Macrofotografie

Macrofotografie is één van de makkelijkste manieren om aan je onderwerp te komen, maar één van de moeilijkst uit te voeren vormen van fotografie. Je hebt er geen superdure lenzen voor nodig (kan natuurlijk wel, hoe dichter je bij je onderwerp kunt scherpstellen des te duurder de lens wordt), je kunt het doen in je eigen tuin als je daar een interessant onderwerp hebt en het kan hele verrassende resultaten opleveren. Eigenlijk kun je voor elk fotografisch onderwerp een macro foto bedenken. Alledaagse voorwerpen worden in close-up vaak toch een erg interessant onderwerp. Vooral als je niet meteen kunt zien wat het is.

Scherpstelafstand

Macrofotografie komt neer op het nemen van close-ups van alledaagse voorwerpen. De meeste camera’s hebben standaard een macro stand, vaak aangeduid met een tulp als icoon. Voor macrofotografie zijn twee waarden van belang. De eerste is de scherpstelafstand van de lens, hoe dichter je met de lens op je onderwerp nog scherp kunt stellen des te beter. Voor spiegelreflex camera’s zijn speciale macro lenzen en tussenringen te koop, maar vaak staat op een telezoom (tot ongeveer 150mm) of een 50mm lens ook al een tulp icoon. Dit geeft aan dat de scherpstel afstand van de lens dichtbij genoeg is om kleine voorwerpen groot in beeld te krijgen. Op mijn 50mm lens staat een tulpje met de waarde 0.45m, dit betekent dat de lens vanaf 45cm scherp kan stellen op het voorwerp. Op mijn 28-135mm lens staat dat deze scherp kan stellen op een halve meter. Maar dankzij de zoomcapaciteiten van de lens kun je een onderwerp toch heel close in beeld krijgen op deze afstand. Beter echter is een echte macro lens, mijn Canon 100mm macrolens stelt nog scherp op enkele centimeters.

Reproductiefactor

Een tweede belangrijke waarde is de reproductiefactor. Deze staat in de vorm van een verhoudingsgetal op de lens. Bijvoorbeeld ’1:1′. Dit geeft aan dat het object even groot op de sensor wordt geprojecteerd als dat het echt is. Mijn Canon EF 500mm F1.4 heeft een waarde van 1:1.8, dus het object wordt bijna twee keer kleiner op de sensor geprojecteerd. Fotografeer je een euromunt van 10mm, dan zal hij ook 10mm groot worden geprojecteerd op de sensor.

Is het onderwerp net zo groot als de sensor, dan kun je met een 1:1 waarde hem beeldvullend in beeld krijgen. Houd hierbij rekening met de 1,5-1,6 vergrotingsfactor die niet full-frame digitale camera’s hebben, je hebt dus genoeg aan een verhouding van 1:1,6. Er zijn ook lenzen die een reproductiewaarde hebben van 3:1. Dit betekent dat elke mm drie keer zo groot op de sensor terecht komt. Maar die zijn dan ook loei duur. Hoe groter het voorwerp, hoe vaker je genoeg zult hebben aan grotere verhoudingen. 1:4 Is beter te doen met een grote roos dan met een sneeuwklokje.

Goedkope oplossingen
De goedkoopste manier om macro foto’s te maken (als je geen lenzen hebt die geschikt zijn voor het scherp stellen op korte afstand) is met een compactcamera. Voor de prijs van een goede macro lens heb je camera’s die makkelijk in je zak passen en prima geschikt zijn om dichtbij scherp te stellen. Voor spiegelreflex camera’s kan het de moeite waard zijn eerst naar een close-up lens te kijken. Een close-up lens is eigenlijk een filter (zoals een polarisatiefilter) die je aan de voorkant van je lens schroeft en die het mogelijk maakt om dichter bij scherp te stellen. Nadeel is wel dat de randen onscherpte kunnen vertonen bij maximaal open diafragma en/of volledige zoom. Kijk anders naar bijvoorbeeld een 50mm lens, deze kunnen vaak ook dichtbij scherp stellen en het instapmodel is helemaal niet zo duur.

Vetplantje van dichtbij

Heb je een onderwerp dat snel weer weg is (vliegen, vlinders, etc.) als je te dicht bij komt, dan is het handig om een zoomlens te gebruiken, eventueel voorzien van een teleconverter die de zoomfactor nog eens met een factor 1.4, 2.0 kan vergroten. Ook hier geldt dat de lensprestaties snel zullen afnemen, zeker als je voor de goedkope variant gaat, en dat je sneller een statief nodig hebt om voldoende scherpte in de foto te krijgen.

Foto’s maken
Gaan we kijken naar het daadwerkelijk maken van de foto. Wat macrofotografie nu zo moeilijk maakt is dat doordat je zo dicht op je onderwerp zit en dat je diafragma ver open is je slechts enkele millimeters hebt om scherp te stellen (met waardes als F1.8 of F2.8 op die afstanden wordt de achtergrond al heel snel onscherp). De kleinste beweging (van de fotograaf of van het onderwerp) verlegt de scherpte weer naar een punt waar je dit liever niet hebt. Je kunt dan een kleiner diafragma kiezen, waardoor je het scherpstelgebied vergroot, maar vaak moet je diafragma wijd open, omdat je anders te weinig licht hebt.

Beide problemen los je op met een statief. Hiermee kun je heel precies bepalen waar de scherpte komt te liggen en sluit je uit dat je camera beweegt tijdens het afdrukken en doordat je met een statief werkt kun je ook een langere sluitertijd hebben en kun je dus een kleiner diafragma kiezen om meer scherpte in de foto te brengen.

Paddenstoelen

Je kunt een groot statief gebruiken voor onderwerpen die zich boven de groot afspelen, maar er zijn ook hele kleine statieven van 10cm met drie poten die al kunnen werken, mits je een niet te zware lens op de camera hebt zitten, anders helt hij over en heb je misschien een deuk in je lens. Wat ook goed werkt is gewoon op de grond gaan liggen (neem een vuilniszak mee), dit heb ik vaak gedaan bij het fotograferen van paddenstoelen, die zijn zo laag dat je de camera op de grond moet hebben staan om op hetzelfde niveau als de paddenstoel te komen.

Spiegelreflex nadeel

Hier komt trouwens een nadeel van een spiegelreflexcamera naar voren ten opzichte van een compactcamera. Doordat je geen omklapscherm hebt moet je met je oog door de zoeker kijken om de compositie te bepalen. Je moet dus echt op je hurken of gaan liggen. Je ziet dat nieuwe spiegelreflexcamera’s wel steeds meer gebruik gaan maken van een ‘Live View‘ functie. Hiermee zie je op het LCD scherm van de camera wat de compositie is en kun je dus iets meer afstand van je camera nemen.

Eén methode om hier mee te werken is ‘brute force’ (een aantal fotografen draaien zich om in hun graf), probeer te ontdekken in welke stand de lens scherp staat met autofocus. Beweeg de camera in een hoek en druk half op de sluiterknop en kijk naar in welke stand hij staat, op den duur weet je voor die situatie precies welke stand in ieder geval het onderwerp scherp stelt en dan is het gewoon veel foto’s maken, veel verwijderen van foto’s die je niet bevallen en de hoek steeds iets aanpassen en hopen dat er iets tussen zit. Is wel een beetje hit & miss, maar met digitaal maak je in ieder geval geen extra kosten. Hooguit is je batterij sneller leeg, dus zorg voor een (opgeladen!) reserve.

Experimenteren

White and green
Door de plant op een stoel te zetten en een wit vel papier er achter te houden met de camera op een statief
trek je je onderwerp helemaal uit de achtergrond

Het mooiste van macro foto’s vind ik dat je een heerlijke onscherpte kunt krijgen in de achtergrond door te spelen met het diafragma. Je kunt een onderwerp zo heel mooi uitlichten, maar ook creatieve keuzes maken door juist wel of juist niet bepaalde delen van het onderwerp scherp in beeld te brengen. Let trouwens op, bij macro foto’s kan het soms nodig zijn om relatief kleine diafragma’s (hoge waarden) te gebruiken als je het onderwerp helemaal scherp in beeld wilt krijgen (nog niet eens om de achtergrond scherp te krijgen). Probeer daar mee te experimenteren als je onderwerp niet weg kan lopen, het beste diafragma is afhankelijk van de afstand tot het onderwerp, de afstand tussen onderwerp en achtergrond, de zoomfactor, de beschikbaarheid van een statief (hoeveelheid licht om de foto onbewogen te laten), etc.

Vergeet trouwens ook de groothoeklens niet, daarmee kun je vaak erg dichtbij focussen (het is geen echte macro) en toch meer van de omgeving van je onderwerp laten zien zodat een kijker een beter idee krijgt van de leefomgeving van je onderwerp.

http://www.digifototips.nl/wp-content/uploads/2009/07/macro_meervandeomgeving.jpg

Laat meer van de omgeving zien met een groothoeklens

Beestjes

Als laatste nog een tip voor het fotograferen van bewegende onderwerpen, vaak zijn dit insecten. Doordat ze zo beweeglijk zijn heb je een snelle sluitertijd nodig en ook moet je een grotere afstand tot het onderwerp bewaren (anders schrikken ze). Een goed moment om insecten van dichtbij te fotograferen is in de ochtend. Ze moeten dan nog opwarmen voordat ze kunnen gaan vliegen en ze blijven dan mooi stil zitten.

Dit mag in het algeme topic waar alle informatie over instellingen in terecht kan
slotje http://forum.girlscene.nl/forum/fotografie/algemeen-vragen-fotocamera039s-fotografie-bewerking-2-234567.0.html