Revolution

Ik heb geen idee hoelang we hier al zitten. drie dagen, vier misschien? Het was een normale schooldag en opeens waren ze er. De soldaten. Ze waren gewapend en het zag er naar uit alsof ze die ook zouden gebruiken als dat nodig was. Ze droegen geen soldatenpakken maar zwarte kleren. Ze stormden binnen en sloten alle leerlingen in de enorme aula op. Er gingen al geruchten dat de Rebellen zouden komen. Ze willen een Revolutie, maar ik heb geen idee wat dat betekend. En nu zijn ze er. Tegen de wanden van de aula staat om de paar meter een soldaat met een geweer. Naast me kauwt David op een broodje. Ella slaapt.
Ik neem een slok uit de fles in mijn hand. We krijgen genoeg eten en drinken, maar ik ben alle besef van tijd kwijt. Al onze bezittingen zijn afgepakt, behalve onze kleren.

Plotseling worden de deuren van de aula opengegooid. We moeten naar buiten. Meisjes worden naar links gestuurd, jongens naar rechts. Ik krijg een stapel kleding en een rugzak waar met grote letters: ‘Catherine Parker, D12’ opgeschreven wordt. Het nummer is het lokaal waar je heen moet leggen ze uit. Ik moet de kleren aantrekken. Een driekwartbroek, een shirt met korte mouwen en een vest. Sneakers, een muts en handschoenen. Alles is zwart. Ik trek de kleren aan en trek de muts over mijn lange, steile blonde haren. Ik stop de handschoenen in de tas. Er zit ook nog een nachthemd in.
We worden in groepjes de trappen opgedreven. Lokaal D12 is omgebouwd tot een slaapzaal. In die paar dagen hebben ze waarschijnlijk bijna alle lokalen in zulke zalen veranderd. Er staan 15 stapelbedden. Ik kies een van de bovenste bedden, dicht bij het raam. Het lokaal stroomt vol. Iedereen kiest een bed. Twee meiden hebben er zelfs ruzie om. Ik bemoei me er niet mee. Er komt iemand binnen. Een man. Hij draagt een lange broek, een jas en stevige laarzen. Net zoals dat van ons zwart. Deze man – jongen – is hooguit één of twee jaar ouder dan ik. Hij is knap. Zo knap kan niemand zijn. En ik ken hem. Ik denk even dat ik het me verbeeld, maar dat gezicht zal ik me altijd herinneren. Ik heb een persoon nooit meer gehaat dan hem en ik zal ook nooit een persoon meer haten dat hem. Ik heb in die hele 17 jaar dat ik leef, niemand meer gehaat dan deze jongen. Hij pestte me. Mensen denken altijd dat pesten wel meevalt, maar dat is niet zo. De mensen die dat zeggen hebben nooit die pijn, die eenzaamheid gevoeld. Zij weten niet van die vele keren dat hij me treiterde en uitlachte. Me pijn deed. Dat knappe, perfecte gezicht zou ik nu met plezier verrot slaan.
‘Ik ben,’ begint hij. ‘Noah,’ denk ik. ‘Commandant Peterson,’ zegt hij: ‘Ik ben de baas hier, van lokaal D10 tot en met kamer D20. In de aula kun je eten. Lokaal D15 wordt op het moment omgebouwd tot doucheruimte.’ 8 lokalen met elk 30 personen en hij is er de baas over. Kan het nog erger? ‘Jullie worden verzocht nu naar lokaal D10 te gaan.’ De eerste meisjes lopen langs hem heen de kamer uit. Hij blijft naast de deuropening staan. Ik slik en haal diep adem. Dan spring ik van mijn bed en loop in de richting van de deur. Wat als hij me herkent? Ik houd mijn adem in en loop naar de deur. Ik loop langs hem heen. Niets. Geen herkenning, niets. Ik voel me opgelucht.

Ik plof naast Ella neer op een stoel. Lokaal D10 staat vol met stoelen en tafels. Het is verreweg het grootste lokaal in deze gang. Niet veel later zitten we met meer dan tweehonderd personen in het lokaal gepropt. ‘Heb jij David gezien?’ vraagt ik aan Ella. ze schud haar hoofd. Ik zucht. Ik moet hem vinden! Ik weet wel dat mijn broer niet zo gauw in zeven sloten tegelijk loopt, maar hij heeft soms last van agressieaanvallen. Noah staat voorin. Hij schraapt zijn keel: 'Zoals jullie al weten, ik ben commandant Peterson. Jullie krijgen straks allemaal een lijst met regels, maar nu eerst iets anders. Ik ga namen voorlezen en als je je naam hoort steek je je hand op. De lijst is alfabetisch. Hij is bijna bij de P. Zijn ogen worden groot en hij aarzelt even: ‘Catherine Parker.’ Ik steek mijn hand op. Hij slaat zijn ogen neer, haalt diep adem en gaat dan verder met de lijst. Het kan niet anders dan dat hij die intense haat in mijn ogen gezien heeft. Die haat is, naar mijn mening, terecht. Noah heeft mijn leven zodanig verpest dat mijn ouders besloten dat we gingen verhuizen. David heeft daar nooit over geprotesteerd, hij nam het zoals het was, ook al had hij daar al zijn vrienden. Verder weet niemand er iets van. Zelfs Ella niet. Zij denkt dat we verhuist zijn voor mijn vaders werk. Ella stoot me aan: ‘Wat was dat nou?’
‘Leg ik later wel uit,’ zeg ik.

We worden gewekt door de bel. Ik kleed me aan en wacht naast mijn bed. Voor me staat degene die in het onderste bed slaapt. Deze orders stonden op het papier dat we gisteren gekregen hebben. Noah komt binnen zonder kloppen. Iedereen salueert, ook orders, maar ik kan het niet over mijn hart krijgen dat te doen. Hij doet alsof hij het niet merkt. Elk meisje krijgt te horen wat ze moeten doen en waar ze moeten zijn. Voor mij blijft hij staan. ‘Meekomen,’ zegt hij kortaf. Ik loop achter hem aan. We gaan naar de lerarenkamer. Waar zouden de leraren gebleven zijn? We gaan naar een kantoortje. Aan een bureau zit een man. Ik hoef niet goed te kijken om te zien dat het familie is van Noah. De man lijkt als twee druppels water, op het grijze haar na.Zo komt een 18-jarige dus aan zo’n baan. Noah gaat aan de andere kant van het bureau staan, naast zijn vader. ‘Wat willen jullie,’ vraag ik. ‘Volgens het schoolbestand heb je zwarte band karate,’ zegt Noah. Ik frons mijn wenkbrauwen: ‘Ja, dus?’
‘We willen dat jij anderen gaat trainen,’ zegt Noah’s vader. Mijn hart slaat een slag over. Mijn vermoeden was juist. Ze gaan soldaten van ons maken. ‘En wat als ik niet wil.’ Noah’s vader glimlacht: ‘Dan niets. Maar dit is een buitenkansje om je leven hier te verbeteren. Eigen kamer, beter eten.’ Dat spreekt me wel aan. Het is moeilijk slapen op zo’n zaal en het avondeten hier is niet te eten. De boterhammen gaan nog wel. ‘Je hebt nog een hele dag om te beslissen. Ik zou je graag willen uitnodigen vanavond met ons samen te eten.’ Mijn mond valt open van verbazing. ‘En je kunt geen nee zeggen,’ voegt hij erachteraan

Leukk :slightly_smiling_face:
Ik ben benieuwd naar een volgend deel!
cijfers die makkelijk uit te schrijven zijn zoals 3 of 4, moet je gewoon schrijven als drie of vier :wink:

JAA vervolg!! :grinning:
Tips voor een titel: Opgesloten, Geen kant meer op, Kan het nog erger?

Jaa, een vervolg!!
Ben benieuw :slightly_smiling_face:

Vervolg! Je hebt een leuke schrijfstijl!

interessant ben voor meer

Ben benieuwd! Ik zou wel een titel bedenken als ik jou was… als je titelloos leest word je nou niet bepaald geprikkeld om te lezen, snap je?

upje:)

Bedankt voor de tips!