[kortverhaal] Amélie

wow wat mooi!
het is nog niet afgelopen toch?

maar ik heb één puntje: in het vierde stukje schrijf je dat een auto Noah komt ophalen. Het is [het begin] van de éérste wereldoorlog, dat betekent dat het dan 1914 is. Toen had lang niet iedereen een auto, dus het lijkt me logischer als hij per trein of lopend naar het front vertrok.
Als het voor school is, zou ik het misschien aanpassen.
Sorry hoor, voor de bemoeizuchtigheid. :wink:

haha oh nee dankjewel hoor :slightly_smiling_face: ik probeer zo veel mogelijk te letten op die kleine details en dat is vind ik het meest moeilijke hieraan! maar dank je dat je me erop wijst :grinning:
En nee hoor, het is nog lang niet gedaan. Nog 7 pagina’s

Amélie

Dat de nieuwe tuinman nooit dezelfde bloemen teelt als hij, dat ik hem soms meen te horen als hij mijn naam fluistert en dat zijn geur nog steeds in mijn haren lijkt te hangen. Noah heeft me nooit geschreven. Zijn moeder stuurt hem af en toe brieven en zelfs zij krijgt geen antwoord. Ze zegt dat hij met zijn eigen problemen kampt en dat hij wel zal betrekken wanneer hij het daar gewend is geraakt. Ik probeer mijn rol als bezorgde dochter van zijn baas perfect te spelen zodat niemand ooit weet wat er tussen ons gaande was. Soms wil ik van de daken schreeuwen hoeveel ik nog steeds van hem houd, en dat ik nooit anders zal doen.
En op andere momenten denk ik dat hij me is vergeten, dat er in de kroegen die hij na zijn diensten bezoekt, vrouwen zijn die al te gewillig zijn hem te bekoren.
De brieven die ik naar Noah schrijf, bevatten nooit Bertrand. Sinds Noah is vertrokken, zag ik hem steeds vaker en vaker. We praatten over de oorlog en boeken zonder dat we bang moesten zijn dat mijn vader ons zou betrappen. Die leek het juist fantastisch te vinden. Bertrand bleek minder arrogant en soms zelfs charmant te zijn. Het komt zelfs goed uit hem te kennen. Ik vraag hem naar Noah, hoelang hij er nog zal blijven. Met zijn connecties weet Bertrand me op de hoogte te houden. Misschien kan hij er zelfs voor zorgen dat hij weer thuis kan komen.
Hoewel Bertrand de perfecte man lijkt, toont hij weinig affectie naar mij toe. Hij raakt me niet aan en behandelt me slechts als een gelijke, een kennis hooguit. Op een dag vroeg hij mijn hand, en ik knikte omdat ik aan Noah dacht, aan alles wat Bertrand voor hem zou kunnen doen en aan de geruchten in het dorp over de tuinjongen en de dochter van Monsieur Thomas. Ik was eenzaam, ik was bang dat Noah nooit meer zou terugkomen. Wat moest ik anders? Mijn vader gaf Bertrand volmondig zijn zegen.
En nu sta ik mezelf in een witte jurk voor te liegen dat het leven dat ik zal leiden er één zal zijn van enkel geluk. Ik kijk naar buiten en hoop dat het zal regenen. Misschien hoef ik dan niet meteen te trouwen.

up

^

Wauw, echt heel erg mooi en ontroerend, vooral de eerste twee posts!

91 dagen later
Noah

Ik ben thuis gekomen met het geluid van de cicaden. Ik zit vaak op het bankje in de tuin, samen met Fleur wanneer Isabelle en haar man Jean in de woonkamer met Maman praten. Thuis. Nu ik er ben, lijkt het alsof alles waar ik over had gefantaseerd, helemaal niets voorstelt. Je beseft pas wat je hebt, als je het verliest, zegt Maman altijd. Ik heb helemaal niets.
Ik houd de pasgeboren Fleur zorgvuldig in mijn armen, wrijf over haar neusje en zing haar de liedjes die Maman vroeger altijd voor me zong. Ik zie mezelf weerspiegeld in die grote, blauwe ogen die altijd van kleur lijken te veranderen.
“Noah, kom je mee naar binnen?” Jean staat in de deuropening en kijkt me met een onzekere doch vriendelijke glimlach aan. Ik schud mijn hoofd en wijs naar Fleur. “We zitten hier goed.” Hij knikt. “Als je nog iets nodig hebt, slaak je maar een gil.” Ik lach en de deur achter Jean klapt weer kreunend dicht. Hij is een ijverig man die altijd zijn best doet om Isabelle en Fleur te onderhouden. Ik ben blij voor mijn zus en haar dochter.
Het lijkt dat iedereen me wilt bekoren sinds ik terug ben. Alsof ze van de man die is teruggekeerd, de jongen willen maken die maanden geleden vertrokken is. Ze begrijpen niet dat de dingen die je eens hebt gezien, nooit meer zult vergeten. De oorlog ligt achter me, maar modderige heuvels en dalen van het slagveld bezoeken me dagelijks in mijn nachtmerries. Ik leef in een mengeling van schuldgevoel en opluchting. De dood heeft me niet ingehaald, maar op ditzelfde moment sterven mannen met vrouwen en kinderen, of jongens die nog steeds kinderen zijn en nooit de kans hebben gekregen te liefkozen.
Ook al heeft de dood me niet ingehaald, voelt het alsof ik dat al ben. De wereld verandert. Ik ben veranderd.

hihi ik heb het verhaal af (: ik ben echt zo blij. nog nooit heb ik iets echt áf geschreven. dus nu zal ik gewoon op regelmatige basis blijven posten!

Stille lezer meldt zich :slightly_smiling_face: snel verder! :wink:

wat goed! maar dat betekent dus wel dat ik verwacht dat je weer snel verder post! :wink:

haha, als ik op dit tempo blijf posten is het verhaal morgen/overmorgen al gedaan :slightly_smiling_face: We zijn trouwens al over de helft nu! dus laten we het een beetje rekken, dan is dit het laatste dat ik vandaag post (;

Amélie

Ik heb Bertrand in onwetendheid in de studeerkamer gelaten. Ik loop over het warme asfalt naar een klein huis aan de uithoeken van het dorp. De lucht is gevuld met de belofte aan een warme zomer en zoete rozen. De dag dat ik erachter kwam, stond ik samen met Bertrand in de koele keuken van mijn vaders huis. We nipten van wat limonade toen mijn vader na een licht gegrinnik zei: “Die tuinjongen is weer terug van de oorlog. Noah.”
Ik knipperde met mijn ogen en veinsde de glimlach die ik al jaren had opgezet. “Oh ja?”, zei ik quasi achteloos terwijl ik mijn bibberende stem in bedwang probeerde te houden. Bertrand knikte. “Ja, ik heb er ook het één en ander van gehoord. Blijkbaar heeft hij het niet zo getroffen. Teruggestuurd wegens verwondingen. Arme jongen.” Hij zweeg over het feit dat hij zijn mensen had gebeld opdat zij Noah uit zijn dienst zouden zetten.
Mijn hart klopte in mijn keel, het glas in mijn handen gleed als stroop op de grond en barstte in tientallen scherven uiteen. “Amélie!”, schreeuwde Bertrand uit. Ik sloeg mijn handen voor mijn gezicht en maande mezelf tot bedaren. “Sorry, ik ben zo uitgeput. Het is hier dan ook zo benauwd.”
Nu lijkt het alsof ik elk moment mijn bewustzijn kan verliezen. Ik stap de paar meters die er plots duizenden lijken te zijn en hoe dichter ik bij mijn bestemming kom, hoe meer ik me afvraag wat mijn bedoelingen zijn.
Hopen is moeilijk wanneer het telkens wordt afgebroken met een moker. Terwijl ik dat denk, is het enige wat ik hoor Noahs gefluister, de laatste avond dat hij bij mij was. Toen alles zo stil was dat zelfs de krekels ophielden met sjirpen.

oeps, dubbel

http://www.youtube.com/watch?v=wMDaAhCMGew
toen ik dit kortverhaal schreef, had ik altijd dit lied in mijn hoofd haha (: boeken zouden nog zoveel mooier zijn met muziek, en deze muziek doet me echt denken aan alles waarvoor Amélie en Noah staan (ook al bestaan ze enkel in mijn hoofd haha)

  • sorry ik probeer mijn huiswerk op alle manieren probeer te ontlopen -

upp

Nog een stukje vandaag? :slightly_smiling_face:

haha sorry, ik zal morgen nog wat posten. ik wil echt heel graag dat jullie het einde lezen en zeggen wat jullie ervan vinden maar aan de andere kant heb ik geen zin dat er zo snel een einde komt aan mijn verhaal. Nog 4 pagina’s ofzo en dan is het gedaan

up

Na dit deel, zal ik alles van Noah en Amelie delen, dus geen volledige stukjes van hen beiden maar altijd net de helft. Dus het is dan 2x een kort stukje Noah achter elkaar, 2x een kort stukje Amélie etc (; zie het maar als een manier om het lezen te verlengen haha zodat je een tijdje iets heb om (hopelijk) naar uit te kijken.

Noah

De zon brandt fel. Isabelle is samen met Fleur de koelte van de woonkamer gaan opzoeken en heeft mij hier gelaten met de aanwezigheid van de kleine madeliefjes die her en der tussen het gras en het onkruid groeien. Ik ben vergeten hoe bloemblaadjes voelen, of hoe de golven van boomschors onder mijn vingers leken te deinen. Ik wil in het koele gras liggen en mijn ledematen spreiden, de zon voelen die ik zo heb gemist.
Zonder haar lijkt het alsof ik niet adem. Alsof het lichaam dat hier zit, een omhulsel is dat zich heeft gevuld met herinneringen aan vroeger. Ik mis Amélie. In tegenstelling tot mij is ze verder gegaan met leven. Net als het dorp dat ik gelaten had, is ook zij veranderd. Ze is getrouwd met Bertrand, ongeveer een jaar nadat ik vertrokken was. Dat besef is misschien wel pijnlijker dan de dagen in het ziekenhuis, het revalideren, het zien wegkwijnen van anderen. Lichamen met kapotte zielen herstellen niet, of zeer moeilijk.
Een geklop op de tuindeur, Maman staat in de deuropening. Ze wijst naar het bankje en ik knik ter bevestiging. Ze komt naast me zitten met haar handen op haar schoot, haar ogen op een punt in de verte gericht. Wanneer ze me aankijkt, doet ze dat op dezelfde manier als Jean eerder. Onzeker maar vriendelijk vraagt ze: “Kijk naar de tuin. Alles zou veel mooier zijn met jouw hulp.” Ik glimlach wrang en schud mijn hoofd. “Nu niet. Ik ben nog niet zover.” Ze knikt begripvol en legt haar ruwe hand zachtjes op de mijne. “Waarom praat je niet?”
“Sommige dingen komen beter uit als ze verzwegen worden.” Ze knikt met een ietwat teleurgestelde glimlach op haar gezicht. “Als je er klaar voor bent, ben ik er om naar je te luisteren”, zegt ze. We kijken samen op wanneer er op de tuindeur geklopt wordt. Isabelle staat in de deuropening met een slapende Fleur in haar handen, een blije glimlach op haar gezicht.

Ze moeten weer samen komen :frowning_face: Verder!

Verder :slightly_smiling_face: