kort verhaal

hoii, ik kreeg voor geschiedenis een tijdje geleden de opdracht om een verhaal te schrijven in een groepje van 3. Ik en 2 andere meisjes hebben toen samen een verhaal geschreven waarvoor we een 8 kregen. Door dit cijfer en goede reacties van ouders en vriendinnen enzo besloot ik ook naar jullie mening te vragen. Ik heb deel 2 geschreven. Het verhaal gaat over een meisje dat op een slavernij schip zit, het speelt zich eeuwen geleden af. Het is maar een kort verhaal maar ik hoop dat jullie het leuk vinden, x

Deel 1

Het is nu al maanden sinds we op dit schip zitten. Geruchten gaan dat we bijna aan land zijn. Ik denk nog elke dag aan hoe deze nachtmerrie is begonnen. Het dorp werd aangevallen door blanke mannen met geweren. Ze vernielden het hele dorp en haalde families uit elkaar. Mijn moeder, twee broers en ik konden niet meer vluchten. Mijn broers zijn op een ander schip gezet naar Suriname. Mijn vader is al een jaar geleden gestorven. En mijn moeder, de dapperste vrouw die ik ooit gekend hebt, verzette zich tegen de Europeanen en werd vermoord. Ik zou alles doen om ze nog 1 keer te zien.

Dus zit ik hier, alleen met een oude vrouw uit ons dorp. Vijf dagen later is het zover, we komen aan in Amerika. Het hele schip is druk bezig. We worden klaargemaakt voor de kopers die al blijkbaar aan de kust op ons wachten. Eenmaal aangekomen worden we zo snel mogelijk uit het schip geduwd. Me meeste van ons zijn erg moe of ziek. We zijn in groepen verdeeld en worden dus per groep een ander deel van de kust gestuurd. Ik zit in groep 4. Niet ver van het schip moeten we knielen op de grond in een rijtje. Het land is zo anders dan thuis. ‘De Hollanders zijn er bijna dus zorg dat je je gedraagt en waag het niet ze aan te kijken of anders…,’ zegt één van de scheepslui van ons schip, en hij zwaait met zijn zweep.

Ik kijk gauw naar beneden als ik voetstappen onze kant hoor komen. We hadden allemaal een nummer gekregen, die de kopers gebruiken tijdens het uitkiezen van slaven. De Hollanders beginnen bij het begin van de rij en ik hoorde ze wat fluisteren naar elkaar , en gaan weer naar de volgende. Tot ik opeens hele dure schoenen voor me zag staan. Ik begon te trillen. Ik verbeelde mezelf een 50 jarige man met een baard en een hoed. De man komt dichterbij en pakt mijn kin voorzichtig vast. Ik verstijf van de angst en tril nog meer.

Hij tilt mijn kin omhoog zodat ik zijn gezicht kan zien. Ik werd verbaasd van wat ik zag. Het was een jonge blonde jongen van waarschijnlijk een jaar ouder dan ik. Ik kijk in zijn blauwe ogen die glinsteren in de brandende zon en voel dat mijn lichaam zich ontspant. ‘Rustig maar,’ fluistert hij met een klein glimlachje. ‘Deze pap!’ roept hij naar een oude man een laat mijn kin los. De man kijkt mij erg boos aan, waardoor mijn gezicht weer naar de grond zakt. De jongen schrijft mijn nummer op en loopt verder het rijtje af met de andere mannen. Wat gaat er met mij gebeuren?

Als iedereen aan de beurt is geweest worden we opgesplitst naar verschillende hutjes. In het hutje waar ik naar toe ben gestuurd, is het niet groot en er staat maar 1 rieten bed. Dit hutje is dus alleen voor mij. Verder staat er een stoel en een klein tafeltje. Ik ging op het bed zitten en dacht weer aan die jongen. Waarom moest hij nou net mij speciaal hebben en wat was hij van plan?

				Deel 2

Ik kan niet met mijn gedachtes bij het werk op de plantages blijven. Die jongen is zo lief. Het liefst zou ik met hem praten. Maar dat kan niet. Elke dag zie ik hem met andere mensen om zich heen lopen. Soms ook met meisjes. Die maken me zo jaloers. Ik wil naast hem lopen. Het enige waar ik me aan vast grijp is zijn blik en woorden die eerste dag, de dag dat we uitgezocht werden. Hij is de enige die me in de omgeving hier het gevoel geeft dat ik een echt meisje ben. Soms hoor ik hem praten over een toekomst hier ver vandaan. Hij haat de slavernij. Net als ik. Volgens mij zijn dat de enige overeenkomsten tussen ons.
Het werk op de plantages is zwaar. Ik heb ook nog eens op stille wijze de taak gekregen over de kleine kinderen, als hun moeders ziek of dood zijn. Elke dag loopt het zweet me over de rug. Mijn eigen hut is een rotzooi maar tijd om op te ruimen heb ik niet. Die arme kinderen kan ik ook niet laten.
Veel mensen zijn al de fout in gegaan. Ze wilden vluchten of keken iemand aan. Er zijn ook al een aantal mensen overleden. Aan verwondingen van zweepslagen bijvoorbeeld, of ziektes. De kinderen zijn bang. Een aantal meisjes van mijn leeftijd zijn misbruikt door de bewakers. Ze durfden niet meer naar buiten. Ouiam is zelfs overleden. Die sterke oude vrouw uit mijn eigen dorp nog wel. Zij was de enige waar ik nog op vertrouwde.
‘Pas eens op!’ Boos kijkt een van de meisjes, die hier komt om met de jongen te praten - mij aan. Ik wil mijn excuus aan bieden maar zij en haar vriendinnen lopen al met grote passen weg, om verder op te gaan staan lachen en wijzen. Ik zie dat ze rare bewegingen maken naar me. Ik kijk om me heen en achter me staat de jongen. ‘Sorry, ze hebben geen respect voor sommige mensen hier.’ Ik kijk naar zijn gezicht, maar probeer hem niet aan te kijken. Dan krijg ik problemen. Gelukkig wordt onze aandacht getrokken door het groepje meisjes en kan ik snel weg.
‘Maak me niet boos Jan. Je kan niet een slavenmeisje uit de slavernij halen. Zij is zwart en arm. Jij blank en rijk. Kijk naar de verschillen. Hoe heb je zo stom kunnen zijn verliefd op haar te worden. Dat kind moest door jij bijna gestraft worden vanwege fout gedrag terwijl ze heel goed is in haar werk. Zij zorgt voor de kleine kinderen als de moeders bezig zijn, doet haar werk goed en is niet brutaal. Zo zouden alle slavenmeisjes van haar leeftijd moeten zijn. Niemand die ik zo zie doen als haar.
IK STA VERDOMME EEN SLAAF TE COMPLIMENTEREN OM JOU WANGEDRAG TE STOPPEN. JIJ BENT UITGEHUWELIJKT. AL SINDS JE GEBOORTE. ALS IK JE NOG ÉEN KEER IN DE BUURT VAN DAT KIND ZIE KOMEN KRIJG JE STRAF. JE MOET DAN MEE OP EEN SCHIP. TWEE JAAR LANG ZUL JE JE ”MEISJE” NIET ZIEN. EN NU, VERDWIJN UIT MIJN OGEN!’

Ik schrik me dood. Zo heb ik nog nooit iemand horen schreeuwen. De jongen heet blijkbaar Jan en hij heeft gister met me gepraat. Ik was in het begin bang maar daarna zei hij dat ik rustig moest blijven. Hij vertelde dat hij me lief en leuk vond. Hij wilde vluchten. Alleen om een toekomst op te kunnen bouwen met mij. Vroeger vertelde mama me zulke verhalen. Over mannen en vrouwen die vluchten en samen verder leven. Zo romantisch vond ik dat. Nu overkomt mij hetzelfde. Alleen moest ik wel door een hel gaan daarvoor. De grootste hel van m’n leven.
Iemand heeft ons horen praten. En nu wordt Jan gestraft door mij. Mijn ogen stromen weer vol met tranen. Door mij, het is alweer mijn schuld.
Ik zit in mijn hut. ‘Klop klop, is daar het mooiste meisje van de wereld?’ hoor ik opeens. Het is Jan. Ik wil niet dat hij binnen komt dus houd ik me stil. Straks moet hij weg, en dan? Ik zou niet meer verder kunnen met mijn leven en me voor altijd schuldig voelen. ‘Efua?’klinkt het. En nog een keer ‘Efua?’ ‘Doe open alsjeblieft. We moeten weg. Vanavond nog!’ ‘Weg waarom? Als we worden gepakt ga ik dood en moet jij naar Afrika op een schip. We gaan niet weg dus.’ ‘Efua alsjeblieft, ik wil alleen samen zijn met jou, ik doe mezelf iets aan als ik niet met jou kan zijn. Alsjeblieft.’ Ik moet huilen van zijn gesmeek. Ik kan er niet meer tegen en doe de deur open. Snel stapt hij naar binnen. ‘Wat is je plan?’

Deel 3

‘Sssstt…. probeer niet op takjes te stappen straks hebben ze ons nog door’. Zachtjes sluipen we door de bosjes, langs al die vreselijke bewakers met zwepen in hun hand klaar voor de aanslag. Ik kijk naar een van de bewakers maar dan draait hij zich om en kijkt me recht aan. Jan merkt dat er iets is en vraagt ‘wat is er?’ Maar ik kan niets zeggen dat oog blijft me maar aankijken en ik kijk hem aan. Wat vreemd dat die bewaker de anderen nog niet heeft gewaarschuwd schiet er door me heen. Jan volgt mijn blik en fluistert in mijn oor ‘dat is Hendry mallerd, hij is blind geworden en heeft maar 1 oog.’ Opgelucht haal ik adem nu ik beter kijk zie ik dat de man een dicht oog heeft.

We sluipen verder en ik hoor het hart van Jan in mijn oor kloppen, of is het mijn eigen hart? Opeens blijf ik staan, de eerste groep bewakers is nu net uit het zicht, nu moeten hier ergens nog meer bewakers zijn. ‘Knal’ geschrokken blijf ik staan, ‘nu jij zwarte’ hoor ik heel dicht bij een bewaker zeggen. ‘Kom, dit is onze kans als die bewakers allemaal met twee andere ontsnapte bezig zijn kunnen wij er misschien langs’ hoor ik Jan zeggen, maar het komt niet bij me binnen. Verstijfd van woede, verdriet en angst sta ik daar er word daar achter de bosjes gewoon een soortgenoot van me dood geschoten schiet er door me heen. Het liefst zou ik daar ter plekke zijn doodgevallen als Jan me niet zo snel mee had getrokken om langs die bewakers te sluipen die veel te druk waren met twee anderen ontsnapte slaven.
We sluipen nu precies langs de net doodgeschoten slaaf, dat kan ik zien aan het rode vloeistof wat nu net mijn voeten heeft bereikt. Niet opzij kijken, niet opzij kijken gaat het door me heen, maar toch kijk ik. Ik voel het binnenste van mijn maag naar boven komen en kan me zelf nog net bedwingen om niet over mijn nek te gaan.
Opeens voel ik een hand in mijn nekvel, naast me zie ik Jan verslagen van de schrik en wanhopig. Kennelijk hebben ze hem niet opgemerkt want de drie bewakers die onopgemerkt achter me waren gekomen gaan niet nog een keer terug naar de bosjes. Ik word neergezet door een bewaker met een hele grote grijns op zijn gezicht, en voel het bloed in mijn gezicht wegtrekken. ‘Zo kijk eens wat we hier hebben, een pittige tante hoor helemaal alleen proberen te vluchten helaas lukt het er toch niet’. ‘Hahaha’ hoor ik de anderen lachen, maar het enige waar mij aandacht naar toe gaat is de glimmende loop van het geweer dat de bewaker in zijn handen heeft. Langzaam richt hij het geweer op mijn borstkast en net als ik denk dat het allemaal voorbij is zie ik dat de kogel niet door mijn lichaam gaat maar precies door de buik van Jan die uit de bosjes is gesprongen.
Ik loop door de bossen met pijn in mijn hart wat er gisternacht is gebeurt, ik had dood moeten gaan niet hij. Ik had daar moeten liggen met bloed om me heen en met me laatste woorden moeten zeggen dat hij moest vluchten en niet andersom. Huilend ga ik zitten op een boomstronk, totdat ik een geluid hoor van een boot, ik kijk om me heen overal zie ik bos of toch niet, daar in de verte is nog net een klein stukje van een mast te zien.
Ik loop, ik loop tot ik niet meer kan, opzoek naar een nieuwe toekomst.

Wauw…
Heel mooi geschreven!
Jullie hebben je goed ingeleefd in de personen, knap! :slightly_smiling_face:

dankje, heb je miss ook nog tips ? :slightly_smiling_face:

Ik heb het niet helemaal gelezen, maar dat ligt niet aan dat het slecht is hoor!
Maar ik heb wel wat tips, de zinnen zijn mooier als ze iets langer zijn en getallen moeten voluit geschreven worden x

oke, dank je wel. Leest dat gewoon makkelijker met lange getallen of staat het mooier ? xx

Het hoort sowieso dat je getallen onder de twintig voluit schrijft :grinning:

owwh wist ik wel :cold_sweat: … maar oké dan weet ik dat voor de volgende keer dan maar .

Mooi geschreven

thank you