Korte verhalen, graag feedback :)

Heey! Sinds een tijdje ben ik begonnen met schrijven. Nu heb ik een paar korte verhaaltjes die ik met jullie wil delen en waar ik graag feedback op zou willen.

1. Het Labyrint
Met een zachte kreun doet Mary haar ogen open, knipperend tegen het felle zonlicht. Terwijl ze rechtop gaat zitten in het zachte gras kijkt ze met grote ogen om zich heen. Dit is niet waar ik vannacht in slaap ben gevallen denkt ze in zichzelf. “Hallo?” de woorden galmen na in de verschillende gangen. “Hallo, is daar iemand?” Langzaam staat Mary op en kijk om zich heen. Overal waar ze kijkt ziet ze verschillende gangen. Aan een van de muren ziet ze een bordje hangen met in sierlijke letters geschreven: “Je hebt een uur. Raak de wanden niet aan!” Alle kleur van Mary’s gezicht verdwijnt. “Oke, Mary, sterk zijn,” praat ze in zichzelf “Dit moet een droom zijn. Het bestaat niet dat ik hier ineens ben. Waar dat ook wezen mag.” Voegt ze er zachtjes aan toe. “Ik moet gewoon wakker worden.” Mary loopt over het gras dat er eigenlijk heel vriendelijk uit ziet naar de muur met het bordje.
Eenmaal aan het einde van de eerste gang krijgt Mary door wat er aan de hand is. Ze is in een volgende kamer waar weer verschillende gangen op uit komen. In het midden aangekomen kijkt Mary weer om zich heen. “Het is een doolhof.” Ze spreekt de woorden bedachtzaam uit. Vervolgens loopt ze de gang rechts van zich in, daarna degene tegenover zich en daarna naar rechts. Zonder dat ze het zelf door heeft gaat ze steeds sneller lopen totdat ze door de verschillende gangen rent. Plotseling staat ze stil en kijkt hijgend om zich heen.
Aan een van de muren hangt een bordje met een tekst in de zelfde sierlijke letters als het eerste: “Nog een half uur. Raak de wanden niet aan!” Nog steeds hijgend zakt Mary op haar knieën en slaat haar armen om zich heen. Tranen beginnen stilletjes over haar wangen te druppelen terwijl ze afwezig voor zich uit staart. Was ik maar thuis. Lag ik nou maar gewoon in mijn eigen bed. Al wist ik in ieder geval maar wat er aan de hand was. Even haalt ze diep adem en staat dan weer op. De blik in haar ogen is veranderd van wanhopig naar vastberaden. “Wie je ook bent, wacht maar! Ik kom hier uit en dan zal ik je eens laten zien met wie je te maken hebt!”
Voordat Mary weer verder gaat loopt ze eerst naar de muur met het bordje. “En waarom mag ik eigenlijk de wanden niet aanraken? Het zijn gewoon stenen met klimop, hoe gevaarlijk of slecht kan het zijn om ze aan te raken?” Voorzichtig tilt ze haar hand op en legt hem zachtjes tegen de klimop die over de muur groeit.
Met een gil deinst ze achteruit. “Au, wat is dit voor plant? Fuck, au, godverdomme!” De tranen lopen over haar wangen. Als Mary naar haar hand kijkt ziet ze tot haar schrik dat op de plaats waar ze de klimop heeft aangeraakt een grote brandwond zit en het meeste vel is weg geschroeid, waardoor het vlees bloot ligt.
Met haar zere hand tegen zich aangedrukt rent Mary snel verder door de eerste de beste gang. In de volgende kamer aangekomen ziet ze een bordje staan, met daar op geschreven: “Ik zei het toch.” Mary begint te gillen en rent de volgende gang in. Dit bordje was anders dan de vorige twee. De letters zijn niet sierlijk, maar grimmig en uitgelopen. Daarbij is het geschreven in een kleur die heel sterk doet denken aan bloed.
Mary sprint nu de gangen in en uit tot ze weer in een kamer komt. Op de muur recht tegenover haar hangt weer een bordje met bloedrode letters: “Je tijd is op.” Is alles wat er op staat. Mary draait zich om, maar ziet dat de gang waar ze door gekomen was weg is. Ze draait zich nogmaals om en ziet dat het bordje dat ze zojuist gelezen had ook weg is. “Wat wil je nou? Waarom ben ik hier? Wat heb ik misdaan?” De woorden komen minder krachtig uit haar mond dan Mary had gehoopt en met haar handen voor haar gezicht laat ze zich onderuit zakken. Met grote halen begint ze te huilen, maar ze stopt hier abrupt weer mee als de grond begint te trillen.
Ze kijkt om zich heen en ziet dat de muren van dit toch al kleine kamertje op haar af beginnen te komen. Bang voor wat er komen gaat, gaat Mary staan. De herinnering aan wat er met haar hand gebeurde toen ze de muur aanraakte zit nog vers in haar geheugen. Als de muren nog maar een vierkante meter voor Mary over hebben gelaten stopt het trillen net zo ineens als het begon. Een klein wit briefje komt aanwaaien. Mary pakt het en leest de sierlijke letters: Je tijd is om. Ook de laatste vierkante meter die Mary nog had begint nu te trillen. Als dit echt een droom is, is dit het perfecte moment om wakker te worden denkt ze, wanneer de brandende klimop haar huid aan alle kanten begint te verschroeien en op te vreten.
Maar dit is geen droom. Dit is de werkelijkheid.

2. Een eenhoorn jager (Heeft nog geen betere naam :flushed: )
Ze keek met grote ogen naar het enorme dier dat nu ineens voor haar stond. Het was er wel, maar ook weer niet. Alsof ze het droomde. Even overwoog ze om hem te laten lopen, maar toen herinnerde ze zich haar opdracht: ze moest de hoorn van een eenhoorn hebben om het tegengif uit te drinken. Anders zou ze nooit meer een normaal leven kunnen leiden.
Langzaam, zodat ze hem niet zou laten schrikken, ging Lena rechtop staan en pakte voorzichtig een pijl uit de huls op haar rug. Deze legde ze in de boog en trok hem zorgvuldig naar achteren. Nog een keer keek ze in de ogen van de eenhoorn, richtte daarna op het hart en liet de pijl los.
Met een noodgang ging de pijl er doorheen en ging precies op het punt het hart door de eenhoorn. Letterlijk door de eenhoorn, het leek alsof ze een schaduw had geraakt. “Verdomme, hoe kan dit nou?” Lena sloeg haar hand voor haar mond, maar het was al te laat. De eenhoorn hoorde haar en sloeg op de vlucht. Lena zuchtte, dit ging nog een lange dag worden.

Leuk geschreven de eerste is lekker spannend