MissLunatic's schrijfsels

Hallo iedereen,

Ik doe het nu maar gewoon, een topic starten. Ik schrijf nu sinds een jaar of twee. Wat ik schrijf zijn voornamelijk gedachtenspinsels, gedichtjes en short stories.
De komende tijd zal ik hier het een en ander gaan posten wat ik geschreven heb.
En natuurlijk: commentaar en tips zijn van harte welkom.

Liefs,

MissLunatic

Ps: Over het algemeen zijn mijn dingen niet heel vrolijk. Het is niet zo dat ik het zwaar heb of verdrietig ben, juist niet. Maar het is absoluut waar dat schrijven een uitlaatklep voor me is en ik vind het prettig emotionele dingen te schrijven.
Have fun.

Een gedachtenspinselverhaaltje.
Hoop
Ik zit vast in de tijd. Zoals gewoonlijk gaat alles weer gewoon door en sta ik stil. Ik kijk achterom, naar de tijd die zo vertrouwd aanvoelt. Dan kijk ik vooruit naar een mengeling van onzekerheden, hoop en verdriet. Het liefst wil ik zo hard als ik maar kan terugrennen. Achteruit, niet kijken naar de toekomst, niet voor onzekerheden komen te staan, terug naar hoe het allemaal was. Maar de weg terug loopt dood. Ik kan niet terug, hoe graag ik ook wil, de veranderingen, de obstakels hebben het gemaakt dat ik vooruit moet. De dingen zijn verandert en ik kan me niet langer vastgrijpen aan de hoop dat het ooit weer zo wordt zoals het allemaal was. Daarom blijf ik maar stilstaan. Ik durf en wil niet verder. Bang dat de weg vooruit vol tegenslagen is en dat dat lichtpuntje aan het eind van de weg uiteindelijk een weerspiegeling van mijn hoop zal zijn en niets meer dan dat.
Alles om me heen kiest zijn weg en gaat zijn gang. Iedereen gaat door en ik sta stil. Ik wil schreeuwen dat ze op me moeten wachten, maar ik kan het niet. Ik kan het verleden niet loslaten. Ik kijk nogmaals vooruit, naar die enge weg waarvan uit ieder zijstraatje pijn en verdriet kan komen. Teruggaan kan niet meer, daarvoor is het te laat. Ik zal hoe dan ook vooruit moeten gaan om opnieuw geluk te vinden. Ik kijk nog een laatste keer achterom naar de tijd die nooit meer terugkomt. Dan draai ik me langzaam om en doe ik mijn ogen dicht. Voorzichtig zet ik een stapje. Er gaat een schok door me heen en ik blijf als aan de grond genageld staan. Ik voel dat iemand m’n hand vastpakt maar ik durf niet te kijken. Voorzichtig gluur ik door mijn wimpers naar degene naast mij. Ik kan niet zien wie het is, maar het voelt goed. Dan kijk ik omhoog en zie tot mijn verbazing dat er licht doorbreekt. De tijd tikt door, maar daar maak ik mij geen zorgen meer om. Ik ga vooruit, samen met Hoop mijn toekomst tegemoet.

Een short storie verhaal. De eerste die ik heb geschreven, dus technisch gezien niet de beste, maar kreeg er altijd wel leuke reacties op.

Laatste woorden
“Ik weet dat ik het niet mag zeggen en dat je het waarschijnlijk zult negeren, maar toch zeg ik het… Ik hou van je.”
“Ik ook van jou.” Even was ik verbaast geweest, ik had al gehoopt dat hij dat zou zeggen maar ik had het niet verwacht.
Toen ging hij offline, en ik zou hem vanaf nu waarschijnlijk twee maand niet meer spreken.

Ik was blij. Hij was de jongen waar ik nou al meer dan een jaar verliefd op was en waar ik een tijdje een relatie mee had gehad, maar die me vaak ook vreselijk pijn had gedaan. Hij had me verteld dat ik altijd speciaal voor hem zou blijven en dat hij zeker wist dat het weer goed zou komen tussen ons. Het was inmiddels alweer bijna twee maand uit. Toch waren we het weekend voor dit gesprek weer met elkaar geweest. Hij was blijven slapen en ik had me voor het eerst sinds twee maanden weer gelukkig gevoelt. Toch was ik bang dat het voor hem niets had betekend. Wel dus.

Nu zou ik hem twee maand niet zien, hij ging een aantal weken op vakantie en daarna ik nog twee weken. Zoveel als ik van hem hield, zal ik nooit weer van iemand houden. Er was steeds wel weer iets, steeds weer kon hij andere meisjes niet weerstaan, kregen we ruzie en had hij weer grote verhalen met zijn vrienden waarin ik als een scharrel werd beschreven. Ook was het voor hem moeilijk te zeggen wat hij vond en zijn echte gevoel te laten zien. Ik kende hem inmiddels goed genoeg om te weten dat hij zich stoerder voordeed dan hij in werkelijkheid was. We kwamen dan ook steeds weer bij elkaar terug en hij vertelde me iedere keer weer dat er niemand zo leuk was als ik.
Deze keer had ik het even echt niet meer geweten en ik was kwaad geworden. Ik wilde niet dat hij wegging terwijl ik zo in de war was. We hadden lange tijd gepraat en aan het eind van het gesprek voelde ik me opgelucht. Ik had gezegd dat ik hoopte over hem heen te komen en dat als we elkaar weer zouden zien mijn gevoel voor hem vast over zou zijn. Beiden wisten we dat dat toch niet zo zou zijn. Na de vakantie zou alles weer goed komen…

Na de vakantie… Een moment wat nooit gekomen is. Vier weken later belde een vriend van hem mij op. Gelijk wist ik dat er iets niet goed was. Mijn hart bonkte in mijn keel toen hij met schorre stem begon te praten.“Emma… Ehm… Misschien kun je beter eerst even gaan zitten voor ik verder ga… Er is namelijk iets ergs gebeurt…”

Mijn adem stokte in mijn keel toen ik het verhaal hoorde. Ik liet de telefoon uit mijn handen vallen. Even was ik stil. Duizenden gedachten schoten door mijn hoofd. En de afgelopen maanden kwamen als een te snelle speelfilm voorbij. Toen het tot mij door begon te dringen werd ik hysterisch. “Nee, nee! Het is niet zo! Het kan niet! Dit mag niet, ik hou van je!” Huilend was ik verder gegaan. “Alsjeblieft! Zeg dat het niet zo is… Zeg dat niet alles voorbij is… Als ik je bel neem je gewoon op, je kan niet weg zijn, het mag gewoon niet! Ik kan niet zonder je!” Toen ging ik door het lint. Ik was naar buiten gerend, had geschreeuwd, had alles wat ik tegen was gekomen kapot geschopt. Ik schreeuwde en huilde totdat al mijn tranen op waren en ik geen stem meer over had. Uiteindelijk zakte ik van verdriet in elkaar.

Vier dagen later was de begrafenis. Door mijn tranen heen keek ik naar zijn ouders. Mij kenden ze nauwelijks. Meestal waren we bij ons thuis en zijn ouders waren vaak weg. Zijn moeder staarde glazig naar het graf, haar gezicht zwart van de uitgelopen mascara en de vriendelijke lichtjes in de ogen van zijn vader waren gedoofd. Zijn zus keek me een keer aan met tranen in haar ogen. Ze knikte even naar me en het leek wel alsof ze even met medelijden naar me keek.

Ik ben net zolang bij zijn graf gebleven totdat iedereen weg was. Uren ben ik daar blijven zitten, denkend aan hem, nog steeds niet bevattend dat hij nooit meer terug zou komen. Wetend dat het enige wat ik nog van hem had, de herinneringen waren. Ik begon hardop te praten:“Je zei dat het allemaal goed zou komen, dat we toch wel weer bij elkaar zouden komen… Niet dus” Ik onderdrukte een snik en ging verder. “Ik zei nog wel dat ik hoopte dat ik over je heen zou komen… Iets waar ik nu spijt van heb. Ik wil dat je weet dat ik nog steeds van je houd en dat ik nooit weer zoveel van iemand zal houden als van jou.’’ Even was er een totale stilte, het leek alsof zelfs de vogels even waren gestopt met fluiten. Maar toen hoorde ik een vreemd geluid. Ik keek om me heen: Niemand. Terwijl ik mijn tranen wegveegde stond ik op en wilde ik weglopen, maar ik werd tegengehouden door iets. Wat er toen gebeurde valt bijna niet na te vertellen. Ik voelde een warmte om me heen. Een stem fluisterde in mijn oor: “Ik zal ook altijd van jou blijven houden en ik heb van niemand zoveel gehouden als van jou.” Ik voelde iets warms en zoets op mijn lippen en toen was het voorbij. Ik weet niet of het mijn verbeelding was maar toch voelde ik me opgelucht. Mijn verdriet heeft hij meegenomen naar de hemel, maar mijn liefde voor hem heb ik tot de dag van vandaag gehouden.

Nice! Vooral de tweede

Dankje!=)
Ik gooi er nog maar een op, een die ik net geschreven heb. En dan is het wel weer genoeg voor vandaag.

Houden van
De zon kietelde aan mijn gezicht. Heerlijk zo’n zonnige herfstdag. Wat zou ik er veel voor over hebben gehad dit nog met haar te kunnen delen. Gelukkig zou ik binnenkort weer bij haar zijn. Ik voelde het aan, zo lang zou het niet meer duren. Ik ging iets verzitten. Er schoot een pijnscheut door mijn rug. Niet zo’n goed idee dus. Gewoon rustig blijven zitten en genieten van de zon. Zo bleef ik even een tijdje mijmeren over het verleden. ‘Meneer, meneer, gaat het wel goed met u? Leeft u nog?’ Ik deed mijn ogen open en werd verblindt door de zon. Ik zag het verschrikte gezicht van een jong meisje voor me. Ik schrok, de vergelijking was te groot. ‘Eefje…’ mompelde ik. ‘Wat zegt u meneer? Gaat het echt wel goed?’ Ik herstelde me snel en stelde het meisje gerust. ‘Nee alles gaat prima, ik geniet.’ antwoordde ik haar. Ik bekeek haar nog eens goed. Haar blonde haar hing wild om haar gezicht en ze had vriendelijke bruine ogen. Precies zoals Eefje had. Toen ik nog beter keek zag ik dat ze ook net als Eefje sproetjes op haar neus had. ‘Kan ik iets voor u doen meneer?’ vroeg het meisje. Ik antwoordde haar dat ik graag wilde weten hoe ze heette. Ze keek me verbaast aan bij deze vraag maar antwoordde toch. Ze vertelde me dat ze Amber heette. Ze kon niet veel ouder zijn dan zeventien. Een gevoel van verlangen naar het verleden bekroop me. ‘Eefje…’ mompelde ik weer. ‘Wie is Eefje?’ vroeg het meisje. Ik had niet door dat ze naast me was gaan zitten. ‘Dat was mijn vrouw, meisje. Ze is pasgeleden heen gegaan. Je doet me aan haar denken.’ Daar moest ze kennelijk even over nadenken want er verstreken een paar minuten voordat ze me antwoordde. ‘Mist u haar, meneer?’ Ik dacht aan alle momenten die we samen hadden meegemaakt. Aan de veertig jaren dat we getrouwd waren geweest, aan hoe fijn we het samen hadden gehad. ‘Heel erg, meisje. Zie je, het zit zo, ik ben bang dat ik haar misschien niet genoeg heb laten weten hoeveel ik van haar hield. En nu is het te laat. Het liefst ga ik zo snel mogelijk naar haar toe om het haar te vertellen.’ Ook daar moest ze even over nadenken. Ze stelde me toen een vraag waar ik niet meteen een antwoord op wist. ‘Hoeveel hield u dan van Eefje?’ vroeg ze me voorzichtig. Ik probeerde in mijn hoofd woorden te verzinnen waarmee ik kon uitdrukken hoeveel ik van haar hield. Ik zuchtte. ‘Ik hou zoveel van haar, dat ik niet met haar zou willen ruilen. Ik zou niet willen dat zij nog leefde en dat ik dood was.’ Het meisje keek me verbaast aan. ‘Maar dat is toch helemaal niet goed meneer? Ik vind dat egoïstisch.’ Ik keek haar aan en vroeg haar toen: ‘Heb je een vriend?’ Het meisje antwoordde me dat ze al bijna een jaar een vriend had. ‘Hou je van hem?’ vroeg ik haar toen. ‘Ja, met heel mijn hart.’ antwoordde ze me. ‘Hoe zou je je voelen als hij morgen dood zou gaan’ ging ik verder. Het meisje keek geschrokken. ‘Ik zou mij niet meer gelukkig kunnen voelen.’ Even was het stil. Toen vroeg ik haar: ‘En andersom? Zou hij ook ongelukkig zijn als jij morgen dood zou gaan?’. Ze zei me dat hij haar verteld had dat hij niet zonder haar kon leven. ‘Snap je het nu, meisje?’ vroeg ik haar. Ze zei niks. ‘Ik zou niet hebben gewild dat Eefje ook maar een seconde ongelukkig zou zijn geweest. Een daarvoor moest zij eerst doodgaan.’ Het meisje keek op en ik zag dat haar ogen waterig waren. Ze glimlachte. ‘Ik snap het meneer. Ik zal het aan mijn vriend vertellen. Bent u er morgen weer?’ Ik glimlachte. ‘Ik ga hier voorlopig niet meer weg’. En terwijl het meisje wegliep sloot ik mijn ogen en mompelde nog een laatste keer. ‘Eefje…’

Wauw! Prachtig

Ghihi dankje:)
Had het idee van de oude man die zijn vrouw mist al langere tijd in mijn hoofd zitten. Maar pas toen ik begon te schrijven wist ik hoe het verhaal moest worden.

Ik vind het echt heel mooi beschreven, echt perfect gewoon. En het is ook fijn, want bij jou merk je direct dat het over een oude man gaat. En bij sommige schrijfsters hier moet je echt heel vaak overlezen voor je snapt waar het over gaat, maar dat heb jij totaal niet. Je schrijfstijl is heel fijn

mooi geschreven!

Heel erg mooi n_n

Heel erg bedankt iedereen. Het is dus wel zinvol om door te gaan met posten?

Sowieso :grin:

Weer een! Dit is een van de oudsten.

Het ongeluk
Van een afstandje sta ik toe te kijken. Het regent en het is koud. Ik merk er echter niets van. De sirenes van een ziekenwagen overheersen het geluid van schreeuwende mensen. Steeds meer mensen komen op het ongeluk afgelopen.
Ik zie een vrouw huilen, ze lijkt op mij. Haar man houd haar in zijn armen en ook over zijn gezicht glijden tranen. Het liefst wil ik naar ze toelopen, maar ze zouden me toch niet zien. Een van de twee slachtoffers wordt op een brancard de ziekenwagen in getild. Zijn lichaam zit onder het bloed. Over het andere slachtoffer wordt een groot wit laken gelegd.

Ik loop weg van het verdriet. Niemand heeft me opgemerkt. De beelden flitsen voorbij. We reden hard, dat mocht ook op die weg. Ineens had er een hert gestaan. Hij zou voor het hert uitwijken maar verloor de macht over het stuur en we ramden een tegenligger. Daarna was al mijn gevoel weg. Ik had een licht gezien. Het licht zoog mij naar zich toe, maar ik wilde niet. Niet zonder hem.
Daarom loop ik nu hier.

Ik sta voor het grote witte gebouw. Ik loop naar binnen en stap in de lift. Nog steeds merkt niemand me op. Ik kom bij zijn kamer en zie dat hij aan de beademing ligt. Verschillende apparaten zijn aan zijn lichaam aangesloten. Hij heeft zijn ogen dicht en zijn ademhaling is rustig.
Ik ga op de rand van zijn bed zitten en kijk hem aan. “Hallo lieverd, sorry dat het even duurde, maar hier ben ik dan. Ik kom je van je pijn verlossen.” Ik pak zijn hand en samen zweven we omhoog. De monitor die zijn hartritme aangaf had al die tijd een regelmatige piep gegeven. Die regelmatige piep ging nu over in een langgerekte piep. Ik zie hoe beneden ons, verschillende dokters naar het bed van mijn vriend snellen, maar wij weten dat het al te laat is. We lachen naar elkaar en zweven verder, verder naar het mooie licht.

Mooi geschreven :slightly_smiling_face:
Maar nou kom ik even zeuren :’)
In je verhaal van de oude man, staat iets in de trant van ‘de vergelijking was te groot…’ moet dat niet zijn: ‘de gelijkenis was te groot’? Het ziet er een beetje raar uit zo :stuck_out_tongue:

ALSJEBLIEFT post meer!

Dit is echt mooi, echt wauw :open_mouth:

Haha grappig dat je dat opvalt. Ik vond die zin inderdaad ook niet mooi lopen. Ik bedacht me pas later dat het de gelijkenis was, ik zat eerst wat te knoeien met ‘de vergelijkenis’ maar toen ontdekte ik dat dat geen ABN is. Maar je hebt dus helemaal gelijk hoor!

En weer een:

De nachtmerrie
Ik zag het opnieuw voor me. De beelden herhaalden zich onafgebroken als een vastgelopen tape. Ik zag zijn mooie gezicht voor me. Ik kon zijn geur bijna ruiken, z’n gelaatstreken voelen. Zijn ogen keken me rustig aan, vol geduld en medeleven. Ik hoefde nergens bang voor te zijn. Zolang hij bij me was, kon me niets gebeuren toch? Of niet? Zag ik iets over het hoofd? Voor zover ik kon zien waren het alleen wij tweeën. En zo niet, dan zou hij me beschermen voor wat mij pijn wilde doen. Ik vertrouwde hem volkomen. Toch was er iets niet goed. Een angstaanjagend gevoel bekroop me, overmande me. Het hield me in z’n macht. Alles om me heen werd donker. Even zag ik niets meer. Ik kon me niet bewegen en bleef als aan de grond genageld staan. Paniekerig keek ik om me heen. De dreigende lucht om me heen werd donkerder en sloot me in. Waar is hij? Waar is mijn alles, mijn beschermer? Ik wachtte een paar seconden af en kreeg het steeds benauwder. Ik wilde schreeuwen, maar mijn stem werd gesmoord. Ik probeerde het nog een keer. Weer geen geluid. Gejaagd greep ik naar mijn keel. Ik begon te rennen, de duisternis is. Zoekend naar wat me ongetwijfeld zou redden. Ik taste met mijn handen het donker af, maar er was niets. Mijn ademhaling werd gejaagder. Ik proefde iets zouts in mijn mond. Ik had niet door dat de tranen inmiddels over mijn gezicht stroomden, het deed er ook niet toe. Ik rende nog steeds, terwijl ik geluidloos schreeuwde. Waar was hij? Waarom kwam hij niet?
Ik struikelde over iets en viel voorover op de grond. Ik snakte naar adem. Help me dan. Waar ben je? Ik sloeg mijn armen om mijn knieën en kneep mijn ogen stijf dicht. Toen hoorde ik hem. Eerst dacht ik dat het in mijn hoofd was en dat ik gek begon te worden. Maar toen ik mijn ogen opende stond hij voor me. Hij keek lachend op me neer. Opgelucht keek ik naar boven. Hij stak zijn hand naar me uit om me overeind te helpen. ‘Waar was je?’ vroeg ik beschuldigend. Hij lachte nog steeds alleen maar. Ik pakte zijn hand en terwijl ik dat deed liep er een rilling over mijn rug. Zodra ik rechtop stond deed ik een paar passen achteruit. Zijn lach was veranderd in een valse grimas. ‘Wat is er?’ vroeg ik een beetje paniekerig. Dit voelde niet goed. Zijn ogen stonden donker, voel woede en haat. Hij beet op zijn lip en balde zijn vuisten. Dit kon niet. Dit was hij niet, dit was mijn beschermer niet. Ik had niet gemerkt dat de tranen inmiddels weer over mijn wangen stroomden. Ik deed nog een stap naar achteren, maar hij was sneller. Woedend greep hij me bij mijn keel. Ik begon te schreeuwen en om me heen te slaan, maar hij was te sterk. Hij keek me aan en gelijk verslapte zijn greep. Ik zag in zijn ogen dat hij wist dat hij te ver gegaan was. Hij had het verpest. Hij had mijn vertrouwen in hem kapot gemaakt.

Woehoe, dit vind ik mooi. Echt heul mooi

Aah dankje. Ben je m’n eerste fan?(A)

Je schrijft echt heel mooi, heel fijn. Ja, jij kan schrijven… ^^
Vooral je beschrijvingen zijn heel mooi. Ik zou zeggen, blijf er mee doorgaan!