kort verhaal Nederlands

hee meiden.

voor school moest ik een kort verhaal tussen de 600 - 900 woorden schrijven.
Dit is de opdracht:
verwerk de volgende zaken in je verhaal:

  • je verhaal start ‘‘ab ovo’’ (vanaf het begin)
  • Besteed aandacht aan een functionele ruimte (openbare ruimte)
  • je verhaal bevat een interne flashback
  • je verhaal bevat een duidelijke vertraging
  • verzin oon een passende titel bij je verhaal

ik post hier elk kwartier een stukje.
vertel me alsjeblieft wat je er van vindt, en wat je zou veranderen.
een titel kan ik niet goed verzinnen…
sorry.

:
Ziels alleen loop ik door de verlaten straat. Het is al 3 uur ’s nachts en ik zou al om 2 uur thuis moeten zijn. Mama heeft me al meerdere keren proberen te bellen, maar ik heb er haar steeds weggedrukt. Ik wilde niet dat ze mijn avond zou verpesten. Het was zo lang geleden dat ik het zo leuk heb gehad. Niemand mocht dat verpesten.
Brr… wat is toch koud. Ik sla mijn sjaal nogmaals om mijn hals.
Vreselijk, zo ’s avonds laat alleen op straat. Was er nu maar iemand bij me, zodat ik nu niet bang zou zijn. Niet aan denken, Julie. Denk aan die geweldige avond. Ik begin meteen te glimlachen.
Dan hoor ik iets achter me ritselen. Van alles schiet er door me heen, maar ik durf niet om te draaien om te kijken wat het was. Het zal vast niks zijn. Ik loop snel verder.
Ik probeer steeds aan allerlei leuke dingen te denken, maar toch blijf ik bang. Als ik ook maar iets hoor, slaat mijn hart op hol. Als ik mijn mobiel pak voel ik me misschien wel wat veiliger. Terwijl ik mijn mobiel pak, ruik ik opeens een hele rare lucht. Ik begin misselijk te worden en hou me vast aan de dichtstbijzijnde lantaarnpaal. Na enkele seconden voel ik een hand voor mijn mond. Ik schrik me dood en begin als een gek om me heen te slaan en te schoppen maar het is zinloos. Ik voel me slap worden en val op de grond…

Ik open langzaam mijn ogen. Waar ben ik? Wat gaan ze met me doen? Is er iets me gebeurd? Gek word ik van de vragen die in mijn hoofd rond spoken.
De kamer is kaal. Heel kaal. Het is een grijze kamer met alleen een klein hard bedje en een houten stoel. Er is volgens mij niet eens een verwarming, vandaar dat hier zo koud is. Ik grijp het deken van het bed en sla het om me heen.
De tranen rollen over mijn wangen. Ik wil hier weg, terug naar huis, naar mijn familie en vrienden. Wat er ook gebeurd is, ik wou dat het nooit gebeurd was.
Ik probeer me nog iets van de nacht ervoor te herinneren. Het enige wat ik nog weet is dat ik geweldige nacht had gehad en op weg was richting huis. Ik was bang maar dacht dat er toch niks kon gebeuren en liep gewoon verder…
Maar wat er daarna was gebeurd, geen idee. Hoe kan ik daar achterkomen? Dat is trouwens niet het belangrijkste. Ik moet hier weg zien te komen, maar hoe? Ik begin te schreeuwen en tegen de deur te trappen en te slaan maar het heeft allemaal geen zin. Ik doe alleen mezelf er pijn mee.

De tranen blijven maar over mijn wangen rollen en word gek van M’n eigen gesnotter. Dus ik probeer op te houden met huilen. Ik concentreer me op de stilte, daar word ik meestal rustig van. Het lijkt nu al eeuwen te duren. Hoe lang moet ik hier nog zitten?

De deur waait open en een grijsharige, oude man komt de kamer binnen.
Ik wil zo veel vragen stellen aan die man, maar ik durf niet. Hij is kijkt me zo boos aan, dat ik er gewoon bang van word en loop heel langzaam naar een hoek in de kamer. Ik zie dat de deur nog op een kier staat dus begin heel hard te schreeuwen, in hoop dat iemand me kan horen.
Hoe dichter de man bij me in de buurt komt hoe harder ik ga schreeuwen en hoe bozer ik word. Als hij te dicht bij me in de buurt komt, schop en sla ik hem zo hard mogelijk. Ik ben op dat moment er niet helemaal goed bij en heb geen idee waar ik hem raak. Als ik hem maar raak!
Hij grijpt naar zijn buik en zakt langzaam naar de grond. Ik zie de kans om weg te rennen en grijp meteen die kans. Ik gooi de deur hard achter me dicht en loop als maar rechtdoor. Volgens mij heb ik nog nooit zo hard gerend. Mijn benen voel ik maar amper. Het enige waar ik aan denk is ontsnappen. Ik durf niet achterom te kijken of hij me volgt. Ik ren en ren totdat ik bij de voordeur ben. Gelukkig is hij open. Schreeuwend om hulp ren ik de straat in. Ik heb geen idee waar ik ben maar ben opgelucht dat ik eindelijk buiten ben.
De mensen kijken me, erg genoeg, aan alsof ik een gek ben. Ik schreeuw toch niet voor niets. Bel de politie!