nog naamloos

het gaat uiteindelijk over een wereldreis die ze gaat maken

Ik sta boven aan de lange trap die naar mijn kelder leid. Mijn handen tasten naar het lichtknopje. Terwijl de duisternis verdwijnt, verschijnen de spinnenwebben in de bijna lege ruimte. Ik doe eigenlijk nooit wat met deze ruimte, het ingesloten gevoel als ik in de kelder sta maakt me duizelig. Voor me staan de drie dozen die ik zoek. ‘Mijn herinneringen’ staat er met grote letters opgeschreven. Ja, het normale deel van mijn herinneringen. Ik maak de eerste doos open en vind daar mijn oude schoolschriften van de basisschool. Ze staan volgeschreven met: ‘Meester is stom.’ Ik herinner me meester Jan, hij liet me altijd vooraan zitten, wat ik verschrikkelijk vond. Met een grijns stop ik de schriften weer terug in de doos. In de volgende doos zitten veel kleine knuffels, beeldjes en foto’s. Een knuffeltje dat ik sinds mijn geboorte altijd bij me had totdat ik er te oud voor werd. Naast het knuffeltje ligt een foto van mij, als 9 jarig meisje, naast mijn opa. Naast mijn opa Hendrik, mijn grote voorbeeld. Hij vertelde me altijd verhalen over de oorlog die hij mee had gemaakt. Hij was zo grappig en ik kon altijd bij hem terecht. Ik weet nog veel van zijn verhalen over zijn wereldreizen en toen hij erover vertelde fantaseerde ik dat ik ze zelf beleefd had. De foto is gemaakt toen mijn lieve opa nog leefde. Hij is overleden aan longkanker toen ik tien jaar was, ik ben er een jaar kapot van geweest. Ik leerde ermee leven en durfde eindelijk weer bij mijn oma op bezoek te gaan. De laatste doos was de doos die ik zocht.

Mijn dagboeken. De eerste begint in 2002 toen ik 9 jaar was, mijn opa heeft mij het dagboek gegeven voor mijn verjaardag. Er staan dingen in zoals mijn verjaardag, de verhalen van mijn opa en hoe stom mijn broers altijd waren. Aan het einde van het dagboek heb ik een brief aan mijn opa geschreven toen hij overleed. Ergens hoopte ik dat hij zou weten dat ik heb zou missen. Het volgende dagboek was toen ik 11 jaar was, toen had ik weer een beetje hoop gekregen in schrijven. Mijn schrijfstijl was ook veranderd, ik beschreef ineens veel meer dingen die ik zag. Niet alleen verhalen over school maar ook hoe ik de wereld om mij heen zag. De verhalen over de basisschool doen mij glimlachen. Ik had een groepje met 3 andere meisjes uit mijn klas. Na schooltijd gingen we bij een meisje in de garage zitten en bespraken we alles wat wij oneerlijk vonden. Vaak kwam het uit op geroddel over andere meisjes totdat we gebeld werden door onze ouders, dat het eten klaar stond. Als ik aan het bladeren ben vind ik een lijstje met 10 dingen die ik voor mijn 25ste gedaan wil hebben.

  1. Nog vriendinnen zijn met de meisjes van de basisschool
  2. Een journalist zijn net als opa was
  3. Trouwen met een lieve man
  4. Kinderen krijgen
  5. Een hond hebben
  6. Een super coole auto hebben
  7. Een huis met een vijver hebben
  8. Een boek geschreven hebben
  9. Een wereldreis gemaakt hebben net als opa
  10. Gelukkig zijn

Ik realiseer me dat ik geen van die tien dingen nu heb of heb gedaan. Gelukkig zijn, als kind lijkt gelukkig zijn zo makkelijk, maar als ik ouder word is het steeds moeilijker. Je kunt me niet vertellen dat ik nooit gelukkiger kan zijn als op dit moment. Ik ben 21 jaar, zit in mijn laatste jaar van de journalistiekopleiding en heb een huisje waar ik net in kan leven. Een man? Nee, er is op dit moment niet eens een vaste relatie in mijn leven. Door dit lijstje te zien krijg ik alleen nog maar meer medelijden met mezelf. Vriendinnen zijn met mijn basisschoolvriendinnen zit er ook niet meer in, na de middelbare school is iedereen een andere kant opgegaan en niemand heeft ooit moeite gedaan om met mij in contact te blijven. Gelukkig heb ik Naomi nog, ze is mijn steun en toeverlaat in zware en leuke tijden. Samen met haar heb ik eigenlijk mijn hele leven meegemaakt. Ze was mijn buurmeisjes sinds mijn zesde, het was verschrikkelijk om uit huis te gaan en haar achter te laten. We zijn zo verschillend maar toch weer hetzelfde, geweldig persoon.

Er volgen nog tien dagboeken, tot mijn 17e schrijf ik over mijn eerste ervaringen met familie, vriendinnen, school, jongens, drank en drugs. Ja, met drugs was ik vroeg. Het was een periode waar nooit iemand trots op is, maar toch een keer beleefd moet hebben. Het was de periode die ik niet zal vergeten maar toch blij ben dat ik er vanaf ben gekomen. Dat kan ik niet over mijn vrienden zeggen, ik ben elke dag trots op mezelf dat ik niet hun achterna ben gegaan. Mijn eerste keer drank was gelijk mijn eerste keer dronken en ook mijn eerste kater. ’s Ochtends werd ik wakker met verschrikkelijke koppijn, misselijkheid en met de gedachte dat ik nooit meer een druppel drank zou drinken. Het volgende weekend was ik die belofte aan mezelf allang weer vergeten. Het volgende verhaal wat ik lees is een lange, de scheiding van mijn ouders. Het was niet een normale scheiding, maar eigenlijk zijn alle scheidingen niet normaal.

23 september, ik was 14 en ik zat braaf op mijn kamer huiswerk te maken. Zoals je in het fijne Nederland wel vaker hoort, het regende verschrikkelijk. Ik had mezelf afgesloten van de wereld van ruzie, de wereld die mijn ouders nogal vaak bezochten. Met oordopjes, die naar mijn mp3 leiden, in mijn oren kon ik me tenminste op Engels concentreren. Zelfs door de muziek heen hoorde ik ze schreeuwen, deze ruzie was anders. Het was niet mijn moeder die huilde, maar mijn vader. Het was niet mijn vader die schreeuwde, maar mijn moeder. Ik liep langs de kamers van mijn broers, Tim en Robert, die zich ook allebei hadden opgesloten. Ze zouden ook niet weten waar deze ruzie overging dus besloot ik het aan het ruziënde stel te gaan vragen. Hoe dichterbij ik kwam, hoe luider het geschreeuw werd. Het eerste wat ik zag toen ik de woonkamer binnen liep waren koffers. Koffers die betekenden weg, voor een lange tijd weg? Ik keek mijn moeder met tranen in mijn ogen aan, maar toen zag ik dat het mijn vaders koffers waren. Hij stond daar, tegen over mijn moeder, hij zou net wat zeggen maar stopte omdat hij zag dat ik binnen liep.

Er gebeurde zoveel tegelijk, mijn moeder barste in tranen uit, mijn vader probeerde haar te troosten, mijn moeder gaf hem een klap, liep weg en mijn vader liep achter haar aan. Iedereen wist stiekem dat dit ging gebeuren, maar wanneer was de vraag. ‘Wat heb je gedaan?’ vroeg ik met woede in mijn ogen aan mijn vader. ‘Waarom denk je dat het mijn schuld is, lieverd?’ antwoordde hij terwijl hij zijn tranen wegveegde. ‘Ik ben niet achterlijk, geef antwoord.’ Ik vroeg het hem, maar eigenlijk wist ik het antwoord al. Bevestiging, dat wou ik. ‘Ik heb een andere vrouw ontmoet, waar ik nu verliefd op ben.’ Dat was het, mijn vader was mijn vader niet meer. Op dat moment kon hij oprotten, niks kon mij meer schelen. Wat hij zou zeggen zou mij niks kunnen schelen, deze keer kon hij het niet goed praten. Hufter. Ik ben naar Naomi gegaan en heb daar drie uren liggen huilen, ze was er voor me toen ik haar nodig had. Dat kon ik niet van mijn vader zeggen. Die avond kon ik niet naar huis, ik bleef bij haar slapen en we hebben de hele nacht gepraat.

De volgende dag ben ik gewoon naar school gegaan met een nep glimlach op mijn gezicht. Ik durfde niet thuis te komen, maar toen het negen uur ’s avonds was ben ik toch maar naar huis gegaan. Mijn vader zijn kleren kast was leeg, al zijn eigendommen waren verdwenen. Al de bewijzen dat mijn vader hier had gewoond waren samen met hem vertrokken. Het was net alsof mijn vader nooit had bestaan. Het enige bewijs dat hij wel bestond was het verdriet dat hij had achtergelaten. Mijn moeder haar glimlach was ook verdwenen en kwam na een maand een klein beetje terug.

De band met mijn moeder veranderde. Ze was niet meer hetzelfde als voor de scheiding, dat merkten ik en mijn broers elke dag. De regels werden strenger, ze vertrouwde ons niet, ze werd zomaar boos om alles. Ze bleef vier jaar lang boos op mijn vader, die nog wel contact probeerde te zoeken. We steunden elkaar door nooit op een mail of een telefoontje van mijn vader te reageren. Na een paar jaar werd ik bozer op mijn moeder dan op mijn vader. Mijn vader ging door met zijn leven en probeerde het beste ervan te maken, dat kon ik niet van mijn moeder zeggen. Gelukkig had ze werk, anders had ze de hele dag in bed blijven liggen. Mijn boers verwerkten het op hun eigen manier en gingen ook snel het huis uit. Het gezin werd langzaam maar zeker uitelkaar gedreven. Kortom, leven met mijn moeder was niet langer prettig. Dat was ook een van de redenen dat ik op mijn achttiende in Zwolle ging wonen.

Over mijn studententijd in Zwolle heb ik geen woorden. Ik leerde over het enige wat me ooit heeft geïnteresseerd, journalistiek. De nieuwe vrienden die ik heb gemaakt stonden wel voor me klaar, maar het was niet hetzelfde als wat ik met Naomi had. Dat was meer omdat ik zoveel herinneringen met haar deelde. Niemand begreep mijn grapjes over de snackbar of over bepaalde jongens. Het eerste jaar kwam ik elk weekend terug naar Friesland en sliep ik bij Naomi om haar toch nog te kunnen zien. Dat veranderde toen ze zelf ook op kamers ging in Groningen. We spraken nog wel elke zaterdag af, maar het betekende ook dat ik drie jaar lang niet meer naar Friesland ging.

Op mijn 21ste verjaardag gaf ik een groot feest. Mijn nieuwe en oude vrienden waren er. Zelfs Tim en Robert waren uit Friesland gekomen om met mij mijn verjaardag te vieren. Ik had ze al een jaar niet gezien dus de avond kon niet meer stuk! Naomi had haar nieuwe vriend meegenomen. Het was een charmante jongen, maar toen hij net wat teveel drank in zich had gepompt lag hij op straat te kotsen. Daarna heeft ze hem naar huis gebracht. Nadat alle drank op was zijn we met z’n allen de stad in gegaan. Opstap gaan met je broers is soms vreemd, maar deze keer was het geweldig. We vergaten al het verleden en het was net zoals vroeger. Iedereen ging rond zes uur weer richting huis, maar mijn broers bleven slapen. We besloten alvast te gaan ontbijten dus waren pas rond acht uur weer thuis. We liepen door mijn gang richting mijn kamer toen we zagen dat er een man voor mijn deur lag te slapen. Voorzichtig liepen we erheen en onderzochten de man. Hij kwam ons bekend voor dus maakten we hem wakker. Hij deed zijn ogen open en had een herkende blik in zijn groene ogen.

In de grote gedeeltes heb je geen alinea’s, waardoor ik niet eens wil beginnen met lezen. :x

oke, nu wel? wtf

Ik had het niet over witregels, maar gewoon over een entertje.

Ik vind het persoonlijk vervelend om zo’n heel stuk te gaan lezen terwijl je nog niets eens weet waar het over gaat. Misschien kon je beter eerst een inleiding of proloog schrijven.