Op de vlucht [tijdelijke titel]

Proloog

Het was stil en donker op het kerkhof. De graven staarden haar zwijgend aan en de laaghangende mist voorspelde niet veel goeds.
Ze wachtte. Al een uur, of misschien zelfs langer. Wie zou het zeggen? Maar hij was er nog steeds niet. Frustratie welde in haar op als gif in een slangenbek. Ze wist het. Hij kon gewoon niet worden vertrouwd. Maar wist ze dat niet allang?
Ineens veranderde de lucht om haar heen in golfjes en een klonk een zacht, ruisend geluid. Ze bleef staan zoals ze stond: handen gebald, hoofd omhoog, ogen gericht op iets wat hij niet kon zien.
“Je bent laat.” Het was geen beschuldiging maar een feit.
“Ik kon niet eerder weg. Heb je het?” De stem was donker en rauw. Er liep een rilling over haar rug. Ze zuchtte en draaide zich langzaam om.
Hij keek haar met twinkelende ogen aan, zijn gezicht geamuseerd en ernstig tegelijk. “Ja, ik heb het. Jij ook?” Ze keek hem strak aan, maar het leek hem niets te doen. Op zijn gemak stak hij zijn hand in de zak van zijn jasje en haalde er een klein flesje uit. Ze zuchtte opnieuw, maar dit keer was het een zucht van opluchting. Eindelijk was het daar!
Ze reikte ernaar, maar hij trok het buiten haar bereik. “Je bent onze afspraak toch niet vergeten?” vroeg hij sarcastisch en hij bungelde het flesje tussen zijn duim en wijsvinger. Haar adem ontsnapte in een laag gesis en hij glimlachte. Een tweede greep in zijn zak en hij hield een zilvere dolk in zijn hand. In één snelle beweging stroopte ze haar mouw op en nam het mes aan. Een grimmige blik zijn kant op en toen zette ze het mes in haar onderarm. Er was geen pijn, geen geschreeuw. Gewoon een snee waaruit donkerrood bloed opwelde.
Ze gaf hem het mes terug en griste het flesje uit zijn handen. De dop wipte er makkelijk vanaf en de kleurloze vloeistof binnenin verspreide een vage geur rond hen heen. Ze hield haar bloedende arm boven de opening en liet er twee druppels bloed invallen. De vloeistof siste en borrelde en werd daarna weer glad en kleurloos.
Ze gaf hem het flesje terug. Hij nam het aan zonder te kijken en draaide de dop er terug op. Zijn ogen boorden zich in die van haar. Donkere ogen met een glans langs de irisrand. Ze wendde haar blik af.
“Het gaat je niet lukken,” deelde ze hem mee. Hij grijnsde en haalde zijn schouders op. “Ik kon het proberen. Het was prettig zaken met je te doen.”
Hij pakte haar koude hand en streek er even langs met zijn harde lippen. Ze huiverde en hij liet haar los. Met een laatste blik draaide hij zich om en verdween tussen de graven.
Ze liet haar adem ontsnappen en sloot haar ogen. Ze had het gedaan. Nu was er geen weg meer terug.

Het verhaal:

Mary is een normale tiener. In haar woonplaats Greenwich Village gaat ze naar school, trekt op met vrienden en breekt de regels.
Maar de komst van een groep nieuwelingen veranderd haar leven. Al snel bevindt ze zich in een web van leugens, verraad en onverklaarbare situaties. Haar leven staat meerdere malen op het spel en alleen met slim denken en complotten kan ze zichzelf staande houden…

Ik schrijf als mensen willen dat ik doorga, in mijn eigen tempo en kritiek is altijd welkom. Ik probeer zo vaak mogelijk te posten, maar soms duurt het wat langer.
Houden jullie ook zo van school? *Hoor het sarcasme*
Hope you like it (:

mysterieus en intressant, ik wil graag meer lezen!

*Kleine aanpassing: Als ik zeg dat Mary een normale tiener is, dan bedoel ik dat ze dat is voor de buitenwereld. [a]
Want ze is dus absoluut niet normaal :slightly_smiling_face:*

[deel 1: Het begin]

“Willen de dames achterin misschien even opletten? Ik sta hier niet voor mijn lol, als jullie dat soms denken.” Mary en Jane keken verbaasd op toen meneer Gumball met zijn liniaal op het bord tikte.
Ze waren onder de tafel de nieuwe STYLE aan het doorbladeren op zoek naar galajurken, maar blijkbaar hadden ze dat niet zo stiekem gedaan als ze dachten.
Meneer Gumball draaide zich nors weer om naar het bord en ging verder met zijn kwadraatsvergelijking. Mary sloeg het tijdschrift dicht en schoof het onder haar boek.
“Ga je straks mee naar Ivy? Ik hoorde van Wester dat Abby en zij ruzie hebben gehad en blijkbaar is ze aan het naaien geslagen. Misschien kan ze een jurk voor ons maken!” Jane gniffelde om haar eigen woordkeuze en werd toen weer serieus. “Iedereen weet dat er in Greenwich Village geen leuke jurken zijn, en als we ze bij die miniwinkel op het plein halen, lopen we er straks net zo bij als de rest van dit duffe dorp. Saai, dus.”
Mary draaide aan de ring rond haar ringvinger en keek naar buiten.
Nat en grauw. Precies zoals ze zich voelde. De laatste tijd zat ze constant in een winterdip, zoals Jane het noemde. Ze wilde niets doen, ze had nergens zin in en ze moest er vaker tussenuit om haar… eetlust onder controle te houden.
Ze dacht aan haar laatste jacht. Twee beren en een haas. Een vangst van niks. Maar ze had gewoon niet genoeg puf om achter haar prooi aan te gaan rennen.
“Joehoe, Mary! Ik vroeg je wat!” Jane zwaaide met haar hand voor Mary’s ogen en probeerde tegelijkertijd te doen alsof ze oplette. Zonder succes.
“Nee, ik denk dat ik meteen naar huis ga. Joe is straks ook uit, dus we gaan misschien naar de bioscoop.” Mary keek naar Jane’s teleurgestelde gezicht en voegde er snel aan toe: “Maar ik ga morgen met je mee. Beloofd.”
Jane grijnsde en greep opnieuw het tijdschrift.
Mary ging recht zetten en deed alsof ze naar meneer Gumball luisterde, die hun scherp in de gaten hield.
Joe zou inderdaad vroeg thuis zijn, maar ze betwijfelde of ze naar de film zouden gaan. In tegenstelling tot haar was Joe de laatste paar weken bomvol energie geweest. Hij deed zelfs zo actief mee aan dingen dat mensen hem vroegen of hij zich wel goed voelde. Die lieve Joe bracht zelfs elke keer als hij op jacht ging een extra eekhoorn mee, voor het geval ze honger had.
Ze moest het toegeven: als vampier deed hij het af en toe niet goed, maar als broer scoorde hij zeker weten een tien.
“En aangezien Mary zo goed luistert, mag zij ons het antwoord geven op vraag 15.” Meneer Gumball sloeg zijn armen over elkaar en trok een wenkbrauw op.
“E = C. M, meneer,” zei Mary automatisch. Ze toverde een glimlach tevoorschijn terwijl meneer Gumball zijn best deed om niet rood te worden.
Hij knikte kort en gaf de volgende beurt weg aan Ana, die half lag te slapen op haar tafel.
Mary keek naar haar ring. De blauwe saffier was na al de jaren zijn pracht nog steeds niet verloren. Bovendien deed hij haar er nog steeds aan herinneren hoeveel geluk ze had gehad dat haar leven die nacht gespaard was geweest.
Of niet gespaard, als je het vanaf een andere hoek bekeek.
Ze stond op het punt om weer weg te zakken in het verleden, toen de bel ging.
Over saved by the bell gesproken. Ze stond tegelijk met Jane op en begon haar boeken in te pakken.
In de gangen was het een drukte van jewelste. Docenten riepen aanwijzingen naar leerlingen, jongens en meiden stonden met elkaar te praten of haalden spullen uit hun kluisjes en uit de kleine speakertjes aan het plafond klonk de monotone stem van mevrouw Bells, die omriep dat er die middag pizza werd verkocht in de kantine.
Terwijl ze door de gang liep, viel het Mary op dat ze door meerdere mensen in de gaten werd gehouden. Op een starende niet-zo-prettige manier.
Naast de deur van de jongens wc. stond Connell. Hij had zijn boekentas nonchalant over zijn schouder gehangen en leunde tegen de muur aan. Zijn grijze ogen volgden haar bij elke stap die ze nam.
Bij haar kluis stond Joe, met een bezorgd gezicht en een stressbal in zijn hand. Zijn spijkerbroek dreigde af te zakken en dus had hij er een lange riem drie keer omheen geslagen. Hij was mager, maar gespierd.
En als laatste stond er bij het waterfonteintje een groepje meiden die met hun zwaar opgemaakte ogen van Mary naar Connell keken. Jaloers en hebzuchtig.
“Hoi.” Mary liet haar tas op de grond vallen en voerde de cijfercombinatie van haar kluis in. Joe’s ogen gleden over haar gezicht en knepen een beetje samen.
“Lukt je niet. Ben jij ook uit?” vroeg Mary, terwijl ze een stapel boeken op de bovenste plank van haar kluisje propte en haar jas eruit nam.
Joe knikte. “Je blokt me,” zei hij ontevreden en hij keek weg van haar.
“Sorry, ik heb alleen geen zin om jou in mijn hoofd te hebben. Zullen we naar de bioscoop gaan?” Mary duwde met haar voet het kluisdeurtje dicht en probeerde de ogen die ze op zich voelde rusten te negeren.
Joe kneep in zijn stressballetje en liet zijn blik door de gang dwalen.
“Je word bekeken,” zei hij en het klonk geamuseerd. Mary rolde met haar ogen.
“Bedankt voor deze onnodige info,” zei ze terwijl ze bukte om haar tas op te rapen. “Dus, de bios?”
Joe schudde zijn hoofd en slingerde zijn tas op zijn rug. Samen manoeuvreerde ze soepel door de menigte heen, naar de uitgang.
“Ik ga straks… weg. Je mag mee, als je wilt.” Zijn blik was haast smekend.
Nu was het Mary’s beurt om haar hoofd te schudden. “Geen zin.”
Joe opende zijn mond om iets te zeggen, maar ze gaf hem een waarschuwende blik. Zwijgend liepen ze naar buiten waar de regendruppels op hun huid tikten.
Nat en grauw. Precies zoals ze zich voelde.

*Vervolg op deel 1*

Het huis waar Mary en Joe woonde was redelijk groot en vrij nieuw.
Het was gelegen in een normale buurt, waar normale dingen gebeurden en waar normale mensen woonden. Behalve dan de twee vampiers die op nummer 119 huisde.
Mary reed de blauwe Jeep de oprijlaan op en zette de moter af. Haar blik gleed opzij naar Joe, die de hele rit naar buiten had gestaard.
“We zijn er,” zei ze, gewoon om iets te zeggen. Joe zuchtte en stapte zonder haar aan te kijken uit.
Mary pakte haar tas en volgde hem. Mevrouw Henderson van nummer 117 zwaaide vrolijk vanaf haar overdekte veranda. Mary glimlachte en stak haar hand op. Joe liep stug door naar de voordeur.
Zodra ze binnen waren sloeg hij echter om als een blad aan de boom.
Hij gooide zijn schooltas neer naast de trap en trok een sprintje naar de schuifdeuren aan de achterkant van het huis.
“Mary, ga alsjeblieft mee jagen. Het is dodelijk saai zonder jou.” Hij grinnikte.
Mary schopte haar pumps uit en liep op blote voeten naar de keuken.
“Ik heb gewoon geen honger. Dat is geen zonde, hoor,” zei ze kalm terwijl ze een glas met water vulde.
Ze voelde zijn adem in haar nek toen hij achter haar kwam staan.
“Het punt is alleen,” zei hij langzaam en duidelijk, “dat je al weken geen honger hebt.”
Mary duwde hem van zich af en wipte op de keukentafel. “Je punt?” vroeg ze mat. Joe grimaste en maakte een wijds armgebaar.
“Je bent jezelf niet. Je maakt mij niet wijs dat jij kan leven van twee beren per keer. Ik heb je in de gaten gehouden, Mary. Ik zie je ogen kleuren en je huid trekken. Ik zie hoe je je nagels in je handpalm boort als je iets te dicht bij iemand staat. Ik ben niet bang dat je jezelf niet kan inhouden, wat je ongetwijfeld kan, maar ik denk dat je jezelf sloopt. Laat me je helpen.”
Hij hield zijn adem in, Mary voelde de plotselinge stilte door haar lichaam trekken. Ze ademde extra diep in voordat ze zich omdraaide en hem aankeek.
De lach was op haar gezicht geplakt en ze wist dat hij het wist, maar ze keek hem alleen maar met vriendelijke ogen aan en zei: “Je bent een schat, echt waar. Maar het gaat prima met me.”
Om te bewijzen hoe goed het ging, stond ze in een oogwenk op haar benen en sprong over zijn hoofd. Zo zacht en soepel als een kat landde ze op haar voeten, haar rug tegen die van hem.
Voor een halve seconde opende ze haar gedachten voor hem, zijn stem stroomde haar hoofd in. Ik ben in orde. Echt waar.
Ze raakte heel even zijn hand aan en liep toen de keuken uit.

Laatste stuk van deel 1:

Boven op haar kamer ging Mary in kleermakerszit op haar bed zitten en pakte het fotoalbum dat onder haar kussen lag. Ze streek met haar vingers over de bewerkte voorkant en spitste haar oren bij het minuscule geluid van een deur. Joe was dus gaan jagen zonder haar. Ze sloeg het boek open.
Op de eerste bladzijde stonden in sierlijk gegraveerde letters haar naam en geboortedatum:

Mary Georgina Adriana Adelaide
08-08-1764

De bladzijdes daarna waren beplakt met foto’s van mensen die ze vaag of helemaal niet kende. Op elke foto was op de achtergrond een vuur te zien; een kampvuur of een vreugdevuur?
Mary bladerde voorzichtig verder, de bladzijdes waren broos en vergeeld en makkelijk te scheuren.
Bij sommige afbeeldingen waren er onleesbare tekens gekrabbeld, die zelfs met haar scherpe ogen niet konden worden ontcijferd.
Precies in het midden van het boek vond ze de foto die ze zocht, de foto die haar op onverklaarbare wijze ontroerde. Het was een gezinsfoto, zwart-wit met op de achtergrond een stadshuis en zes mensen die lachend op het bordes stonden.
Links achteraan stonden een oudere man en vrouw, net aangekleed in zondagse kleding. Ze hielden elkaars handen vast en de lach op hun gezichten straalden van de foto af.
Voor hen stonden een meisje en een jongen, niet ouder dan negen jaar, hun kleren keurig schoon maar hun gezichten vies van de modder en het zand. Het meisje had een grote strik in haar opgestoken haar en de jongen hield een houten tol in zijn handen. De vrouw had één hand op de schouder van het meisje gelegd en haar mond was een stukje geopend alsof ze iets wilde zeggen. De kinderen keken naar iets in de verte, grappend en lachend.
En daar, naast het oudere echtpaar, stonden nog twee mensen. Broer en zus, bloedverwanten.
Mary keek naar haar eigen gezicht en dat van Joe. Ze waren daar zeventien, precies zoals ze nu waren. Bevroren in hetzelfde lichaam, maar nu met een ontwikkelde geest. Haar ogen gleden over haar eigen gestalte en over dat van Joe en zochten de kleinste details opnieuw op.
Haar kastanjebruine krullen waren daar in een wrong gestoken en haar hoedje stond scheef op haar hoofd. De jurk die ze droeg bolde op door de wind en ze lachte om iets wat Joe zei. Haar blik was op hem gericht en Mary voelde de liefde die ze die dag voor haar broer had gevoeld die dag weer door haar heen stromen. Joe keek ook gelukkig.
Zijn open jasje fladderde om zijn lijf en zijn bruine lokken waaiden door de war. Hij had zijn linkerarm om Mary geslagen en met de duim en wijsvinger van zijn rechterhand maakte hij een rondje naar de camera, ten teken dat alles oké was. De hele familie Adelaide bij elkaar, een familieportret.
Mary keek naar haar ouders en haar broertje en zusje. Als ze nog hadden geleefd waren ze nu ook ouder, maar nog steeds hun oogverblindende zelf. Ze slikte, sloeg het album hard dicht en schoof het terug onder haar kussen, waar het hoorde.
Met één hand wreef ze in haar ogen en haar blik verplaatste zich naar haar kaptafel. In de spiegel die was bekrast met lippenstift en behangen met slingers, keken haar heldergroene ogen haar aan.
In een vloeiende beweging zat ze op het lage krukje en bekeek ze zichzelf.
Joe had gelijk, het werd duidelijk dat ze al een poos niet had gejaagd. Haar groene iris was vermengd met pikzwart, haar oogspieren werden steeds duidelijker en haar oogleden kleurden bij de rand zwart. Vanaf een afstand zag je er niks van, maar als je dichterbij kwam leek het wel alsof haar ogen ontstoken waren. Snel knipperde ze een paar keer, maar het hielp maar matig.
Tegelijkertijd kneedde ze met haar vingers haar huid. Rondom haar mond was haar huid het strakst, het deed geen pijn maar irriteerde wel. Eigenlijke hoopte ze dat Joe wat voor haar zou meenemen, dan hoefde ze er straks niet zelf uit.
Net toen Mary de trap afliep, ging de deurbel. Ze wist al wie het was voordat ze opendeed. De zware adem en het onregelmatige geklop van zijn hart konden alleen maar bij Connell horen.
“Connell! Wat doe jij nou hier?” Mary deed alsof ze verbaasd was toen ze de deur opendeed. Hij keek haar onderzoekend aan, zijn blik verraadde hoe zenuwachtig hij was.
“Mary. Ik dacht… misschien kunnen we… mag ik binnenkomen?” Hij slikte en Mary had medelijden met hem. Het was duidelijk waarom hij hier was gekomen, maar ze wilde niet dat hij dat zei. Ze wilde niet dat hij wist dat zij het wist. Ook al was het duidelijk dat hij het allang wist. Dus stapte ze opzij en liet hem binnen.
Hij keek de hal rond alsof hij hem nu pas voor het eerst zag. Gelukkig hield hij zijn jas aan, dan zou hij niet lang blijven. Mary deed de deur dicht en leunde ertegenaan. Ze wilde niet dat hun gesprek verder kwam dan hier. Connell plukte aan de mouw van zijn jas en hield zijn blik naar beneden gericht. Ze besloot hem een handje te helpen.
“Ik denk dat ik weet waarom je hier bent, Connell. Maar zoals ik je al eerder heb gezegd, het gaat niet lukken tussen ons. En dat ligt niet aan jou, maar aan mij.” Hoe cliché. Maar het was waar. Het lag aan haar. En dat was iets wat hij nooit zou kunnen begrijpen.
Connell deed een stap naar voren en greep haar polsen. Ze voelde hem huiveren bij de aanraking met haar koele huid, maar hij keek haar ernstig aan, vastberaden om te zeggen wat hij wilde.
“Ik hou van je, Mary. Echt waar, ik hou van je. Je maakte het uit omdat je problemen had, en ik respecteer dat je rustig aan wilt doen, maar als je me terugneemt kan ik je misschien helpen. Je hoeft het niet allemaal alleen te doen, ik ben hier omdat ik van je hou, omdat ik om je geef, omdat ik je terug wil. Mary, alsjeblieft. Samen komen we er wel uit. Dat beloof ik je.”
De greep op haar polsen werd steeds strakker en hoewel het bij een normaal mens nu al pijn zou hebben gedaan, deed het Mary niets. Langzaam maakte ze zijn vingers los en duwde zijn armen langs zijn zij. “Connell, het gaat niet. Ik kan het niet. Het spijt me, maar ik denk dat het beter is dat je gaat.” Ze deed de voordeur open en dwong hem met haar blik om weg te gaan. Hij keek haar verslagen aan.
Uiteindelijk knikte hij en stapte naar buiten. Ze stond op het punt om de deur dicht te doen toen hij zich omdraaide en haar met glinsterende ogen aankeek. “Ik geef het niet op, Mary. Ik blijf proberen.”
Mary sloot de deur en wachtte totdat ze zijn auto hoorde wegrijden. Hij zou geen succes hebben.
De eerste keer dat ze Connell had ontmoet was op het Halloween feest van Ivy geweest. Hij stond bij de drankentafel, zij bij de trap. Hun ogen hadden elkaar ontmoet en na een korte aarzeling was hij haar kant opgekomen. Ze had hem interessant gevonden om een reden die ze nog steeds niet begreep.
Hij had haar mysterieus gevonden omdat ze niets over zichzelf wou loslaten. Het klikte.
Ze waren drie jaar een serieus koppel geweest, totdat Mary het niet meer aankon om dicht bij hem te zijn. Steeds vaker rook ze alleen nog maar de geur van zijn bloed, steeds vaker wilde ze haar scherpe tanden in zijn nek boren en zijn bloed drinken. Dus voor zijn eigen veiligheid had ze het uitgemaakt met als reden dat ze met zichzelf in de knoop zat. Het was een klap in zijn gezicht geweest.
En nu hield hij koppig vast aan het feit dat ze er wel uit zouden komen. Hij moest eens weten.
“Bravo, Mary. Dat heb je knap gedaan, hoor. Hij was binnen drie minuten weer weg.” Joe applaudisseerde met een grote grijns op zijn gezicht vanaf de rode sofa, alsof hij daar al de hele tijd had gelegen. Zijn tanden glinsterden en met zijn spitse tong likte hij een druppel bloed van zijn bovenlip. “Je hebt wat gemist, zus,” zei hij plagend toen ze langs hem heen liep naar de schuifdeuren. Tot haar vreugde zag ze twee doden nertsen in het gras liggen. Hun nekken waren in koele bloeden omgedraaid.
Met honger als enige gedachte in haar hoofd, sprong ze erbovenop en hapte door het vel van de nerts heen. Met gulzige teugen dronk ze het warme bloed totdat beide beesten leeg waren. Ze duwde ze van zich af en veegde met de rug van haar hand haar mond af. Joe stond met opgetrokken wenkbrauwen in de deuropening. “En wat zeggen we dan?” vroeg hij sarcastisch.
“Dankjewel Joe, je bent fantastisch,” dreunde Mary op en ze sprong op om hem een kus op zijn wang te geven. Hij knikte goedkeurend en keek naar de dode dieren. “Misschien moet je ze wel even opruimen,” wees hij haar erop. “Ik denk niet dat de buren het een leuk gezicht vinden als ze toevallig over de schutting gluren.”
Mary haalde haar schouders op. De schutting was te hoog om overheen te kijken, dus zo heel erg zou het niet zijn als de lichamen hier bleven liggen. Toch bracht ze ze naar de bosjes naast de schutting, gewoon om Joe een plezier te doen. Toen ze terugkwam hoorde ze Joe boven in zijn kamer rondscharrelen. Ze plofte op de bank en zette de televisie aan. Ze voelde zich al iets beter nu haar honger was afgenomen, maar echt voldaan zou ze zich pas voelen als ze een goede jachtpartij had gehad. Misschien wilde Joe in het weekend met haar meegaan, dan konden ze naar de echte bossen waar het wemelde van poema’s, beren en herten die pas echt goed zouden smaken.
Mary leunde achterover en sloot haar ogen. Ze moest eerst maar eens de rest van de dag doorkomen.

Zijn er eigenlijk mensen die dit verhaal lezen?
Zo niet, dan ga ik alsnog door, voor mezelf.
Gewoon even om te checken. [a]

Dubbelpossst

mooi geschreven, van mij mag je wel verdergaan. (:

Deel 2: Nieuwelingen

Mary stond in de keuken met een mes in haar hand tomaten te snijden, toen de telefoon ging.
“Voor jou,” bromde Joe, die boven in zijn kamer een videospelletje speelde. Mary rolde met haar ogen en greep de telefoon.
“Mary Adelaide.”
“Dat duurde lang genoeg. Zijn jullie aan het eten of ben je gewoon sloom?” vroeg Jane plagend. Mary grinnikte en gooide de gesneden tomaten in een kom met sla. “Ik ben aan het koken,” antwoordde ze.
“Ja ja, smoesjes. Luister eens, ik ben net gebeld door Davy.” Mary zuchtte onhoorbaar.
Davy Jones was de nieuwste onverstandige liefde van Jane en hield haar net zoveel aan het lijntje als zij bij hem deed. “Vertel,” zei ze, terwijl ze het antwoord allang wist.
“Hij zei dat hij vanavond niet kon afspreken omdat hij met zijn zusje naar een familieding moest en toen hoorde ik een meisjesachtig gegiechel en hing hij op. Snap jij dat nou? Ik bedoel, hij heeft de kans om met míj uit te gaan en dan laat hij me zitten. Wat een ongelooflijke –”
“Zak,” maakte Mary de zin af voor haar vriendin. Ze wist dat als ze Jane nu zou laten doorpraten, het zou uitdraaien op een grote scheldpartij. En dan zou ze morgen weer zielig gaan doen omdat ze zoveel van hem hield. Niet iets waar Mary nu op zat te wachten. Dus praatte ze snel verder.
“Schat, je hebt zoals altijd helemaal gelijk, maar is er niet een piepklein kansje dat hij echt iets met zijn zusje gaat doen? Niet alle mannen zijn leugenaars, hoor.”
“Dat is niet waar! Mannen doen de verkeerde dingen, zeggen de verkeerde dingen… Mannen zijn gewoon verkeerde dingen!” gilde Jane door de telefoon.
Mary dook onder het snoer door en gaf een openstaand kastdeurtje een trap. Iets te hard; er klonk een onheilspellend gekraak en het deurtje vloog uit zijn voegen. Mary gromde en draaide het vuur onder haar kaassaus lager. Joe had een voorliefde voor kaas ontwikkeld, iets wat zij absoluut niet begreep.
Het was geel, vol met gaten en het stonk. Bovendien was het een melkproduct en zat er geen greintje vlees in. Wat moest je ermee?
“Jane, schat, je weet dat ik met je meeleef, maar is het goed als ik ga hangen? Mijn eten brandt aan!” Mary mikte op volle snelheid drie messen achter elkaar in het messenblok en deed de oven open om de kip eruit te halen.
“Je liegt! Als je echt met me zou meeleven, zou je niet ophangen.” Jane klonk pruilerig en Mary moest lachen. Haar vriendin kon af en toe een echt klein kind zijn. Op dat moment klonk er van boven het geluid van een deur en nog geen seconde daarna sprong Joe over de balustrade op de tweede verdieping en landde geruisloos op zijn voeten in de hal. Met zijn armen zwaaiend kwam hij de keuken binnen en snoof de geur van kaas op. Hij stak zijn duimen op naar zijn zus.
Mary knelde de telefoon tussen haar oor en haar schouder en haalde met haar blote handen de gloeiend hete schaal kip uit de oven. Er klonk een sissend geluid en er was een hele hoop stoom, maar ze voelde geen hitte. Toen ze de schaal op een onderzetter op tafel zette, zag ze de kleine brandwondjes pas. “Hè, verdomme,” mompelde ze en ze wreef haar handen stevig langs elkaar. De wondjes kleurden rood en verdwenen.
“Laat me raden: je eten is verpest doordat je met mij aan het praten was,” zei Jane zuur. Mary pakte de telefoon weer vast en gebaarde naar Joe dat hij niet de hele pan kaassaus moest leeg lepelen.
“Nee, dat niet. Maar ik ga nu wel eten, dus morgen mag je verder klagen. Oké?”
“Best, best. Als je maar weet dat je morgen niet meer van me af komt!” Jane gniffelde en maakte een kusgeluidje in de hoorn, alvorens ze ophing.
“Meidenproblemen?” Joe plofte neer op een stoel en gluurde naar de kaassaus. Mary draaide alle vuren uit en ging tegenover hem zitten. “Eerder jongensproblemen,” zei ze terwijl ze de kip sneed.
Joe trok een wenkbrauw op en begon op topsnelheid zijn bord leeg te eten. Mary stak haar vork in een stukje kip en schoof het heen en weer over haar bord. Ze had geen honger meer. Bovendien had ze hoofdpijn, omdat het enige waar ze aan kon denken, bloed was. En ze kreeg geen bloed. Het was een nooit eindigende cirkel.
“Waar denk je aan?” Joe dronk zijn glas water in één keer leeg en boerde. Sceptisch keek ze hem aan.
“Alsof je dat niet allang weet,” zei ze nors. Hij zat al vanaf het moment dat de telefoon ging in haar hoofd. Hij haalde zijn schouders op en richtte zijn aandacht weer op de dode kip op zijn bord.
Na het eten trok hij zijn collegejacket aan en liep naar de deur. “Waar ga je heen?” Mary blokkeerde de doorgang. Ze hield er niet van als hij ’s avonds wegging; in tegenstelling tot de meeste vampiers had zij een hekel aan de nacht. Joe, echter, was er verzot op. Het donker trok hem aan zoals bij elk nachtdier het geval was. Of bij elk roofdier.
“Mary, chill. Ik ga met de jongens naar het rugbyveld toe. Gewoon een beetje lol trappen. Niks bijzonders. Je hoort me wel thuiskomen.” Hij stapte om haar heen en verdween naar buiten.
Mary hoorde hem het voorpad afsprinten en zijn vrienden begroeten. Zijn vrienden, die allemaal mensen waren en die maar niet begrepen waarom Joe altijd zo snel en onkwetsbaar was op het rugbyveld. Mede vanwege zijn snelheid en harde lichaam had hij een felbegeerde plek in het team veroverd. Wat ook een voordeel was, was zijn gave om gedachten te lezen. Zo kon hij elke zet die de tegenstander maakte voorzien en daarmee ook voorkomen.
Mary liep de trap op naar haar kamer en ging op bed liggen. Met haar ogen volgde ze de pluisjes die door haar kamer zweefden. Even overwoog ze om Jane te bellen, maar ze had geen zin om de hele avond naar ellenlange verhalen over Davy te moeten luisteren. Dus deed ze wat iedere normale tiener zou doen op een saaie zondagavond: ze trok haar jas aan en vertrok.

Ik ben op dit moment bezig met het nieuwe stuk, waar ik dus in vastzit.
Best irritant, maar ik probeer voor vanavond nog een stuk te plaatsen.
Up.

x

Vervolg op deel 2

Treasure Garden was de enige uitgaansgelegenheid in Greenwich Village, dus automatisch ook de plek waar iedereen heenging om te ontspannen na een drukke schoolweek. Toen Mary binnenkwam zag ze in een oogopslag de vriendengroep van Connell, een handjevol leraren bij de bar en haar eigen vrienden bij de pooltafel.
Toen ze Connell een weg zag banen vanaf het toilet liep ze snel naar haar vrienden toe.
“Mary! Jemig, huismus, wat doe jij hier nou?” Abbey gaf een gil en trok haar vriendin in een omhelzing. Mary moest lachen om hoe enthousiast ze door iedereen werd begroet. “Ik verveelde me,” zei ze en het klonk haast als een verontschuldiging. Er steeg een luid gelach op en iemand duwde haar een keu in haar handen.
Twee potjes poolen en zes tequilashotjes bereikte de gezelligheid een hoogtepunt. Alvin en Natalie waren aan hun derde wedstrijd darten begonnen, Tyler en Jazz probeerden elkaar te verslaan met drinken en Jody, Misha, Abbey en Mary waren in een verhitte conversatie over jongens verwikkeld. Bijna iedereen was dronken of goed op weg, behalve Mary. Drank deed haar niets, behalve dat het haar zintuigen verscherpte. Dat hield in dat ze beter hoorde, zag en rook. Iets wat in een café met muffe luchtjes en een hoop lawaai niet erg handig was.
Mary stond op het punt om Abbey uit te dagen voor een nieuwe partij poolen, toen ze plotseling haar naam opving. Mary…
Ze spitste haar oren en keek door het drukke café. Aan de andere kant van het café, bij het zitgedeelte, zaten Connell en Matt, zijn beste vriend, over een biertje gebogen. Connell staarde naar de tafel terwijl hij met zijn flesje speelde en Matt keek alleen maar peinzend voor zich uit.
“Ze moet me niet meer, man. Ik zeg het je.” Connell keek verslagen.
“Dat weet je niet, misschien heeft ze gewoon een pauze nodig. Dat hebben die meiden wel vaker.” Matt gaf zijn vriend een klap op de schouder en zuchtte. Connell schudde zijn hoofd.
“Ze is niet zoals anderen. En ik heb het gevoel alsof ik het heb verknald, maar ik weet niet hoe! Ik wil het zo graag goedmaken… Ze laat het alleen niet toe.”
Mary wendde vlug haar blik af toen Connell opkeek en in haar richting keek. Ze deed alsof ze naar Abbey’s tirade over hoe jongens nooit terugbellen luisterde, maar bleef luisteren.
“Gast, een brief? Je hebt haar een brief geschreven? Mietje die je er bent!” Matt lachte bulderend en zelfs bij Connell kon er een kleine lach vanaf.
“Ik heb hem alleen nog niet gegeven. Wanneer denk je dat –?”
Vlug pakte Mary haar keu weer op en deed een stap uit het zicht. Het laatste wat ze hoefde te weten was wanneer ze de brief kreeg. Hij zou waarschijnlijk vol staan met verontschuldigingen en redenen om bij elkaar te blijven, maar daar zat ze niet echt op te wachten.
“Hallelujah, Mary is back on track!” Jody stootte met haar keu tegen die van Mary en maakte een hoofdgebaar naar de pooltafel. “Nog een keertje? Ik betaal.” Mary knikte en Jody begon de ballen klaar te leggen. Op dat moment floot Abbey zachtjes door haar tanden en riep: “Alarm, alarm. Drie seksgoden op elf uur!” waarop iedereen naar de deur keek.
Abbey had geen ongelijk gehad. De drie jongens die Treasure Garden binnenstapten, waren inderdaad zeer aantrekkelijk. De meeste linkse van het trio haalde bedachtzaam een hand door zijn zwarte haar en liet zijn ogen langzaam door het café dwalen. De middelste jongen stond met zijn armen over elkaar verveeld voor zich uit te kijken. Hij was niet echt meer een jongen te noemen, Mary schatte hem op zo’n twintig jaar. De laatste van het stel zag er het vrolijkst uit. Hij had zijn handen in zijn broekszakken gestoken en wiegde heen en weer op zijn hielen. Zijn blik schoot door de hele zaal heen en zijn mond krulde om in een lach.
“Tijd voor een nieuw rondje! Mary en ik gaan het wel halen,” zei Abbey haastig en ze trok haar vriendin mee door de menigte. Het drietal was naar de bar gelopen en hadden drie stoelen bijgeschoven. Mar deed een snelle analyse voordat ze bij de bar waren.
Ze waren allemaal bleek met opvallend felle ogen en hun gezichten en lichamen stonden gespannen. Ze waren allemaal slank en lenig. Niet het type jongen dat je in Greenwich Village tegen kwam.
“Zes shotjes tequila.” Abbey wuifde naar de barman en leunde toen nonchalant met haar elleboog op de toog, terwijl ze met haar ogen naar de jongens lonkte. De verveeld kijkende ving haar blik en stootte bijna onopgemerkt zijn twee vrienden aan. Met een ietwat arrogante glimlach op zijn gezicht kwam hij naar Mary en Abbey toe.
“Hi.” Zijn stem was zwaar en bezorgde Mary een rilling. Abbey gooide haar blonde haar over haar schouder en gaf hem een kokette glimlach.
“Hallo. Ik ben Abbey en dit is Mary.” Ze trommelde met haar vingers op de toog. De jongen kantelde zijn hoofd en zijn ijsblauwe ogen schoten van Abbey naar Mary en weer terug.
“Ik ben Cal. Die twee daar zijn Rodd en Edin, mijn broers.” De andere twee gleden van hun stoelen en kwamen naast Cal staan. Mary kneep haar ogen samen. Er was iets vreemds aan hen, iets waar ze haar vinger niet kon opleggen.
“Zijn jullie nieuw hier?” kwetterde Abbey verder terwijl ze verwoed met haar ogen knipperde. Cal grijnsde. “Zo kan je het zeggen, ja. We logeren in het huis op de heuvel. Het is familiebezit, maar helaas zonder familie erin.”
“Het is altijd al van ons geweest, maar we zijn pas recent teruggekeerd naar Greenwich Village,” zei Rodd. Op een of andere manier klonk het strijdlustig, alsof hij hen iets duidelijk probeerde te maken. Cal klopte hem sussend op zijn arm en wendde zich daarna tot Mary.
“En jullie?” Het was duidelijk dat het alleen voor haar gold, hoewel het Abbey was die antwoord gaf.
“Wij wonen hier al ons hele leven. We staan met een paar vrienden daarachter – ” ze gebaarde vaag achter zich, “ – hebben jullie zin om bij ons te komen staan?”
Cal wisselde een snelle blik met zijn broers en haalde zijn schouders op. “Natuurlijk, wat kan het voor kwaad om een paar nieuwe mensen te ontmoeten?” Abbey giechelde en liep weg, met Cal en Rodd achter haar. Mary stond samen met, waarschijnlijkst de jongste broer, nog te wachten op de drankjes.
Toen de barman ze met een knipoog neerzette, pakte hij er tot haar grote verbazing drie op.
“Bedankt,” zei ze tegen hem en ze kreeg een glimlach terug. Hm, even een statuscheck.
Edin was een halve kop groter dan zij was met warrig, koperkleurig haar dat was achterover gewaaid door de wind. Zijn ogen hadden de donkerste kleur die ze ooit had gezien; het hield midden tussen pure chocolade en een donkere winternacht. Zijn huid was perfect glad en zijn tanden stonden in twee glanzende rijen recht in zijn mond. Hij had lavendelkleurige kringen om zijn ogen, iets wat hem, gek genoeg, goed stond. Zijn lippen waren twee volle, lichtroze boogjes alsof hij er een tijdje op had gebeten. Hij droeg een vale spijkerbroek en een strak zwart shirt met korte mouwen. Blijkbaar deed de kou hem niets.
Mary zette de glaasjes op de statafel neer en keek toe hoe haar vrienden om de drie nieuwe jongens heen zwermden als bijen om een pot honing. Abbey scheen ontzettend gefascineerd te zijn van Cal, die iets weg had van een mysterieuze badboy. Rodd werd belaagd door Jody, Natalie en Misha, maar scheen het niet erg te vinden en Tyler, Alvin en Jazz waren druk in gesprek met Edin.
Mary keek snel weg toen Edin haar kant op keek en richtte haar aandacht snel op de docenten bij de bar. Mevrouw Bell zat naast meneer Gumball en voerde een monoloog over hoe brutaal de jeugd van tegenwoordig was. Miss Alsema was in gesprek met de sullige geschiedenisleraar en had overduidelijk veel plezier. Meneer Steward, meneer Wilson en de kantinedame vergeleken hun week met elkaar en kwamen tot het besluit dat meneer Steward de ergste pechvogel was, met het record van tien propjes tegen zijn hoofd.
De arme stakker.

Ik post strakjes nog een stuk, ben nu beetje moe van werken.
Reacties en kritiek zijn zeer zeker gewild!

Sorry voor het lange niet-posten

“Sorry, mag ik hier staan?” Mary keek op. Edin stond naast haar met een biertje in zijn ene hand en een papiertje met een telefoonnummer erop in de andere. Haastig knikte ze en maakte plaats voor hem. Hij keek het café door en zijn blik bleef hangen op Connell, die hem donkere blikken toewierp.
Mary wilde zich verontschuldigen, maar Edin grinnikte en draaide hem zijn rug toe. Zijn ogen waren nu op haar gericht, nieuwsgierig en hypnotiserend. Ze pakte haar glas water en dronk het leeg.
“Dus, jullie zijn nieuw hier. Ik ken iedereen hier, maar van jullie heb ik nog nooit eerder gehoord.” Mary likte langs haar lippen en hoopte dat haar ogen nog steeds hun groene kleur hadden. Blijkbaar wel, want Edin deinsde niet geschrokken terug toen ze hem aankeek. Hij schokschouderde.
“Misschien zijn we elkaar misgelopen,” grapte hij.
“Wie weet. Je broer zei net dat het huis op de heuvel familiebezit was. Ik dacht dat het van de Johnsons was?” Mary kon er niets aan doen dat ze vijandig klonk; de starende blik van Edin gaf haar de kriebels en de drank in combinatie met te weinig bloed maakte haar prikkelbaar.
Hij scheen het niet erg te vinden. “Zij hebben het voor ons beheerd, totdat we terug zouden keren. We reizen een hoop rond, dus we hadden een soort… huiszitters nodig. De Johnsons boden zich aan, vandaar. Aardige mensen zijn het.” Hij nam een slok van zijn bier en keek naar zijn broers.
Mary fronste haar wenkbrauwen. De Johnsons waren inderdaad aardige mensen, met mevrouw Johnson maakte ze vaak een praatje, maar het waren nou niet echt types om op een huis te passen.
“Hoelang zijn jullie van plan om hier te blijven?” Mary wist dat ze aan het vissen was, maar ze kon niet ophouden. Ze wilde alles weten, misschien dat het nare gevoel dan wegging. Ze kon Edin natuurlijk ook gewoon hypnotiseren; één simpele blik zou genoeg zijn om hem alles te laten vertellen wat ze wilde weten. Maar in een druk café zou het te erg opvallen als ze ineens overduidelijk contact met hem maakte. Bovendien hield Connell haar ook nog steeds in de gaten. Toch maar doorvragen.
Edin speelde met het papiertje in zijn hand en keek haar niet aan terwijl hij antwoordde: “Een poosje.”
Mary trok haar wenkbrauwen op. Een andere vraag, dus.
“Zijn jullie ook van plan om school te gaan volgen? Ik hoorde dat het lastig is om in te stromen.”
Nu keek hij haar wel aan en hij schonk haar een oogverblindende glimlach. “Ik ben de enige die lessen gaat volgen. Cal en Rodd gaan… andere dingen doen.” Aan zijn toon en houding bleek dat hij het geen prettig onderwerp vond. Mary keek op de klok boven de bar. Kwart voor twaalf, de tijd vloog.
Ze schoof haar glas van zich af en ritste haar jas dicht. Edin volgde haar bewegingen zonder iets te zeggen. Mary gaf hem een halve glimlach en liep naar Abbey.
“Ik ga ervandoor. Heb je een lift nodig?” Abbey had in de tussentijd haar stoel tegen die van Cal aangeschoven en zat praktisch op zijn schoot. Ze lachte verrukt om iets wat hij had gezegd en keek verstoord naar haar vriendin. “Nee, nee. Cal brengt me straks. Ik zie je morgen op school weg.”
Ze stortte zich weer bovenop Cal. Mary zei in het algemeen gedag en knikte kort naar Edin. Hij verfrommelde het telefoonnummer.
De lucht buiten was heerlijk koud en Mary kon de sneeuw die in de lucht hing ruiken. Morgenochtend zou heel Greenwich Village ongetwijfeld vol liggen met het witte spul. Ze was dol op sneeuw, omdat je dan beter kon jagen. Je rook beter en elk kleurig dier zag ze zonder enige moeite. In de winter had ze ook altijd de geslaagdste jachten.
“Mary, wacht even!” Connell kwam over de parkeerplaats naar haar toe gerend, zonder jas. Hij lachte verontschuldigend toen hij naast haar stopte. “Ik dacht, misschien kan ik je naar huis brengen? Net zoals vroeger.” Hij keek haar hoopvol aan. Ze schudde haar hoofd.
“Connell, dat is echt niet nodig. En je moet naar binnen toe, straks vries je nog dood!” Zijn lippen begonnen inderdaad blauw te worden en Mary hoorde het onregelmatige geklop van zijn hart luider worden. God, straks kreeg hij nog een hartaanval vlak voor haar neus.
“Brengt die nieuwe gast je niet weg?” mompelde Connell en zijn wangen werden rood toen ze hem een indringende blik schonk. “Niet doen,” zei ze. “Ik ken hem net. Het is zoals je zei: hij is nieuw.”
Connell stak zijn handen in zijn zakken en zweeg. Mary besloot om een einde aan het gesprek te maken en ontgrendelde de deur van de jeep. Ze stapte in en draaide het raampje omlaag.
“Connell, echt waar, ik meen het. Ga naar binnen!” Hij glimlachte en knikte. Toen ze de motor startte herinnerde hij zich plotseling iets en hij haalde een gekreukelde envelop uit zijn broekzak.
“Ik heb het zelf geschreven,” zei hij overduidelijk geneert. Ze pakte de envelop aan. Dus hij dacht dat nu de juiste tijd was om zijn brief vol ellende aan haar te geven? Erger kon niet.
“Bedankt,” zei ze en ze legde de brief op de passagiersstoel. Hij drentelde nog wat rond maar toen ze het gaspedaal indrukte draaide hij zich om en slenterde terug naar binnen.
Geweldig. Haar avond kon niet meer stuk.

leukleukleuk, i’m a fan.

Dankjewel. Klein stukje dit keer, het moet wel een beetje spannend blijven, nietwaar?

Toen Mary ’s ochtends haar ogen opendeed, scheen het zonlicht haar kamer binnen en floten de vogels buiten hun mooiste lied. Oh ja, haar goede humeur was terug.
Ze sprong uit bed en schoot een spijkerbroek en shirtje aan. Voor de spiegel in de badkamer haalde ze een kam door haar krullen en poetste haar tanden. Terwijl ze over de balustrade naar beneden sprong, neuriede ze een liedje. Joe zat in de keuken met een kom cornflakes op schoot een boek te lezen.
“Goedemorgen,” zong ze en ze wipte op het keukenblad. Hij keek haar vreemd aan.
“Heb je gisteravond iets verkeerds gedronken?” vroeg hij achterdochtig. Stralend schudde ze haar hoofd. “Ik ben gewoon heel vrolijk,” verkondigde ze en ze zwaaide haar benen heen en weer.
Hij rolde met zijn ogen en concentreerde zich weer op zijn boek. “Trouwens, ik hoorde dat er drie nieuwelingen in het dorp zijn,” zei hij zogenaamd tussen neus en lippen door. “Zijn ze een beetje normaal?” Mary bevroor. Ze zag bijna hoe haar goede humeur het raam uit vloog. Wat een eikel!
“Ja hoor, ze gaan wel. De oudste is arrogant, de middelste is verveeld en de jongste ontweek al mijn vragen, maar voor de rest zijn ze net zoals jij en ik.” Ze stak haar tong uit toen hij grinnikte.
Ze pakte een appel van de fruitschaal, liet haar winterjas voor wat het was en huppelde naar de auto. Joe mocht lekker naar school lopen. Met de radio op haar favoriete popzender reed ze naar school.
Abbey zat op het bankje van de parkeerplaats op haar te wachten, genietend van de zon en de muziek in haar oren. Mary zette de motor af en zwaaide. Abbey sprong op met een grijns van oor tot oor. Mary was nog niet eens uit de auto toen ze al begon te ratelen.
“Mary, oh mijn god! Hij is perfect! Cal, hij is gewoon verdomde perfect! Echt waar, hij is een stuk en slim en ontzettend charmant en hij heeft iets donkers en hij kan goed kussen!” Ze liet een tevreden zuchtje horen en keek Mary met stralende ogen aan.
“Kussen? Jezus, Abbey! Je kent hem net een avond en je hebt hem al zitten aflebberen?” grapte Mary terwijl ze door de drukke hal zigzagde. Abbey knikte zwijmelend. Haar wangen waren helemaal roze.
“Niet zolang nadat jij weg was gegaan bracht hij me naar huis toe en toen hij de auto parkeerde hing het gewoon in de lucht. Hij keek me diep in mijn ogen aan en toen…” Abbey liet zich kreunend op haar stoel in het geschiedenislokaal vallen en greep Mary’s arm. “Hij is fantastisch. Ik denk dat ik verliefd ben. Echt verliefd dit keer, niet zoals met Davy.” Ze trok een smerig gezicht en Mary barste in lachen uit.
“Dus je bent helemaal over Davy heen?” vroeg ze plagend.
“Davy wie?”
“Goed zo. Ik zou zeggen, ga ervoor, maar loop niet te hard van stapel. Je moet hem niet afschrikken.” Mary gaapte en ging recht zitten toen Miss Alsema de klas binnenkwam. Ze luisterde met een half oor naar Miss Alsema, die vertelde wat ze die les gingen doen, toen ze ergens in de gang voetstappen hoorde. Hele zachte, verende voetstappen waaruit ze kon opmaken dat de persoon in kwestie geen haast had, dat hij zeer langzaam inademde door zijn mond en dat hij een halve kop groter was dan zij.
Mary schoot overeind toen de voetstappen voor haar klaslokaal ophielden. Er werd een grote hap lucht genomen en toen ging de deur open.

leuk, ik wil weten wat er met die 3 jongens is
snel verder x]

ik denk dat die 3jongens die ze heeft ontmoet ook vampiers zijn,
love you’re story!
moooooooooooore!

Haha, leuke reacties. :slightly_smiling_face:
Tsja, daar komen jullie vanzelf wel achter.
1 Hint: niets is wat het lijkt.

Alle hoofden draaiden richting de deuropening, waar Edin ontspannen tegen de deurpost leunde. Miss Alsema staakte haar betoog en keek verbaasd op. Edin liep naar haar toe en gaf haar een papier.
Hij liet zijn blik door de rumoerige klas glijden en trok geamuseerd een wenkbrauw op toen hij Mary ontdekte. Zijn ogen hielden die van haar opnieuw vast en pas toen Miss Alsema hem aanstootte en hij het contact verbrak, kon Mary weer ademen. Hij deed iets met haar en ze werd er gek van.
“Stel jezelf maar even voor.” Miss Alsema ging op haar draaistoel zitten en maande de klas tot stilte. Edin glimlachte en dacht even na.
“Mijn naam is Edin en ik ben samen met mijn twee broers naar Greenwich Village terugverhuisd. Ik ben slecht in natuurkunde,” hij gaf Miss Alsema een verontschuldigend lachje, “en goed in wiskunde.” Hij sloeg zijn armen over elkaar en was blijkbaar niet van plan om nog iets te gaan zeggen.
Miss Alsema leek nogal overdonderd door het abrupte einde en gebaarde dat hij ergens mocht gaan zitten. Mary probeerde hem met haar geest te dwingen om niet de lege plek naast haar te kiezen, maar helaas was Joe de enige die mensen in hun gedachtegang kon controleren.
Edin liep door de rijen heen naar de stoel naast Mary en ging zitten. Zijn boeken had hij in een oogwenk op zijn tafel en hij leek zich er niet van bewust dat iedereen hem aanstaarde.
Mary bleef hardnekkig naar het bord kijken en deed alsof ze niet merkte dat hij haar in zich opnam.
Ze wilde een help-me blik met Abbey wisselen, maar die was alleen maar als een gek met haar wenkbrauwen aan het wiebelen, dus dat was ook geen optie.
Er zat niets anders op, ze moest met hem praten. Zachtjes zuchtend draaide ze zich naar hem om. Hij steunde met zijn hoofd op zijn rechterhand en met de pen in zijn linker maakte hij vliegensvlug kleine rondjes op de kaft van zijn schrift. Hij zat er zo bij dat het leek alsof hij oplette, maar Mary zag dat hij absoluut niet luisterde naar wat Miss Alsema tegen de klas vertelde. Uiteindelijk keek hij op.
“Dus je hebt besloten om tegen mij te gaan praten?” Hij keek haar vriendelijk aan.
“Misschien. Het hangt ervan af hoe goed mijn humeur is,” reageerde Mary, en ze kon zich wel voor haar hoofd slaan om die domme uitspraak. Gelukkig grinnikte hij zachtjes en ontspande ze zich iets.
“Je bent slecht in natuurkunde, nietwaar? Ik ben juist slecht in wiskunde.” Zijn ogen lichtte op toen hij knikte. Zijn vingers trokken lijnen op het tafelblad terwijl hij haar bleef aankijken.
De spanning bouwde zich op en tot haar grote schrik voelde Mary ineens de huid rondom haar ogen trekken. Snel wendde ze haar blik af en wreef in haar ogen. Word normaal, word normaal, dacht ze wanhopig en ze knipperde op topsnelheid.
“Gaat het?” Edin zat nog steeds in dezelfde positie, maar zijn blik was veranderd in bezorgd. Ze schoot hem een snelle lach toe en zuchtte opgelucht toen de huid weer normaal aanvoelde.
“Ja, ik had wat in mijn oog.” Ze trok een scheef gezicht en draaide zich weer naar hem toe. Hij knikte langzaam en legde zijn pen neer. “Mooi.” Ze knikte naar de tekening die hij had gemaakt en hij haalde bescheiden zijn schouders op. “Valt wel mee.”
Haar ergernis groeide; waarom kon hij niet gewoon meewerken? Ze besloot niets meer te zeggen, maar zodra ze haar aandacht op Miss Alsema richtte, begon hij weer te praten.
“Wat een aparte ring heb je daar.” Hij gebaarde naar de blauwe saffier.
“Familie-erfenis,” zei Mary en ze legde snel haar hand over de ring. Ze wilde geen vragen, want vragen vroegen om antwoorden en antwoorden wilde ze niet geven.
Hij voelde waarschijnlijk aan dat ze er niet over wilde praten en ging rechtop zitten. De rest van de les zei hij niets meer.

oké nu maak je me heel nieuwschierig.
leuk stukje weer!

Niuewsgierigheid is de sleutel van dit verhaal. Ofzo. xd
Morgen komt het nieuwe stukje pas, ik schrijf vooruit en wil niet alles te snel verklappen. Nog even geduld voor. :wink: