proefwerk!Nederlands

Hoi ,
Ik heb morgen een toets maar ik begrijp een paar dingen niet helemaal…
Het gaat dus over al die kww’s en zww’s + woordsoorten maar dit zijn dus mijn vragen
-Moeten kww en zww bij de woordsoorten of bij de zinsdelen benoemd worden?Heb morgen namelijk een toets en ik weet het niet meer…weet iemand het toevallig?
-En moet je de NWG en WWG bij de kww en zww zetten?waar moet je die zetten dat begrijp ik niet… kan iemand mij snel helpen?

alvast bedankt :slightly_smiling_face:

kww & zww benoem je bij de woordsoorten.
Als je gaat ontleden met zinsdelen, moet je ook een kww kunnen herkennen, want dat werkwoord helpt je om het naamwoordelijk gezegde te vinden.

nwg & wwg zet je neer bij het ontleden van zinsdelen en kww & zww dus bij woordsoorten.
Bij zinsdelen doe je eerst de pv, dan je onderwerp en dan komt al je gezegde (nwg of wwg dus)

oke dankkje :slightly_smiling_face: maar als je bijvoorbeeld een nwg opschrijft moet je daarnaast er ook nog bijschrijven dat het een gz dus bijvoorbeeld : Jan is met zijn vriend gesnapt
gz.wwg moet je dat dan zo schrijven?of mag die gz weg?