Raadselachtig (verhaal)

Haai, ik ben anouk en ben 13 jaarIk heb al een boek uitgegeven bij een uitgeverij.
het is nu nog saai, (het verhaal) maar straks word het wat spannender.

::::::::::::::::::::::::::::::::::::::::::::::::::::::::::::::::::::::::::::::::::::::::::::
Voor me zie ik het reusachtige schoolgebouw. De eerste dag. Ik streel door mijn haren. Deze dag moet goed verlopen. Nog een keer kijk ik naar beneden. Zit alles goed? Ik zucht een keer diep en zo zelfverzekerd mogelijk loop ik naar binnen, maar de moed zakt me al gauw in de schoenen. Iedereen kijkt me aan, ze smoezen met elkaar. Ze kunnen het net zo goed hardop zeggen. Ik weet toch wel wat ze zeggen. Wie is dat meisje? Met die lelijke kleding? En dat rare hoofd? Ik weet het heus wel. Snel graai ik in mijn tas op zoek naar de plattegrond die ik vanochtend heb uitgeprint. Ik wilde absoluut niet verdwaald raken in dit mega doolhof. Waar is dat blad nou?
Paniekerig kijk ik nog eens goed in mijn tas. Dit kan toch niet! Het is weg.
Nu moet ik wel iemand vragen waar het lokaal is. Ik kijk nog eens goed om me heen of er misschien een receptie is, maar die is ook nergens te bekennen. Een leraar ook niet. Het enigste wat ik zie zijn leerlingen, een grote trap in het midden en lockers aan mijn linkerzijde. Dit kon toch niet waar zijn? Waarom wilde pap zo graag verhuizen? ‘We moeten verhuizen voor mijn werk,’zei pap. Ik had hard uitgeroepen dat ik dat de stomste reden vond ooit. En daar had ik nog gelijk in ook. Ineens realiseer ik me iets. Ik had een kluissleutel meegekregen. Dan kon ik alvast boeken erin opslaan.
Nummer 479 staat er met kleine cijfertjes opgeschreven.Ik baan me een weg door de leerlingen en ga de lockers langs. Nummer 347, nummer 401, nummer 453, nummer 479! Aha! Ik wring het sleuteltje in het gat en mijn kluisje gaat open. ‘Gadverdamme!’ is het eerste wat ik zeg. Het kluisje zit onder de kauwgom, het is helemaal ondergeplakt. “You Suck!” staat er met permanente stift op geschreven.
‘Vies hé?’ hoor ik achter me. Geschrokken draai ik me om.
Er staat een meisje met donkere haren een bleke huid en zwarte lippenstift achter me. Ze heeft donkere kleding aan met kettingen en doodshoofden.
Ik schrik me dood maar probeer het te verbergen. Misschien beledig ik haar wel.
Snel knik ik en draai me weer om. Brr… ‘Ik heet Carmen,’ hoor ik weer. Ze wil me dus leren kennen. Ik besluit me toch maar weer om te draaien en antwoord op haar vraag: ‘Ik ben Susanne. Leuk je te ontmoeten.’

Niet na elk zinnetje op enter drukken.

veranderdddd!