natuurkunde vragen

weten jullie misschien hoe deze vraag moet;
er staat;

Bereken de zwaartekracht op een voorwerp van 690 gram

& deze vraag;

noem 2 grootheden uit het dagelijksleven die recht evenredig zijn.

je kan dit ook even opzoeken op internet:
De formule luidt inderdaad: zwaartekracht = massa * valversnelling. Voor de massa (afkorting: m) moet je natuurlijk invullen hoe zwaar het voorwerp is waarvan jij de zwaartekracht wilt berekenen, in kilogrammen. De g in de formule is de valversnelling. De valversnelling is de versnelling waarmee voorwerpen naar de aarde vallen in vrije val, dus als er geen andere krachten op werken dan de zwaartekracht. Deze versnelling (afkorting: g) is overal op aarde (bijna) gelijk, 9,81 m/s┬▓ dus. De eenheid van de zwaartekracht is Newton, afkorting: N.

Bijvoorbeeld: Je hebt een steen van 3 kilogram, hoe groot is de zwaartekracht die de aarde op deze steen uitoefent? Antwoord: De zwaartekracht die de aarde op de steen uitoefent is gelijk aan het product van de massa van de steen, en de valversnelling. In de formule F(z) = m * g moet je dus invullen: 3 * 9,81. De uitkomst hiervan is gelijk aan 29,4 N = 3 * 10^1 N (ik weet niet of je je aan de significantie moet houden).

Onthoud: in de formule F(z) = m * g, mag je voor dus voor g altijd 9,81 invullen. Je hoeft dan alleen nog maar de massa van het object te weten, en dan kun je de zwaartekracht al berekenen!

en de tweede:

  • We zeggen dat de tijd en de afgelegde weg bij een constante snelheid recht evenredige grootheden zijn.
  • ?

Fz = m * g
Fz = zwaartekracht
m = massa in kilogram
en g = de valversnelling op de planeet

Fz = 0.690 x 9,81
tadaaa.