No titel yet

Daphne Jacobs 2005

Sneller, sneller, ik moet sneller rennen. Ik hoor de voetstappen achter me aan en ik denk dat het er minstens tien zijn die achter me aan zitten. Ik moet sneller rennen want ik weet dat er over een paar meter een boom is waar ik in kan klimmen. Vorige keer toen ik in de boom zat gingen ze ook na twee uur weg, mijn benen deden toen wel pijn maar ik hield het wel uit. Het zweet begon ik steeds beter te voelen en mijn longen begonnen te steken. Nog heel eventjes volhouden. Opeens voel ik de harde grond op mijn gezicht en ik proef de aarde. Ik kan een paar seconden niet ademen en voel de pijn in mijn voorhoofd. Hoestend en proestend probeerde ik me te herinneren waar ik voor aan het weg rennen was maar voordat ik het me herinnerde voelde ik twee knieën op mijn schouderbladen drukken. Nog steeds kan ik geen adem halen en mijn hoofd deed steeds meer pijn. Ik moest proberen te herinneren waar ik was zodat ik mijn volgende zet kon bedenken. ‘Ik heb haar, ik heb de stomme trut te pakken!’ Ik herkende de schrille, gillende stem. Ik hoor dat het Lizebeth is en meteen weet ik weer waar ik voor aan het vluchten was. Ze kwamen me weer achterna omdat ik in de pauze binnen was blijven zitten. Als zij nou eens snapte dat ik ook liever buiten kwam spelen! Ik wil ook touwtje springen en het nieuwe tikspel leren maar van mam moet ik gewoon oefenen! Ik hoor de voetstappen van de andere steeds harder maar ook langzamer, ze waren dus dichtbij en voelde niet meer de noodzaak om te rennen. Ze weten toch dat Lizebeth me te pakken had. Lizebeth is het populairste meisje van de hele school en ze is super goed in atletiek en turnen, daarom haalt ze me altijd in. Ze heeft lang blond haar en ziet er zelfs mooi uit als ze helemaal geen make-up op heeft. De andere kwamen eindelijk tot stilstand en Lizebeth kwam van me af. Ik werd tot twee mensen opgetilt en tegen een boom aangezet.

Eindelijk kreeg ik de kans om het aarde uit mijn mond te tuffen maar ik durfde het niet, dan zou ik zelfs nog meer voor schut staan dan dat ik nu al doe. Ik voelde de druk uit mijn hoofd weg trekken en deed langzaam mijn ogen open. Ik zie dat ze er vandaag allemaal zijn. De meisjes en de jongens. Meestal als ze allemaal samen zijn is het het ergste, dan willen ze allemaal stoer doen en dan gaat het steeds verder. Augustus begon te praten tegen Liam en toen Liam zijn bevestigende lachtje gaf stapte Augustus op mij af. ‘Zo zo Daphne, probeerde je weg te rennen? Ik wilde alleen maar even sorry zeggen dat ik je perongeluk liet struikelen hoor.’ Hoopvol kijk ik Augustus aan, zou het echt zijn dat hij gewoon sorry wilde zeggen? Dan hoefde ik dus helemaal niet weg te rennen! Ik voelde een last van mijn schouders vallen en ik begon voorzichtig te glimlachen, tot dat ik een gemene lach uit het groepje hoorde. ‘Dacht je dat dat perongeluk was? Hahaha, je bent echt eend domme trut zeg!’ Ik zie dat het Liam is die het zegt en ik kijk naar beneden zonder te reageren. Ik krijg een stomp in mijn maag en ik duikel voor over. Meteen voel ik twee handen op mijn schouders die me weer rechtop zetten. Ik weet dat ik die stomp verdiend had omdat ik niet reageerde op Liam zijn opmerking. Ik bijt om mijn lip en ik probeerde de tranen in te houden, ik probeerd het echt! Toch voelde ik mijn ogen zich vullen met tranen en begonnen over mijn wangen te stromen. De hele groep begon te lachen ik voelde me steeds kleiner en kleiner worden. Mary stapte naar voren en fluisterde iets naar Lizebeth, toen zij hard begon te lachen wist ik dat het echt foute boel was. Lizebeth liet niet vaak weten dat ze trots was op iemand, dit lachje moet dus betekenen dat Mary’s plan dus echt heel gemeen was. Mary stapte op me af en ze leek nog een beetje te twijfelen, het duwtje dat Lizebeth haar in de rug gaf, gaf haar het laatste beetje moed om het echt te doen. ‘Je bent echt het aller grootste watje dat er is. Je bent zo bang voor ons dat je niet eens buiten durft te spelen! Je zegt dat het komt omdat je moet oefenen van je moeder maar dat is helemaal niet waar. Jouw moeder is lief en mooi, zij doet niet zo stom. Jij wil zelf gewoon binnen blijven. Kom voortaan gewoon niet meer naar school, niemand wil jou hier!’ Ze keek me recht in mijn ogen aan en leek geschrokt te zijn van haar eigen woorden en keek even achterom. Lizebeth knikte naar haar, Mary draait zich terug naar mij en tuft recht in mijn gezicht. Ik voel het milimeter voor milimeter naar beneden stromen en het lijkt eventjes doodstil te zijn. De hele groep lijkt geschrokt maar dan begint Lizebeth te lachen en al snel doet de hele groep mee. Ik voel me kleiner en kleiner worden en weet dat Mary gelijk heeft. Helemaal niemand wil me en ik zou inderdaad niet meer naar school moeten komen, ik ben inderdaad het aller grootste watje en ik ben ook bang voor ze. De groep loopt langzaam weg, ik val op de grond en begin te huilen. Het zand kwam in mijn haren en ik wist dat er beestjes op de grond zaten die nu over me heen begonnen te kruipen. Mijn kleren werden vies en mijn laarzen waren verpest want ze lagen in de modder. Ik voel de regen op mijn huid en na een paar minuten sta ik op en loop ik naar huis.

Na een half uurtje lopen ben ik al thuis en ga ik rustig naar binnen. Ik ruik dat mamma vandaag gekookt heeft, ik ruik de geur van chocola en ook de geur van kip piri piri. Ik hoop echt dat mamma vandaag niet boos is. ‘Mam, ik ben thuis!’ Ik loop naar de keuken en kijk voorzichtig om de hoek, zodra ik haar glimlach zie ren ik naar binnen en gooi ik mijn tas op tafel. Vandaag is ze in een goede bui! ‘Hooi mam, hoe was je dag? Is Justin thuis? Wanneer eten we?’ ‘Rustig meisie, een vraag tegelijk. Mijn dag was prima hoor, beetje saai. Justin is niet thuis, hij is op training en we eten zodra hij klaar is met training. Wat ík belangrijker vind is hoeveel je vandaag heb geoefend?’ Waarom vraagt ze nou altijd meteen naar het oefenen, het zou leuker zijn als ze eens vroeg naar hoe mijn dag was. Maar ze vraagt in iedergeval naar me! ‘Ik heb vandaag iedere pauze piano gespeeld en ik zal tot het avondeten verder oefenen, oke?’ Mamma’s trotse glimlach is genoeg voor mij om te weten dat mijn antwoord helemaal goed is! Op school doe ik het misschien niet goed, maar mamma kan ik wel gelukkig maken. Zonder op haar antwoord te wachten pak ik mijn tas op en ren ik naar de piano.

Ik pak de muziekbladen uit mijn tas en zet ze op de houder. Voorzichtig ga ik op de goede afstand van de pedalen zitten, zet ik mijn armen in de juiste hoek en zet ik voorzichtig mijn vingers op de goede toetsen. Ik sluit mijn ogen en hoor de eerste noten van Vivaldi’s Lente. Lichte klanken en de vrolijke melodie nemen me mee in een andere wereld. Ik word rustig en voel alles wat er vandaag gebeurd is van mijn schouders afvallen. Ik kijk op want ik weet dat nu het moeilijke stuk komt, ik moet opletten en zorgen dat iedere noot goed gaat. Ik doe mijn best maar merk dat ik langzamer ga spelen, morgen moet ik dit stuk helemaal kennen en nu gaat het helemaal mis. De noten gaan door elkaar en ik hoor de valsheid er door heen klinken. Opeens hoor ik een knal. Een kristalle fles met bloemen werd naast mijn hoofd tegen de muur aan gegooit. Ik wil me niet bewegen en weet wat er nu gaat komen. Ik kijk niet om en speel mijn stuk gewoon opnieuw, als ik het nu helemaal goed doe wordt ze niet boos. Nog een keer. Beter dit keer. Elke keer beter en mooier. Ik begin opnieuw en het begin gaat weer goed. Ik kom bij het nieuwe stuk en word zenuwachtig, het water ligt op de toetsen en ze zijn glibberig. De noten gaan weer verkeerd maar ik speel door. Ik word bang en begin te huilen maar ik kan niet stoppen met spelen. Ik moet doorgaan met spelen want dan is mamma trots. Dat moet ik kunnen doen want anders gaat alles mis. Mamma moet gewoon trots zijn. ‘Fout! Fout! Allemaal fout. Je hebt helemaal niet geoefend, je doet het vreselijk. Iemand die oefent speelt niet zo.’ Niet omdraaien, gewoon niet omdraaien en dan komt alles wel goed. Hou je tranen nou eens in, dat lost niets op! ‘Dom kind, stomme mislukkeling. Doe je dan nooit iets goed?’ Mamma is nu aan het huilen en de tranen stromen langs haar wangen. Het is mijn schuld, mijn schuld dat ze huilt, het is allemaal mijn schuld. De voordeur slaat dicht en Justin komt de woonkamer in lopen. Hij ziet de scène die zich voor zijn ogen afspeelt en loopt naar boven. Vroegen beschermde Justin me nog af en toe, maar ik denk dat hij het heeft opgegeven. Hij weet dat ik mam teleur zal blijven stellen, dus waarom zou hij nog moeite doen om me te helpen? Ik hoor mam op de achtergrond verder schreeuwen en draai me nog steeds niet om. Eens dan zal alles anders zijn, dan ben ik omringd door licht en muziek. Alles zal mooi zijn, de omgeving, de mensen om mij heen, de muziek, het licht en het mooiste van alles zal ik zijn.

Dit is het eerste deel van het verhaal, ik hoop dat iemand het leuk vind :cold_sweat:
Niet het hele verhaal is uit dit “jeugdige” perspectief geschreven mar dit leek mij de beste manier om te beginnen. Laat me alsjeblieft weten wat je er van vind!

Persoonlijk vind ik het teveel drama om mee te beginnen. Ook schrijf je met tt en vt door elkaar heen, let daar op!

Daphne Jacobs 2014[/font]

[size=15px]We lopen door de massa en weer gaat de tijd langzaam. Alles is intenser en ik voel alle lijven tegen me aan, ik blijf aan ze allemaal plakken en voel me weer los getrokken worden. Ik ruik de zoute zweet geur die altijd op deze plaatsen lijkt te hangen. Het licht is nog steeds mooi maar de schoonheid wordt minder, ze lijken wat harder te zijn. Het licht is niet langer perfect. Het licht twijfeld aan zijn eigen perfectheid en door zijn onzekerheid zal het snel slecht worden. Als het perfecte twijfeld aan zichzelf verliest het alles wat hem ontastbaar maakt. Ik wil stoppen en naar het licht blijven kijken maar ik voel dat Dimitri me verder trekt dus ik stop mijn stilstand en kom weer in beweging. We lopen verder en verder en er lijkt geen einde aan te komen. Ik stop en wil niet meer verder lopen. Hij kijkt achterom en lacht, een ondeugende lach. Een lach die macht laat zien. Ik kom weer in beweging en dan staan we opeens buiten. De koude, harde lucht raakt me in mijn gezicht en ik lijk weer klaar wakker te zijn. Ik realiseer me weer waar ik ben en ik weet dat ik alleen ben met Dimitri. Waar is James? Hij moet me beschermen, ik wil niet alleen zijn. Ik wil terug naar binnen want daar is James maar in de club is de chaos terug in mijn hoofd. Ik wil niet alleen zijn met Dimitri, ik ben bang. Ik moet weg maar ik moet de orde houden. Wat moet ik doen, waar moet ik heen en hoe kan ik de orde houden? Ik ben alweer gestopt met lopen en Dimitri begint nu geïriteerd te worden. ‘What’s going on? Don’t you want to come with me? I won’t hurt you, I promise.’ Ik keek naar zijn lippen terwijl hij mij dit
[size=15px]vertelde en het voelt niet goed. Zijn mond vormt weer zijn ondeugende lach. Ik zie zijn tanden die niet menselijk lijken. Ze zijn te scherp en ze horen niet thuis in zijn mond. Ik moet hier weg. ‘Baby, come on. I gave you the drugs, don’t I deserve a reward? Come on babe, now!’ Ik weet dat ik hulp nodig heb en ik moet weg bij hem. Ik wil gaan gillen maar voordat ik dat doe voel ik een koude hand om mijn pols sluiten. ‘Daphne? Kom, we gaan hier weg.’ Ik draai me om en zie James staan. De rust keert weer terug in mijn hoofd en ik pak James heel stevig vast.