je suis magnifique. [verhaal.]

dit word mijn eerste verhaal hier op girlscene.
hope you like it.

Ik zal nooit meer praten in de biologieles over dingen die niet gaan over biologie.
Ik zal nooit meer praten in de biologieles over dingen die niet gaan over biologie.
Ik zal nooit meer praten in de biologieles over dingen die niet gaan over biologie.
Ik zal nooit meer praten in de biologieles over dingen die niet gaan over biologie.
Ik zal nooit meer praten in de biologieles over dingen die niet gaan over biologie.

Mijn hand is moe, haat aan biologie, haat aan Meneer Verbruggen, haat aan strafwerk. Mijn hand is moe en gevoelloos, maar dat is natuurlijk niet raar, na 163 minuten schrijven. Ja ik heb precies bij gehouden hoe lang, en ik weet het, dat is krankzinnig. Volgens mij heb ik nog nooit zo lang achter elkaar na moeten blijven. Voor het eerst in mijn leven ben ik niet blij dat ik vandaag om 12 uur uit was, want dan gaf Meneer Verbruggen meteen een reden om mij extra lang te laten blijven. Niet meer normaal lang dus.
Oké, ik snap dat hij niet blij met me was, maar dit? Ik was mijn huiswerk vergeten, daarna ging ik niet aan het werk en zat ik Nadine van het werk af te houden zei hij. Nadine kreeg natuurlijk geen problemen, maar ik wel. Zij is natuurlijk ook zijn lievelingetje.
En oja, ik had toen Meneer Verbruggen even weg was ook een grote tekening op het bord gemaakt. Niet verkeerd of zo hoor, ik tekende gewoon de grote wandkaart, die aan de muur ging, precies over. En ik schreef er een paar rare dingen bij, maar dat had hij maar voor lief moeten nemen, in plaats van mij hier zo lang neer te zetten.
Mijn mentor loopt langs, bij mijn gevangenis met open deur stopt hij. O nee, hij komt naar binnen, dat word gezeik. ‘Mona, waarom zit jij hier?’ vraagt hij vriendelijk, en hij komt op een lege stoel zitten die hij naar mijn tafel toeschuift. ‘Omdat Meneer Verbruggen niet blij met me was, zei hij.’ antwoord ik net zo vriendelijk terug. Hij kijkt even bedenkelijk en krabt aan zijn hoofd. ‘Was dat gister ook niet zo, maar dan met Mevrouw Driessen, en de dag daarvoor met Meneer Staps?’ en hij moet alles vertellen wat er deze week gebeurt is, dat doet hij altijd. ‘En kan ik me niet herinneren dat jij er deze week al 6 keer uit bent gestuurd, en kun jij nou niet snappen dat de maat nu ondertussen vol is?’ zijn gezicht staat niet meer vriendelijk, maar ook niet boos, meer bezorgd. ‘Ja meneer.’ antwoord ik maar, wat moet ik hier anders op antwoorden?
‘Mona, je concentratie is ontzettend slecht, je gedrag is ontzettend slecht, je cijfers zijn ontzettend slecht. Je gaat zo niet over hoor.’ auw, daar heeft hij een punt. ‘Ja maar meneer, ik kan er toch niks aan doen dat ik niet zo slim ben.’ antwoord ik liefjes. ‘Mona, je bent hartstikke slim, je doet er alleen niks mee. Ik vrees dat we maar weer eens een gesprek moeten gaan voeren met je ouders erbij.’ zegt hij en ik schrik. ‘Nee meneer, ik zweer dat ik mijn best ga doen, echt waar!’ antwoord ik. Mijn ouders mogen niet weten dat het weer fout is, ze vermoorden me! Dit kan ik thuis niet vertellen!

haha
ik lag meteen dubbel xD mijn leraar heet meneer Verbruggen.

maar ik ga doorlezen hoor ^^ ziet er leuk uit.

Oeh, het begint al leuk!
Is een keer is wat anders dan die liefdesverhaaltjes ^^
Nouja, ik hoop tenminste niet dat dit er een wordt (:

onee word het niet. maar bedankt hoor.
ik zal vanavond ofzo nog stukje plaatsen, oké?

mij lijkt het een leuk verhaal (A)

jaaa :3
Ik ga je volgen (:

ik word
jij wordt
hij/zij/het wordt

etc.
hij/zij/het kan je ook vervangen door ‘‘meneer Verbruggen’’ of ‘‘mijn tante’’
Zo maak je minder spelfouten

+ ‘‘de grote wandkaart’’ = niet ‘‘de grootte wandkaart’’
grootte kan wel als het is ‘‘de grootte van de wandkaart’’

Dankuwel. Heb het aangepast.

Nieuw stukje. :grinning:

Een half uur later is het nu, eindelijk ontsnapt. Maar toch, haathaat, ergererger, ik heb een brief aan mijn ouders gekregen van mijn mentor. Hij heeft hem dichtgeplakt, om de verleiding om het open te maken voor mij weg te nemen, zei hij. Best wel raar, want hij las hem aan mij voor, dus waarom zou ik hem open willen maken. Die brief kan ik ook wel ergens in 1000 stukjes dumpen zonder dat hij met wat mentorspeeksel dichtgeplakt zit.
En dat is nou ook precies wat ik ga doen, dat ding in een duodeciljoen stukjes scheuren. Zie je nou wel dat ik oplet bij wiskunde, ik heb in ieder geval wel meegekregen dat een duodeciljoen 73 nullen heeft. In ieder geval, dat heb ik later zelf opgezocht. Maar google liegt niet.
Maar nu weer even veder over wat ik nog meer ga doen met die brief, eerst zoals al gezegd, maak ik er een duodeciljoen stukjes van, en dan verbrand ik die. Nu moet je niet meteen rare dingen gaan denken, ik ben echt gestopt met roken, al na 6 sigaretten dus ik ben nooit echt verslaafd geweest, maar kaarsjes gaan niet vanzelf aan toch? Maar dus, als ik die duodeciljoen kleine briefjes verbrand heb, laat ik de as mooi liggen als bewijs op de plaats van het delict. Spannend allemaal, he?
Dat noem ik nu een slimme aanpak van briefvermoording. Al zal Meneer Smid, mijn mentor dus, niet blij zijn als mijn ouders niet komen opdagen bij zijn gesprek. Waarschijnlijk zal hij dan doorkrijgen dat hij de telefoon moet gaan gebruiken, maar dan heb ik het in ieder geval wel een paar dagen uitgesteld.

Een haan kraait. He? Een haan? Ik zit hier midden in de stad? Snel schiet ik overeind. O ja, natuurlijk, mijn mobiel.
’s Ochtends ben ik altijd een beetje langzaam van begrip zoals je merkt. Ik kijk slaperig naar de klok, kwart over zeven. Officieel had ik al een kwartier beneden moeten zitten, heb ik denk ik de tijd verkeerd ingesteld. Snel spring ik uit bed en kleed mezelf haastig aan. Moe kijk ik naar mijn bed, met opengeslagen dekens, oké, nog vijf minuten dan. En ik ga weer in bed liggen…
‘Mona! Verdomme, wakker worden jij!’ iemand schud me heen en weer. Ene oog open, andere oog open, ene oog dicht, andere oog dicht. Slapen… ‘Mona!’ hoor ik weer roepen, dit keer bozer en dichterbij. Nu gaan allebei mijn ogen open, ik herken die stem. ‘Mam, wat doe jij hier, je moest toch werken?’ vraag ik met een hese stem. Mijn moeders gezicht spreekt boekdelen, ze is niet blij. ‘Ik ben verdomme al klaar met werken, het is half tien!’ gilt ze zo ongeveer. Nu ben ik echt wakker, spontaan. ‘HALF TIEN?!’ gil ik nu ook, echt. Ik moest half negen al op school zitten! Gelukkig heb ik mijn kleren al aan. Snel ren ik naar beneden en poets mijn tanden en kam ondertussen mijn haar. Waarom heb ik nou weer krullen? Waarom?! Nu moet ik het ook nog helemaal goed gaan doen, want anders kan ik gewoon écht niet weg. Met stijl haar was dat wel anders geweest. Vervloekt gij erfelijke genen! Kammen kammen kammen. Eerst anti-pluis, dan weer kammen, dan schudden, weer anti-pluis dan mijn toverende ‘haar wonder’ En mijn nog betere ‘Haar versteviger’ en dan gewoon haarlak. Het ziet er nog steeds niet uit, haastige spoed is zelden goed. Wie dat heeft verzonnen is echt een genie. Al heb ik er nu niks meer aan, het is al bijna tien uur… :rage:

up?

reacties?

Ik vind het leuk.
Maar ik mis af en toe een paar komma’s, maar dat maakt het verhaal niet minder leuk. (:
verder!

sorry ik zal er op letten.

je hebt echt een superleuke schrijfstijl, hoe je opschrijft wat je denkt enzo.
& ik vind dat niet iedereen moet zeuren over je komma’s enzo, ik ben daar zelf ook erg slecht in :stuck_out_tongue:

nog succes met schrijven,

ga je denk wel volgen, vind het wel leuk.

comments?

ik zal zo nog wel een stukje plaatsen.

voilá.

Een paar minuten later zit ik hijgend op de fiets, volgens mij heb ik nog nooit zo snel gefietst. Ik fiets langs het weiland met de bruine koeien, die in de lente altijd van die leuke kalfjes krijgen. En ik fiets over de polderweggetjes, zoals elke dag. Omdat ik dit keer zo’n haast heb zie ik niet dat er vandaag allemaal kleine steentjes op de weg liggen. Bij een bocht wil ik remmen, maar tegelijkertijd fiets ik door. Ik glijd uit over de steentjes. Ik probeer mezelf nog overeind te houden, maar knal hard op de grond.
Pats, boem, au. Daar lig ik dan, met een been vast in mijn wiel, tussen de spaken. Hij komt mijn been daar nou weer terecht? Mijn armen en benen doen zeer. Ik wrik mijn been uit het wiel en trek mijn broekspijp omhoog. Er sijpelt bloed uit. Fock, shit, kut, vloek ik hardop in mezelf. Ik sta op. Waarom ben ik nou niet gewoon door de stad gefietst? Moest ik weer perse de kortere weg nemen door de polder. Waarom net nu, net vandaag? Mamma Mia. Wat een pechdag.
Ik haal mijn mobiel uit mijn tas, en kijk op de klok. O nee hoor, het is al half elf. Bijna drie les uren gemist. Ik kan net zo goed niet meer naar school gaan. Even nadenken, twee uur ’s Middags ben ik klaar met school, daarvoor twee tussenuren, dus nog paar uurtjes school te gaan. Waarom zou ik dan eigenlijk nog gaan? Ik krijg toch wel gezeur, omdat ik zo laat ben gekomen, een klein beetje extra gezeur maakt nu vast niet meer uit.
Ik pak mijn fiets weer op, fijn de ketting ligt er ook nog eens af. Hoe moet ik nou weten hoe ik zo’n ding erop krijg? Oké, dan maar lopen. Dat is hooguit een half uurtje, als ik naar het centrum van de stad wil. Oké, misschien iets langer, maar het is niet koud en de zon schijnt. En geeft iemand mij een keus?

De meeste winkels zijn wel open, maar het is ook een gewone vrijdag ochtend. Ik zet mijn fiets op slot en sleep mijn tas mee door de winkelstraten. Ik ben blij dat ik niet op school zit, iets zegt me dat het hier relaxter is. Voor de H&M blijf ik even stil staan, zal ik er naar binnen gaan? Ik wil eigenlijk nog wel een nieuw shirt voor in de zomer, en ik heb toch pas nog kleedgeld gekregen. Ik neem mijn besluit en ik stap de winkel binnen, meteen loop ik door naar de goedkopere shirts. Ik zie strakke paars getinte hemdjes, wat wijdere shirts met drukke vrolijke prints, en de wat gewaagdere hemdjes die dan ook meteen wat bloter zijn in felle kleuren met glitters erop. Ik kies voor 2e, want die lijken mij toch het comfortabelst en tegelijkertijd ook nog eens super leuk. Ik kies er twee uit en loop daar de paskamers. Ik ben blijkbaar niet de enige spijbelaar hier, want er staat een best wel lange rij bij de paskamers. En iedereen is mijn leeftijd. Naast mij staan een paar ‘huppel-kutjes’ ze hebben gekozen voor de gewaagde blote hemdjes, met tijgerprint en gouden glitters. Niet helemaal mijn smaak. Ze zijn druk in gesprek, over hoeveel jongens ze afgelopen week gekust hebben. ‘Ja, dat was Remco, ja hij was 21, ja ik weet het dat is wel ietjes ouder!’ gilt een van de meisjes hysterisch.
Wat ben ik blij dat ik niet bij hun hoor, zeg ik in gedachten. Maar ik denk dat de meisjes gedachten kunnen lezen, want plots draaien ze zich allemaal naar mij toe en kijken me kwaad aan. ‘Wat kijk je nou? Stomme hoer.’ Snauwt de zwaarst opgemaakte. Ik heb ervaring met dit soort meiden, snel loop ik weg voor dat ze beginnen te slaan. Ze laten het hier niet bij zitten, met z’n allen huppelen ze boos achter me aan. ‘Stom wijf ben jij zeg!’ gilt eentje. ‘Ja en nog laf ook zeg!’ roept een andere. Met moeite negeer ik ze, ik ben slecht in dit soort dingen. Mona, concentreer je, ga niet slaan, ga niet schelden, draai je niet om, spreek ik mezelf streng toe. ‘Bitch, wat moet je nou?’ snauwt de stoerste weer, en ze duwt me in mijn rug. Ik draai me om, kan ik mezelf weer eens niet in de hand houden. ‘Hou je bek, lelijke hoer.’ Snauw ik boos terug. Als ik het zeg, heb ik direct door hoe dom het klinkt, nou lijk ik net een van hen. En ik heb ook direct door dat ik dat beter niet had kunnen doen. ‘Zo, ze word boos hoor.’ Sist een van hen, ‘Lelijke slet, wat had je nou zeg!’ gilt de stoerste. Nu houd ik mezelf wel in bedwang en loop hard van ze weg, als ik nu nog wat zeg gaan ze echt slaan. Weer komen ze achter me aan, dan maar door de uitgang. Snel loop ik naar de uitgang, eindelijk buiten.
Het alarm dat afgaat maakt dat ik me dood schrik. O shit! Ik heb die stomme shirtjes nog in mijn armen.

reacties nog?

Leuk geschreven, dus ga maar verder x]