Morituri te salutant {Verhaal}

Morituri te salutant

Wanneer Ferro, een doodnormale jongen opgepakt word voor een misdaad word is zijn toekomst gelijk onzeker, zijn straf: vechten tot de dood in een arena. Zijn geliefde Celia besluit hem te volgen, tot ze hem tegenkomt in de arena en ziet hoe Ferro vecht voor zijn leven.

http://static4.gamespot.com/uploads/screen_kubrick/mig/9/4/5/7/2129457-169_ryse_gladiator_xone_ot_082013.jpg

PROLOOG

Ik haastte mij naar de plek waar ik hem kwijt zou raken. Het geschreeuw was uit opwinding maar het enigste wat ik hoorde was het doffe gedreun van de trommels.
Door de mensen heen probeerde ik te zien of het al begonnen was, of het zand al verkleurd was.
Tot mijn opluchting lag daar het goudgele zand nog onaangeraakt en waren de poorten nog gesloten. Dit was onmenselijk, de liefde was onmogelijk maar dit was onmenselijk.
De uitkomst was nog niet bepaald hield ik mijzelf voor maar de kans was klein. Ik had hem er nog mee geplaagd, hoe hij nog geen mug kon doden en ik zelfs sterker was. Nooit had ik toen geweten dat zijn voetsporen hier een afdruk zouden vormen en zijn bloed hier zou vloeien.

één geluid liet mijn hart ophouden, verdoven en even zag ik niks anders meer dan zwart. Ik klampte mij vast aan de mensen om mij heen. Ik zag hoe de poorten opengingen en allemaal mannen, groot klein zwaar gewapend met messen of speren in de arena renden. Recht op hun dood af. Toen ik zijn gezicht zag kwam er een vreemd geschreeuw uit mijn mond, zijn ogen speurde de arena af en ik wist dat hij naar mij zocht. In zijn altijd tedere handen hield hij nu een kleine mes vast, een vierkante schild beschermde zijn borstkas. Een hart dat nu als een gek tekeer zou gaan van angst.
Als het begon, het gevecht dan was ik hem kwijt. Met alles wat ik had hoopte ik vurig dat een engel uit de blauwe lucht neer zou dalen en zijn lichaam en ziel mee zou nemen naar een plek waar dit als wreedheid werd beschouwd. Ik wou hem niet kwijtraken, niet weer en niet op zo’n manier. Mijn belofte aan hem had ik verbroken. Hij had gezegd dat ik hem niet mocht opzoeken, hij smeekte mij om niet te komen hoe graag ik ook wou. Maar hoe kon hij denken dat ik hem zo makkelijk opgaf. Dus stond ik hier met een buik vol angst en misselijkheid met mijn nagels in mijn hand gepriemt van de woede.

“Ave, Imperator, morituri te salutant”

Voor ik het wist begon het gevecht, rende iedereen door elkaar heen en was ik hem al kwijt voordat ik mijn ogen had gesloten en mijn benen het begaven.

Dit vind ik gaaf!
Ik zie inderdaad ook wel kleine foutjes staan, zoals Alegria zei die 1, of het voltooid deelwoord met een t in plaats van een d enzovoort, maar dat vind ik eigenlijk mierenneukerij als ik gewoon heel erg gepakt word door dit korte stukje :grinning: Vooral die laatste zin, wauw!

Leuk om te horen, ik zal de spelling nog een keer controleren, thanks :slightly_smiling_face:

Hoofdstuk 1

Langzaam kwam ik weer bij bewust zijn, het gevecht was nog bezig want de schreeuwende mensen maakte nog steeds woeste bewegingen naar de gladiatoren toe. Ik durfde niet te kijken maar de nieuwsgierigheid was te groot. Snel keek ik rond, op zoek naar hem. Waar zijn lichaam was, op de grond nog staand of al weggesleept. Waarschijnlijk niet het laatste want dat verdoofde het effect. Overal waren mannen bezig met het redden van hun leven of de laatste restjes eer daarvan. Mijn ogen dwaalde af naar de bloederige strepen in het zand en ik voelde hoe mijn maag zich weer omdraaide. De mensen om mij heen zagen dit slechts tot een vermaking van hun dag, zagen de gladiatoren als beesten maar de beest zat in hun. In ieder van hun die schreeuwde van opwinding.
Langzaam zag ik hoe zijn lichaam zich mengde tussen de anderen. Het was moeilijk te zien of hij nou aanviel of verdedigde, alle bewegingen gingen als flitsen door mij heen. Fladderen van eerdere herinneringen kwamen nu op een rap tempo om mij af.

Ik liep door de straten en zag hoe de avond zich vormde om mijn stad. Er hing iets vreemd in de lucht maar ik kon maar niet achterhalen wat het precies was, hier was ik tenslotte altijd gelukkig geweest. Had ik vrienden, familie. Hij.
Ik liep automatisch naar mijn woonplaats, probeerde nare gedachtes van mij af te werpen en een lach te vertonen maar ik kon het niet. Ik zag hoe mijn moeder naar buiten rende, haar armen beschermend om mij heen sloeg en sussende woordjes fluisterde.
Haar tranen lieten een spoor op mijn wang achter en in blinde paniek deed ik wankelend een paar stappen naar achter.
Ik wou schreeuwen wat er aan de hand was maar er kwamen geen woorden uit mijn mond.
‘ Hij…Ferro, hij is opgepakt.’ Ik keek haar verdoofd van de angst aan, duizenden gedachtes gingen door mij heen als een mes. Ik keek mijn moeder aan, ik wist dat ze eerlijk zou antwoorden ook al zou het haar verscheuren. ‘Wat gaan ze met hem doen?’ vroeg ik trillend.

Met een schok kwam ik uit mijn gedachtes. Ik hoefde niet te kijken om te zien dat er iets gebeurd was. Overal zag ik hoe mensen hun hand naar voren staken. Klaar om de toekomst van hem te bepalen, want hij lag daar met een mes tegen zijn keel aangedrukt en ik stond hier. Keek wanhopig rond wat een paar bewegingen zouden betekenen

Beginpost even aangepast zodat het wat duidelijker word waarover het gaat, ik hoop dat voor dit soort verhalen ook interesse is :slightly_smiling_face: