(meeschrijfverhaal) Een permanent masker

Ik wil een verhaal schrijven, een beetje gebaseerd op een vriendin van mij, die met depressie worstelt (zo’n geval van op het randje van depressie). Ik wil graag ook een beetje kunnen omschrijven hoe haar beste vriendin hierin staat, dus ik had een tweekantenverhaal in gedachten. Maar… Ik kom altijd met eerste stukken maar daarna loop ik helemaal vast. Als je het “leuk” lijkt om hierover mee te schrijven be my guest!

Een permanent masker
1.
Het masker dat ik draag, ik draag het al jaren, het is al lang niet meer het masker wat in eerste instantie mezelf opzette. In de hoop dat alles later wel weer over zou waaien. Mensen hebben dat masker met veel geweld van mijn gezicht gerukt, daar kwam deze voor in de plaats. En dit was niet zomaar een masker, deze zou ik voor altijd ophouden, tot het me kapot zou maken, me zou breken tot op het bot. Dat was de hele intentie ervan. Een masker met naalden in de binnenkant, bekleed met duizenden en duizenden lange, scherpe naalden. Zo werd dit in mijn gezicht gedrukt en bij elke poging het af te zetten, ging het juist dieper in mijn gezicht en liet het meer en meer littekens achter.
Nu herkent een enkeling mij achter dit helse ding vandaan. Zelfs mijn bloedeigen ouders hebben de hoop op het terugzien van hun bloedeigen dochter al opgegeven.
En de mensen die dit masker in mijn gezicht hebben gedrukt, die kunnen niks meer dan lachen en zichzelf nog wat groter voelen. Want daar zijn ze mens voor, achterbaks al de pest en alles om de mensen waarvan de zwakte kunnen voelen nog dieper de grond in te boren. Niemand geeft meer om een ander we springen nog liever voor een trein dan dat we iemand anders voor onszelf zouden laten gaan. Het egoïsme van de eenentwintigste eeuw, het valt al niet meer te redden. Vandaag de dag wordt je wel degelijk groter beschouwd als je op anderen gaat staan. Het zijn juist de slachtoffers die met alle minacht worden aangekeken.
Het feit dat tenminste nog één iemand het beetje licht uit mijn ziel ziet komen, laat me dit gevecht nog niet opgeven. Alles voor dit persoon. Want zij maakt zichzelf anders door het te zien. Zij ziet dat door de enige kleine gaten in de masker, mijn ogen, het enige nog van mijzelf, vurig branden van verlangen om ooit mijzelf weer te kunnen laten zien. Al is achter dat vuur niks meer dan een haast dode ziel. Zwart en vernietigd door een masker wat ik nooit meer af zal krijgen.

Het is vanuit het perspectief van de vriendin van de hoofdpersoon met een depressie

  1. Wanneer het allemaal verdwijnt
    Ik zie haar leven achter haar ogen ook al wil ze niet dat ik dat zie, en ze weet dit van me. Ze weet dat ik haar wil helpen waar ik kan, en ik weet dat ze niet geholpen wil worden. Marijn is altijd al anders geweesd dan iedereen, altijd al een hopeloos cynisch persoon. Maar het lijkt wel alsof de pubertijd haar heeft aangevallen en de ziekte die is ontstaan haar niet meer wil loslaten. Ze bezwijkt aan zelfmedelijden en ik weet de laatste tijd niet meer goed hoe ik bij haar moet zijn. Het was altijd zo makkelijk om bij haar te zijn, want we deden gewoon waar we zin in hadden wanneer we er zin in hadden. Maar nu zegt ze niet veel meer, alles wat ze doet maakt ze ingewikkelder dan het is. Alles wat ze uitvoert wordt uigevoerd met een zwaarte alsof ze een gewicht van 10 kilo op haar rug draagt. En ik weet niet hoe ik haar moet helpen, ik weet het echt niet. De laatste tijd ben ik ook boos op mezelf, omdat ik een keer bij haar wou weglopen. Ik werd er gewoon zo moe van, er gebeurt niets, het voelt alsof ik in een eindeloze sleur terecht kom die niet eens van mij is. Ik wou er weg gaan, ik wou er van vluchten! Terwijl ik er juist nu voor haar moet zijn. Ik moet het gewoon nog even volhouden. Ze zei laatst tegen me toen ik aan haar vroeg of ze dacht dat ze zich misschien weer blijer kon voelen: “Ooit op een dag zal het verdwijnen, het moet ooit op een dag wel verdwijnen.Vast wel”. “Vast” zei ik toen en het gesprek was voorbij. Tien minuten later ging de schoolbel en we gingen net zo stil naar de les als dat we hier gekomen waren. Nu wil dit niets zeggen want ze is niet altijd saai en lustenloos. We kunnen wel lachen samen, over de meest onzinnige dingen meestal. We kunnen giegelen, gillen en gieren van het lachen. Maar ze kan zichzelf alleen loslaten als ik bij haar ben, en als haar ouders niet thuis zijn. Gisteren nog hebben we bijna de hele avond bij haar op bed gelegen en naar muziek zitten luisteren. Heavy metal en rock, want daar houdt ze tegenwoordig van. Ik vond het wel grappig, vooral toen ik de zanger hoordde gillen, of hoe dat dan ook heet. Marijn waardeerde het niet echt, maar ja dat is dan maar zo. We hadden het zo gezellig, en ik voelde een opluchting door mijn hele lichaam gaan omdat ze voor één moment zo vrij leek dat ik dacht dat het écht ooit voorbij zou gaan. Ik als een van de besten weet dat dit zeldzame momenten zijn. Een moment waarop ze haar masker even af zet om vrij te zijn, roekeloos doch veilig. Ik koester dit moment tot in het diepste van mijn ziel en stop het in een doosje in mijn hoofd om het te bewaren en aan haar te geven wanneer het voorbij is. Zodat ze kan zien dat het niet alleen maar slecht was.

vervolg hierop, ook over de vriendin:
Vandaag zag ik haar weer op school, zoals bijna elke maandag tot vrijdag, de wereld is nou eenmaal niet zo groot en zeker die van mijn niet. Ik was de hele dag als wat afwezig en de rede daarvan kon ik maar moeilijk verklaren, dat had ik soms gewoon. Ik ben altijd een dromer gebleven. Marijn kwam vrolijk op me af en daar was de zoals gewoonlijk uitbundige overdreven knuffel. Zo was dat voor mijn doen in ieder geval. Anderen leek het niet op te vallen, of zij wilden er geen issue van maken. Vooral geen aandacht aan haar besteden. Vrij sneu en zielig maar zo was bijna iedereen hier op school. De meerderheid was gewoon egoïstisch en dom. Iedereen liep maar overduidelijk met de stroom mee en wie daar buiten viel, zullen ze leren! Het ordinaire inhoudsloze wat het meeste aan geblondeerde Barbies uitstraalde was daarin dan ook zoiets. Ik zag het zogenaamde geile er niet in, maar daar kijk ik niet naar als jongen dat doen. Zij lopen overigens tegenwoordig ook alleen maar hun pik achterna. Maar wie ben ik met mijn niet echt onderbouwde spontane meningen. Daarom hield ik ze voor mezelf maar teruggetrokken was ik niet. Tenminste, niet overdreven.
Toch gek maar ik stond sterker in mijn schoenen dan alle typjes nep ego bij elkaar. Waar het me vroeger zo ongelooflijk veel deed wat anderen ook maar van mij zouden kunnen vinden, zal het me nu aan mijn reet roesten.
Inge zuchtte en vertelde het zoveelste over haar vreselijke klas. Ik had zeker met haar te doen, menig van die klas wilde ook liever gehakt van mij maken.
‘Wat Mink nou weer de wereld in heeft verzonnen! Die vraagt ineens sinds wanneer ik pot ben dus ik zeg “tuurlijk altijd al geweest,” zelfs een doof konijn had het sarcasme erin gehoord maar Mink heeft natuurlijk breininhoud van een walnoot!’ Een ingehouden lachje toen we ons realiseerde wat ze net even door de aula riep. Inge hield zich veel te sterk hier op school, al wilde ze dat zelf niet. Mensen plaatsen elkaar nou eenmaal graag op een voetstuk en des te leuker is het om die iemand daar dan ook weer keihard van af te zien donderen. Keihard de afgrond in. En zo heeft men weer een rede om bovenop een ander te gaan staan, even zin te geven aan hun eigen onzekere kutleven.
Deze vier muren vormen een gebouw met verschillende namen. Mentale marteling, tijdsverspilling, ontmoetingsplaats, de plek waar je gedwongen wordt jezelf niet te zijn, een plek van snijdende, ijskoude pijn waar je gedwongen wordt je groot te houden. Zo was dit voor mij niet, over het algemeen vond ik school helemaal niet zo erg maar ik zag en wist ook best wat het voor Marijn was.