moet ik verder met schrijven ja of nee?

[i][b]Nog 1 dag en de zomervakantie is voorbij dan moest ik weer naar school.
Mama was druk bezig met het huis opknappen.
Mijn ouders waren deze vakantie gescheiden en nu zijn ik en me moeder verhuist naar
de andere kant van nederland.
Al vroeg was ik wakker door het lawaai rondom het huis.
Stil en denkend lag ik op mijn bed en vroeg mezelf af ‘’ wat zal ik vandaag doen?’’.
Laat ik maar eerst gaan aankleden en even wat eten.
Terwijl ik mijn boterham smeerde hoorde ik mensen in de muren boren.
Omdat ik last had van het lawaai ging ik maar naar buiten.
Buiten was het uitgestorven en saai er was helemaal niemand.
Ik liep naar een heuveltje, ging liggen en zetten mijn mp3 speler aan.
Omdat het zo saai was ik in slaap gevallen.
Oppeens hoorde ik iets ‘‘Louisse Louisse’’ hoorde ik iemand roepen.
Ik werd wakker, het was mijn moeder.
Heb je lekker geslapen meis? kom we gaan eten. zij mijn moeder.
Tijdens het eten zat ik met mijn vork te spelen.
Ik was moe en had geen honger het liefste zal ik nog langer vakantie willen.
Savond’s ging ik nog naar buiten kijken of er iets te doen was.
Maar het was net zo uitgestorven als vanmiddag.
Op de computer keek ik naar het nieuwe rooster van mijn nieuwe school.
Morgen moest ik tot 3 uur naar school.
Ik zetten de computer uit en ging naar bed.
Ik vroeg mezelf af hoe het zou zijn op de nieuwe school.
Dat zie ik morgen wel, ik deed de lamp uit en ging slapen.

De volgende ochtend ging mijn wekker al om half 7.
Ik stapte onder de douche maar kreeg alleen maar koud water.
Laat ook maar zitten dacht ik bij mezelf.
Ik pakte een borstel en kamde mijn haren uit deed wat make-up op,
trok wat kleren aan en ging naar beneden eten maken.
Ik zette de tv aan en keek of er iets leuks opwas,
maar er was alleen maar Dora op tv.
Ik zette de tv uit het was al kwart voor 8.
Ik pakte de fiets en fietse naar school toe.
De bel ging en ik liep naar mijn klas.
Mijn mentor zat er al, alleen ik wist niks van haar.
Toen de 2e bel ging begonnen we met de les.
Vandaag was tog alleen maar een kennismakings dag dus hadden we geen les.
Als eerste stelde de mentor zich voor, ze heette mevrouw Dijkstra.
Daarnaar kwamen de kinderen, het waren er een stuk of 22.
Er zaten meer jongens dan meisjes in de klas.
Er was een jongen die me opviel hij heette Jarne hij had een grappig kleding style en mooie ogen.
Nu was ik aan de beurt rustig en netjes stelde ik me eigen voor, Jarne keek mij lachend aan.
iedereen had zich voorgesteld en mocht een plaatsje in de klas uitzoeken.
Ik en Jarne gingen naast elkaar zitten achteraan.
In het begin lachde we een beetje naar elkaar en al gauw begonnen we elkaar vragen te stellen,
en leerde we elkaar beter kennen.
Het leek mij wel een leuke jongen, we gaven elkaar onze MSN.
In de pauze zaten we ook bij elkaar.
Samen lagen we dubbel van het lachen.
Jarne was een superliefe jongen.
De bel ging en de les was weer begonnen.
We deden een spel waardoor je elkaar beter kon leren kennen.
Mij maakte het niet veel uit wie wie was.
ik hoefde ze niet beter te leren kennen want,
ik had Jarne al ik kon alleen maar aan hem denken de rest maakte me niet veel uit.
Het was 3 uur, het was afgelopen voor vandaag.
Ik pakte mijn fiets en fietste naar huis toe.
Nooit gedacht dat het zo een leuke dag zou zijn.
Vrolijk en fluitend kwam ik thuis.
Wat ben jij blij vandaag’. zei mijn moeder.
Ik keek mijn moeder lachend aan en vertelde haar over vandaag.
Ze was blij voor me.
Vrolijk liep ik weer verder, ik ging naar boven zette mijn tas op de grond,
en zette de computer aan.
Eerst jarne op msn toevoegen dacht ik.
5 minuten later nadat ik Jarne had toegevoegd kwam hij online.
Hij begon tegen mij te praatte hij zij dat ie het erg leuk vond vandaag.
Wat was ik blij omdat te horen.
Ik wist al best veel van Jarne,
van wat voor een muziek hij hield, wat zijn sporten zijn enzovoort.
Samen hadden we nog een lang gesprek op MSN.
Mijn moeder riep dat we moesten eten.
Ik typte vrolijk na Jarne toe: Ik moet eten, doeg x.
Ik liep naar beneden pakte een stoel en schoof aan tafel.
hmmm, lekker vis’ zei ik tegen mama.
Na het eten hielp ik mama met afruimen,
ze keek een beetje bleek.
ze voelde zich niet zo lekker zij ze.
daarna ging ik naar buiten toe.
Ik was zo vrolijk, het liefste wou ik Jarne weer zien.
Ik kon niet wachten tot morgen.
Terwijl ik mijn mp3 aanzetten werd er oppeens in mijn buik geprikt.
Ik schrok me kapot, en keek op.
Tot mijn grootte verbazing zag ik Jarne voor me staan.
Wat doe jij nou weer hier? vroeg ik.
ik verveelde me dus ging ik maar wat rond lopen en toen zag ik jou’ zei Jarne.
Samen gingen we op een bankje zitten en hebben we veel gepraat.
Hier zit je dus jarne! hoorde we oppeens.
Het was de moeder van Jarne.
Ze keek me vriendelijk aan en gaf me een hand netjes stelde ik me voor.
Dus dit is dat meisje waar je het over had? zei zijn moeder.
Ik keek Jarne aan, hij bloosde een beetje.
Hij vertelde hoe leuk zijn dag was en dat hij een superlief meisje had ontmoet, vertelde zijn moeder.
Plotseling kwam er een ambulance met loeiende sirene’s voorbij.
Verstijfd zat ik op het bankje.
Jarne vroeg aan me of het wel goed ging met me.
Zo snel als ik kon rende ik achter de ambulance aan want hij reed richting onze straat.
Jarne rende achter me aan en zijn moeder kwam er ook aan fietsen.
De ambulance stopte voor ons huis, verstijfd bleef ik toe kijken.
Ik zag hoe de mannen mijn moeder meenamen naar de ambulance.
De tranen sprongen in mijn ogen.
Terwijl de ambulance al weg reed stond ik daar nog.
Jarne zijn moeder zei: Kom Louisse en Jarne we gaan naar de auto en rijden naar het ziekenhuis.
Een half uur later stonden we voor het ingang van het ziekenhuis,
ik werd misselijk en voelde me helemaal niet fijn.
Stotterend vroeg ik aan de bali hoe het ging met mijn moeder.
De vrouw achter de bali ging het even vragen aan de dokter.
Ik kreeg het benauwd stel je voor dat mijn moeder het niet zou redden.
De vrouw die achter de bali zat kwam terug en vroeg of het mij moeder was.
Ja zei ik met een moeilijk lachje op me gezicht.
Jou moeder heeft een hartaanval gehad, ze ligt nu op de IC,
het gaat niet al te best, ze is in levensgevaar.
Ik barsten in huilen uit toen de vrouw vertelde wat er met mijn moeder aan de hand was.
Kom we gaan even wat eten’ zei de moeder van Jarne.
Ik had niks besteld, met die gedachtes wat er met me moeder aan de hand is krijg ik geen hap door mijn keel.
Wil je vanacht liever bij ons slapen Louisse? vroeg Jarne zijn moeder.
Nee, dank u mevrouw maar ik denk liever dat ik even alleen wil zijn.
Toen ik eindelijk thuis was trekte ik een groot t-shirt aan en een joggingbroek,
pakte een zak chips en liet mezelf neer ploffen op de bank.
Ik kon niet meer stoppen met huilen.
Het doet zoveel pijn, waarom moet mama nou weer een hartaanval krijgen.
Ik voelde me eenzaam, alleen, en verdrietig.
Ik pakte de telefoon, en belde mijn vader op.
Het was al laat, zal ik het wel doen?
Ik toetste zijn nummer in en wachtte tot ie overging.
Hij ging over en na 3 keer nam mijn vader op.
Hallo, met jelle’ klonk een vermoeide stem.
Hoi pap, zei ik met een verdrietige stem.
Louisse wat is er? waarom klink je zo verdrietig? gaat het wel goed?
Huilend aan de telefoon vertelde ik mijn vader wat er was gebeurt met mama.
Als ik tijd heb dan kom ik langs oke?
Nu moet je even volhouden meis.
okee is goed papa.
Doeg
Hou je taai he meis.
Ik legde de telefoon neer en probeerde te slapen,
maar steeds als ik mijn ogen dicht deed zie ik mijn moeder voor me,
die met spoed naar het ziekenhuis werd gebracht.
Ik deed geen oog dicht, de hele nacht niet.
De volgende dag moest ik eigenlijk naar school.
Maar ik vroeg aan Jarne of hij me ziek wou melden.
Ik was moe, en zag er afgepeiferd uit.
Na school kwam jarne even langs om te kijken hoe het met me ging.
Hij maakte een kopje thee voor ons.
Na een lange stilte zei ik maar even dat ik ging omkleden.[/b][/i]

Ga maar door. Ik heb het nog niet gelezen want ik heb haast, maar zo lees ik het wel.

Maar maak alinea’s! Dit leest super vervelend.

En aanhalingstekens:P Maar nu moet ik echt weg:P

[b]En het is ‘zei’ als iemand iets zegt. En ‘zij’ als iemand een meisje is.

Ik moet echt stoppen. :S:P[/b]

Alinea’s
Aanhalingsteken dus niet me moeder zij !
Niet alles zwart.
Alleen dan wil ik verder lezen.