M E N T I C I D E

Upje! :wink:

Dodo, wanneer krijgen we meer? :grinning:

zo blij dat de smiley’s het weer doen! :upside_down_face: :upside_down_face: :upside_down_face: :upside_down_face: :upside_down_face:
up!

Een redelijk lang stuk omdat ik al heel lang niks geplaatst hebt, sorry lezertjes.

TWEE

Zwart – wit – zwart – wit – zwart – wit. Ik knipper met mijn ogen.
Shit. Ik mompel en kreunend haal ik mijn hoofd van mijn arm af. Ik ben in slaap gevallen en ik heb geen idee meer hoe ik het recht heb gevonden om mijn ogen dicht te doen. Mijn benen hebben geen moeite meer gedaan om mijn lichaam naar mijn bed te brengen. Mijn ledematen doen pijn door de niet comfortabele houding waarin ik heb liggen slapen. Ik verlang naar mijn bed en wil opstaan totdat er ruw aan mijn arm getrokken wordt, omhoog gehesen wordt en moeder tettert in mijn oor aan één stuk door. “Heb je dan nog geen manier geleerd?” zegt ze vol afschuw. “Slaap en rust is goed voor de mens, maar niet in de eetzaal juffrouw Depoix.” Ze duwt me voort door de gangen naar mijn eigen kamer. “We willen geen zwerfhonden hebben, we hebben al genoeg ongedierte.” Hoogstwaarschijnlijk bedoelt ze daar Lenny mee. “Je moet jezelf niet overal achter laten slingeren. Je hebt niet voor niets benen gekregen.” Ik zou willen dat iemand haar lippen op elkaar kon plakken met één seconde lijm.
“Ik word doof,” brom ik zachtjes terwijl ik over mijn linkeroor wrijf. Blijkbaar heeft ze het niet gehoord of negeert ze het volkomen. Haar hand om mijn pols heen drukt hard in mijn huid. Ik bijt op mijn lip en verwacht als ze me ooit nog los laat rode striemen rond mijn pols. Mijn moeder staat niet bepaald bekend om haar beleefdheid, de meeste die hier rond lopen niet trouwens. Ze zijn het tegenovergestelde. Ik walg soms van ze.
“Het is al tegen twaalven, je had al lang in je bed moeten liggen Depoix.” Ze sprak nooit mijn voornaam uit, ze kon de klank van mijn naam niet over haar tong krijgen alsof ik vergif ben. De relatie tussen ons is niet bepaald zo dochter-moeder zoals ik zou willen. Volgens mij wilt ze zo veel mogelijk afstand tussen ons als kan. Ik heb de hoop op een normale relatie tussen ons al lang opgegeven. Haar stem is zo koud en kil dat ik ril vanbinnen. Mijn moeder is daadwerkelijk mijn verjaardag vergeten. Het zou geen pijn meer moeten doen, maar toch scheurt mijn hart verder.
“Ik ben zestien,” zeg ik zachtjes. Ze kijkt me aan met haar perfecte egale uit, haar perfecte wenkbrauwen, haar perfecte wimpers, haar perfecte gevormde lippen en haar perfecte alles. Ik wil het van haar huid krabben. De perfectie die zij met zich mee draagt zorgt er voor dat mijn maag omdraait. Perfectie is lelijk.
“Dat weet ik Depoix en ga nu direct slapen.” Ze weet het niet. Ze weet het niet. Ik dwing mijn tranen terug achter de tralies om niet mijn oevers te laten overlopen.
Ik wil haar door elkaar schudden, laten zien dat ik haar dochter ben waar ze anders mee om zou moeten gaan. Maar ‘normaal’ heeft in dit gebouw een hele andere betekenis. Dat begin ik nu eindelijk te begrijpen.
“Ik ben vandaag zestien geworden,” zeg ik en hoop dat het nu tot haar door dringt. Heel even zie ik haar mondhoek omhoog krullen, maar dat is het enige. Het is zo snel weer weg dat ik begin te denken of ik het me niet verbeeld heb.
Ze kijkt me afkeurend aan. “Dat weet ik. Kleed je nu om en ga slapen.” Ik wil nogmaals mijn mond open trekken, maar houd wijs mijn mond. Ze draait zich om. Eleonor, mijn moeder, sluit de deur van mijn kamer om weer zo snel mogelijk weg te zijn van mij. De deur valt in het slot. Haar hakken hoor ik weg tikken.
Er heerst een vreselijke stilte waardoor ik word gedwongen om mijn hartslagen te tellen, omdat mijn hartslag ongeveer het enige geluid is in deze kamer. Het verboden cadeau van Lenny stop ik in een doosje op mijn bureau. Ik haal mijn elastiekje uit mijn haren en mijn bruine haren met een oranje gloed vallen over mijn schouders heen. Ik pak mijn nachthemd van het bed af en kleed me om. Mijn lichaam verstop ik onder de dekens, hongerig opzoek naar warmte.
De ijspegels hangen aan mijn wimpers als zoute tranen, mijn schouders schrokken zachtjes. Ik druk mijn gezicht dieper in het kussen. Help me, smeek ik. Ik schaam me zo erg dat ik niet hun gewenste dochter ben. Ik zou me willen verstoppen om nooit gevonden te worden. De leegte in mijn hart is groot. Ik ben zo anders dan zij of ik ben het abnormale in dit universum. Ik zou bijna willen zeggen dat moeder eens over haar schouder naar mij moeten kijken met trots. Er zijn alleen maar afkeurende blikken dat ik gelijk de hoek om wil rennen om nooit meer zo aangekeken te worden. Het laat me wensen dat ik wil oplossen in het niets alsof ik nooit bestaan heb. De stille en lege blikken alsof ik werkelijk een hap lucht ben. Ik schommel als een veertje in dit vreselijke gebouw, terwijl ik smeek om kilo’s bonbons te wegen.
Ik staar op dit moment naar het plafond. Roze vlekken weten een plek te vinden op mijn wangen van schaamte.
Dat ik besta.
Dat ik leef.
Dat ik adem.

Ahh, mooi geschreven weer!

Wow, Do. Leuk en interessant verhaal en super geschreven <3
Ik volg!

Dankjuliewel <3

En Sanne wat leuk dat je volgt, wordt helemaal blij van je reactie mihihi

wauw! :bowing_man:

Pww is weer voorbij dus dit weekend lekker schrijven! Morgenavond komt er een stukje, maar ik geef jullie alvast een voorstukje hihi

Preview:
Bons. Bons. Bons. Ik draai me om in mijn bed en staar naar de deur waar vuisten op geslagen worden. Eerst zacht en dan hard hard hard. Ik ben te moe om nu al op te staan – het is pas zes uur – en de deur voor hen open te doen. Ik heb totaal geen behoefte aan ze. Dan kraakt mijn deur en ik hoor een doffe en pijnlijke klap. Het volgende ogenblik zit ik met een schrok overeind. Hebben ze nou zojuist… Mijn god. Ik staar met een slaperig gezicht naar mijn deur die op de grond ligt en niet meer in de scharnieren hangt zoals het hoort. Het heeft zijn functie als deur verloren. Nee, regels zijn er niet als het om mij gaat. Er wordt geen rekening gehouden met mijn privacy, zelfs mijn kamer pakken ze af. Dieven.
“Juffrouw Depoix.” Een zware stem van één van de twee mannen spreekt mij aan. Twee mannen zijn mijn kamer ingestormd, wat me toch iets te ver gaat.
“De deur…” zeg ik, “is kapot.” Ze kijken me aan, allebei één wenkbrauw optrekkend, alsof ze dat zelf nog niet opgemerkt hebben.

Het wordt waarschijnlijk later dat ik iets post dan ik gedacht had, want ik ga nu naar de film. Sorry meiden!

New followah! :grinning:

DRIE

Bons. Bons. Bons. Ik draai me om in mijn bed en staar naar de deur waar vuisten op geslagen worden. Eerst zacht en dan hard hard hard. Ik ben te moe om nu al op te staan – het is pas zes uur – en de deur voor hen open te doen. Ik heb totaal geen behoefte aan ze. Mijn deur kraakt en ik hoor een doffe en pijnlijke klap. Het volgende ogenblik zit ik met een schrok overeind. Hebben ze nou zojuist… Mijn god. Ik staar met een slaperig gezicht naar mijn deur die op de grond ligt en niet meer in de scharnieren hangt zoals het hoort. Het heeft zijn functie als deur verloren. Nee, regels zijn er niet als het om mij gaat. Er wordt geen rekening gehouden met mijn privacy, zelfs mijn kamer pakken ze af. Dieven.
“Juffrouw Depoix.” Een zware stem van één van de twee mannen spreekt mij aan. Twee mannen zijn mijn kamer ingestormd, wat me toch iets te ver gaat. De twee mannen zijn omhelsd door zwarte kleding en glimmende, zwarte laarzen. Het laat ze er net iets meer angstaanjagend uit zien. Donker zwart, somber en strak. Ze houden hier niet van veel kleur. Alle muren zijn ook wit of licht grijs of zwart. Er is bijna geen kleur te bekennen in dit gebouw. “Dat is chaotisch, druk en niet acceptabel. De omgeving moet de mens niet te veel afleiden. Dan kan het brein niet op zijn best functioneren en wij, lieverd, willen het maximale uit iedere persoon halen. We zijn gericht op productief werken,” zegt mijn moeder altijd. “En dat kan alleen in een rustige en frisse omgeving. Dat moet je toch begrijpen.” Als een klein kind vroeg ik er vaak naar, maar nu weet ik het antwoord inmiddels wel dat ik dat dus niet meer doe. Maar nog steeds zou ik het allerliefst naar een kwast grijpen en die in een pot verf dopen met een kleur, maakt niet uit welke tint, en gewoon strepen op de muren zetten uit protest. Felle strepen uitsmeren over het perfecte gebouw om de puber uit te hangen waar mijn moeder zo’n afschuwelijke hekel aan heeft.
Eén van de mannen heeft zo’n gruwelijk ringetje door zijn wenkbrauw en tatoeages op zijn gespierde bovenarmen. Inktzwarte tekeningen op zijn lichaam waar geen einde aan komt, lijkt het wel. De ander is nog langer en heeft flaporen. Ik krijg de kriebels als ik naar de reuzen kijk die een paar meter van mijn bed staan.
“De deur…” zeg ik, “is kapot.” Ze kijken me aan, allebei één wenkbrauw optrekkend, alsof ze dat zelf nog niet opgemerkt hebben. Het lijkt hen niet echt iets te boeien.
Ik voel vier paar ogen prikken op mijn huid. Ik trek mijn deken steviger om mijn lichaam heen, beseffend dat ik enkel een hemdje aan heb en een slipje. En dat terwijl er twee mannen van 25 – dat is een inschatting – in mijn kamer staan. Mijn wangen beginnen een rode tint te krijgen. Al snel verliest het de controle en kleurt het buiten de lijntjes waardoor ik nu een gloeiende lamp ben.
Ze herstelen zich snel en ik verstop me ondertussen dieper onder de dekens totdat alleen mijn ogen er nog bovenuit steken.
“Juffrouw Depoix, we hebben een heel strikt programma voor vandaag en dat moet je precies zo volgen als hier staat.” De net iets langere man legt een papiertje, niet gekreukeld, want dat zou zo’n vreselijke ramp zijn, op mijn bureau. “Het komt er voornamelijk op neer dat je een grote verandering ondergaat… aan je uiterlijk,” zegt de gepiercde-wenkbrauw-man. Leef ik niet naar de perfecte uitstraling van de mens? Pech. Ik ga er echt niet zoals mijn moeder bij lopen als ze dat soms verwachten. “En je hebt nog veel te leren dus graag nu opschieten en je bed uitkomen. Op het einde van de dag moet je er tip en top uit zijn voor het diner en–”
“Welk diner?” onderbreek ik hem. Ik kan me niet herinneren dat ik ooit chique heb gedineerd. Althans een diner klinkt als een luxe, geen vieze smaakloze hap-slik-hap-slik-hap-slik maaltijd die ik altijd voorgeschoteld krijg. Ik kan me trouwens ook niet herinneren dat ik een uitnodiging heb gekregen daarvoor.
“Doe nou gewoon maar wat erop het schema staat. Dan komt alles goed en bespaart dat voor iedereen een stuk minder stress.” Ik stop met vragen stellen erover aangezien ze waarschijnlijk niets meer gaan zeggen of het zelf ook niet weten. “Over twintig minuten komt iemand je ophalen.” Dat zijn 1200 seconden. Ik moet me nog gaan haasten ook terwijl ik amper weet wat er mij deze dag staat te gebeuren.
“Eh… mijn deur?” Ik kijk ze dit keer wel aan met een strenge blik, al hebben zij waarschijnlijk meer spreekrecht dan ik. Het leven hier is niet bepaald eerlijk.
“Die wordt wel weer gemaakt en anders verkas je naar een andere kamer, maar het moet geen probleem zijn om het te fixen.” Ik zucht en stop een pluk haar achter mijn oor.
“Waarom toch altijd dat geweld…” mopper ik nog zachtjes, terugdenkend aan de binnenkomst van deze mannen.
“Schiet toch eens op!” Dan zijn ze weg.

Oooh, spannend :grinning:

Interessant, ben benieuwd hoe het verder gaat!

arme deur :thinking:

upjee!