[Kortverhaal] De keuze

Op mijn verhaal hier krijg ik niet echt veel reacties en ik vroeg me af of dat aan mijn schrijfstijl ligt, of ik wel goed genoeg kan schrijven om verhalen openbaar te gooien. :stuck_out_tongue: Daarom plaats ik hier een kortverhaaltje dat niet meer verder gaat. Ik hoor graag wat jullie ervan vinden en of jullie tips hebben!

Rust.
Dat is het goede woord. Rust. Dat is alles wat ik op dat moment wilde.
Achter me was het donker, links van me was het donker en rechts van me glimlachte de duistermis me ook toe. Het enige waarop ik me hoefde te concentreren waren de twee deuren voor me. Om één of andere reden wist ik dat ik er een moest kiezen. Het kostte me alleen te veel energie om te bepalen welke ik open moest doen. Het idee om mijn hand uit te steken maakte me moe. Het idee om de twee vrijwel identieke deuren met elkaar te vergelijken bezorgde me hoofdpijn. Daarom bleef ik staan, hoewel er geen vloer was waarop mijn voeten konden steunen. Het enige wat er was, was de duisternis. Feitelijk gezien wist ik niet eens dat ik voeten had. Ik moest ze hebben, want ik was menselijk, en ieder mens was ontworpen met de bedoeling om op twee benen te kunnen lopen, maar ik voelde ze niet. Eigenlijk wilde ik ze niet eens voelen. Voelen kostte ook weer zoveel energie.
Achter de ene deur klonk gefluister, zo zacht dat ik het net niet kon horen, maar de klanken van de bekende stem trokken me naar hem toe. Achter de andere deur waren ook stemmen, maar hardere. Er werden bevelen geschreeuwd in een taal die ik niet kende. De eigenaren van de stemmen praatten door elkaar heen, iemand huilde hysterisch, en verbeeldde ik het me nu of klonk er ook een verontschuldigende stem door al het lawaai heen?
Chaos. Dat was wat er was, als je begrijpt wat ik bedoel. En voor iemand die zo moe was ik toen was dat niet de plaats waar ik moest zijn.
Maar ik had de kracht niet om de deur met de bekende stem te openen. Mijn arm leek niet meer te bestaan, ik voelde hem niet meer, en ik bleef zweven in het niets, tot de deur vanzelf openging. Een jongen met blonde lokken keek me aan. Hij was geschrokken, alsof hij me niet had verwacht. Alsof hij me niet wilde zien. Achter hem was het even donker als achter mij.
Zijn hand sloot zich stevig om de deurklink. Hij wilde hem sluiten.
‘Wacht!’ Ik was vergeten dat ik zelf ook nog een stem had. ‘Laat me erin, alsjeblieft.’
‘Weet je het zeker?’ vroeg hij met zijn zachte stem. Het was alsof een hand de haren uit mijn gezicht streek. Alsof iemand me omhelsde. Alsof iemand me zachtjes op bed duwde, zijn lippen nog geen centimeter van de mijne verwijderd en bijna onhoorbaar toestemming vroeg. Herinneringen.
Net als toen knikte ik.
‘Je kunt de andere deur ook nemen,’ zei hij.
Als ik tranen had gehad, had ik gehuild. ‘Nee. Ik wil naar jou toe. Wil je niet dat we weer samen zijn?’
‘Natuurlijk wil ik dat.’
‘Laat me er dan in,’ smeekte ik.
‘Luister…’ Hij zette een stap naar me toe, stak zijn hand uit om mijn haar uit mijn gezicht te vegen, maar bedacht zich. ‘Wat ik nu zeg is tegen de regels, maar je hoort hier niet. Neem de andere deur.’
‘Waarom?’
‘Dat merk je vanzelf. Alsjeblieft. Als je ooit iets om me hebt gegeven, doe dan wat ik zeg. Ik wil het beste voor jou, zoals ik altijd heb gewild. Bovendien wil ik niet dat je door mijn schuld…’
Hij kon zijn zin niet afmaken, want de deur viel als vanzelf dicht en onttrok hem aan mijn blik. Ik bleef hangen in de duisternis, luisterend naar chaos. Na een eeuwigheid slaagde ik erin om mijn hand op de andere deur te leggen, die akelig langzaam en krakend openzwaaide. Het duurde nog veel en veel langer voor ik de stap durfde te zetten en op het moment dat mijn voet eindelijk over de drempel was, viel ik meters naar beneden. Alles werd wit.

Ik opende mijn ogen. Om me heen was er nog steeds veel wit. Er was zoveel licht dat ik een paar keer moest knipperen voor de wereld om me heen duidelijker werd. Iemand boog zich over me heen.
You’ve been in a car accident,’ zei die persoon met een zwaar accent. ‘You are in Spain right now. Everything is going to be okay. You’ve been in a coma for weeks.’
Maar alles kwam niet goed, want diezelfde dag hoorde ik dat mijn vriendje, de bestuurder van de auto, het niet had gered. Hij was al dood voor de brandweer hem uit het autowrak had kunnen halen, voorgoed opgesloten achter die ene deur.

Goed! Ik schrijf zelf ook in die stijl dus daarom wss :stuck_out_tongue:

Dankje =) Leuk dat je in dezelfde stijl schrijft!