(Nieuw verhaal) Wraakgevoelens

[b]Hallo dames!

Ik schrijf al een paar jaar verhalen maar heb het nu al een tijdje niet meer gedaan. Nu vond ik vandaag een verhaal die ik graag verder wil schrijven. Ik post een kort stuk om te kijken of er enthousiaste mensen zijn waarvoor ik het verhaal verder kan schrijven. Laat maar weten.

Enjoy![/b]

Koude wind waait langs haar gezicht. Ze trekt haar sjaal verder over haar gezicht heen, tot over haar neus. Stel dat ze gezien wordt, dan mag ze absoluut niet herkend worden. Hoe lang zit ze hier nu al te wachten? Voor haar gevoel al uren. Als ze op haar horloge kijkt ziet ze dat het behoorlijk mee valt. Nog geen kwartier. Ze voelt in haar zakken en voelt het koude metaal op haar vingers. Een machtig gevoel kruipt door haar heen. Plotseling hoort ze een geluid. Ze kijkt voorzichtig langs de container heen. Een vage schim komt haar kant op. Dat moet hem zijn. Even later hoort ze zachtjes zijn stem, steeds luider wordend bij elke stap in haar richting. Haatgevoelens bekruipen haar. Wat walgt ze van die stem. Hij nadert steeds dichterbij. Hij stopt met telefoneren en wanneer hij haar passeert ziet ze haar kans. Ze springt te voor schijn en grijpt hem beet. Haar hand om zijn lippen heen. Hij slaakt een gesmoorde kreet uit. Bange ogen kijken haar aan. Ze kijkt hem aan en voelt zich ontzettend machtig. Ze houdt hem stevig vast en voelt de adrenaline door haar lijf gieren. Nu heeft zij eens een keer de touwtjes in handen. Ze denkt terug aan alles wat er gebeurd is. Een zwarte waas trekt voor haar ogen en ze voelt zoveel haat op dit moment. ‘Vuile klootzak!’ ze haalt uit en hij zakt in elkaar. Meteen raak… Met zijn hoofd valt hij op de grond. Ze hoort zijn laatste gekerm aan en dan is het stil. Een rode vlek verschijnt op zijn jas wordt alsmaar groter. Ze kijkt gefascineerd naar de plek die groter en groter wordt. Wat een mooi gezicht… Ze geniet hier van en werpt nog een laatste blik op zijn gelaat. Dan draait ze zich om en rent weg in de duisternis…

Diep in haar boek verzonken zit Fay te lezen op de bank. Eigenlijk zou ze nu huiswerk moeten maken maar daar is haar boek te spannend voor. Ze schrikt op door het geluid van de deur die dicht slaat en ze hoort het geluid van een sleutelbos die neer gegooid wordt. Zuchtend komt haar zus binnen. ‘Pff, wat een dag.’ Ze kijkt haar zus aan. Die is niet bepaald in een goede stemming. Snel pakt ze haar spullen en loopt ze naar boven. Ze heeft geen zin in commentaar en gezeur van haar zus. Daar is ze nogal goed in. Sinds de dood van haar moeder zorgt haar vijf jaar oudere zus Thirza voor haar. Gelukkig konden ze thuis blijven wonen en hoefde ze niet naar een pleeggezin. Maar of dit nou bepaald goed voor haar is? Thirza heeft amper oog voor haar en laat haar behoorlijk in de steek. Zuchtend legt ze haar boek weg en begint aan haar huiswerk. Om zes uur hoort ze haar zus roepen. ‘Ik heb eten klaar gezet. Ik ga naar Janick en Nigel. Bye.’ Fay legt haar hoofd op haar bureau. Zo gaat het altijd. Gezellig, alleen eten. Nooit een keer gezellig samen eten. Altijd is haar zus weg. Alleen maar met haar eigen vrienden en zichzelf bezig. Traag loopt ze naar beneden. Met tegenzin pakt ze het bord macaroni van het aanrecht en ploft op de bank neer. Tv aan, bord op schoot. Ze zapt van zender naar zender en eet ondertussen haar bord leeg. Niks leuks op tv. Als ze haar bord leeg heeft zet ze het bij de rest van de afwas. Ze ziet dat Thirza nog steeds niet afgewassen heeft. Een grote verzameling van borden, pannen en bestek. Waarschijnlijk van een week lang. Zij moet ook echt alles doen. Terwijl haar zus voor haar zou gaan zorgen. Lekker dan. Dan moet zij het maar weer doen. Zuchtend pakt ze een afwasborstel en draait de warme kraan open. Om negen uur gaat ze naar boven. Dan maar naar bed toe. Ze heeft toch niks beters te doen. Als ze in bed ligt pakt ze haar schrift erbij. Ze kauwt op het uiteinde van de pen en denkt na. Dan begint ze te schrijven.

‘Leegte in m’n leven. Niemand die voor me zorgt of naar me om kijkt. Niemand die me even knuffelt of een zoen geeft. Niemand vind me leuk of lief. Waarom leef ik? Dat is wat ik me altijd weer afvraag. Gewoon omdat ik leef. Maar wat heeft mijn leven voor een zin. Het zit vol met leegte.’

Ze doet haar schrift dicht en legt hem onder haar kussen. In het schrift schrijft ze gedichten over hoe ze zich voelt. Het zijn eigenlijk alleen maar depressieve, treurige gedichten. Maar ja, zo voelt ze zich ook. Ze voelt zich alleen. Een traan valt op haar kussen. Huilend valt ze in slaap.

Leuk stukje! Ik heb meteen zin om verder te lezen… Super goeie schrijfstijl ook.

Ik zie nu dat er toch reactie is, leuk! Dankjewel. Ik zag dat het gelezen was maar dat niemand reageerde. Dacht dat 't niks was… Ik post vanavond een nieuw stuk voor jullie!

Ze wordt om half zeven wakker van harde muziek. Het komt uit de kamer van Thirza. Ze wrijft door haar ogen. Pfoee, wat is ze nog ontzettend moe. Ze grist een truitje en een vale broek uit de kast. Wat maakt het ook allemaal uit. Ze haalt nog vluchtig een borstel door haar haar en gaat naar beneden. Ontbijt maken, eten, brood smeren, tanden poetsen, tas inpakken en fietsen naar school. Haar standaard ochtend. Het is elke dag weer hetzelfde. Haar hele leven is continu eentonig. Als ze de school binnen komt is het erg rustig. Vreemd, hoe laat is het dan? Shit, shit, shit! Het is kwart over acht geweest! Was ze dan zo laat? Als ze bij de balie aankomt zit de receptioniste verveeld naar het computerscherm te staren. Ze draait met haar vinger een lok haar rond. In een bepaald ritme kauwt ze op haar kauwgom. Op haar borst hangt een naamkaartje met de naam Tanja. Ze merkt haar niet eens op. Fay kucht zachtjes. Met een duffe blik kijkt Tanja haar aan. ‘Ja?’ Het komt ongelofelijk verveeld uit haar mond. ‘Ik ben te laat.’ Fay friemelt onzeker aan haar haar. Tanja zucht. ‘Naam en klas?’ ‘Fay uit 3tb.’ Eindelijk kan ze weg bij dat mens. Ze staat voor het klaslokaal en haalt diep adem. Voorzichtig doet ze de deur open. Dertig paar ogen kijken haar aan. Ze voelt de ogen in haar lichaam prikken. Ze voelt haar hoofd rood worden. Vreselijk vindt ze dit! Snel loopt ze naar haar plek. Gelukkig zegt niemand wat. De leraar gaat verder met zijn verhaal over de koude oorlog. ‘Uiteindelijk kwam er een afscheiding tussen oost en west Berlijn. Weet iemand de naam van deze afscheiding?’ Niemand geeft antwoord. Eigenlijk weet ze het wel, maar ze durft het niet te zeggen. Nee, alsjeblieft. Geef me geen beurt. Fay verstopt zich achter degene voor haar. Gelukkig krijgt Els de vraag. Ze kijkt naar meneer de Greef. Grijze baard, dik buikje, blousje met de bovenste knoopjes los, borsthaar, een dun snorretje, dikke wenkbrauwen en een grote bril. Blegh, kan die kerel die knoopjes niet dichtdoen?! En hij mag ook wel iets afvallen zeg. En als je dan toch bezig bent haal die baard er ook meteen vanaf. ‘Fay?!’ shit, shit waarom heeft ze nou weer niet opgelet. ‘Ja?’ Meneer de Greef kijkt haar fronsend aan. ‘Wat is het antwoord op de vraag?’ Bang kijkt ze door de klas. Ze heeft de vraag niet gehoord. En niemand die haar even helpt. Iedereen kijkt haar dom aan. ‘Sorry, ik heb de vraag niet gehoord.’ Ze voelt dat haar hoofd weer ontzettend rood wordt. Meneer de Greef zucht. ‘Eerst kom je te laat en dan let je niet op. Het lijkt me verstandig als je na het zesde nog even langer blijft.’ Ze baalt van zich zelf. Tijdens de les dwaalt ze altijd af met haar gedachten. Ze heeft zoveel om over na te denken en dan let ze weer niet op. In de pauze gaat ze naar de bibliotheek. Daar is het tenminste rustig. Ze loopt langs het schap met boeken en speurt langzaam alle boeken af. Dan valt haar oog op een boek. ‘Perfecte moord.’ Ze pakt het boek uit het schap en leest de achterkant. Het boek spreekt haar wel aan op de een of andere manier. Langzaam loopt ze richting de zithoek en ploft neer in een luie stoel. Ze slaat het boek open en begint te lezen. Langzaam verdwijnt ze helemaal in het boek en zit ze in een andere wereld. Vaag hoort ze een stem. ‘Hallo, meisje. Hallo?’ Ze kijkt verward op en kijkt recht in het gezicht van de bibliothecaresse. ‘Hoor jij niet in de les te zitten?’ Ze kijkt de vrouw met grote ogen aan. Snel werpt ze een blik op de klok. Ze ziet dat het tien over één is. De les is al bijna een half uur aan de gang. ‘Uhm… ja ik eh… Ik moet eigenlijk weg.’ Snel pakt ze haar spullen bijeen en loopt de bibliotheek uit. In haar haast vergeet ze het boek terug te zetten. De bibliothecaresse kijkt haar hoofdschuddend achterna.

Fay gooit de deur open en smijt haar tas op tafel. ‘Klote school! Klote leven!’ Dan hoort ze gegiechel. Ze kijkt om de hoek en daar zit Thirza met wat vrienden op de bank. Kan haar leven nog verotter? Ze pakt haar tas en rent naar buiten. Weg hier, nu! Ze gaat bij de eerst volgende halte staan en stapt de bus in. Ze gaat helemaal achterin de bus zitten. Zo kan ze iedereen zien die in de bus zit. Er zitten een jongen en meisje van ongeveer zeventien jaar naast elkaar. Het meisje heeft een bruine bos met kleine krulletjes, kuiltjes in haar wangen en een glimmende zwarte jas. [/font]De jongen heeft donkerblond haar met de zijkanten opgeschoren. Hij ziet er leuk uit. Ze kunnen bijna niet van elkaar afblijven. Een vriendje, wat zou dat leuk zijn om te hebben. Voor haar zitten twee meiden met de slappe lach. Het linker meisje heeft koperkleurig haar met mooie groene ogen. Het andere meisje heeft hele mooie hakken aan met een strakke jeans. Ze hebben zo veel plezier dat zie je meteen. Goh, wat zou het leuk zijn om iemand te hebben waar je zo mee kon lachen. Ze wordt droevig van al deze vrolijke mensen. Vlug kijkt ze naar buiten. Bomen en nog eens bomen. Ze ziet een mooie natuur omgeving. Bij de eerste halte die ze ziet drukt ze op het stopknopje. Als ze uitgestapt is kijkt ze om zich heen. Niemand te bekennen. Alleen bos en natuurgebied. Ze loopt door het hoge gras heen richting het bos. Ze blijft even stilstaan en luistert. Alleen het gekwetter van de vogels. Verder is er absolute stilte. Ze geniet van de rust en de natuur. Geen gezeur van mensen, even helemaal niks. Ze laat zich vallen in het gras en kijkt naar de mooie blauwe lucht. Het zonnetje laat haar gezicht eventjes stralen. Sinds tijden heeft ze weer een klein beetje gevoel van geluk. Ze opent haar rugzak en ziet dat het boek er nog inzit. Shit, helemaal vergeten. Ach ja, dan kan ze hem net zo goed gaan lezen. Ze slaat het boek open op de bladzijde waar ze gebleven was. Na een bladzijde gelezen te hebben zit ze weer helemaal in het verhaal. Ze voelt geen pijn, geen verdriet. Alleen maar het zachte briesje van de wind en de spanning van het verhaal. Ze schrikt op uit het verhaal door een hard geluid. Ze voelt iets trillen in haar tas. Natuurlijk, haar telefoon. Ze kijkt op het scherm en zie dat het Thirza is. Toch maar even opnemen. ‘Hoi,’ ‘Ja, hallo! Waar ben je in gódsnaam?!’ ‘Uhm… Ik uhm… ik ben in de bibliotheek.’ ‘Oh, en wat moet je daar nou weer?’ ‘Nou, ik ben een boek voor school aan het zoeken. Ik moet een boekverslag maken.’ ‘Oh, wat een onzin zeg! Maar goed. Kom je zo nog thuis? Ik heb eten gemaakt en ik moet zo weg.’ ‘Ja ja, ik kom er al aan.’ ‘Oke, bye.’ En Thirza heeft al opgehangen. Nou ja zeg. Ze pakt met tegenzin haar spullen en loopt het bos uit. Als ze bijna bij de bushalte is ziet ze de bus voorbij rijden. Ja hoor, kan ze ook nog eens een half uur gaan wachten. Ze besluit om weer verder te lezen in het boek en voordat ze het weet is het half uur voorbij. De bus stopt en ze stapt in. Ze zoekt een plekje achteraan uit. Uit haar ooghoeken ziet ze een gestalte aan komen lopen. Ze kijkt op en een jongen glimlacht naar haar. Hij haalt zijn tas van z’n rug en zegt. ‘Je vindt het vast niet erg als ik naast je kom zitten hè.’ Ze weet zo 1, 2, 3 niks te zeggen en stamelt wat.

Puntjes van kritiek zijn ook welkom!

Leuk

leuk!!

De jongen kijkt haar in haar ogen. ‘Waar zit je op school? Ik heb jou nog nooit eerder gezien.’ Zenuwachtig friemelt Fay aan haar armbandje. ‘Uh… Ik zit op het st. Martinus college.’ Pfieeeuw, ze heeft er gelukkig niks doms uitgeflapt. ‘Oh, vandaar dat ik je nooit eerder gezien heb. Ik zit op het st. Jobs college. Weetje wel, aan de rand van het centrum.’ ‘Ja, dat ken ik wel. Het schijnt een leuke school te zijn hoorde ik.’ De jongen knikt. ‘Klopt! Hoe heet je eigenlijk? Ik ben Lennard.’ Hij geeft haar een hand en houdt hem net iets te lang vast. ‘Fay, aangenaam kennis te maken.’ Oh god! Wat heeft ze nu weer gezegd? Aangenaam kennis te maken? Kom op zeg, dat is zo ouderwets. Ze voelt haar hoofd rood worden. Het liefst zou ze nu met een raket door het dak van de bus heen vliegen tot de maan en nooit meer terug komen. Dat zou mooi uitkomen. Ze heeft toch een verrot leven. Opeens pakt Lennard het boek uit haar tas. Blijkbaar hing het boek er half uit. ‘Hé, die ken ik! Dat is echt een goed boek joh! Ik heb hem al meerdere keren gelezen. Als je er eenmaal in begint zeg. Nou, je weet van geen stoppen. Je wilt maar doorlezen en je zit he-le-maal in het boek. Alsof je een van de personen in het verhaal bent.’ Ze kijkt hem verwonderd aan. ‘Ja, precies hoe jij het zegt! Zo voel ik het ook, ja. Wat grappig zeg!’ Langzaam komt het gesprek een beetje op gang. Ze vergeet even haar problemen en haar verlegenheid neemt af. Ze voelt zich heel ontspannen en prettig bij Lennard. Hij drukt op het stopknopje. ‘Ik ga er bij de volgende halte uit, wanneer moet jij eruit?’ Shit! Ze is vergeten om uit te stappen. ‘Oh, nee! Ik ben vergeten uit te stappen, nu ben ik veel te ver!’ Lennard lacht. Fay kijkt hem aan. ‘Zit je me nou uit te lachen?’ ‘Nee hoor. Ik lach je toe. Is niet heel handig hè?’ Ze bijt op haar lip. Wat moet ze nou doen? Helemaal terug lopen? ‘Weet je wat, als je even mee loopt naar mijn huis dan breng ik je op de fiets terug.’ De bus komt tot stilstand. ‘Wil je dat echt doen?’ vraagt ze onzeker. ‘Ja tuurlijk, waarom niet? Ik laat zo’n mooi meisje als jou toch niet in de kou staan.’ Fay krijgt een warm gevoel vanbinnen. Ze kan het niet goed thuis brengen maar het voelt wel fijn. Even later zijn ze bij het huis van Lennard. ‘Een momentje, ik pak snel even me fiets.’ Hij verdwijnt achter het huis. Langzaam neemt ze het huis in zich op. Het is een mooi, groot wit huis. Er hangen witte doorschijnende gordijntjes voor de ramen. Ze tuurt naar binnen. Er hangt een grote tv aan de muur. Rechts staat een hele grote zacht sofa en ‘BOE!’ ze voelt een hand op haar schouder. ‘Jezus! Ik schrik me kapot man!’ Ze kijkt in het lachende gezicht van Lennard. ‘Je keek zo aandachtig naar binnen.’ Shit, hij heeft het gezien. Haar wangen beginnen te blozen. ‘Geeft niet hoor. Oh, wat zie ik nu. Je bloost.’ Aah nee hè! Waarom heeft zij dit altijd? ‘Staat wel sexy hoor.’ Hij geeft haar een knipoog. Hij gebaard dat ze achterop moet komen zitten. Voorzichtig gaat ze zitten. ‘Zit je goed?’ Hij kijkt even achterom met een lieve blik. ‘Ja hoor, fiets maar. Ik zeg wel waar je heen moet.’ Hij fietst in een behoorlijk tempo weg. Ze moet oppassen dat ze er niet vanaf valt. Voorzichtig slaat ze haar armen om zijn middel heen. Even later legt ze haar hoofd tegen zijn rug aan. Kon dit maar eeuwen duren. Eindelijk voelt ze zich even gelukkig. Dan fietsen ze haar straat in. Bij het vierde huis stoppen ze. ‘Heel erg bedankt voor de lift, echt lief van je!’ Hij lacht. Wat heeft hij een mooie rij witte tanden zeg. ‘Jij bedankt voor de gezelligheid. Ik vond het hartstikke leuk met jou. Weetje… Je bent echt bijzonder.’ Haar hart klopt in haar keel. Wow, dit heeft nog nooit iemand tegen haar gezegd. Ze krijgt het helemaal warm. Wat moet ze hier in godsnaam op zeggen. ‘Ja, ik eh… ik moet’ BAM! Hij onderbreekt haar gestuntel met een zoen. Hij slaat zijn armen om haar heen. Ze sluit haar ogen en beantwoord de kus. Ze voelt haar hele lichaam warm worden en tintelen. Dan stopt het en krijgt ze een briefje in haar hand gedrukt. Ze kijkt hem aan en geeft hem een handkusje. Dan draait ze zich om en loopt ze naar de voordeur. Ze draait zich nog een keer om en hun blikken vangen elkaar. Dan fiets hij weg. Als ze op haar kamer is laat ze zich vallen op bed en kijkt dromerig voor zich uit. Dit is de mooiste dag van haar leven. Wie had dit ooit gedacht. Oh ja, het briefje. Ze vouwt het open. Er staat een hartje met zijn 06 erin. Ze pakt haar telefoon en ze zet meteen het nummer erin. Het briefje strijkt ze glad en legt ze in haar schrift. Meteen pakt ze een pen en begint te schrijven.

Wat kan het leven soms zo plots veranderen. De ene dag geeft niemand om je en de volgende dag is er iemand die tegen je zegt; je bent bijzonder. Nu heeft mijn leven weer zin, ik krijg hoop. Ik heb een persoon waar ik nu voor leef en dat ben jij.

Ze slaat het schrift dicht en valt in slaap.

Leuk leuk!