op hoeveel % zitten jij en je lover?

oke het werkt zo:
Je kijkt aan welke punten jullie "voldoen"dus bijvoorbeeld 1,3 en 6. dan heb je 3 punten dus zit je op 3%. simpel. Oja: het staat niet op volgorde (dat wilde ik wel doen maar de een vindt het ene belangrijker dan het andere dus daar ben ik mee gestopt).Het eind is wel echt “het eind” want dat was gewoon makkelijk zo.
kom maar op met die procenten :slightly_smiling_face:

  1. Je hebt oogcontact met hem gemaakt
  2. Je hebt hem gegroet
  3. Hij heeft jou gegroet
  4. Jullie hebben met elkaar gepraat over onzin
  5. Jullie hebben gepraat over iets boeiends
  6. Je hebt naar hem gelachen
  7. Hij heeft naar jou gelachen
  8. Jullie hebben samen om iets gelachen
  9. Je hebt met hem geflirt
  10. Hij heeft met jou geflirt
  11. Hij heeft je aangeraakt(klinkt vies maar: arm om je heen of iets)
  12. Jullie hebben elkaar gegroet met een kus
  13. Jullie hebben gezoend
  14. Jullie hebben samen iets leuks gedaan
  15. Jullie hebben iets gedaan wat jullie beiden een date noemden
  16. Jullie hebben elkaars hand vastgehouden
  17. hij heeft je iets liefs gesmst
  18. Jij hebt hem iets liefs gesmst
  19. Jullie hebben je gevoelens(stom woord)aan elkaar laten merken
  20. Jullie hebben samen iets gegeten
  21. Jullie hebben er ooit uitgezien als een stelletje
  22. Hij is bij je thuis geweest
  23. Jij bent bij hem thuis geweest
  24. Hij heeft bij jou geslapen
  25. Jij hebt bij hem geslapen
  26. Hij heeft gezegd dat hij je mooi/lief/leuk vindt
  27. Hij heeft je gebeld
  28. Jullie hebben een lang telefoongesprek gehad
  29. Hij heeft je opgetild
  30. Je bent bij hem in slaap gevallen(hoeft niet per se in bed)
  31. Jullie zijn verder gegaan dan zoenen 1
  32. Jullie zijn verder gegaan dan zoenen 2
  33. Jullie zijn voorgesteld aan elkaars ouders
  34. Hij heeft je in het openbaar gekust
  35. Hij heeft je aan iemand anders dan zijn ouders voorgesteld
  36. Jullie zijn samen ergens heen gereisd
  37. Hij heeft je zonder make-up gezien
  38. Jij hebt hem met zn uit-bed-haar gezien
  39. Hij weet hoeveel broertjes en zusjes je hebt
  40. Jij weet hoeveel broertjes en zusjes hij heeft
  41. Jij weet zijn thuissituatie
  42. Hij weet jouw thuissituatie
  43. Hij is bij je sportwedstrijd/training komen kijken
  44. Jij bent bij zijn sport gaan kijken(en hij weet het)
  45. Je hebt dicht tegen hem aan gezeten(en dan romantisch,dus niet in een volgepropte bus)
  46. Hij heeft je ooit gesmst om te weten wat je aan het doen bent
  47. Jij hebt hem ooit gesmst om te weten wat hij aan het doen was
  48. Hij heeft je gebeld,alleen om je stem te horen
  49. Jij hebt hem gebeld,alleen om zijn stem te horen
  50. Hij is langsgekomen om je te zien
  51. Hij weet wat je lievelingseten is
  52. Jij weet wat hij het liefste eet
  53. Hij heeft je ooit (terug)gesmst/gebeld met de mobiel van een ander omdat zijn eigen leeg was
  54. Jullie hebben meerdere diepgaande gesprekken gevoerd
  55. Je kent zijn telefoonnummer uit je hoofd
  56. Hij kent jouw telefoonnummer uit zijn hoofd
  57. Hij heeft gezegd dat hij bij een bepaald liedje aan jou moet denken(en dan een lieve,geen Frans Bauer oid)
  58. Hij heeft je aan het lachen gemaakt
  59. Jij hebt hem aan het lachen gemaakt
  60. Jij bent bij hem langsgegaan om hem te zien
  61. Jullie hebben samen boodschappen gedaan
  62. Je hebt gelachen met zijn vader/moeder/familie
  63. Je hebt geholpen met zijn kamer opruimen/de afwas oid.
  64. Hij heeft geholpen jouw kamer op te ruimen/de afwas oid.
  65. Jullie hebben samen Valentijn gevierd
  66. Hij heeft je zien huilen
  67. Hij heeft iets leuks voor je gekocht
  68. Jij hebt iets leuks voor hem gekocht
  69. Hij heeft je ergens bij verdedigd
  70. Jij hebt “ik hou van je” tegen hem gezegd
  71. Hij heeft “ik hou van je” tegen je gezegd
  72. Jullie zijn met elkaar naar bed geweest
  73. Hij heeft iets voor je opgeofferd
  74. Jullie zijn samen uitgeweest
  75. Hij heeft je ergens mee geholpen(een probleem oid)
  76. Jij hebt hem ergens mee geholpen
  77. Hij heeft je een keer boven zijn vrienden verkozen
  78. Jij hebt hem een keer boven je vriendinnen verkozen
  79. Hij heeft een afspraak met vrienden afgezegd om bij jou te zijn
  80. Je hebt(stiekem…)een afspraak met je vriendinnen afgezegd om bij hem te zijn
  81. Jij hebt voor hem gekookt
  82. Hij heeft voor je gekookt(cup-a-soup maken telt niet)
  83. Hij heeft je iets gegeven waar hij waarde aan hecht
  84. Jij hebt hem iets gegeven waar jij waarde aan hecht
  85. Hij heeft een foto van jou bij zich(op zijn telefoon mag ook)
  86. Jij hebt een foto van hem bij je
  87. Jullie hebben samen geluierd op de bank/bed/waar dan ook
  88. Je hebt hem zien slapen
  89. Hij heeft jou zien slapen
  90. Je kent zijn parfumgeur
  91. Hij weet welke parfum jij draagt
  92. Jullie hebben een liedje samen dat “jullie liedje” is
  93. Mensen weten dat jullie een stelletje zijn
  94. Jullie zijn met elkaar op vakantie geweest
  95. Je hebt hem zien huilen
  96. Jullie staan in elkaars msn naam
  97. Jullie wonen samen
  98. Jullie zijn verloofd
  99. Jullie zijn getrouwd
  100. Jullie hebben kinderen

Haha, leuk! :slightly_smiling_face:
Mijn vriend en ik hebben 93%.
Nummers 92, 53, 96-100 kloppen niet. :stuck_out_tongue:

1. Je hebt oogcontact met hem gemaakt
2. Je hebt hem gegroet
3. Hij heeft jou gegroet
4. Jullie hebben met elkaar gepraat over onzin
5. Jullie hebben gepraat over iets boeiends
6. Je hebt naar hem gelachen
7. Hij heeft naar jou gelachen
8. Jullie hebben samen om iets gelachen
9. Je hebt met hem geflirt
10. Hij heeft met jou geflirt
11. Hij heeft je aangeraakt(klinkt vies maar: arm om je heen of iets)
12. Jullie hebben elkaar gegroet met een kus
13. Jullie hebben gezoend
14. Jullie hebben samen iets leuks gedaan
15. Jullie hebben iets gedaan wat jullie beiden een date noemden
16. Jullie hebben elkaars hand vastgehouden
17. hij heeft je iets liefs gesmst
18. Jij hebt hem iets liefs gesmst
19. Jullie hebben je gevoelens(stom woord)aan elkaar laten merken
20. Jullie hebben samen iets gegeten
21. Jullie hebben er ooit uitgezien als een stelletje
22. Hij is bij je thuis geweest
23. Jij bent bij hem thuis geweest
24. Hij heeft bij jou geslapen
25. Jij hebt bij hem geslapen
26. Hij heeft gezegd dat hij je mooi/lief/leuk vindt
27. Hij heeft je gebeld
28. Jullie hebben een lang telefoongesprek gehad
29. Hij heeft je opgetild
30. Je bent bij hem in slaap gevallen(hoeft niet per se in bed)
31. Jullie zijn verder gegaan dan zoenen 1
32. Jullie zijn verder gegaan dan zoenen 2
33. Jullie zijn voorgesteld aan elkaars ouders
34. Hij heeft je in het openbaar gekust
35. Hij heeft je aan iemand anders dan zijn ouders voorgesteld
36. Jullie zijn samen ergens heen gereisd
37. Hij heeft je zonder make-up gezien
38. Jij hebt hem met zn uit-bed-haar gezien
39. Hij weet hoeveel broertjes en zusjes je hebt
40. Jij weet hoeveel broertjes en zusjes hij heeft
41. Jij weet zijn thuissituatie
42. Hij weet jouw thuissituatie
43. Hij is bij je sportwedstrijd/training komen kijken
44. Jij bent bij zijn sport gaan kijken(en hij weet het)
45. Je hebt dicht tegen hem aan gezeten(en dan romantisch,dus niet in een volgepropte bus)
46. Hij heeft je ooit gesmst om te weten wat je aan het doen bent
47. Jij hebt hem ooit gesmst om te weten wat hij aan het doen was
48. Hij heeft je gebeld,alleen om je stem te horen
49. Jij hebt hem gebeld,alleen om zijn stem te horen
50. Hij is langsgekomen om je te zien
51. Hij weet wat je lievelingseten is
52. Jij weet wat hij het liefste eet
53. Hij heeft je ooit (terug)gesmst/gebeld met de mobiel van een ander omdat zijn eigen leeg was
54. Jullie hebben meerdere diepgaande gesprekken gevoerd
55. Je kent zijn telefoonnummer uit je hoofd
56. Hij kent jouw telefoonnummer uit zijn hoofd
57. Hij heeft gezegd dat hij bij een bepaald liedje aan jou moet denken(en dan een lieve,geen Frans Bauer oid)
58. Hij heeft je aan het lachen gemaakt
59. Jij hebt hem aan het lachen gemaakt
60. Jij bent bij hem langsgegaan om hem te zien
61. Jullie hebben samen boodschappen gedaan
62. Je hebt gelachen met zijn vader/moeder/familie
63. Je hebt geholpen met zijn kamer opruimen/de afwas oid.
64. Hij heeft geholpen jouw kamer op te ruimen/de afwas oid.
65. Jullie hebben samen Valentijn gevierd
66. Hij heeft je zien huilen
67. Hij heeft iets leuks voor je gekocht
68. Jij hebt iets leuks voor hem gekocht
69. Hij heeft je ergens bij verdedigd
70. Jij hebt “ik hou van je” tegen hem gezegd
71. Hij heeft “ik hou van je” tegen je gezegd
72. Jullie zijn met elkaar naar bed geweest
73. Hij heeft iets voor je opgeofferd
74. Jullie zijn samen uitgeweest
75. Hij heeft je ergens mee geholpen(een probleem oid)
76. Jij hebt hem ergens mee geholpen
77. Hij heeft je een keer boven zijn vrienden verkozen
78. Jij hebt hem een keer boven je vriendinnen verkozen
79. Hij heeft een afspraak met vrienden afgezegd om bij jou te zijn
80. Je hebt(stiekem…)een afspraak met je vriendinnen afgezegd om bij hem te zijn
81. Jij hebt voor hem gekookt
82. Hij heeft voor je gekookt(cup-a-soup maken telt niet)
83. Hij heeft je iets gegeven waar hij waarde aan hecht
84. Jij hebt hem iets gegeven waar jij waarde aan hecht
85. Hij heeft een foto van jou bij zich(op zijn telefoon mag ook)
86. Jij hebt een foto van hem bij je
87. Jullie hebben samen geluierd op de bank/bed/waar dan ook
88. Je hebt hem zien slapen
89. Hij heeft jou zien slapen
90. Je kent zijn parfumgeur
91. Hij weet welke parfum jij draagt
92. Jullie hebben een liedje samen dat “jullie liedje” is
93. Mensen weten dat jullie een stelletje zijn
94. Jullie zijn met elkaar op vakantie geweest
95. Je hebt hem zien huilen
96. Jullie staan in elkaars msn naam
97. Jullie wonen samen
98. Jullie zijn verloofd
99. Jullie zijn getrouwd
100. Jullie hebben kinderen

Totaal: 85%

96%

.

  1. Je hebt oogcontact met hem gemaakt
    2. Je hebt hem gegroet
    3. Hij heeft jou gegroet
    [b]4. Jullie hebben met elkaar gepraat over onzin
  2. Jullie hebben gepraat over iets boeiends
  3. Je hebt naar hem gelachen
  4. Hij heeft naar jou gelachen
  5. Jullie hebben samen om iets gelachen
  6. Je hebt met hem geflirt
  7. Hij heeft met jou geflirt
  8. Hij heeft je aangeraakt(klinkt vies maar: arm om je heen of iets)
  9. Jullie hebben elkaar gegroet met een kus
  10. Jullie hebben gezoend
  11. Jullie hebben samen iets leuks gedaan
  12. Jullie hebben iets gedaan wat jullie beiden een date noemden
  13. Jullie hebben elkaars hand vastgehouden
  14. hij heeft je iets liefs gesmst
  15. Jij hebt hem iets liefs gesmst
  16. Jullie hebben je gevoelens(stom woord)aan elkaar laten merken
  17. Jullie hebben samen iets gegeten
  18. Jullie hebben er ooit uitgezien als een stelletje[/b]
    [b]22. Hij is bij je thuis geweest
  19. Jij bent bij hem thuis geweest[/b]
  20. Hij heeft bij jou geslapen
  21. Jij hebt bij hem geslapen
    [b]26. Hij heeft gezegd dat hij je mooi/lief/leuk vindt
  22. Hij heeft je gebeld
  23. Jullie hebben een lang telefoongesprek gehad
  24. Hij heeft je opgetild
  25. Je bent bij hem in slaap gevallen(hoeft niet per se in bed)
  26. Jullie zijn verder gegaan dan zoenen 1
  27. Jullie zijn verder gegaan dan zoenen 2
  28. Jullie zijn voorgesteld aan elkaars ouders[/b]
    [b]34. Hij heeft je in het openbaar gekust
  29. Hij heeft je aan iemand anders dan zijn ouders voorgesteld
  30. Jullie zijn samen ergens heen gereisd [/b]
  31. Hij heeft je zonder make-up gezien
    [b]38. Jij hebt hem met zn uit-bed-haar gezien
  32. Hij weet hoeveel broertjes en zusjes je hebt
  33. Jij weet hoeveel broertjes en zusjes hij heeft
  34. Jij weet zijn thuissituatie
  35. Hij weet jouw thuissituatie[/b]
  36. Hij is bij je sportwedstrijd/training komen kijken
  37. Jij bent bij zijn sport gaan kijken(en hij weet het)
    [b]45. Je hebt dicht tegen hem aan gezeten(en dan romantisch,dus niet in een volgepropte bus)
  38. Hij heeft je ooit gesmst om te weten wat je aan het doen bent
  39. Jij hebt hem ooit gesmst om te weten wat hij aan het doen was
  40. Hij heeft je gebeld,alleen om je stem te horen
  41. Jij hebt hem gebeld,alleen om zijn stem te horen
  42. Hij is langsgekomen om je te zien
  43. Hij weet wat je lievelingseten is
  44. Jij weet wat hij het liefste eet[/b]
  45. Hij heeft je ooit (terug)gesmst/gebeld met de mobiel van een ander omdat zijn eigen leeg was
    [b]54. Jullie hebben meerdere diepgaande gesprekken gevoerd
  46. Je kent zijn telefoonnummer uit je hoofd[/b]
  47. Hij kent jouw telefoonnummer uit zijn hoofd
    [b]57. Hij heeft gezegd dat hij bij een bepaald liedje aan jou moet denken(en dan een lieve,geen Frans Bauer oid)
  48. Hij heeft je aan het lachen gemaakt
  49. Jij hebt hem aan het lachen gemaakt
  50. Jij bent bij hem langsgegaan om hem te zien[/b]
  51. Jullie hebben samen boodschappen gedaan
    62. Je hebt gelachen met zijn vader/moeder/familie
  52. Je hebt geholpen met zijn kamer opruimen/de afwas oid.
  53. Hij heeft geholpen jouw kamer op te ruimen/de afwas oid.
    [b]65. Jullie hebben samen Valentijn gevierd
  54. Hij heeft je zien huilen
  55. Hij heeft iets leuks voor je gekocht
  56. Jij hebt iets leuks voor hem gekocht
  57. Hij heeft je ergens bij verdedigd
  58. Jij hebt “ik hou van je” tegen hem gezegd
  59. Hij heeft “ik hou van je” tegen je gezegd
  60. Jullie zijn met elkaar naar bed geweest
  61. Hij heeft iets voor je opgeofferd
  62. Jullie zijn samen uitgeweest
  63. Hij heeft je ergens mee geholpen(een probleem oid)
  64. Jij hebt hem ergens mee geholpen
  65. Hij heeft je een keer boven zijn vrienden verkozen
  66. Jij hebt hem een keer boven je vriendinnen verkozen
  67. Hij heeft een afspraak met vrienden afgezegd om bij jou te zijn
  68. Je hebt(stiekem…)een afspraak met je vriendinnen afgezegd om bij hem te zijn[/b]
  69. Jij hebt voor hem gekookt
    [b]82. Hij heeft voor je gekookt(cup-a-soup maken telt niet)
  70. Hij heeft je iets gegeven waar hij waarde aan hecht
  71. Jij hebt hem iets gegeven waar jij waarde aan hecht
  72. Hij heeft een foto van jou bij zich(op zijn telefoon mag ook)
  73. Jij hebt een foto van hem bij je
  74. Jullie hebben samen geluierd op de bank/bed/waar dan ook
  75. Je hebt hem zien slapen[/b]
  76. Hij heeft jou zien slapen
    [b]90. Je kent zijn parfumgeur
  77. Hij weet welke parfum jij draagt
  78. Jullie hebben een liedje samen dat “jullie liedje” is
  79. Mensen weten dat jullie een stelletje zijn[/b]
  80. Jullie zijn met elkaar op vakantie geweest
    [b]95. Je hebt hem zien huilen
  81. Jullie staan in elkaars msn naam[/b]
  82. Jullie wonen samen
  83. Jullie zijn verloofd
  84. Jullie zijn getrouwd
  85. Jullie hebben kinderen

83% geloof ik

xD ik heb 66%
maar ik heb pas 2 en halve week met hem.
en ik ken hem pas 3 week.
dus dan mag dat :grinning:

93%

De dik gedrukte hebben we wel.

1. Je hebt oogcontact met hem gemaakt
2. Je hebt hem gegroet
3. Hij heeft jou gegroet

4. Jullie hebben met elkaar gepraat over onzin
5. Jullie hebben gepraat over iets boeiends
6. Je hebt naar hem gelachen
7. Hij heeft naar jou gelachen

8. Jullie hebben samen om iets gelachen
9. Je hebt met hem geflirt
10. Hij heeft met jou geflirt
11. Hij heeft je aangeraakt(klinkt vies maar: arm om je heen of iets)
12. Jullie hebben elkaar gegroet met een kus

13. Jullie hebben gezoend
14. Jullie hebben samen iets leuks gedaan
15. Jullie hebben iets gedaan wat jullie beiden een date noemden
16. Jullie hebben elkaars hand vastgehouden
17. hij heeft je iets liefs gesmst

18. Jij hebt hem iets liefs gesmst
19. Jullie hebben je gevoelens(stom woord)aan elkaar laten merken
20. Jullie hebben samen iets gegeten
21. Jullie hebben er ooit uitgezien als een stelletje

22. Hij is bij je thuis geweest
23. Jij bent bij hem thuis geweest
24. Hij heeft bij jou geslapen
25. Jij hebt bij hem geslapen

26. Hij heeft gezegd dat hij je mooi/lief/leuk vindt
27. Hij heeft je gebeld
28. Jullie hebben een lang telefoongesprek gehad
29. Hij heeft je opgetild

30. Je bent bij hem in slaap gevallen(hoeft niet per se in bed)
31. Jullie zijn verder gegaan dan zoenen 1
32. Jullie zijn verder gegaan dan zoenen 2
33. Jullie zijn voorgesteld aan elkaars ouders

34. Hij heeft je in het openbaar gekust
35. Hij heeft je aan iemand anders dan zijn ouders voorgesteld
36. Jullie zijn samen ergens heen gereisd

37. Hij heeft je zonder make-up gezien
38. Jij hebt hem met zn uit-bed-haar gezien
39. Hij weet hoeveel broertjes en zusjes je hebt
40. Jij weet hoeveel broertjes en zusjes hij heeft

41. Jij weet zijn thuissituatie
42. Hij weet jouw thuissituatie
43. Hij is bij je sportwedstrijd/training komen kijken ( muziek)
44. Jij bent
bij zijn sport gaan kijken(en hij weet het) ( zijn werk is zn sport)
45. Je hebt dicht tegen hem aan gezeten(en dan romantisch,dus niet in een volgepropte bus)
46. Hij heeft je ooit gesmst om te weten wat je aan het doen bent
47. Jij hebt hem ooit gesmst om te weten wat hij aan het doen was

48. Hij heeft je gebeld,alleen om je stem te horen
49. Jij hebt hem gebeld,alleen om zijn stem te horen
50. Hij is langsgekomen om je te zien

51. Hij weet wat je lievelingseten is
52. Jij weet wat hij het liefste eet
53. Hij heeft je ooit (terug)gesmst/gebeld met de mobiel van een ander omdat zijn eigen leeg was

54. Jullie hebben meerdere diepgaande gesprekken gevoerd
55. Je kent zijn telefoonnummer uit je hoofd
56. Hij kent jouw telefoonnummer uit zijn hoofd
57. Hij heeft gezegd dat hij bij een bepaald liedje aan jou moet denken(en dan een lieve,geen Frans Bauer oid)
58. Hij heeft je aan het lachen gemaakt
59. Jij hebt hem aan het lachen gemaakt

60. Jij bent bij hem langsgegaan om hem te zien
61. Jullie hebben samen boodschappen gedaan

62. Je hebt gelachen met zijn vader/moeder/familie
63. Je hebt geholpen met zijn kamer opruimen/de afwas oid.
64. Hij heeft geholpen jouw kamer op te ruimen/de afwas oid.

65. Jullie hebben samen Valentijn gevierd
66. Hij heeft je zien huilen
67. Hij heeft iets leuks voor je gekocht
68. Jij hebt iets leuks voor hem gekocht

69. Hij heeft je ergens bij verdedigd
70. Jij hebt “ik hou van je” tegen hem gezegd
71. Hij heeft “ik hou van je” tegen je gezegd
72. Jullie zijn met elkaar naar bed geweest

73. Hij heeft iets voor je opgeofferd
74. Jullie zijn samen uitgeweest
75. Hij heeft je ergens mee geholpen(een probleem oid)
76. Jij hebt hem ergens mee geholpen

77. Hij heeft je een keer boven zijn vrienden verkozen
78. Jij hebt hem een keer boven je vriendinnen verkozen
79. Hij heeft een afspraak met vrienden afgezegd om bij jou te zijn

80. Je hebt(stiekem…)een afspraak met je vriendinnen afgezegd om bij hem te zijn
81. Jij hebt voor hem gekookt
82. Hij heeft voor je gekookt(cup-a-soup maken telt niet)

83. Hij heeft je iets gegeven waar hij waarde aan hecht( liefdee(A)
84. Jij hebt hem iets gegeven waar jij waarde aan hecht

85. Hij heeft een foto van jou bij zich(op zijn telefoon mag ook)? dat weet ik niet eigenlijk
86. Jij hebt een foto van hem bij je
87. Jullie hebben samen geluierd op de bank/bed/waar dan ook
88. Je hebt hem zien slapen ( omg hij is zooooo lief als hij slaapt!

89. Hij heeft jou zien slapen
90. Je kent zijn parfumgeur

91. Hij weet welke parfum jij draagt
92. Jullie hebben een liedje samen dat “jullie liedje” is
93. Mensen weten dat jullie een stelletje zijn
94. Jullie zijn met elkaar op vakantie geweest
95. Je hebt hem zien huilen. aww dat was zo zielig!

96. Jullie staan in elkaars msn naam
97. Jullie wonen samen
98. Jullie zijn verloofd
99. Jullie zijn getrouwd
100. Jullie hebben kinderen

95% <3

[i]94%

De laatste 4 niet, hij heeft nog niet voor me gekookt en we zijn NOG niet op vakantie geweest.[/i]Dit vind ik nou een leuke test :grinning:

79 procent :smiling_face_with_three_hearts:

1. Je hebt oogcontact met hem gemaakt
2. Je hebt hem gegroet
3. Hij heeft jou gegroet
4. Jullie hebben met elkaar gepraat over onzin
5. Jullie hebben gepraat over iets boeiends
6. Je hebt naar hem gelachen
7. Hij heeft naar jou gelachen
8. Jullie hebben samen om iets gelachen
9. Je hebt met hem geflirt
10. Hij heeft met jou geflirt
11. Hij heeft je aangeraakt(klinkt vies maar: arm om je heen of iets)
12. Jullie hebben elkaar gegroet met een kus
13. Jullie hebben gezoend
14. Jullie hebben samen iets leuks gedaan
15. Jullie hebben iets gedaan wat jullie beiden een date noemden
16. Jullie hebben elkaars hand vastgehouden
17. hij heeft je iets liefs gesmst
18. Jij hebt hem iets liefs gesmst
19. Jullie hebben je gevoelens(stom woord)aan elkaar laten merken
20. Jullie hebben samen iets gegeten
21. Jullie hebben er ooit uitgezien als een stelletje
22. Hij is bij je thuis geweest
23. Jij bent bij hem thuis geweest
24. Hij heeft bij jou geslapen
25. Jij hebt bij hem geslapen
26. Hij heeft gezegd dat hij je mooi/lief/leuk vindt
27. Hij heeft je gebeld
28. Jullie hebben een lang telefoongesprek gehad
29. Hij heeft je opgetild
30. Je bent bij hem in slaap gevallen(hoeft niet per se in bed)
31. Jullie zijn verder gegaan dan zoenen 1
32. Jullie zijn verder gegaan dan zoenen 2
33. Jullie zijn voorgesteld aan elkaars ouders
34. Hij heeft je in het openbaar gekust
35. Hij heeft je aan iemand anders dan zijn ouders voorgesteld
36. Jullie zijn samen ergens heen gereisd
37. Hij heeft je zonder make-up gezien
38. Jij hebt hem met zn uit-bed-haar gezien
39. Hij weet hoeveel broertjes en zusjes je hebt
40. Jij weet hoeveel broertjes en zusjes hij heeft
41. Jij weet zijn thuissituatie
42. Hij weet jouw thuissituatie

43. Hij is bij je sportwedstrijd/training komen kijken (Ik sport niet)
44. Jij bent bij zijn sport gaan kijken(en hij weet het)
45. Je hebt dicht tegen hem aan gezeten(en dan romantisch,dus niet in een volgepropte bus)
46. Hij heeft je ooit gesmst om te weten wat je aan het doen bent
47. Jij hebt hem ooit gesmst om te weten wat hij aan het doen was
48. Hij heeft je gebeld,alleen om je stem te horen
49. Jij hebt hem gebeld,alleen om zijn stem te horen
50. Hij is langsgekomen om je te zien

51. Hij weet wat je lievelingseten is
52. Jij weet wat hij het liefste eet
53. Hij heeft je ooit (terug)gesmst/gebeld met de mobiel van een ander omdat zijn eigen leeg was
54. Jullie hebben meerdere diepgaande gesprekken gevoerd
55. Je kent zijn telefoonnummer uit je hoofd
56. Hij kent jouw telefoonnummer uit zijn hoofd
57. Hij heeft gezegd dat hij bij een bepaald liedje aan jou moet denken(en dan een lieve,geen Frans Bauer oid)
58. Hij heeft je aan het lachen gemaakt
59. Jij hebt hem aan het lachen gemaakt
60. Jij bent bij hem langsgegaan om hem te zien
61. Jullie hebben samen boodschappen gedaan
62. Je hebt gelachen met zijn vader/moeder/familie
63. Je hebt geholpen met zijn kamer opruimen/de afwas oid.
64. Hij heeft geholpen jouw kamer op te ruimen/de afwas oid.

65. Jullie hebben samen Valentijn gevierd. ~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~[i](Er is nog geen Valentijn geweest dat we samen waren & we hebben sowieso allebei een hekel aan Valentijn)/i]
66. Hij heeft je zien huilen
67. Hij heeft iets leuks voor je gekocht
68. Jij hebt iets leuks voor hem gekocht
69. Hij heeft je ergens bij verdedigd
70. Jij hebt “ik hou van je” tegen hem gezegd
71. Hij heeft “ik hou van je” tegen je gezegd
72. Jullie zijn met elkaar naar bed geweest

73. Hij heeft iets voor je opgeofferd
74. Jullie zijn samen uitgeweest
75. Hij heeft je ergens mee geholpen(een probleem oid)
76. Jij hebt hem ergens mee geholpen

77. Hij heeft je een keer boven zijn vrienden verkozen
78. Jij hebt hem een keer boven je vriendinnen verkozen
79. Hij heeft een afspraak met vrienden afgezegd om bij jou te zijn (Zou hij niet doen & ik wil ook niet hebben dat ie dat doet)
80. Je hebt(stiekem…)een afspraak met je vriendinnen afgezegd om bij hem te zijn. (Zou ik niet doen)
81. Jij hebt voor hem gekookt. (We koken altijd samen)
82. Hij heeft voor je gekookt(cup-a-soup maken telt niet) (We koken altijd samen)
83. Hij heeft je iets gegeven waar hij waarde aan hecht
84. Jij hebt hem iets gegeven waar jij waarde aan hecht
85. Hij heeft een foto van jou bij zich(op zijn telefoon mag ook)
86. Jij hebt een foto van hem bij je
87. Jullie hebben samen geluierd op de bank/bed/waar dan ook
88. Je hebt hem zien slapen
89. Hij heeft jou zien slapen
90. Je kent zijn parfumgeur
91. Hij weet welke parfum jij draagt
92. Jullie hebben een liedje samen dat “jullie liedje” is
93. Mensen weten dat jullie een stelletje zijn

94. Jullie zijn met elkaar op vakantie geweest
95. Je hebt hem zien huilen
96. Jullie staan in elkaars msn naam
97. Jullie wonen samen
98. Jullie zijn verloofd
99. Jullie zijn getrouwd
100. Jullie hebben kinderen

x] Jullie staan in elkaars msn naam, als punt 96 notabene. Nice.

1. Je hebt oogcontact met hem gemaakt
2. Je hebt hem gegroet
3. Hij heeft jou gegroet
4. Jullie hebben met elkaar gepraat over onzin
5. Jullie hebben gepraat over iets boeiends
6. Je hebt naar hem gelachen
7. Hij heeft naar jou gelachen
8. Jullie hebben samen om iets gelachen
9. Je hebt met hem geflirt

10. Hij heeft met jou geflirt
11. Hij heeft je aangeraakt(klinkt vies maar: arm om je heen of iets)
12. Jullie hebben elkaar gegroet met een kus
13. Jullie hebben gezoend
14. Jullie hebben samen iets leuks gedaan

15. Jullie hebben iets gedaan wat jullie beiden een date noemden
16. Jullie hebben elkaars hand vastgehouden
17. hij heeft je iets liefs gesmst
18. Jij hebt hem iets liefs gesmst

19. Jullie hebben je gevoelens(stom woord)aan elkaar laten merken
20. Jullie hebben samen iets gegeten
21. Jullie hebben er ooit uitgezien als een stelletje
22. Hij is bij je thuis geweest
23. Jij bent bij hem thuis geweest
24. Hij heeft bij jou geslapen

25. Jij hebt bij hem geslapen
26. Hij heeft gezegd dat hij je mooi/lief/leuk vindt
27. Hij heeft je gebeld
28. Jullie hebben een lang telefoongesprek gehad
29. Hij heeft je opgetild
30. Je bent bij hem in slaap gevallen(hoeft niet per se in bed)

31. Jullie zijn verder gegaan dan zoenen 1
32. Jullie zijn verder gegaan dan zoenen 2
33. Jullie zijn voorgesteld aan elkaars ouders
34. Hij heeft je in het openbaar gekust

35. Hij heeft je aan iemand anders dan zijn ouders voorgesteld
36. Jullie zijn samen ergens heen gereisd
37. Hij heeft je zonder make-up gezien
38. Jij hebt hem met zn uit-bed-haar gezien
39. Hij weet hoeveel broertjes en zusjes je hebt

40. Jij weet hoeveel broertjes en zusjes hij heeft
41. Jij weet zijn thuissituatie
42. Hij weet jouw thuissituatie
43. Hij is bij je sportwedstrijd/training komen kijken

44. Jij bent bij zijn sport gaan kijken(en hij weet het)
45. Je hebt dicht tegen hem aan gezeten(en dan romantisch,dus niet in een volgepropte bus)
46. Hij heeft je ooit gesmst om te weten wat je aan het doen bent
47. Jij hebt hem ooit gesmst om te weten wat hij aan het doen was
48. Hij heeft je gebeld,alleen om je stem te horen

49. Jij hebt hem gebeld,alleen om zijn stem te horen
50. Hij is langsgekomen om je te zien
51. Hij weet wat je lievelingseten is
52. Jij weet wat hij het liefste eet
53. Hij heeft je ooit (terug)gesmst/gebeld met de mobiel van een ander omdat zijn eigen leeg was

54. Jullie hebben meerdere diepgaande gesprekken gevoerd
55. Je kent zijn telefoonnummer uit je hoofd
56. Hij kent jouw telefoonnummer uit zijn hoofd
57. Hij heeft gezegd dat hij bij een bepaald liedje aan jou moet denken(en dan een lieve,geen Frans Bauer oid)

58. Hij heeft je aan het lachen gemaakt
59. Jij hebt hem aan het lachen gemaakt
60. Jij bent bij hem langsgegaan om hem te zien
61. Jullie hebben samen boodschappen gedaan
62. Je hebt gelachen met zijn vader/moeder/familie

63. Je hebt geholpen met zijn kamer opruimen/de afwas oid.
64. Hij heeft geholpen jouw kamer op te ruimen/de afwas oid.
65. Jullie hebben samen Valentijn gevierd
66. Hij heeft je zien huilen

67. Hij heeft iets leuks voor je gekocht
68. Jij hebt iets leuks voor hem gekocht
69. Hij heeft je ergens bij verdedigd
70. Jij hebt “ik hou van je” tegen hem gezegd
71. Hij heeft “ik hou van je” tegen je gezegd

72. Jullie zijn met elkaar naar bed geweest
73. Hij heeft iets voor je opgeofferd
74. Jullie zijn samen uitgeweest
75. Hij heeft je ergens mee geholpen(een probleem oid)
76. Jij hebt hem ergens mee geholpen

77. Hij heeft je een keer boven zijn vrienden verkozen
78. Jij hebt hem een keer boven je vriendinnen verkozen
79. Hij heeft een afspraak met vrienden afgezegd om bij jou te zijn
80. Je hebt(stiekem…)een afspraak met je vriendinnen afgezegd om bij hem te zijn

81. Jij hebt voor hem gekookt
82. Hij heeft voor je gekookt(cup-a-soup maken telt niet)
83. Hij heeft je iets gegeven waar hij waarde aan hecht
84. Jij hebt hem iets gegeven waar jij waarde aan hecht

85. Hij heeft een foto van jou bij zich(op zijn telefoon mag ook)
86. Jij hebt een foto van hem bij je
87. Jullie hebben samen geluierd op de bank/bed/waar dan ook

88. Je hebt hem zien slapen
89. Hij heeft jou zien slapen
90. Je kent zijn parfumgeur
91. Hij weet welke parfum jij draagt
92. Jullie hebben een liedje samen dat “jullie liedje” is
93. Mensen weten dat jullie een stelletje zijn

94. Jullie zijn met elkaar op vakantie geweest
95. Je hebt hem zien huilen
96. Jullie staan in elkaars msn naam

97. Jullie wonen samen
98. Jullie zijn verloofd
99. Jullie zijn getrouwd
100. Jullie hebben kinderen

96% dus.

  1. Je hebt oogcontact met hem gemaakt
  2. Je hebt hem gegroet
  3. Hij heeft jou gegroet
  4. Jullie hebben met elkaar gepraat over onzin
  5. Jullie hebben gepraat over iets boeiends
  6. Je hebt naar hem gelachen
  7. Hij heeft naar jou gelachen
  8. Jullie hebben samen om iets gelachen
  9. Je hebt met hem geflirt
  10. Hij heeft met jou geflirt
  11. Hij heeft je aangeraakt(klinkt vies maar: arm om je heen of iets)
  12. Jullie hebben elkaar gegroet met een kus
  13. Jullie hebben gezoend
  14. Jullie hebben samen iets leuks gedaan
    15. Jullie hebben iets gedaan wat jullie beiden een date noemden
  15. Jullie hebben elkaars hand vastgehouden
  16. hij heeft je iets liefs gesmst
  17. Jij hebt hem iets liefs gesmst
  18. Jullie hebben je gevoelens(stom woord)aan elkaar laten merken
  19. Jullie hebben samen iets gegeten
  20. Jullie hebben er ooit uitgezien als een stelletje
  21. Hij is bij je thuis geweest
  22. Jij bent bij hem thuis geweest
  23. Hij heeft bij jou geslapen
  24. Jij hebt bij hem geslapen
  25. Hij heeft gezegd dat hij je mooi/lief/leuk vindt
  26. Hij heeft je gebeld
  27. Jullie hebben een lang telefoongesprek gehad
  28. Hij heeft je opgetild
  29. Je bent bij hem in slaap gevallen(hoeft niet per se in bed)
  30. Jullie zijn verder gegaan dan zoenen 1
  31. Jullie zijn verder gegaan dan zoenen 2
  32. Jullie zijn voorgesteld aan elkaars ouders
  33. Hij heeft je in het openbaar gekust
  34. Hij heeft je aan iemand anders dan zijn ouders voorgesteld
  35. Jullie zijn samen ergens heen gereisd
  36. Hij heeft je zonder make-up gezien
  37. Jij hebt hem met zn uit-bed-haar gezien
  38. Hij weet hoeveel broertjes en zusjes je hebt
  39. Jij weet hoeveel broertjes en zusjes hij heeft
  40. Jij weet zijn thuissituatie
  41. Hij weet jouw thuissituatie
  42. Hij is bij je sportwedstrijd/training komen kijken
  43. Jij bent bij zijn sport gaan kijken(en hij weet het)
  44. Je hebt dicht tegen hem aan gezeten(en dan romantisch,dus niet in een volgepropte bus)
  45. Hij heeft je ooit gesmst om te weten wat je aan het doen bent
  46. Jij hebt hem ooit gesmst om te weten wat hij aan het doen was
    48. Hij heeft je gebeld,alleen om je stem te horen
  47. Jij hebt hem gebeld,alleen om zijn stem te horen
  48. Hij is langsgekomen om je te zien
  49. Hij weet wat je lievelingseten is
  50. Jij weet wat hij het liefste eet
  51. Hij heeft je ooit (terug)gesmst/gebeld met de mobiel van een ander omdat zijn eigen leeg was
  52. Jullie hebben meerdere diepgaande gesprekken gevoerd
    [b]55. Je kent zijn telefoonnummer uit je hoofd
  53. Hij kent jouw telefoonnummer uit zijn hoofd[/b]
    57. Hij heeft gezegd dat hij bij een bepaald liedje aan jou moet denken(en dan een lieve,geen Frans Bauer oid)
  54. Hij heeft je aan het lachen gemaakt
  55. Jij hebt hem aan het lachen gemaakt
  56. Jij bent bij hem langsgegaan om hem te zien
  57. Jullie hebben samen boodschappen gedaan
  58. Je hebt gelachen met zijn vader/moeder/familie
  59. Je hebt geholpen met zijn kamer opruimen/de afwas oid.
  60. Hij heeft geholpen jouw kamer op te ruimen/de afwas oid.
  61. Jullie hebben samen Valentijn gevierd
  62. Hij heeft je zien huilen
  63. Hij heeft iets leuks voor je gekocht
  64. Jij hebt iets leuks voor hem gekocht
    69. Hij heeft je ergens bij verdedigd
  65. Jij hebt “ik hou van je” tegen hem gezegd
  66. Hij heeft “ik hou van je” tegen je gezegd
  67. Jullie zijn met elkaar naar bed geweest
  68. Hij heeft iets voor je opgeofferd
  69. Jullie zijn samen uitgeweest
  70. Hij heeft je ergens mee geholpen(een probleem oid)
  71. Jij hebt hem ergens mee geholpen
  72. Hij heeft je een keer boven zijn vrienden verkozen
  73. Jij hebt hem een keer boven je vriendinnen verkozen
  74. Hij heeft een afspraak met vrienden afgezegd om bij jou te zijn
  75. Je hebt(stiekem…)een afspraak met je vriendinnen afgezegd om bij hem te zijn
    81. Jij hebt voor hem gekookt
  76. Hij heeft voor je gekookt(cup-a-soup maken telt niet)
  77. Hij heeft je iets gegeven waar hij waarde aan hecht
    84. Jij hebt hem iets gegeven waar jij waarde aan hecht
  78. Hij heeft een foto van jou bij zich(op zijn telefoon mag ook)
  79. Jij hebt een foto van hem bij je
  80. Jullie hebben samen geluierd op de bank/bed/waar dan ook
  81. Je hebt hem zien slapen
  82. Hij heeft jou zien slapen
  83. Je kent zijn parfumgeur
  84. Hij weet welke parfum jij draagt
    92. Jullie hebben een liedje samen dat “jullie liedje” is
  85. Mensen weten dat jullie een stelletje zijn
  86. Jullie zijn met elkaar op vakantie geweest
    95. Je hebt hem zien huilen
  87. Jullie staan in elkaars msn naam
    97. Jullie wonen samen
    98. Jullie zijn verloofd
    99. Jullie zijn getrouwd
    100. Jullie hebben kinderen

ik heb het maar eens andersom gedaan, vet gedrukte niet dus.
86%

Leuk! :grinning:
1. Je hebt oogcontact met hem gemaakt
2. Je hebt hem gegroet
3. Hij heeft jou gegroet
4. Jullie hebben met elkaar gepraat over onzin
5. Jullie hebben gepraat over iets boeiends
6. Je hebt naar hem gelachen
7. Hij heeft naar jou gelachen
8. Jullie hebben samen om iets gelachen
9. Je hebt met hem geflirt
10. Hij heeft met jou geflirt
11. Hij heeft je aangeraakt(klinkt vies maar: arm om je heen of iets)
12. Jullie hebben elkaar gegroet met een kus
13. Jullie hebben gezoend
14. Jullie hebben samen iets leuks gedaan

15. Jullie hebben iets gedaan wat jullie beiden een date noemden
16. Jullie hebben elkaars hand vastgehouden
17. hij heeft je iets liefs gesmst
18. Jij hebt hem iets liefs gesmst
19. Jullie hebben je gevoelens(stom woord)aan elkaar laten merken

20. Jullie hebben samen iets gegeten
21. Jullie hebben er ooit uitgezien als een stelletje
22. Hij is bij je thuis geweest
23. Jij bent bij hem thuis geweest
24. Hij heeft bij jou geslapen
25. Jij hebt bij hem geslapen
26. Hij heeft gezegd dat hij je mooi/lief/leuk vindt
27. Hij heeft je gebeld
28. Jullie hebben een lang telefoongesprek gehad
29. Hij heeft je opgetild
30. Je bent bij hem in slaap gevallen(hoeft niet per se in bed)
31. Jullie zijn verder gegaan dan zoenen 1
32. Jullie zijn verder gegaan dan zoenen 2

33. Jullie zijn voorgesteld aan elkaars ouders
34. Hij heeft je in het openbaar gekust
35. Hij heeft je aan iemand anders dan zijn ouders voorgesteld

36. Jullie zijn samen ergens heen gereisd
37. Hij heeft je zonder make-up gezien
38. Jij hebt hem met zn uit-bed-haar gezien
39. Hij weet hoeveel broertjes en zusjes je hebt
40. Jij weet hoeveel broertjes en zusjes hij heeft
41. Jij weet zijn thuissituatie
42. Hij weet jouw thuissituatie

43. Hij is bij je sportwedstrijd/training komen kijken
44. Jij bent bij zijn sport gaan kijken(en hij weet het)
45. Je hebt dicht tegen hem aan gezeten(en dan romantisch,dus niet in een volgepropte bus)

46. Hij heeft je ooit gesmst om te weten wat je aan het doen bent
47. Jij hebt hem ooit gesmst om te weten wat hij aan het doen was
48. Hij heeft je gebeld,alleen om je stem te horen
49. Jij hebt hem gebeld,alleen om zijn stem te horen
50. Hij is langsgekomen om je te zien
51. Hij weet wat je lievelingseten is
52. Jij weet wat hij het liefste eet
53. Hij heeft je ooit (terug)gesmst/gebeld met de mobiel van een ander omdat zijn eigen leeg was54. Jullie hebben meerdere diepgaande gesprekken gevoerd
55. Je kent zijn telefoonnummer uit je hoofd
56. Hij kent jouw telefoonnummer uit zijn hoofd
57. Hij heeft gezegd dat hij bij een bepaald liedje aan jou moet denken(en dan een lieve,geen Frans Bauer oid)
58. Hij heeft je aan het lachen gemaakt
59. Jij hebt hem aan het lachen gemaakt
60. Jij bent bij hem langsgegaan om hem te zien
61. Jullie hebben samen boodschappen gedaan

62. Je hebt gelachen met zijn vader/moeder/familie
63. Je hebt geholpen met zijn kamer opruimen/de afwas oid.
64. Hij heeft geholpen jouw kamer op te ruimen/de afwas oid.
65. Jullie hebben samen Valentijn gevierd
66. Hij heeft je zien huilen
67. Hij heeft iets leuks voor je gekocht
68. Jij hebt iets leuks voor hem gekocht

69. Hij heeft je ergens bij verdedigd
70. Jij hebt “ik hou van je” tegen hem gezegd
71. Hij heeft “ik hou van je” tegen je gezegd

72. Jullie zijn met elkaar naar bed geweest
73. Hij heeft iets voor je opgeofferd
74. Jullie zijn samen uitgeweest
75. Hij heeft je ergens mee geholpen(een probleem oid)
76. Jij hebt hem ergens mee geholpen
77. Hij heeft je een keer boven zijn vrienden verkozen
78. Jij hebt hem een keer boven je vriendinnen verkozen
79. Hij heeft een afspraak met vrienden afgezegd om bij jou te zijn
80. Je hebt(stiekem…)een afspraak met je vriendinnen afgezegd om bij hem te zijn

81. Jij hebt voor hem gekookt
82. Hij heeft voor je gekookt(cup-a-soup maken telt niet)
83. Hij heeft je iets gegeven waar hij waarde aan hecht
84. Jij hebt hem iets gegeven waar jij waarde aan hecht
85. Hij heeft een foto van jou bij zich(op zijn telefoon mag ook)
86. Jij hebt een foto van hem bij je
87. Jullie hebben samen geluierd op de bank/bed/waar dan ook
88. Je hebt hem zien slapen
89. Hij heeft jou zien slapen

90. Je kent zijn parfumgeur
91. Hij weet welke parfum jij draagt
92. Jullie hebben een liedje samen dat “jullie liedje” is
93. Mensen weten dat jullie een stelletje zijn
94. Jullie zijn met elkaar op vakantie geweest
95. Je hebt hem zien huilen
96. Jullie staan in elkaars msn naam
97. Jullie wonen samen
98. Jullie zijn verloofd
99. Jullie zijn getrouwd
100. Jullie hebben kinderen

97-98%
means: 1 t/m 97 allemaal gehad/gedaan;)

ik hou van je is punt 71?
dat kan iemand ook op msn zeggen terwijl je hem nog nooit hebt gezien.
nouja als het op volgorde gaat.

Haha ja want bij elkaar in de msn naam staan is wel een belangrijk punt in je relatie :’).

1. Je hebt oogcontact met hem gemaakt
2. Je hebt hem gegroet
3. Hij heeft jou gegroet
4. Jullie hebben met elkaar gepraat over onzin
5. Jullie hebben gepraat over iets boeiends
6. Je hebt naar hem gelachen
7. Hij heeft naar jou gelachen
8. Jullie hebben samen om iets gelachen
9. Je hebt met hem geflirt
10. Hij heeft met jou geflirt

11. Hij heeft je aangeraakt(klinkt vies maar: arm om je heen of iets)
12. Jullie hebben elkaar gegroet met een kus
13. Jullie hebben gezoend
14. Jullie hebben samen iets leuks gedaan
15. Jullie hebben iets gedaan wat jullie beiden een date noemden
16. Jullie hebben elkaars hand vastgehouden

17. hij heeft je iets liefs gesmst
18. Jij hebt hem iets liefs gesmst
19. Jullie hebben je gevoelens(stom woord)aan elkaar laten merken
20. Jullie hebben samen iets gegeten
21. Jullie hebben er ooit uitgezien als een stelletje

22. Hij is bij je thuis geweest
23. Jij bent bij hem thuis geweest
24. Hij heeft bij jou geslapen
25. Jij hebt bij hem geslapen
26. Hij heeft gezegd dat hij je mooi/lief/leuk vindt
27. Hij heeft je gebeld
28. Jullie hebben een lang telefoongesprek gehad
29. Hij heeft je opgetild

30. Je bent bij hem in slaap gevallen(hoeft niet per se in bed)
31. Jullie zijn verder gegaan dan zoenen 1
32. Jullie zijn verder gegaan dan zoenen 2
33. Jullie zijn voorgesteld aan elkaars ouders
34. Hij heeft je in het openbaar gekust
35. Hij heeft je aan iemand anders dan zijn ouders voorgesteld

36. Jullie zijn samen ergens heen gereisd
37. Hij heeft je zonder make-up gezien
38. Jij hebt hem met zn uit-bed-haar gezien
39. Hij weet hoeveel broertjes en zusjes je hebt
40. Jij weet hoeveel broertjes en zusjes hij heeft
41. Jij weet zijn thuissituatie
42. Hij weet jouw thuissituatie

43. Hij is bij je sportwedstrijd/training komen kijken
44. Jij bent bij zijn sport gaan kijken(en hij weet het)
45. Je hebt dicht tegen hem aan gezeten(en dan romantisch,dus niet in een volgepropte bus)
46. Hij heeft je ooit gesmst om te weten wat je aan het doen bent
47. Jij hebt hem ooit gesmst om te weten wat hij aan het doen was
48. Hij heeft je gebeld,alleen om je stem te horen
49. Jij hebt hem gebeld,alleen om zijn stem te horen
50. Hij is langsgekomen om je te zien

51. Hij weet wat je lievelingseten is
52. Jij weet wat hij het liefste eet
53. Hij heeft je ooit (terug)gesmst/gebeld met de mobiel van een ander omdat zijn eigen leeg was
54. Jullie hebben meerdere diepgaande gesprekken gevoerd
55. Je kent zijn telefoonnummer uit je hoofd
56. Hij kent jouw telefoonnummer uit zijn hoofd
57. Hij heeft gezegd dat hij bij een bepaald liedje aan jou moet denken(en dan een lieve,geen Frans Bauer oid)
58. Hij heeft je aan het lachen gemaakt
59. Jij hebt hem aan het lachen gemaakt

60. Jij bent bij hem langsgegaan om hem te zien
61. Jullie hebben samen boodschappen gedaan
62. Je hebt gelachen met zijn vader/moeder/familie
63. Je hebt geholpen met zijn kamer opruimen/de afwas oid.
64. Hij heeft geholpen jouw kamer op te ruimen/de afwas oid.
65. Jullie hebben samen Valentijn gevierd
66. Hij heeft je zien huilen
67. Hij heeft iets leuks voor je gekocht
68. Jij hebt iets leuks voor hem gekocht
69. Hij heeft je ergens bij verdedigd
70. Jij hebt “ik hou van je” tegen hem gezegd
71. Hij heeft “ik hou van je” tegen je gezegd

72. Jullie zijn met elkaar naar bed geweest
73. Hij heeft iets voor je opgeofferd
74. Jullie zijn samen uitgeweest

75. Hij heeft je ergens mee geholpen(een probleem oid)
76. Jij hebt hem ergens mee geholpen
77. Hij heeft je een keer boven zijn vrienden verkozen
78. Jij hebt hem een keer boven je vriendinnen verkozen
79. Hij heeft een afspraak met vrienden afgezegd om bij jou te zijn
80. Je hebt(stiekem…)een afspraak met je vriendinnen afgezegd om bij hem te zijn

81. Jij hebt voor hem gekookt
82. Hij heeft voor je gekookt(cup-a-soup maken telt niet)
83. Hij heeft je iets gegeven waar hij waarde aan hecht
84. Jij hebt hem iets gegeven waar jij waarde aan hecht
85. Hij heeft een foto van jou bij zich(op zijn telefoon mag ook)
86. Jij hebt een foto van hem bij je

87. Jullie hebben samen geluierd op de bank/bed/waar dan ook
88. Je hebt hem zien slapen
89. Hij heeft jou zien slapen
90. Je kent zijn parfumgeur
91. Hij weet welke parfum jij draagt
92. Jullie hebben een liedje samen dat “jullie liedje” is
93. Mensen weten dat jullie een stelletje zijn

94. Jullie zijn met elkaar op vakantie geweest
95. Je hebt hem zien huilen
96. Jullie staan in elkaars msn naam
97. Jullie wonen samen
98. Jullie zijn verloofd
99. Jullie zijn getrouwd geintje haha
100. Jullie hebben kinderen

We hebben nu al 4 maanden… (:
56 %

  1. Je hebt oogcontact met hem gemaakt
  2. Je hebt hem gegroet
  3. Hij heeft jou gegroet
  4. Jullie hebben met elkaar gepraat over onzin
  5. Jullie hebben gepraat over iets boeiends
  6. Je hebt naar hem gelachen
  7. Hij heeft naar jou gelachen
  8. Jullie hebben samen om iets gelachen
  9. Je hebt met hem geflirt
  10. Hij heeft met jou geflirt
  11. Hij heeft je aangeraakt(klinkt vies maar: arm om je heen of iets)
  12. Jullie hebben elkaar gegroet met een kus
  13. Jullie hebben gezoend
  14. Jullie hebben samen iets leuks gedaan
  15. Jullie hebben iets gedaan wat jullie beiden een date noemden
  16. Jullie hebben elkaars hand vastgehouden
  17. hij heeft je iets liefs gesmst
  18. Jij hebt hem iets liefs gesmst
  19. Jullie hebben je gevoelens(stom woord)aan elkaar laten merken
  20. Jullie hebben samen iets gegeten
  21. Jullie hebben er ooit uitgezien als een stelletje
  22. Hij is bij je thuis geweest
  23. Jij bent bij hem thuis geweest
    [s]24. Hij heeft bij jou geslapen
  24. Jij hebt bij hem geslapen[/s]
  25. Hij heeft gezegd dat hij je mooi/lief/leuk vindt
  26. Hij heeft je gebeld
    28. Jullie hebben een lang telefoongesprek gehad
  27. Hij heeft je opgetild
    30. Je bent bij hem in slaap gevallen(hoeft niet per se in bed)
  28. Jullie zijn verder gegaan dan zoenen 1
  29. Jullie zijn verder gegaan dan zoenen 2
  30. Jullie zijn voorgesteld aan elkaars ouders
  31. Hij heeft je in het openbaar gekust
  32. Hij heeft je aan iemand anders dan zijn ouders voorgesteld
    36. Jullie zijn samen ergens heen gereisd
    37. Hij heeft je zonder make-up gezien
  33. Jij hebt hem met zn uit-bed-haar gezien
  34. Hij weet hoeveel broertjes en zusjes je hebt
  35. Jij weet hoeveel broertjes en zusjes hij heeft
  36. Jij weet zijn thuissituatie
  37. Hij weet jouw thuissituatie
    43. Hij is bij je sportwedstrijd/training komen kijken
    44. Jij bent bij zijn sport gaan kijken(en hij weet het)
  38. Je hebt dicht tegen hem aan gezeten(en dan romantisch,dus niet in een volgepropte bus)
  39. Hij heeft je ooit gesmst om te weten wat je aan het doen bent
  40. Jij hebt hem ooit gesmst om te weten wat hij aan het doen was
  41. Hij heeft je gebeld,alleen om je stem te horen (dagelijks:P)
  42. Jij hebt hem gebeld,alleen om zijn stem te horen
  43. Hij is langsgekomen om je te zien
    51. Hij weet wat je lievelingseten is
    52. Jij weet wat hij het liefste eet
  44. Hij heeft je ooit (terug)gesmst/gebeld met de mobiel van een ander omdat zijn eigen leeg was
  45. Jullie hebben meerdere diepgaande gesprekken gevoerd
    55. Je kent zijn telefoonnummer uit je hoofd
  46. Hij kent jouw telefoonnummer uit zijn hoofd
    57. Hij heeft gezegd dat hij bij een bepaald liedje aan jou moet denken(en dan een lieve,geen Frans Bauer oid)
  47. Hij heeft je aan het lachen gemaakt
  48. Jij hebt hem aan het lachen gemaakt
  49. Jij bent bij hem langsgegaan om hem te zien
  50. Jullie hebben samen boodschappen gedaan
  51. Je hebt gelachen met zijn vader/moeder/familie
    63. Je hebt geholpen met zijn kamer opruimen/de afwas oid.
    64. Hij heeft geholpen jouw kamer op te ruimen/de afwas oid.
    65. Jullie hebben samen Valentijn gevierd
    66. Hij heeft je zien huilen
  52. Hij heeft iets leuks voor je gekocht
    68. Jij hebt iets leuks voor hem gekocht
  53. Hij heeft je ergens bij verdedigd
  54. Jij hebt “ik hou van je” tegen hem gezegd
  55. Hij heeft “ik hou van je” tegen je gezegd
    72. Jullie zijn met elkaar naar bed geweest
  56. Hij heeft iets voor je opgeofferd
  57. Jullie zijn samen uitgeweest
    75. Hij heeft je ergens mee geholpen(een probleem oid)
    76. Jij hebt hem ergens mee geholpen (hij red zichzelf tot nu toe nog)
  58. Hij heeft je een keer boven zijn vrienden verkozen
  59. Jij hebt hem een keer boven je vriendinnen verkozen
  60. Hij heeft een afspraak met vrienden afgezegd om bij jou te zijn
  61. Je hebt(stiekem…)een afspraak met je vriendinnen afgezegd om bij hem te zijn
    81. Jij hebt voor hem gekookt
    82. Hij heeft voor je gekookt(cup-a-soup maken telt niet)
    [s]83. Hij heeft je iets gegeven waar hij waarde aan hecht
  62. Jij hebt hem iets gegeven waar jij waarde aan hecht[/s]
    85. Hij heeft een foto van jou bij zich(op zijn telefoon mag ook)
    86. Jij hebt een foto van hem bij je
  63. Jullie hebben samen geluierd op de bank/bed/waar dan ook
    88. Je hebt hem zien slapen
    89. Hij heeft jou zien slapen
  64. Je kent zijn parfumgeur
  65. Hij weet welke parfum jij draagt
    92. Jullie hebben een liedje samen dat “jullie liedje” is
  66. Mensen weten dat jullie een stelletje zijn
    94. Jullie zijn met elkaar op vakantie geweest
    95. Je hebt hem zien huilen
  67. Jullie staan in elkaars msn naam
    [s]97. Jullie wonen samen
  68. Jullie zijn verloofd
  69. Jullie zijn getrouwd
  70. Jullie hebben kinderen[/s]

we hebben nu vandaag precies 3 weken(lll)
65 procent…
Wauw best veel