[Lovestory] Sneeuwhart

Na maanden van meelezen op het forum heb ik mijn moed bijeengeraapt en ook een account aangemaakt. Ik hou namelijk, net als jullie, ontzettend van schrijven! Hierbij zet ik het eerste deel van mijn verhaal ‘Sneeuwhart’ online.
Ik ben een beetje zenuwachtig voor jullie reacties (*buikpijn*), maar ik hoop dat jullie eerlijk willen zeggen wat jullie ervan vinden. Ook van kritiek kan ik veel leren!

Ps. Ik heb het verhaal al af, dus je hoeft niet ‘bang’ te zijn dat ik het niet afmaak. Maar ik vind het leuk om het in delen te plaatsen.

Ps2. Dit vervolgverhaal (en meer) plaats ik ook op mijn blog: jetteschroder.wordpress.com

SAMENVATTING ‘SNEEUWHART’
1497. Op een zonnige lentedag nadert een jongeman te paard het huisje van Ophelia en haar vader. De jongen is ernstig gewond en niet aanspreekbaar.
Ophelia neemt de zorg voor de jongen op zich. Ze brengt haar kennis van kruiden en wondgenezing in praktijk, en helpt de jongen waar ze kan. Maar hij blijkt geen makkelijke patiënt te zijn…
Hij is lastig, onvoorspelbaar en zelfs een tikkeltje arrogant. En dan wil hij ook nog eens niet vertellen waar hij vandaan komt of wat hem is overkomen. Zelfs zijn naam krijgt Ophelia niet te horen.
En toch - ondanks de eerste strubbelingen - groeien Ophelia en de jongen naar elkaar toe. Er ontstaat een voorzichtige, diepe liefde tussen hen. Ophelia kan haar geluk niet op. Het maakt haar niets uit dat hij geheimen voor haar heeft.
Totdat de jongen opeens vertrekt… Hij fluistert Ophelia een paar laatste woorden in haar oor: ‘Voor de sneeuw valt, neem ik je in mijn armen’. Zonder verder nog iets te zeggen, klimt hij op zijn paard en rijdt de heuvels in.
Ophelia is kapot van verdriet. Toch blijft ze vertrouwen houden. Hij komt terug. Toch? Maar naarmate de tijd vordert, wordt dat steeds moeilijker om te geloven…


SNEEUWHART - Proloog

[i]‘Vergeet hem, Ophelia.’ Mijn vader zag er moe uit. Diepe rimpels tekenden zijn gezicht. Verschillende tegenslagen waren daar de oorzaak van. We hadden zware jaren achter de rug.
Ik schudde mijn hoofd. Met een lege blik staarde ik naar het brandende kaarsje op tafel. ‘Ik kan het niet.’ Het vlammetje flakkerde.
‘Je moet. Hij komt niet terug. Je kunt niet langer op hem wachten.’
Ik keek naar mijn vaders bezorgde gezicht. Hij bedoelde het zo goed. Maar ik wilde niet luisteren naar zijn harde woorden. Het deed pijn.

‘Ophelia,’ probeerde mijn vader weer. ‘Ik wil alleen maar dat je gelukkig bent. Ik ben oud. Wat moet er dan van jullie worden? We moeten een man vinden die voor je wil zorgen. En voor de kleine Boris.’
Verdrietig keek ik naar het verweerde gezicht van mijn vader. Hij was inderdaad oud. Hij liep steeds moeilijker. ’s Nachts haalde hij rochelend adem. Zijn longen waren nooit sterk geweest.
De afgelopen maanden was hij vaker dan anders helemaal naar het dorp gelopen. Eigenlijk was hij daar niet sterk genoeg voor. Van zo’n tocht moest hij een paar dagen bijkomen. Als ik vroeg wat hij in het dorp ging doen, zei hij: ‘Vaderzaken’. Dan haalde ik mijn schouders op. Hij was duidelijk niet van plan om het me te vertellen.
Twee keer was vader met een man thuisgekomen. De eerste was Simon, een boerenzoon. Groot en niet al te slim. Maar hij had een goed hart, zei mijn vader. Of ik niet eens met hem wilde praten? Vader zou wel voor het eten zorgen.
Mijn hoofd stond er niet naar. Ik deed alsof ik me niet goed voelde. Ik boende mijn wangen tot ze knalrood waren, en maakte mijn voorhoofd nat. ‘Ik heb het zo heet,’ steunde ik. ‘Als ik maar geen koorts krijg.’
Zorgzaam legde mijn vader me in bed, en Simon droop teleurgesteld af.

De tweede man die mijn vader meenam was Joseph. Hij was de zoon van de smid uit het dorp. Ik kende hem wel. Hij had grote, waterige ogen en vlassig blond haar. Ik wist dat hij me mooi vond. Ik zag de bewondering in zijn ogen als ik hem tegenkwam op de markt.
Vader had Joseph uitgenodigd om bij ons te komen eten. Handenwringend schepte hij op over mijn kookkunsten.
Joseph was nerveus geweest. Bij alles wat ik zei knikte hij instemmend. Hij lachte het hardst om mijn grappen. Mijn zelfbereide maaltijd prees hij uitvoerig. Er kwam geen einde aan de stroom complimenten. Ik werd er kriebelig van.
Ach, Joseph was een aardige jongen. Maar ik werd niet warm of koud van hem. Hij was niet interessant. Hij daagde me niet uit zoals -

‘Kijk niet zo verslagen,’ onderbrak vader mijn stille overpeinzingen. ‘Zal ik Joseph nog een keer uitnodigen? Hij mag je zo graag…’
‘Nee!’ riep ik wanhopig. Ik sprong overeind. ‘Hij zou terugkomen. Hij heeft het beloofd!’ Ik haalde diep adem. ‘Voor de sneeuw zou vallen… Hij zei: voor de sneeuw valt, neem ik je in mijn armen.’
Het bleef even stil na die laatste woorden.
Ik had het nog nooit aan iemand verteld. De woorden waren te kostbaar. Ze waren alleen voor mij. Maar vader moest het begrijpen! Want hoe kon ik hem ooit vergeten?
Mijn gedachten gingen terug naar die ene vreemde dag, bijna een jaar geleden…[/i]


SNEEUWHART - deel 1

‘Opheliaaaa!’ schalde de stem van mijn broertje Boris over het veld. ‘Er komt iemand aan. Op een paard!’
Nieuwsgierig keek ik om me heen. Nu zag ik het ook. In de verte naderde een groot paard ons kleine huisje. Ik kon het gezicht van zijn bereider niet zien. Zijn hoofd hing voorover, en hij schommelde vreemd heen en weer. Het zag er niet goed uit.
Ik liet mijn mand met wasgoed bij de rivier staan, en haastte me naar de vreemde bezoeker. Ook mijn broertje rende erop af.
‘Voorzichtig!’ waarschuwde ik hem.
Het paard kwam een paar meter voor onze voeten tot stilstand. De bereider zakte slap opzij en viel met een doffe dreun op de grond. Daar bleef hij stil liggen.

‘Hij bloedt!’ riep mijn broertje geschokt.
Boris had gelijk. In de schouder van de man zat een diepe snee. Het meeste bloed was al gestold, maar de wond zag er vies uit.
‘Haal vader,’ zei ik tegen Boris.
Hij deed het meteen. Ik keek hem na terwijl hij hard naar huis rende. Toen knielde ik neer bij de man. Zijn gezicht was ontzettend bleek. Bang legde ik mijn vingers in zijn hals.
Gelukkig. Zijn hart klopte nog. Ik slaakte een zucht van verlichting.
Ik bekeek de man wat beter. Hij was nog jong, hooguit een paar jaar ouder dan ik. Op zijn rechterwang zat een flink litteken. Zijn kleding zat vol vegen en vlekken, en zijn broek was gescheurd. Nu zag ik ook dat hij een schoen miste. Wat zou hem overkomen zijn?
Ik stond op en keek naar ons huis. Waarom duurde het zo lang voor vader kwam?

Er klonk een zachte kreun. Geschrokken draaide ik me om.
De jongen hield zijn ogen gesloten, maar er drupte een traan over zijn wang. Hij haalde schokkerig adem. Snel knielde ik weer bij hem neer. In een opwelling legde ik mijn hand op zijn hoofd.
‘Het komt goed,’ fluisterde ik. ‘Echt waar. Het komt goed.’
Ik kon mijn ogen niet van de jongen afhouden. Zijn donkere krullen omlijstten zijn bleke gezicht. Er zat een klit in zijn haar, en boven zijn wenkbrauw prijkte een donkerrode schram.
Op de een of andere manier ging het lot van deze jongen me aan het hart. Ik voelde een verbondenheid met hem die ik niet kon verklaren.

De jongen kreunde weer. Een nieuwe traan rolde over zijn wang.
‘Het komt goed.’ Ik aaide over zijn hoofd. ‘Het komt goed.’
Zijn lichaam schokte even, en het gekreun stopte.

Ik vind het goed geschreven. Je had me vanaf de eerste paar zinnen volledig mee, dus dat is al iets (ik ben een hele slechte lezer hier op forum).
Op het eerste zicht heb ik geen ernstige spellings- en grammaticafouten gevonden, dus dat zit wel snor.
Een kleine opmerking: zou je wat achtergrondinformatie willen geven in de beginpost? Zoals waarover het verhaal zal gaan? Ik zou dat samen met de tijd in een aparte alinea zetten - lezers zijn over het algemeen lui, ze gaan heus niet zelf naar informatie zoeken.
Voor de rest doet het verhaal me sterk denken aan “Als rozen weer bloeien” van Kathleen Woodiwiss, maar ik denk niet dat iemand op het forum dat ooit heeft gelezen :slightly_smiling_face:

Goeie tip, Fearless_Confidence. Bedankt!! Ik ga mijn post meteen aanpassen…

Ik heb nog nooit iets van Kathleen Woodiwiss gelezen, maar ik zal er eens op letten!

SNEEUWHART - deel 2

‘Wat is er met hem?’ Mijn vader stond achter me. Hij hijgde van het harde lopen. ‘Boris haalt de kar uit de schuur. Ik kan die jongeman niet dragen. Hij is te zwaar voor me.’
‘Ik weet het niet. Hij is gewond en vermoeid. Hij viel zo van zijn paard.’
Samen bogen we ons over het bleke gezicht. Mijn vader trok een gezicht. ‘Die wond ziet er niet best uit. Hij moet gevochten hebben…’

‘Ik ben er, ik ben er!’ Hijgend kwam Boris aangerend. De houten kar denderde achter hem aan.
Wat hadden we daar vaak mee gespeeld. Soms stelde de kar een boot voor, of een koets. Dan speelde ik het paard en trok de kar achter me aan. En Boris maar roepen: ‘Huuhuuu, paardje… Kan dat niet wat harder?’
Nu gebruikten we de kar om zware dingen te vervoeren. Sinds mijn vader een paar maanden geleden was gevallen, kon zijn lichaam niet veel meer hebben. Sjouwen was er niet meer bij. De kar bood uitkomst. Ook nu weer.
Samen met mijn vader sjorde ik de jongen op de kar. Voorzichtig trok ik de kar achter me aan naar huis. Ik probeerde het voorzichtig te doen, maar ik kon niet voorkomen dat de kar af en toe over een steen hobbelde. De jongen verroerde zich niet.

Terwijl mijn vader en Boris het bed opmaakten, ging ik met een mand het bos in.
Goudsbloem had ik nodig. En Valkruid. Ik vroeg me af of ik de wond kon genezen. Aan de gestolde bloedresten te zien, zat de wond er al dagen.
Hij had dus gevochten, volgens mijn vader. Waarom dan? Ik hoopte dat ik het hem kon vragen. Als hij wakker was.
Ik vroeg me af welke kleur zijn ogen hadden. Ik had ze nog niet gezien. Blauw? Nee, groen. Dat paste veel beter bij zijn donkere haar.

Interessant! Snel verder (:

Ik volg! :slightly_smiling_face:

Up! Vanmiddag plaats ik deel 3!

SNEEUWHART - deel 3

‘Hoe gaat het met hem?’
Mijn vader haalde zijn schouders op. ‘We moeten hem maar goed warmhouden. Ik maak soep voor als hij wakker wordt.’
Ik keek naar het uitgeputte lichaam op het bed. Voorzichtig ging ik op de rand zitten en scheurde zijn zijden blouse open. Hij was gespierd. Zijn huid was glad en bleek. Geen arbeider dus. Die waren altijd diepgebruind door de vele uren werken in de zon. Bovendien droegen arbeiders geen zijde. Dat was alleen voor de rijken weggelegd.
Deze jongen zou die blouse wel ergens gevonden hebben. Of gekregen. Rijken brachten hun afgedragen kleren wel vaker naar de kerk. De geestelijken zorgden er dan voor dat die bij de armen terecht kwamen.

Zorgvuldig verwijderde ik de resten zijde uit de wond. De jongen kreunde even, maar ademde daarna rustig door.
Nadat ik de wond had schoongemaakt met lauw water, smeerde ik het kruidenmengsel in de wond. Het was een diepe snee. Was het een mes geweest? Of een houw van een zwaard? Ik wist het niet.
Ik keek weer naar het gezicht van de jongen. Weer voelde ik de verbondenheid die ik eerder had gevoeld. Wat was dat toch?
Ik legde mijn koele hand op zijn hoofd.
Plotseling opende de jongen zijn ogen. Geschrokken keek ik hem aan.

Groen.
Zijn ogen waren van het helderste groen.
Mijn adem stokte in mijn keel. Ik slikte moeizaam.
Wegkijken lukte niet. Zijn indringende ogen hielden mijn blik gevangen.
Toen trok de jongen een wenkbrauw op. Zijn stem was hees, alsof hij dagenlang niet gesproken had. ‘Wat denk je in vredesnaam dat je aan het doen bent?’

Je schrijft heel leuk en het maakt me heel erg nieuwsgierig naar die jongen. Snel verder! (:
Was de titel niet eerst Winterhart?

Goed om te horen :grinning:

Ja, klopt! Maar bij nader inzien vond ik Sneeuwhart mooier… :flushed:

Ik heb alleen de samenvatting gelezen en ik ben al om straks de rest lezen:)

Je schrijft heel goed! Professioneel zelfs.
Ik weet niet of je het zo bedoelt hebt, maar je verklapt nogal veel in de samenvatting, wat ik een beetje jammer vind. Eerst dacht ik dat dat achtergrondinfo was omdat je begon met de tijd ná dat hele gebeuren.
Ik hoop dat het niet een typisch cliché liefdesverhaal wordt, maar ik blijf wel volgen!

Bedankt voor het (grote) compliment! :flushed: :cold_sweat:

Ik begrijp wat je bedoelt over de samenvatting. Dat is een goede tip voor de volgende keer! Toch denk/hoop ik dat het je misschien nog zal meevallen. Er gaat namelijk nog een hoop gebeuren waarover niets in de samenvatting staat. Maar ja, dat zie je nu natuurlijk nog niet…

En over het cliché-verhaal: ik hoop inderdaad ook dat jullie het geen cliché-verhaal zullen vinden! Maar dat kunnen jullie het beste beoordelen. Ik leer in elk geval nu al veel van jullie reacties! :slightly_smiling_face:

Nog een stukje vandaag? :flushed:

Ik vind je een hele goede schrijfstijl hebben, zeg! Vlot en simpel, maar toch veelzeggend.
Ook vind ik het thema van je verhaal erg leuk. Ik houd heel erg van ‘liefdesverhalen vroeger.’ Ik volg dus zeker :slightly_smiling_face:

SNEEUWHART - deel 4

‘Wat ik aan het doen ben?’ Ik keek de jongen verbijsterd aan. ‘Ik probeer je een beetje op te lappen.’
De jongen knipperde met zijn ogen.
Volgens mij was hij een beetje van de wereld. ‘Je bent gewond geraakt. Weet je dat niet meer?’
Hij gaf geen antwoord en probeerde overeind te komen. Dat ging niet. Zijn gezicht trok wit weg van de pijn. Kreunend liet hij zich weer in het kussen vallen.
‘Blijf nou maar gewoon liggen,’ zei ik snel. ‘Voorlopig moet je rust houden.’
‘Mooi is dat.’ De jongen wierp me een beschuldigende blik toe.
‘Ho, ho, daar kan ik ook niets aan doen, hoor. Alsof het voor mij zo leuk is. Dat is mijn bed waar je op ligt te stinken. Ik moet nog maar zien waar ik vannacht op slaap.’
Ik zag een minuscuul glimlachje over zijn gezicht flitsen. O god, wat had hij mooie ogen. Ik moest hem maar niet meer aankijken. Hij bracht me echt van mijn stuk. En ik moest mijn hoofd erbij houden… Die wond zou niet makkelijk te genezen zijn.
Ik pakte de rol verband. ‘Kun je een klein beetje naar voren hangen? Ik moet je schouder verbinden.’
De jongen voldeed aan mijn verzoek. Zijn gezicht vertrok terwijl hij voorzichtig naar voren leunde. Ik huiverde. Wat moest dat vreselijk zeer doen…
Maar hij gaf geen kik toen ik het verband zorgvuldig om zijn gewonde schouder wikkelde.
‘Wat is er eigenlijk met je gebeurd?’
‘Niets.’ De jongen sloot met een pijnlijk gezicht zijn ogen.
‘Niets,’ herhaalde ik ongelovig.
De jongen keek me giftig aan. ‘Geen vragen, oké?’
‘Prima.’ Ik gaf een stevig rukje aan het verband. ‘Ik vraag niets. Maar je hoeft me niet zo af te blaffen.’
Ik knoopte het verband vast en pakte mijn schaaltje met lauw water.
‘Wacht.’ De jongen stak zijn hand uit.
Aarzelend legde ik mijn hand in de zijne. Langzaam streelde hij mijn vingers. Ik kon me niet verroeren. Mijn vingertoppen tintelden. Ik kon niet praten. Of ademen.
‘Dank je wel.’ Zijn ogen leken nog helderder groen dan anders.
Wat deed deze jongen met mij?
Toen verbrak hij de betovering. ‘En nu wil ik slapen. Kun je me met rust laten?’

Leuk weer :slightly_smiling_face: verder!

ik volg!

ik volg!! snel verder!! :upside_down_face:

I like <3
Snel verder