My life

Het verhaal gaat over Anne een meisje van 15. Haar broertje is drie maanden geleden overleden aan kanker. Haar moeder en zus hebben het erg zwaar met het verlies van Ewoud. Thuis houdt Anne zich groot voor haar moeder en zus. Op school is haar situatie ook niet al te best, ze had best veel vriendinnen. Alleen haar vriendinnen laten haar een voor een stikken…

Straks post ik nog een stukje.

Klinkt veelbelovend

hoofdstuk 1

Snikkend fiets ik weg van school. Ik trap snel door, in de hoop dat ik mijn problemen achter me kan laten. Helaas werkt het niet, ze verdwijnen niet in de duisternis.
Mijn emoties overweldigen me, De tranen blijven over mijn wangen stromen. Waarom laten mijn vriendinnen me nu ook in de steek? Waarom waarneer mijn broertje net is overleden? “Anne, je moet nu sterk blijven” mompel ik tegen mezelf.
Ik veeg me tranen weg en fiets het dorp in. Waarom moest hij zo nodig kanker krijgen? Het leven is zo oneerlijk, zo’n vrolijk jongetje. Waarom mijn broertje? “Nu heb je genoeg tijd gehad om te rouwen, hou je sterk voor mama en Naomi. Doe het voor hen” spreek ik mezelf streng tegen. Ik haal diep adem en veeg mijn tranen weg.

verder

“mam ik ben thuis” roep ik, net als altijd krijg ik geen antwoord terug. Ik loop naar boven, oké ik ga eerst mijn huiswerk maken, dan snel eten koken en daarna ga ik aardrijkskunde, geschiedenis en natuurkunde leren. Binnen een half uurtje was ik klaar met mijn huiswerk, snel maak ik spaghetti klaar en roep mijn zus en moeder. Ze komen met betraande ogen naar beneden en beginnen mij af te katten. “ Kon je de spaghettisaus niet vegetarisch maken? Je weet dat ik vegetarisch ben! Je probeert me alleen maar te pesten, hé? Rot kind” Roept Nicole. Het ergste ik ook nog wel dat mijn moeder er niks aan doet. Als ze zin heeft doet ze ook nog eens lekker mee. Ondankbare mensen, ik doe alles voor ze en wat ze doen is alleen maar in bed liggen huilen en mij natuurlijk afkatten. “Nee, dat wist ik niet, maar ik zal de volgende keer er rekening mee houden” antwoord ik poeslief. Ik had zin om haar tegen haar te beginnen krijsen en schreeuwen dat ze een ondankbare zus is. Het heeft toch geen zin, het zou de situatie alleen maar erger maken.
Ik ruim de tafel op en ga maar beginnen met leren. Dit wordt nog een lange avond. Als ik eindelijk klaar ben met leren en in mijn bed lig beginnen de tranen te stromen.

ah, zoo zielig! ga verder!
pleaase!

Het klinkt interessant, maar de spelling is nogal storend. Let op woorden als ‘wanneer’ en ‘mijn’ in plaats van ‘me’. Daarnaast gebruik je verleden tijd en tegenwoordige tijd door elkaar. Ik zou je ook nog willen meegeven meer in detail te treden. Je vertelt nu heel veel in een paar regels, terwijl je best de tijd mag nemen om de lezer in te werken op het verhaal.

dankje wel voor de tips, ik zal het meenemen in mijn volgende stukje. Nu heb ik het super druk met school, ik hoop dat ik morgen tijd heb om iets te posten.

Ik denk dat het verhaal iets gaat afwijken van de beschrijving…

Waar ben ik? Het is donker om me heen. In de verte zie ik een lichtpuntje, het straalt fel wit licht uit. Wat is het? Ik probeer er heen te lopen, maar het lukt niet. Het lijkt wel of ik niet dichterbij kan lopen. Ik loop en loop, het lijkt oneindig te duren. Het lichtpuntje komt, maar niet dichterbij. Het begint zelfs te vervagen. “NEE” ik probeer het aan te raken, het te pakken. Het lijkt wel een spelletje. Alleen is dit niet leuk, ik hoor allemaal stemmen me naam roepen. Allemaal bekende stemmen, wat is er aan de hand? Waar ben ik? Niet in mijn warme bed! “HELP” schreeuw ik tot mijn stem schor is.
“Weet je al waar je bent” hoor ik een stem in de duisternis. Het is geen mannenstem of vrouwenstem. Het geluid heeft geen klanken, ik hoor de klanken niet, maar ik weet wel de betekenis van de woorden. Net als de betekenis voor je wordt opgeschreven, alleen dit keer in mijn hoofd. “Nee, maar waar bent u? Wie bent u?” “Sukkel, ik ben je ergste nachtmerrie, degene die je nooit in je dromen wil hebben, maar dat is voor jou al te laat.”
Het loopt de duisternis uit, mijn adem blijft stokken. Het draagt een zwarte cape, het heeft geen benen. Het lijkt wel een spook of geest. Er zweeft iets naast hem, het is een mes! Het zweeft langzaam naar me toe, met het mes nog steeds naast hem. Als hij zo dichtbij is dat ik hem kan aanraken, heft het het mes op. “NEE!” schreeuw, daarna wordt alles zwart.

leest iemand nog het verhaal?

jaa ik! wil je verder schrijven?

zal ik doen. ik vroeg het maar want als niemand het leest dan vindt ik het vreemd om door te schrijven.

ik ga het verhaal wel iets aanpassen, omdat ik een beetje vast loop.

okido :wink: