Just a game. [Verhaal.]

Vaak vind ik de motivatie niet om een verhaal af te maken, dus ik hoop dat het deze keer wél lukt. Kritiek is natuurlijk altijd welkom! =)

[size=12pt][Just a game./size]

Op het moment dat ik mijn ogen open zie ik niet het saaie witte plafond van mijn slaapkamer, wat ik wel had verwacht. Nee, ik zie een strakblauwe lucht. Zo een soort lucht waarvan ik al droom sinds mijn vijfde. Ik zie een paar vogels in de lucht vliegen. Vogels die ik nog nooit eerder heb gezien. Ik houd erg van de natuur, en ken bijna alle planten- en bloemennamen uit mijn hoofd. Datzelfde geld voor diersoorten, dus het is raar dat ik deze vogel niet herken. Er is iets aparts met die vogel, maar ik kan er niet helemaal mijn vinger op leggen. Hij vliegt samen met een andere vogel, precies naast elkaar. Ze vliegen in een rechte lijn, zo recht dat het bijna eng wordt. Ik blijf ze nakijken totdat ik ze niet meer zie, en ik heb geen zin om te gaan zitten, zodat ik ze langer kan volgen. Heel veel mensen zouden nu in paniek raken. Hoe kan je buiten, ergens in een weiland wakker worden? Tenminste, ik denk dat het een soort weiland is. Ik vind het niet eng. Ik houd van dit soort mysterieuze dingen, en ik hoop dan ook vurig dat dit geen droom is. Vol bewondering blijf ik liggen, er is geen wolkje te bekennen. Het enige wat ik zie is het oneindige blauw. Dat soort blauw dat ik nooit heb kunnen beschrijven. Ik weet al jaren dat dit mijn lievelingskleur is, maar ik heb het nog nooit zo helder gezien. Altijd was de kleur net een tintje te licht, of te donker. Deze kleur heb ik alleen in mijn dromen gezien, maar nog nooit in het echt. Ik wou dat ik naar boven kon gaan, om de lucht te proeven, om hem te voelen, maar hij lijkt onbereikbaar. Waarom kan ik nou niet vliegen? Die wens heb ik al mijn hele leven, maar hij is nog nooit zo sterk geweest. Ik wou dat ik uren kon kijken naar deze lucht. Dan zou ik wel duizenden foto’s maken, en schilderijen natuurlijk. Schilderen is namelijk één van mijn hobby’s. Maar ik weet dat ik daar de tijd niet voor heb. Ik kan het niet helemaal uitleggen, maar ik heb een apart gevoel van binnen. Ik moet erachter zien te komen wat er aan de hand is.

[size=8pt]Kritiek is welkom!

Ik vind dat je een leuke schrijfstijl om te lezen hebt,
Ik heb ook zin om verder te lezen. :grinning:

Een lang stukje deze keer, maar ik wist niet precies waar ik het kon knippen. En morgen komt er waarschijnlijk geen stukje omdat ik 16:50 uit ben… (arme ik…)

Ik weet niet waar ik ben, maar het is duidelijk dat ik niet meer in Engeland ben, waar ik woon. Waar ik wel ben? Geen flauw idee. Hier ben ik nog nooit van mijn leven geweest. Als ik hier eerder was geweest, had ik foto’s van deze omgeving in mijn kamer hangen. In Engeland komt deze heldere lucht nooit voor. Dat komt door de uitlaatgassen die voor een eeuwige mist zorgen.
Toch heb ik een soort déjà-vu gevoel. Misschien komt het omdat ik deze lucht vaak in mijn dromen heb gezien. Of misschien komt het omdat dit het soort lucht is dat je altijd in films ziet. Ik weet het niet.
Het valt me op dat het hier doodstil is, bijna te stil. Mijn familie, zouden de stilte vervelend vinden. Ik erger me er niet aan, want ik vind het wel even fijn. In Engeland is het druk, altijd hoor je auto’s voorbij razen. Je hoort ze zelfs als je binnen bent. Het geluid van auto’s geeft me altijd het gevoel dat ik gevangen zit, dat ik geen vrijheid heb. Je moet altijd uitkijken dat je niet om ver wordt gereden.
Zelf het park is verpest. Natuurlijk zijn motors verboden in het park, maar wie houd die hangjongeren tegen? Ja, soms komt de politie langs, maar op de een of andere manier weten de jongeren altijd wanneer, zodat de politie niet meer aantreft dan lege bierflesjes en sigaretten.
En nu heb ik het nog niet eens gehad over thuis. Thuis is het ook nooit rustig, met drie jongere zusjes en twee broertjes. Als de oudste draai ik voor de meeste klusjes op. Ik ben degene die de schuld krijgt van de meeste dingen, omdat ik “de kleintjes” niet onder controle heb gehouden. In Engeland heb ik gewoonweg geen ruimte voor mezelf, altijd is er wel iemand bij me. Dus nu het eindelijk stil is geniet ik ervan.
Hoelang heb ik wel niet naar deze stilte verlangt? Hoe vaak heb ik mijn huiswerk niet afgekregen, omdat ik weer eens lastig gevallen werd? Ik wou dat we een plek zoals deze in Engeland hadden. Dan zou ik er uren lang kunnen zitten.
Dit is zo een plek waar ik mijn date naar toe zou nemen. Dan moet ik trouwens wel eerst een date hebben. Het is niet zo dat jongens mij niet leuk vinden, in tegendeel. Maar het zijn altijd de verkeerde jongens die mij leuk vinden. Ik vind het moeilijk om te weigeren, bang dat ik ze kwets. Meestal gaan we dan naar de bioscoop, of uiteten, maar er is nog nooit iets uitgekomen.
Misschien verwacht ik wel te veel van iemand. Ik kan niet eeuwig blijven dromen van een prins op het witte paard. Al is dat natuurlijk wel wat ik het liefste zou willen, een echte prins. Ik wil niet zo een jongen, die rookt en altijd dronken of stoned is. Nee, ik wil een jongen die alle aandacht voor mij heeft.
Door de stilte lijkt het alsof ik alleen ben, maar ik voel de aanwezigheid om me heen. De aanwezigheid van wie of wat? Ik zou het niet weten. Het enige dat ik weet is dat ik hier snel weg moet. Er gaat iets gebeuren, ik voel het.
Misschien is dit een gewoon grapje van mijn vriendinnen, die zijn namelijk knettergek. Hoe vaak is het nou gebeurd dat ik ergens anders wakker ben geworden, dan waar ik in slaap was gevallen? Die keren zijn niet te tellen. Maar ik moet toegeven, als dit een grap van mijn vriendinnen is, dan hebben ze het deze keer wel heel goed geregeld. Ze weten natuurlijk dat ik van dit soort dingen houd, maar ik zou echt niet weten hoe ze dit voor elkaar hebben gekregen.
Het kan natuurlijk ook veel erger zijn, misschien ben ik wel ontvoerd. Het kan zijn dat iemand wat in mijn drankje heeft gedaan, en me naar deze plek heeft gebracht. Hoe vaak heb ik in de krant gelezen dat er weer is iemand ontvoerd is? Je staat er nooit bij stil dat het jou ook kan overkomen.
Toch verwerp ik de gedachten dat ik ontvoerd ben snel. Een moordenaar zou zijn slachtoffer nooit alleen in een landschap laten liggen. Of misschien is de dader wel dichter bij me in de buurt dan dat ik denk…
Nee Kathy, kom op. Spreek ik mezelf in gedachten streng toe. Anders blijf ik doorgaan tot ik bij een erger verhaal uit kom. Mijn vriendinnen zeggen altijd dat ik te veel fantasie heb, en daar kunnen ze wel is gelijk in hebben. Maar waarom zou ik niet in sprookjes geloven? Alleen maar omdat ik er nog nooit één heb mee gemaakt? Dat is onzin!
Misschien is er dit keer echt wat bijzonders aan de hand. Misschien volgt mijn leven deze keer een filmscenario. Ik zou het geweldig vinden, dat doorbreekt de sleur van het dagelijks leven in ieder geval een beetje. Er schiet een wild idee door mijn hoofd, maar ik kan het niet loslaten. Het klinkt waarschijnlijk belachelijk, maar misschien is dit wel mijn levensopdracht. Ik heb er altijd al in gelooft dat ieder mens een bepaald doel heeft in zijn leven. Dit is mijn doel.
“Hallo? Hoort er geen gids te zijn die me op weg helpt? Zo gaan dit soort dingen toch altijd?”.
Helaas wordt het me toch iets moeilijk gemaakt, want ik krijg geen enkele reactie. Ik besluit om maar recht op te gaan zitten. Ik zie inderdaad een soort weiland, maar het is nog groter dan ik al dacht.
Opeens besef ik me dat ik alleen nog maar naar de mooie lucht heb gekeken. Misschien moet ik maar is gaan kijken waar ik echt ben…
“Oké, dan ga ik nu maar een kant op lopen. Is dat goed?”.
Omdat ik nog steeds geen antwoord krijg, besluit ik maar om op weg te gaan.

Kritiek is welkom! =)

Dat lijkt makkelijker gezegd dan gedaan. Ik loop nu al uren zonder dat de omgeving om mij heen veranderd. Waar ben ik in vredesnaam? Welke plek heeft nou enorme vlaktes waar helemaal niets op staat?
Moet je eens bedenken wat je op deze plek allemaal kunt doen! Al zal deze plek in Engeland wel helemaal vol gezet worden met fabrieken, denk ik verbitterd.
Eigenlijk hoop ik nu toch wel dat de stilte snel verbroken wordt, dit is niet meer leuk. Het begint eng te worden en het doet me denken aan het boek “Alleen op de Wereld.” Ik heb het altijd een mooi boek gevonden, maar ik zou nu toch wel weer terug naar de drukte willen. Of laten we beginnen met gezelschap.
“Hallo? Hoort iemand mij?” verbreek ik zelf de stilte. Het enige wat je hoort is mijn echo, moet je na gaan hoe groot deze plek is. Nu begin ik toch wel een beetje bang te worden. Stel dat ik hier voor altijd vast zit. Ik moet er niet aan denken.
Mijn benen branden en ik weet dat ik snel wat water moet gaan drinken. Als je ooit lang verdwaald zorg dan dat je als eerst water vindt, zei mijn vader altijd. Ik heb die opmerking altijd weg gelachen, waarom zou ik ooit verdwalen? En als ik ooit verdwaal, bel ik wel gewoon aan bij een huis.
Wat dacht ik er toen luchtig over. Hier zijn in geen velden of wegen huizen te bekennen. Ik ben alle besef van tijd kwijt, maar ik gok dat het rond een uur of vier in de middag is.
Er moet toch ergens een teken van leven zijn? Misschien is dit een grensgebied, en zit ik gewoon tussen twee drukke gebieden in. De gedachte dat er verderop leven te vinden is, is geruststellend.
En al snel veranderd de omgeving. Nou ja snel, het is na al die tijd donker geworden. Er zijn geen mensen buiten, maar er zijn wel huizen. Ik loop door een nette buurt, waar alle huizen en tuinen hetzelfde zijn, alles is symmetrisch. Er is geen kleur te bekennen. Op elke oprit staat dezelfde grijze auto. Wat is dit voor een rare buurt? En waarom is het zo stil op straat? In mijn eigen buurt is er altijd wel iemand buiten, en al helemaal in de avond.
De lucht is niet helderblauw meer, maar wat donkerder, en het heeft een oranje gloed van de zon die al ondergaat.
Zal ik gewoon bij iemand aanbellen? Ik kan toch niet zomaar buiten slapen? Ik weet niet wat ik moet doen. Als het begint te regenen weet ik zeker dat ik niet buiten kan blijven.
Ik begin zomaar een kant op te rennen. Waarom vind ik zulke avonturen ook al weer leuk? Ik wil gewoon naar huis, zodat ik onder mijn dekbed kan kruipen. Of zodat ik veilig bij de openhaard kan gaan zitten.
Als vanzelf beginnen de tranen te stromen. Ik huil niet zo snel, maar ik ben het gewoon zat. Het is niet leuk om alleen te zijn. Eigenlijk zie ik hier al geen avontuur meer in. Het lijkt eerder op een nachtmerrie, een vreselijke nachtmerrie. Ik knijp mezelf hard in mijn arm, maar omdat ik het voel weet ik zeker dat het geen droom is. Wat ik nu wel zeker weet is dat ik een blauwe plek op mijn arm ga krijgen.
Na een paar straten door gelopen te hebben kom ik een speeltuintje tegen. Ook dit speeltuintje is anders dan in Engeland. Deze plek bevat geen kleur. En van een speeltuin hoor je vrolijk te worden, maar van deze plek wordt ik alles behalve vrolijk. Gelukkig is er wel een soort huisje waar ik in kan schuilen. Het is niet helemaal waterdicht, maar het is beter dan niets. Ik ga liggen en probeer een gemakkelijke houding te vinden, wat niet zo makkelijk is. Ik voel dat mijn spieren protesteren, maar ik blijf zo liggen. Het duurt even voordat ik in slaap val, want ik zie de lucht steeds donkerder worden.

Ik volg! Super leuk verhaal! Ben benieuwd waar ze is :wink:

Echt een hele mooie schrijfstijl! En spannend stukje. Gauw verder, wil weten wat er hier na gebeurd!