Madly in love (verhaal)

Hoi meiden :slightly_smiling_face: ,
Ik ben terug met een nieuw account, omdat ik een apart account wilde voor mijn verhaal.
Ik ben ongeveer een jaar geleden begonnen met mijn verhaal, maar hij is nog lang niet af.

Beschrijving Madly in love:
Net nu Yara een nieuw begin wil maken op haar nieuwe school, lijkt alles mis te gaan. Een mysterieuze jongen negeert haar eerst, maar lijkt er daarna op terug te komen. Haar oude vrienden lijken haar totaal te vergeten en niet te vergeten haar eerst zelfverzekerde broer, die zich onzeker gedraagt sinds de verhuizing. Kan ze haar oog houden op de realiteit in deze verwarrende tijden?

Even iets voor lezers die het teveel vinden lijken op twilight, dat is alleen in de eerste paar hoofdstukken misschien zo, het wordt beter :wink:

Proloog:

Ik deed mijn ogen open en voelde zijn gespierde lichaam naast me.
Deavon was er nog. Ik tilde mijn hoofd op en keek hem diep aan in zijn felgroene ogen.
‘Je bent wakker,’ zei hij met iets wat fluisterende stem om mij rustig te laten wakker worden.
Ik ging rechtop zitten zodat hij me een kus kon geven.
‘Was het een droom?’ vroeg ik, terwijl ik het antwoord eigenlijk al wist
‘Nee schat, het was geen droom.’ Dit was het antwoord waar ik al bang voor was. Het antwoord wat ik niet wilde horen. Het antwoord wat er voor zorgde dat mijn leven op zijn kop stond. Er was echt geen weg meer terug.
Maar was dat dan wat ik wilde? Wilde ik terug? Net nu ik ‘madly in love’ was met deze bovennatuurlijke jongen.
Ik stond op van mijn tweepersoonsbed en Deavon keek me anders aan dan normaal, bijna angstig.
Ik wist waarom dat was. Om mezelf te bevestigen keek ik in de spiegel. Daar zag ik mijn nieuwe ik.
Mijn verbeterde ik.

Laat vooral weten wat je ervan vind. Tips/kritiek vind ik fijn om te horen.

Natuurlijk volg ik :slightly_smiling_face:
Fijne schrijfstijl en ik ben benieuwd naar wat er gaat komen!

Ik ben benieuwd!

Yeey! Ik ga vanmiddag na school meteen een hoofdstuk plaatsen! :slightly_smiling_face:

Ik ben benieuwd! ^^

Ik zei toch dat de volgers zouden komen, miss Ongeduld!

Ghehe :flushed:

Ik ben ook benieuwd! :grinning:

Quote:
‘I have always been delighted at the prospect of a new day, a fresh try, one more start, with perhaps a bit of magic waiting somewhere behind the morning.’ J. B. Priestly

Hoofdstuk 1
‘Yara lieverd, ben je klaar om te gaan?’ Vroeg mijn moeder aan me.
Ik was half verdoofd sinds gisteravond en dat was nog niet verminderd. Het idee om David nu te verlaten in onze ruzie leek me verkeerd, ook al was het niet anders. Deze verhuizing was hoog nodig.
We hadden alle vier een soort re-start nodig. Mijn vader die zijn baan was verloren terwijl hij juist zo zijn best deed. Mijn moeder die mijn vader zo had verraden door met zijn beste vriend het bed in te duiken terwijl mijn vader haar juist toen nodig had. Mijn broer die was blijven zitten nadat hij al zijn tijd had doorgebracht met zijn ‘o zo leuke’ vriendinnetje, Sanne, die na alles wat ze hadden gedaan hem ineens in de steek had gelaten. En dan had je mij nog, ik wist het allemaal niet meer na het mysterieuze telefoontje van David waarin hij verklaarde dat het uit was. Ineens. Ik wist dat we als ik zou verhuizen het zouden moeten uitmaken, maar we hadden er toch over kunnen praten? Dat praten was daarna pas gebeurd, alleen had het het alleen maar erger gemaakt.
Weer voelde ik die o zo bekende tranen opkomen.
‘Ja mam, ik kom zo, nog even m’n laatste doos halen en ik ben klaar.’ Ik haastte me naar onze tuin toe, want daar stond mijn laatste tas met dingen die ik onderweg nodig had.
‘Yara, schiet eens op!’ Deze keer was het mijn vervelende, maar toch lieve broer Luke.
‘Ja ja, stop eens met zeuren en help je lieve zusje met haar tas in de auto zetten.’
Hij negeerde mijn opmerking, dan moest ik het toch maar zelf doen. Ik pakte mijn tas en liep naar onze te Volkswagen bus. Onze oude vertrouwde hippiebus, we hadden hem al zo lang als ik me kon herinneren.
Ik stapte in en ging naast Luke zitten op de achterbank. Mijn vader startte de motor, daar gingen we dan. Op weg naar een plek waar mijn leven zou veranderen. Voor goed.

We reden, voor mijn gevoel, uren in stilte.
‘Pap, hoe lang moeten we nog?’
Na de misser van mijn moeder was ik geneigd zo min mogelijk tegen haar te praten, ookal was dat natuurlijk belachelijk, het was immers iets tussen mijn vader en haar.
‘We zij er bijna lieverd, nog 5 minuten denk ik.’
Een opgeluchte zucht verliet mijn mond.
Het laatste stukje ging enorm snel. Iedereen keek wat naar buiten om onze nieuwe buurt aandachtig te bekijken.
Voor ik het wist waren we er al. We reden een mooie moderne wijk in met allemaal middelgrote huizen.
Benieuwd keek ik in het rond. Links van de auto liep een vriendelijk uitziende meneer zijn hond uit te laten. Rechts van ons Was een oudere mevrouw bezig haar kleine voortuin een opknapbeurt te geven. Maar wat me echt opviel, was een mysterieus groepje jongeren, zittend op bankjes aan het einde van de straat. Ze leken van mijn leeftijd ongeveer, tussen de 16 en de 20 schatte ik ze allemaal.
Pas toen we iets dichter bij ze in de buurt reden, kon ik mijn vinger leggen op datgene wat mijn blik had getrokken.
Deze jongeren hadden allemaal de zelfde felgekleurde ogen. Allemaal andere kleuren, maar toch allemaal even bijzonder.
‘Kijk schatjes, zij willen jullie wast wel een beetje rondleiden in deze nieuwe buurt.’ Zei mijn moeder enthousiast.
Blijkbaar was het rare ogen ding haar nog niet opgevallen. Anders had ze hen vast beledigd.
‘Misschien.’ Zei ik dus maar, nog steeds naar ze starend.
Ondertussen had mijn vader de auto netjes geparkeerd voor ons nieuwe huis. Ik stapte uit de auto en voelde een vlaagje wind langs mijn wang strijken. De wind nam een pluk ontsnapt haar van mijn vlecht mee.
Toen ik mijn blik terug wendde naar het groepje, zag ik al snel dat de jongen met de felgroene ogen was verdwenen. Waar was hij? Ik liep naar de achterbak om daar mijn tas uit te halen. Maar de tas was al weg.
‘Luke, niet grappig. Geef m’n tas terug.’ Mopperde ik, er van uitgaand dat hij mijn tas ergens had verstopt.
‘Waarom zou ik jou tasje hebben, prinses?’ Zei hij sarcastisch terug.
‘Zoek je dit soms?’

Mijn eerste echte hoofdstuk hier geplaatst! Ik hoop dat jullie het leuk vinden en ik zal snel meer plaatsen.
Kritiek of tips vind ik niet erg om te krijgen. :slightly_smiling_face:
wonderwoman :couplekiss_man_woman:

Leuk! Verder :slightly_smiling_face:

Thanks Perronita! Ik ga morgen weer plaatsen, of als ik me niet kan inhouden vanavond :flushed:

Leuk geschreven! :slightly_smiling_face:

Thanks! Nieuwe stuk staat klaar op mn laptop en wacht morgenochtend op me om verstuurd te worden :sunglasses:

Haha yesss!
Ik ben benieuwd :grinning:

Het begint echt leuk!

Bedankt!
Laten we hopen dat je niet alleen het begin leuk vindt! :wink:

Haai, hier het beloofde stuk! Niet heel lang, maar er ligt nog een stukje op jullie te wacht vanavond :slightly_smiling_face:
Veel leesplezier! :couplekiss_man_woman:

Een van de jongeren die ik net had gezien vanuit de auto stond voor me. Het was de jongen met felgroene ogen. Hij had mijn tas in zijn hand. Ik voelde de roodheid van mijn gezicht opkomen.
‘Ehh, ja, eigenlijk wel ja!’ Zei ik onhandig terug.

Nu hij zo dicht bij me stond bleek hij nog veel mooier dan ik al dacht. Zijn donkere haar zat wild, maar het stond hem goed. Zijn ogen waren felgroen. Prachtig. Zoiets had ik nog nooit gezien. Hij was lang en best wel gespierd. Wauw. Waarom praatte deze jongen tegen me?

‘We hebben jouw hulp in elk geval niet nodig.’ Zei mijn broer opeens out of the blue met een bijna sissende stem… Waarom deed hij zo kil? Deze mysterieuze jongen wilde toch alleen maar helpen?
‘Yara, ga maar even weg, hier heb jij niks mee te maken.’ Zei de jongen met de bijzondere ogen.
Hoe wist deze jongen mijn naam? Ook al vond ik dit maar een rare situatie, als automatische reactie deed ik toch maar wat hij zei. Ik liep naar mijn vader toe om hem te helpen.
‘Pap, kan ik helpen?’
‘Waar is je broer, ik heb een sterker iemand nodig voor deze dozen.’
Fijn, feminisme op zijn best. Not.
‘Uhhm, tja, hij is even bezig geloof ik.’ Gaf ik teleurgesteld als antwoord.

Mijn vader ging door met naar dozen kijken alsof ze dan vanzelf zouden gaan bewegen, dus ik liep maar terug naar Luke en de jongen. Maar toen ik daar aankwam, zag ik dat mijn broer al weg was, alleen de jongen die ik tot nu toe nog geen naam kon geven was er nog.

‘Zal ik je voorstellen aan mijn vrienden?’ Vroeg de jongen terwijl hij een beetje speels naar me keek met een scheef gehouden hoofd.
‘Maar…’ Zei ik, ook al wist ik dat ik geen weerstand kon bieden tegen zo’n mooie jongen met zulke lieve ogen.
De jongen onderbrak me.
‘Kom nou maar gewoon.’ Zei hij pruilend.
Ik volgde hem ter antwoord.
‘Mijn naam is trouwens Deavon.’ Sprak de jongen met zijn betoverende stem.
‘Oké, maar hoe wist je mijn naam?’
Hij negeerde de vraag en liep gewoon door.
Half rennend, kon ik hem net aan bijhouden.
We kwamen aan bij het groepje.
Deavon keek hoopvol naar me.
‘Dit is Grace.’
Hij wees naar een meisje met felrode ogen. Haar blonde krullende haren dansten een beetje in de wind. Maar ondanks de wind, zat het perfect.
‘Hee!’ Zei het meisje enthousiast tegen me.
‘Ik… Uhh ben Yara.’ Bracht ik stotterend uit. Verbijsterd van haar schoonheid.

‘Dit is Caleb.’ Zei Deavon gauw omdat hij geen zin had om op Grace en mijn gesprekje te wachten.
‘Hee, nieuw toch?’ Vroeg de jongen die blijkbaar Caleb heette.
‘Ja, dat klopt.’ Zei ik tegen de jongen.
De lange, brede jongen met bruin haar en felblauwe ogen stond op om me een hand te geven.
‘Bevalt het al een beetje hier?’ Vroeg de jongen, maar ik had geen tijd om te antwoorden.
Alweer had Deavon geen geduld.
‘Dit is Irena.’
‘Ja, het boeit me niet.’ Zei het meisje met felgele ogen en prachtig zwart krullend haar. Ze beet een klein stukje van haar net gelakte nagel af.
‘Trek je maar niet zo veel van haar aan, niks boeit haar.’ Probeerde Deavon me te sussen.
Het meisje ging ongestoord verder met haar nagels bijten.

‘En tot slot, dit is Jaiden.’ Zei Deavon toen ik geen reactie gaf.
Ik bedacht me dat Jaiden en Irena wat met elkaar zouden moeten hebben, aangezien ze zijn hand vastpakte terwijl hij opstond. Ze leek hem tegen te proberen te houden.
‘Hee.’ Zei de jongen nadat hij zich los had gerukt van Irena’s greep.
Deze jongen had oranje ogen. Prachtig bij zijn donkerblonde haar.

'Leuk jullie allemaal te leren kennen, maar ik moet toch echt helpen thuis.’ Zei ik met een verdrietig gevoel.
‘Dag!’ Riep Grace vrolijk.
We namen afscheid van elkaar en ik wilde terug lopen naar de andere kant van de straat. Naar mijn nieuwe huis.
‘Wacht ik loop wel even mee.’ Zei Deavon toen ik al bijna weg was.
‘Het is 5 huizen verderop joh, ik kom er echt wel!’ Zei ik, stiekem toch hopend dat hij met me mee zou lopen.
Eigenwijs dat hij bleek te zijn, liep hij zonder wat te zeggen alsnog mee.
Aangekomen bij mijn huis, pakte hij mijn arm stevig vast met zijn koude vingers. Ze leken wel gemaakt te zijn van zachte sneeuw.
‘Au.’ Zei ik zacht, als reactie op de pijn in mijn arm.
‘Het spijt me, doe ik je pijn?’ Zei Deavon met grote, bezorgde ogen. Hij deinsde een stukje achteruit.
‘Nee hoor, het valt wel mee.’ Zei ik maar, ookal was het een leugen. Alles om te zorgen dat Deavon zich minder slecht zou voelen over het ongelukje.
‘Ik… Ik moet gaan. Het spijt me.’ Zo snel als hij dit zei, zo snel was hij vertrokken.

Superleuk stukje ! Kus Perro :hugs: