaan te huilen en te schreeuwen :
‘Mam, dit is gevaarlijk! Wegwezen!’ De moed zakte me in de schoenen, en door mijn tranen heen zag ik dat het niet ongeloof was dat maakte dat mijn moeder bleef staan, maar verschrikkelijke pijn, en haar geschreeuw naar hulp vulde de hele zaal. Ik hoorde mensen ambulances bellen, sirenes in de verte, maar ik kon geen woorden uitbrengen, bleef gewoon staan, en zag toe hoe een menigte mensen een muur maakten om mijn moeder, mij totaal buitensluitend. Die muur bestond uit iedereen in de ijstent, behalve de hippie. Die liep naar mij.
De hippie boog voorover, en legde zijn twee handen op m’n schouders. Ik probeerde ze er af te trekken maar had geen kracht meer om me te verzetten, het heeft er vast triest uitgezien.
‘Raak me niet aan, eikel!’
‘Ga naar zolder en pak op de hoogste plank een rood boek met een gouden etiket. Verbrand het zo snel je het in je handen hebt, de tijd dringt. Ga naar huis, blijf hier niet wachten! Je verpest het voor ons allemaal!’

Had ik dat goed verstaan? Mijn moeder stond half dood te gaan en hij probeerde een spelletje te spelen? Nu werd ik echt pissig. Hij schreeuwde inmiddels en spettertjes spuug verzamelden zich op mijn gezicht, maar ik was nog lang niet klaar met hem.
Hij mompelde nog iets en noemden allemaal getallen, belangrijke bladzijdes ofzo.
Dat het boek bij verschuiving zijn kwade krachten zou laten merken.
Ik kon er niet meer tegen.
Ik maakte van mijn hand een vuist en begon gedachteloos op ‘m in te rammen. En nog een keer.
In de verte hoorde ik sirenes en ik zag een paar mensen uit de muur een nieuwe muur stichten, dit keer om mij en de hippie heen.
'Ik moet helemaal niks, eikel! Wie denk je wel niet dat je bent?!’ M’n armen werden moe, maar ik bleef slaan tussen zijn ribbenkast, net zolang tot hij achterover viel.
‘Dat zal je leren! Praat dan! Vertel over je stomme boek!’ Ik klonk wel als een kleuter, maar het kon me even niks schelen.
De hippie sloot zijn ogen, hoestte en was tenslotte stil. Uit zijn broekzak viel een zilveren sleuteltje, maar ik durfde hem niet op te pakken. Toch deed ik het.
Ik rende huilend naar mijn moeder, maar net voordat ik in haar armen wilde vallen hielden twee paar stevige spierbundels me vast rondom mijn middel en tilden me op, en vond ik mijn balans met spartelende armen en benen in de lucht.
‘Laat me los!’ Schreeuwde ik even, maar de spierarm perstte haast de lucht uit mijn longen en toen was ik stil.

http://i49.tinypic.com/dy96rc.jpg

Ondersteboven zag de wereld er anders uit : Het plafond stond vol met mensen met gele pakken en blauwe strepen, die langzaam mijn moeder probeerden weg te dragen. Ambulancepersoneel.

En toen gebeurde het. Het moment dat mijn leven, en het leven van anderen voorgoed veranderde.
Mijn moeder haar vliezen braken, bijna een maand te vroeg.

upje!

Ten eerste merk ik dat in je eerste stukje een 7 staat I.P.V Zeven. Cijfers onder de twintig moeten voluit worden geschreven.

Zelf persoonlijk vind ik het storen dat er zo veel tussen haakjes staan.
Verder moet ik nu eten maar het lijkt me echt een heel leuk verhaal als ik het zo lees!

Dankje, daar heb ik wel wat aan! :slightly_smiling_face:

http://i45.tinypic.com/xo13z6.png

Nieuwe cover. (:

Laatste upje van vandaag!

ik vindt het een leuk verhaal

nieuw stukje?

Mooi geschreven! Ik volg c;