Mirror, Mirror on the wall. [Verhaal]

Hey, Dit verhaal schrijf ik met een vriendin.
Kritiek is welkom!

http://i49.tinypic.com/2gtyozk.jpg

Proloog
Tot voor kort was mijn leven normaal. Ik, Madison Joan Wakefield was een normaal meisje. Tot mijn zestiende verjaardag was er niets aan de hand. Ik ben nog steeds normaal hoor, in dát opzicht is er niets veranderd.
Wel weet ik dat niet alles is zoals het lijkt. Houd je ogen goed open, want voor iedereen komt wel is de dag dat alles veranderd. Dat je leven op zijn kop staat. Het kan beginnen met één simpel ding. Zo klein dat het niet eens op valt. Iets dat je misschien elke dag doet. Maar op een dag, verandert er iets. Hoe klein het ook is, houd het in de gaten.
Onze wereld, is niet de enige wereld. En wat als je contact kan maken met de andere wereld? Dit overkwam mij, of moet ik zeggen ons?

“She wears high heels, I wear sneakers.
She’s Cheer Captain and I’m on the bleachers.
Dreaming about the day when you wake up and find
That what you’re looking for has been here the whole time.
Buts he wears short skirts, I wear T-shirts.
She’s Cheer Captain and I’m on the bleachers.
Dreaming about the day when you wake up and find,
That what you’re looking for has been here the whole time."

Hoofdstuk 1:
Nieuwsgierig kijk ik rond. Ik heb van mijn moeder geld gekregen om iets voor mijn kamer te kopen. Ik wil niet iets standaards. Ik wil wat origineels. Daarom ben ik naar de kringloopwinkel gegaan. Er hangt hier een aparte sfeer. Alle spullen zijn al een keer gebruikt. Elk object heeft een verhaal. Mijn oog valt op een leuke schemerlamp. Niet origineel misschien, maar hij past wel in mijn kamer. Ik kan niet beschrijven wat ik zoek… Ik moet het zien en dan weten dat dit het is.
‘Kan ik je helpen?’.
Ik schrik op uit gedachten. Achter me staat een kleine man met een grappige moedervlek. Mijn oog valt altijd op kleine details.
Ik voel dat ik een rood gezicht krijg. Kom op denk ik bij mezelf, hij vraagt alleen maar wat. Zo moeilijk is het toch niet om antwoord te geven?
‘Uhm, ik zoek wat voor mijn kamer. Ik weet alleen niet precies wat ik wil,’ stamel ik.
‘Wacht even, ik heb misschien wel iets voor je’.
De man loopt met kleine stapjes weg, hij hinkt een beetje.
Terwijl ik wacht slenter ik een beetje door de winkel. Ik ben hier nog nooit eerder geweest. Deze winkel heeft wel wat. Ik ben de enige hier. Voor het eerst sinds een paar dagen is het rustig in mijn hoofd. Veel beter dan de drukte in de V&D. Met een beetje geluk slaag ik hier beter dan daar. Vanuit mijn ooghoeken zie ik de man al aankomen. Ik kan niet goed zien wat hij draagt.
‘Misschien is dit wel iets voor je?’.
De man heeft een spiegel in zijn handen. Dit is het. Dit is precies wat ik zoek. Het straalt een beetje oudheid uit. Als het antiek is zal het wel heel duur zijn denk ik teleurgesteld.
‘Dat is p-perfect,’ stotter ik. ‘Ik denk alleen niet dat ik het kan betalen.’
De man glimlacht. Ik mag hem wel. Ik kan zien dat hij van zijn winkel houd. Een gevoel van medelijden overspoelt me, misschien is hij wel eenzaam.
‘Deze spiegel staat hier al zo lang… Ik was eigenlijk bang dat ik hem nooit meer weg zou krijgen. Voor tien euro is de spiegel van jou.’
Ik kan me eigenlijk niet voorstellen dat niemand anders die spiegel zou willen hebben, maar ik zeg niets. Tien euro!
‘Dankjewel!’ roep ik blij.
‘Ik zal hem even inpakken voor je. Let wel op, het is een bijzondere spiegel,’ grinnikt hij.
‘Bijzonder, hoezo dan?’ vraag ik hem nieuwsgierig.
De man lijkt diep in gedachten weg te zakken. Het duurt even voordat hij antwoord geeft. ‘Ach, dat is allemaal bijgeloof joh. Een aantal jaar geleden was de spiegel van mij. Na een aantal jaar kan je het doorgeven aan je kinderen bijvoorbeeld. Helaas heb ik geen kinderen. Maar ik hoop dat jij er even veel plezier aan gaat hebben als ik heb gehad.’
Dat hij zomaar zo een mooie spiegel weg geeft! Ik zou hem nooit weg geven. Zelfs niet aan mijn kinderen. Maar dat zeg ik nu.
‘Dat komt wel goed hoor. Tot ziens’.
Met een grijns loop ik over straat naar huis. Als ik binnenkom zie ik dat de lichten branden.
‘Mam, pap, moet je kijken wat ik heb gekocht!’ roep ik enthousiast als ik binnenkom. Een stilte overvalt me. Fijn, weer alleen thuis. Het zal toch is niet.
‘Miauw’. Glimlachend kijk ik naar mijn kat.
‘Ja, jij bent er wel voor me he?’

Ik hou van dit soort verhalen! Al zijn ze soms eng haha. Dit doet me wel denken aan een boek, daarin was ook een spiegel met een andere wereld, dat diegene hem overnam en op het einde was hij hem geworden. Lekker duidelijk :stuck_out_tongue:

Verder!

Ahw, nu baal ik dat mijn idee niet meer origneel is. Al neemt ons verhaal een andere wending ^^

Hoofdstuk 2:
Met mijn handen diep in mijn zakken gestopt, slenter ik door de straten van Cannes. Ik ben op weg, naar het huis van mijn oma, ik zou haar gaan helpen met opruimen. Niet dat ik er veel zin in heb. Ik zou wel wat beters kunnen doen, zoals shoppen of gewoon afspreken met mijn vriendinnen.
In de verte komt het huis van mijn oma in mijn zicht, een oud herenhuis, waar ze al woont sinds ik me kan herinneren. Ik versnel mijn pas een beetje, en sta al snel voor de hoge deur van mijn oma. Ik druk op de bel, en hoor de bel door het huis galmen. De deur gaat open en mijn oma verschijnt in de deuropening.
‘Madison, wat leuk dat je er bent, kom snel binnen! Wil je wat drinken?’ zegt mijn oma vrolijk.
Ik stap het huis binnen en loop door naar de woonkamer. Ik laat mezelf op de bank ploffen. ‘Graag oma!’ mompel ik op de vraag van mijn oma.
Alsof ze mijn gedachtes kan lezen, komt ze binnen gelopen met een dienblad, met twee glazen dampende thee. Ze geeft me een mok aan en dankbaar sla ik mijn handen om de mok heen.
‘Wat wil je dan dat ik moet doen?’ vraag ik een beetje geïrriteerd.
‘Nou, de zolder moet opgeruimd worden, maar ik wil niet dat je iets meeneemt hoor, heeft allemaal bijzondere waarde voor mij!’ Zegt mijn oma, en ik rol met mijn ogen.
Ik zet mijn mok, zonder er ook maar één druppel er van gedronken te hebben, terug op de tafel en loop richting de trap.
‘Nou, dan ben ik opruimen!’ roep ik naar mijn oma en ren de trap op naar de zolder.
‘Doe je schoenen wel uit oké?’ roept mijn oma me nog achterna.
Ik spring de laatste treden op en trap mijn schoenen uit. Ik schakel het licht aan en draai een rondje, om de zolder rond te kijken.
‘Wauw, wat een spullen!’ mompel ik zachtjes. Ik begin wat spullen te verplaatsen en stop wat spullen in de lege dozen. Na een uurtje opruimen, plof ik uitgeput op de grond neer en kijk ik goedkeurend naar mijn werk tot nu toe. Ik spring op als ik in mijn ooghoek iets zie glinsteren. Ik loop erheen en steek mijn hand uit dat het glinsterende object. Ik veeg langzaam wat stof ervan af, en ik zie mezelf verschijnen.

Hoofdstuk 3
Een beetje eenzaam zit ik met Vlekkie op mijn schoot. Vlekkie is natuurlijk gevlekt, vandaar zijn naam. Het is heet, maar in de schaduw is het wel uit te houden. Ik kan niet wachten tot mijn ouders thuis zijn, dan kan ik eindelijk de spiegel laten zien! Ik ben benieuwd naar hun reactie. Ze respecteren mijn keuze altijd. Jammer dat mijn ouders de laatste tijd zo druk zijn. Ze zullen er vast wel een reden voor hebben. Ze hebben er altijd een reden voor, die ik altijd accepteer. Ik zal wel moeten.
‘Hé, daar hebben we dat kutwijf!’ hoor ik opeens van achter.
Verschrikt draai ik me om. Het is Scarlett met haar groepje, wie anders? Ik krimp in elkaar. Mijn ouders, de docenten, iedereen kan zeggen wat ze willen maar schelden doet wel pijn. Ze moeten hun mening niet geven als ik er niet om vraag. Ik kan het zelf wel afhandelen.
Ik snap niet wat ik fout heb gedaan. Ik heb nooit kwaad over hun gesproken. Maar ik zou het op een of andere manier wel verdiend hebben.
‘Laat me met rust,’ zeg ik zachtjes. Ik speel een beetje met mijn haar. Waarom wordt ik altijd verlegen? Dat zijn ze helemaal niet waard.
‘Wees maar niet bang hoor. We kunnen toch niet langer dan één minuut in je richting kijken. We gaan al. Kom meiden’. Giechelend fietst het groepje van Scarlett door. Ik zie Maddie verdrietig naar me kijken. Ze wil het voor me opnemen, dat zie ik. Maar ze wil niet zelf het pispaaltje worden. Ach, ik snap het ook wel.
Met tranen in mijn ogen blijf ik zitten. Ik wil zo graag populair zijn. Nog nooit heb ik een vriendin gehad. Geen echte tenminste. Als er een keer iemand met me omgaat, is het toch uit medelijden. Maar ik wil niet zielig zijn. Ik wil mezelf zijn.
Na een tijdje stil gezeten te hebben hoor ik een auto aankomen. Een rode cabriolet, dat kan niet missen. Dat moeten mijn ouders wel zijn denk ik bij mezelf. Van die gedachten vrolijk ik meteen op. Eindelijk iemand om mee te praten. Ik spring meteen uit op mijn stoel waardoor Vlekkie wegspringt.
‘Mam, pap! Ik heb echt iets leuks gekocht voor mijn kamer. Ik zag die spiegel en ik dacht meteen dit is hem. Papa, kan jij hem ophangen? Gelukkig is de antiekwinkel hier om de hoek, anders had ik hem nooit mee gekregen,’ ratel ik.
‘Nu even niet, Madison,’ zeggen mijn ouders tegelijk.
Teleurgesteld ga ik weer zitten. Vlekkie springt meteen weer op mijn schoot, verontwaardigd dat ik zomaar opsprong.
Mijn ouders hebben nooit tijd. Ze hebben vast wat beters te doen, denk ik om mezelf op te beuren.
‘Madison! Waarom staat de spiegel in de gang? Hij staat in de weg, neem hem mee naar je kamer!’ roept mijn vader.
Snel spring ik op. ‘Sorry Vlekkie, ik kan maar beter doen wat hij zegt,’ mompel ik. Met moeite til ik de spiegel op. Pff, hij lijkt wel zwaarder dan net. Voorzichtig loop ik trede voor trede de trap op. Bang om te vallen ben ik niet. Wat kan mij het schelen als ik val? Alsof iemand om me geeft.
Ik schrik van mijn nare gedachten. Natuurlijk geeft er wel iemand om me, toch?
Als ik eindelijk boven ben zet ik de spiegel in de hoek van mijn kamer. Zonder er verder na om te kijken ga ik op mijn bed liggen. Mijn vreugde van de spiegel is verdwenen. Ik luister na de stilte. Stilte is heerlijk. Even geen gezeur aan mijn hoofd. Niet van mijn moeder, niet van mijn vader. En het beste, niet van Scarlett en haar clan.
Vanuit mijn ooghoeken kijk ik naar de spiegel. Hij lijkt de stralen. Ik herinner me de woorden van de oude man. Vast bijgeloof, zucht ik.
Mijn ogen dwalen verder door mijn kamer. Die overigens best groot is. Zie je wel, ik heb niets te klagen. Ik heb een prachtig groot bed. Een bureau met daarop een computer. En ik heb een breedbeeld tv. Verder woon ik in Cannes, waar de zon altijd lijkt te schijnen.
Ik schrik op van een doffe klap. Zuchtend sta ik op. Hoe kunnen dingen nou uit het niets vallen? Al snel merk ik dat er een kalender is gevallen. Terwijl ik hem op pak valt mijn oog op de datum, twee mei alweer denk ik bij mezelf. Het duurt even voordat het kwartje valt. Morgen is het drie mei, mijn zestiende verjaardag!
Misschien zijn mijn ouders daarom zo druk! Misschien regelen ze wel een supriseparty voor mij. Ik hoop het. Ik hoop dat mijn oma komt. Mijn ouders hebben haar al zo lang niet gezien. Ik ga elke week wel naar haar toe. Gewoon, om te kijken of ik haar kan helpen.
Blij loop ik naar Vlekkie. ‘Zie je wel, Vlek. Ik heb geen reden om te klagen.’

leuk! ik volg

Verder :slightly_smiling_face:

Hoofdstuk 4
Ik wrijf mijn handen af aan mijn broek en staar naar mijn eigen spiegelbeeld. ‘Wat een prachtige spiegel!’ mompel ik zachtjes. Voorzichtig til ik de spiegel op en leg hem op de grond neer, ik loop er een rondje omheen en kniel dan naast de spiegel neer. ‘Waarom mocht ik ook alweer niks meenemen?’ mompel ik geïrriteerd, doelend op mijn oma.
Ik schrik op uit mijn gedachtes over de spiegel als ik voetstappen op de trap hoor, vlug zet ik de spiegel terug en kijk rond.
‘Prima!’ mompel ik zachtjes, net op dat moment verschijnt mijn oma in het trapgat.
‘Het ziet er prachtig uit Madison!’ roept ze vrolijk. ‘Als je de laatste dingetjes opruimt, kun je wel gaan! Ik ga even liggen ben een beetje moe!’ zegt ze snel voordat ze de trap weer afdaalt.
Ik wacht rustig tot dat de deur van mijn oma’s slaapkamer dichtgaat en pak dan de spiegel weer tevoorschijn. Ik zou hem gewoon meenemen, of mijn oma dat nou goed vond of niet, er staat toch zoveel troep op zolder, dat ze het niet eens zou merken.
Snel ruim ik de laatste spulletjes op en neem de spiegel onder mijn arm mee naar beneden. Ik schiet snel in mijn witte allstars en trek mijn jas aan. Zonder teveel geluid te maken open ik de deur en loop naar buiten met de spiegel onder mijn arm. Snel loop ik de oprit af en werp nog een laatste blik op het huis van mijn oma.
‘Dankjewel oma!’ zeg ik vrolijk. Snel loop ik door naar mijn huis, waar ik woon met mijn vader en moeder, nou ja, ze waren meer weg dan thuis. De sleutels tover ik uit mijn jaszak en draai de deur open.
‘Hallo?’ roep ik door het huis, het enige antwoord wat ik krijg is mijn eigen echo. Puffend zet ik de spiegel tegen de muur aan.
‘Zwaar ding dat je bent!’ mompel ik zachtjes tegen de spiegel. Ik trek mijn schoenen en jas uit en loop met de spiegel in mijn handen naar boven. Boven op mijn kamer zet ik de spiegel tegen de muur aan en plof op mijn bed neer. Ik haal mijn iPhone uit mijn zak en begin te reageren op mijn Whatsapp berichten van mijn vriendinnen.
Ik grinnik zachtjes als Kimberly vraagt of we zullen afspreken om te gaan winkelen. Enthousiast antwoord ik dat het goed is en dat ik eraan kom. Dat is dan wel het voordeel van rijke ouders, je eigen creditcard van je pappa’s rekening. Snel trek ik een stel pumps aan en stop mijn spullen in mijn tas en loop de trap af.
Ik doe mijn jas weer aan en loop langzaam richting de Starbucks waar Kimberly en ik hadden afgesproken. Gelukkig was de Starbucks om de hoek. Ik wacht echt op het moment dat ik zestien wordt en eindelijk een scooter kan kopen. En dat moment komt angstig dichtbij, want dat moment is morgen.

Reacties graag :slightly_smiling_face: Ook negatieve reacties zijn welkom hoor…
Anders is de motivatie zo snel weg you know…

Hoofdstuk 5
Ik word wakker van de zonnestralen die in mijn gezicht schijnen. Gelukkig, ik hou van mooi weer op mijn verjaardag.
Het is stil in het huis, te stil. Ik luister naar de vogeltjes die vrolijk hun liedje fluiten. Ik voel me geen haar anders dan gister, toen ik nog vijftien was.
Langzaam loop ik naar de spiegel. Ik veeg wat stof er af, de spiegel trekt schijnbaar stof aan. De spiegel voelt niet koud aan, zoals ik verwachtte. Het heeft een warme temperatuur, wat gek is, het staat immers niet in de zon. Verder denk ik er niet bij na. Ik moet immers een leuke outfit uitkiezen. Ik houd van kleding maken, dat is één van mijn hobby’s. Ik trek mijn favoriete jurkje aan. Ik heb het zelf gemaakt, wat me veel tijd heeft gekost. Het is zwart, met glitters. Er hoort een tailleriem bij, die de kleuren heeft van de regenboog.
Ik doe mijn haar in een rommelige vlecht. Nu nog schoenen. Ik kijk naar mijn verzameling ballerina’s, twaalf paar heb ik. Na een tijdje nagedacht te hebben kies ik voor grijze ballerina’s, niets bijzonders.
Snel loop ik naar beneden, ik ben benieuwd wat mijn ouders voor me in petto hebben. De trap kraakt van mijn gewicht. Niet dat ik zo zwaar ben, de trap is gewoon oud.
‘Pap, Mam?’ roep ik onzeker.
Mijn moed zakt weg als ik het briefje lees, waarop staat dat ze weg zijn. Niet eens gefeliciteerd, niet eens goedemorgen. Nee, alleen dat ze weg zijn.
Verdrietig loop ik naar school. De school is bij mij om de hoek dus ver hoef ik niet te lopen. Ik kom graag zo laat mogelijk op school, dan kom ik Scarlett niet tegen.
Als ik de deur open doe van het klaslokaal zie ik dat iedereen al in de les zit. Niemand die me feliciteert. Verdrietig ga ik zitten, waarna de les meteen begint.
Met een zucht van verveling, teken ik bloemen in mijn schrift. Grote en kleine bloemen, rozen en zonnebloemen, ik houd van tekenen. Tekenen is rustgevend.
Deze les is net zo saai als alle andere lessen. Met moeite probeer ik mijn aandacht erbij te houden. Tekenen is veel leuker dan geschiedenis. Ergens speelt de gedachten dat ik moet opletten. Niet dat ik een nerd ben, maar ik wil geen onvoldoendes.
Om me heen hoor ik iedereen lachen. Het zou wel weer over mij gaan. Wanneer gaat het een keer niet over mij?
De docent probeert zonder succes om iedereen zijn aandacht te vragen. Dreigen met straf werkt bij deze klas allang niet meer. Mijn klasgenoten lachen hem in zijn gezicht uit. Ik doe daar niet aan mee. Ik doe nergens aan mee. Hoe graag ik ook een keer met ze zou willen lachen. Hoe graag ik een keer wil dat iemand met mij praat. Ik zoek zelf geen contact met ze. Misschien ben ik te verlegen. Misschien ben ik inderdaad raar. Maar alleen zijn went snel genoeg. Ik ben er al aan gewend. Ik ben eraan gewend om elke pauze alleen te zitten. Om elke les alleen aan tafel te zitten. Ik ben er aan gewend dat niemand tegen mij praat.
‘We hebben een nieuwe leerling in de klas,’ zegt de docent als iemand op de deur klopt.
Het werkt wel, meteen is de hele klas stil. We zijn niet vaak zo stil. Misschien is dit de eerste keer van dit schooljaar dat ik mijn eigen ademhaling kan horen. Ik probeer zo zacht mogelijk adem te halen. Bang dat ik de aandacht op mij vestig. Ik houd absoluut niet van aandacht. Iedereen van mijn klas kickt erop om in het middelpunt van belangstelling staan. Nou, mij niet gezien.
Meneer van Hoeven laat de jongen binnen. Even stokt mijn adem. Het is de knapste jongen die ik ooit heb gezien.
Hij heeft bruin golvend haar, tot net over zijn oren. Prachtige heldere bruine ogen. Ik ben niet vaak verliefd, maar dit is misschien wel zo een jongen waar ik verliefd op kan worden.
Snel kijk ik om me heen. Ik zie elk meisje hem letterlijk met open mond aanstaren. Meteen verdwijnt het verliefde gevoel weer. Wat haal ik me ook in mijn hoofd, alsof hij mij ziet staan. Ik heb in mijn zestien jaar dat ik hier op aarde ben nog geen enkel vriendje gehad. Ik doe er niet echt moeite voor, maar stiekem wil ik er wel één. Ik vervloek mezelf meteen dat ik vandaag niet wat extra make-up heb opgedaan. Nu ziet hij me al helemaal niet staan.
‘Dit is Ryan,’ zegt meneer van Hoeven stralend. Hij is natuurlijk blij dat hij eindelijk de klas stil heeft gekregen.
‘Naast wie wil je gaan zitten Ryan? Het voorstellen komt later wel.’
Ryan zijn blik glijdt over de klas. Er zijn nog maar een paar lege plekken. Één daarvan is naast mij. Maar waarom zou hij die kiezen? Naast Kimberly, het knapste en populairste meisje op Scarlett na, is ook nog een plek vrij. Zij gaat natuurlijk boven mij.
‘Ik wil graag naast haar zitten,’ hoor ik hem zeggen.
Ik zie niet wie hij aanwijst, omdat ik nadrukkelijk naar mijn schrift staar. Maar ik hoor een golf van onbegrip door de klas gaan. Ik zie hoe hij langs iedereen loopt naar zijn plek. Gaat hij naast Kimberly zitten? Maar nee, haar loopt hij straal voorbij. Pas bij mijn tafeltje stopt hij.
‘Vind je het erg dat ik hier kom zitten?’ grijnst hij.
Verschrikt kijk ik op. Hij heeft het echt tegen mij. Ik zie alle meisjes van de klas grijnzend naar mij kijken. Ze hopen vast dat ik het verpest. Ik weet niet zo gauw wat ik moet zeggen. Ik ben niet meer gewend aan gezelschap.
Ik haal mijn schouders stug op. Na het zien van dat gebaar ploft Ryan naast me neer.
‘Schat, je weet natuurlijk niet dat dit een grote fout is. Laat ik zo lief zijn om je erop te wijzen,’ grijnst Scarlett.
‘Madison is het minst populairste meisje van de klas. We hebben zo veel leukere andere klasgenoten. Verdoe je tijd niet aan haar. Ze is vreemd. Ze vindt zich zelf heel wat, maar ze betrekt zich nooit met ons. Niet dat wij haar hoeven. Dus kom gezellig naast Kimberly zitten,’ vervolgt Scarlett haar gesprek.
‘Ik zit hier prima, bedankt voor je advies,’ wimpelt Ryan haar af.
Even ben ik blij. Eindelijk is er iemand die haar op haar nummer zet. Dat had ze al heel lang verdiend.
‘Misschien kan je dankjewel zeggen?’ oppert Ryan
Met een rood gezicht blijf ik naar mijn gezicht staren. Natuurlijk ben ik hem dankbaar. Niet dat ik hem dat durf te zeggen.

Leuk verhaal! #nieuwe lezeres

Leuk, maar je moet echt je fouten verbeteren.

^ kijk kritiek is welkom maar aan dit heb ik niet veel…
Wat is er fout dan?

Ik vind het een beetje moeilijk te begrijpen haha :’)
Het zijn 2 verhaallijnen door elkaar heen toch?
Een verhaallijn met de spiegel van haar oma’s zolder en een verhaallijn met de spiegel uit de kringloopwinkel, of heb ik t mis :’)

Daarbij leest je verhaal héél erg fijn en vind ik het leuk dat er iemand is die geen weken erover doet om een hoofdstuk te schrijven haha!

Ze bedoelt spelfouten!

Verderrr :wink:

Ja het zijn inderdaad 2 verhaallijnen, daarom zijn sommige stukjes schuin

Hoofdstuk 6
De deur van Starbucks duw ik open en stap naar binnen. Ik kijk even rond of ik Kimberly al zie zitten, helaas zie ik de donkerbruine krullen van Kimberly nog niet. Met een glimlach op mijn gezicht loop ik naar de kassa en bestel twee Java chip, favoriet van ons beide. Ik krijg net de mokken in mijn handen geduwd als ik een bekende stem van Kimberly achter me hoor. Ik draai me om en roep haar naam. ‘Hey mop!’ roept ze en er worden van geïrriteerde blikken onze kans op geworpen.
Ik druk een kus op haar wang en loop voor haar uit naar een vrij tafeltje waar ik de mokken koffie neerzet. Ik trek mijn jas snel uit en geef haar en knuffel. Kimberly is mijn beste vriendin, al mijn hele leven, zelfs onze moeders waren vriendinnen. We hadden een grote vriendengroep, want iedereen wilde wel vrienden met ons zijn.
Ik plof neer op een stoel en sla mijn handen om te mok. Uitgebreid beginnen we te kletsen over de nieuwe kleding die we moeten gaan kopen. Voor ik het weet is mijn mok leeg en zuchtend staar ik naar mijn mok. Ik kijk op als ik een hand voor mijn ogen zien zwaaien. Glimlachend kijk ik haar aan. ‘Sorry, was even in gedachten verzonken,’ mompel ik zachtjes.
Waarover zou ze me nooit vragen, ze weet het negen van de tien keer toch wel.
‘Zullen we gaan?’ vraag ik lachend.
‘Sure, let’s go!’ roept ze hard.
Grinnikend trek ik mijn jas aan en trek Kimberly mee de winkelstraat in. Wat geld later en heel veel tasjes rijker, zitten we lachend op een terrasje in het zonnetje. In mijn ooghoek zie ik een onbekende jongen naast ons neerploffen, met een stel jongens.
Ik geef Kimberly een trap onder het tafeltje en ze kijkt me beledigd aan. Ik sein naar rechts en ze werpt een snelle blik naar de jongens, als ze me weer aankijkt, wiebelt ze met haar wenkbrauwen.
Ik kijk opzij en zie dat de jongen naar ons zat te kijken.
‘Hey!’ zeg ik tegen de jongen. Hij trekt een wenkbrauw op en kijkt me aan.
‘Uhm, hoi! Kom er anders bij zitten!’ zegt hij als hij me een tijdje onderzoekend aan heeft gekeken.
Ik kijk glimlachend naar Kimberly en tegelijk staan we met onze stoel op en gaan bij de jongens zitten. Ik geef alle jongens een hand en stel me voor als Madison, Kimberly doet hetzelfde.
De jongens stellen zich voor als Lars, Chris, Ryan en Beau. Ik werp een blik op Kim en zie meteen dat ze die Lars wel ziet zitten. Ik wist precies op wat voor jongens Kim valt, en zij ook van mij. Ze kijkt lachend naar mij en daarna naar Ryan.
Als ik een snelle blik op mijn horloge werp, zie ik dat het al half zes is. Ik stoot Kim aan en laat haar me horloge zien, verschrikt kijkt ze me aan.
‘Uhm, wij moeten er maar weer eens vandoor!’ mompelt ze.
De jongens beginnen meteen te protesteren en ze roepen dat ze onze nummers willen. Ik pak mijn mobiel uit mijn zak en gaf hem aan de jongens. Snel zetten ze hun nummers erin.
‘Oh ja, voordat ik het vergeet, morgen word ik zestien, en bij deze nodig ik jullie uit voor mijn sweet sixteen!’ roep ik lachend.
Ze beginnen allemaal enthousiast te roepen en dan trek ik Kimberly mee en roep nog snel een
“tot ziens" naar de jongens.

Huh dit moet weer schuingedrukt!

Bedankt voor de oplettendheid!
Elke keer als ik het plaats uit word komen er allemaal rare tekentjes bij dus ik moest het 4x opnieuw plaatsen en de laatste keer ben ik het schuine vergeten :s

Up.

Hoofdstuk 7:
Als de bel gaat sprint ik meteen de klas uit. Ik wil voorkomen dat mensen lullige opmerkingen over mij kunnen maken. Aangezien ik toch niemand heb om in de pauze mijn tijd te verdoen, ren ik meteen door naar buiten. Mijn vaste plek is op een veldje onder een boom. In de zomer kan ik er heerlijk schuilen in de schaduw. Ik zit er elke pauze, mijn eten op te eten.
Natuurlijk wil ik liever bij andere mensen van de klas staan. Gezellig met hun praten, maar dat durf ik niet. Ze zullen me toch ter plekke uitlachen.
Peinzend kijk ik naar het schoolplein, waar alle kinderen in verschillende groepjes staan. Bijna iedereen rookt. Niet dat het mag, maar de docenten hebben het al lang geleden opgegeven om iedereen ervoor te straffen.
Ik schrik op van een zacht kuchje. Net hard genoeg om het te horen. Versteend blijf ik zitten. Wie kan dat zijn? Nog nooit is een van mijn klasgenoten mij gevolgd om me te pesten. Ik dacht dat ik hier veilig was. Voorzichtig probeer ik te kijken wie er aan de andere kant van de boom zit. Ik herken hem vrijwel meteen aan zijn bruine haar. Het is de nieuwe jongen, Ryan.
Wat brengt hem hier? Hij is knap. Hij kan populair genoeg worden om bij de andere kliekjes van de klas te horen. Hij kan populair genoeg worden om mij te pesten. Net zo een type als de andere jongens van mijn klas.
Opeens merk ik dat hij terug staart. Shit, hoelang kijkt hij al naar me? Weet hij dat ik hem al zeker drie minuten aankijk?
Ik voel hoe rood ik word.
‘Bevalt het je wat je ziet?’ grijnst hij. Ik merk dat hij lacht met een halve glimlach. Het maakt hem schattig.
Ik sla mijn ogen neer. Waarom durf ik niets te zeggen? Heb ik een keer kans op een vriend, verpest ik het meteen weer.
‘Waarom sta je niet gezellig bij de andere?’ vraagt Ryan nieuwsgierig.
Verbaasd kijk ik hem aan. Heeft hij dan helemaal niet door dat ik nergens bij hoor? Beter laat hij me met rust, ik wil voorkomen dat hij gepest word. Al denk ik niet dat zoiets snel zou gebeuren, gezien zijn uiterlijk.
‘Bij Scarlett en haar groepje zeker?’ mompel ik bijna onverstaanbaar.
‘Nee, met mij en mijn vrienden.’
Aarzelend kijk ik hem aan. Is dit een uitnodiging? Of is dit een zieke grap? Misschien van Kimberly, die alles doet om bij Scarlett te horen. Onder al die make-up zit vast wel een lief meisje, ik heb haar alleen nog niet gezien.
Ryan maakt van die aarzeling gebruik. Voordat ik kan protesteren voel ik de grond onder mij verdwijnen.
Ik durf niet tegen te stribbelen. Ik hoop vurig dat het geen grap is. Ik ben bang voor Scarlett en haar vriendinnen.
Als ik iedereen verbaasd hoor mompelen, weet ik zeker dat dit geen grap is. Heel even voel ik me trots, Ryan kiest mij!
‘Hey, wie is dat?’ roepen zijn vrienden in koor als hij mij neerzet.
‘Jongens, dit is Madison. Madison dit zijn Lars, Beau en Chris.’
Nieuwsgierig, en nog steeds met een rood gezicht, kijk ik rond. Het zijn allemaal knappe jongens. Alleen niemand kan voldoen aan Ryan. Ik vraag me af hoe Ryan al aan zoveel vrienden komt, in zo een korte tijd.
‘Madison, hoe oud ben je?’ vraagt Ryan.
Ook al zegt hij mijn naam, het duurt even voordat ik doordring dat hij het tegen mij heeft. ‘Vijf… zestien,’ antwoord ik zachtjes.
Chris grijnst. ‘Wanneer ben je jarig? Het kan niet zo zijn dat jij ouder dan mij bent hoor!’
‘Drie mei.’
Chris zijn grijns verdwijnt. ‘Dat is vandaag,’ zegt hij zacht.
Ik knik en ik sla mijn ogen neer.
‘Nou, dan maken wij er wel samen een leuke dag van!’ zegt Ryan optimistisch.
Ik schud zachtjes nee en ren weg. Weg van al dat neppe gedoe. Niemand kan om mij geven. Dat bestaat niet. Alleen Vlekkie is er voor mij. Alleen Vlekkie kan ik vertrouwen.
Het kan me niets meer schelen dat ik nog les heb. Ik ren aan één stuk door naar huis.
Als ik de voordeur open doe, merk ik dat er nog niemand thuis is. Niet dat ik wat anders had verwacht. Ik loop in één stuk door naar mijn kamer en plof neer op mijn bed. Waar ik hartverscheurend begin te huilen.

Kritiek is welkom, kritiek motiveert xx.

Ik begrijp de verhaallijnen niet…
Zijn het 2 verschillende Madisons?
Of is het dezelfde Madison?

Ik begrijp het niet helemaal maar vind het wel heel leuk om te lezen!

leuk verder :upside_down_face: