I'm ok, Don't trust me

Hoooiii allemaal!
ik heb erg getwijfeld of ik dit wel wilde plaatsen maar ik werd ook wel erg benieuwd naar wat andere er van vonden. Hopelijk vinden jullie het wat.

Korte samenvatting: het gaat over Vivian, een 16-jarig meisje dat een heel normaal leven leid tot haar verleden haar inhaalt en haar leven een geheel andere wending geeft.

http://images.forwallpaper.com/files/thumbs/preview/22/222910__weapons-weapons-gun-pistol-close-up-muzzle-black-and-white_p.jpg

‘’Kate, wacht even’’ hoor ik als ik naar buiten loop. Ik draai me om, natuurlijk is het frank. Verbaasd het me nog? Ik doe alsof ik hem niet gezien heb en loop naar mijn fiets. Waarom moet hij nou het hele schoolplein laten weten dat hij me zoekt, die make-up dozen staan me ook weer aan te gapen. Vandaag is niet mijn dag, vanmiddag werd het bekend dat mijn vader drugs dealt waardoor ze me allemaal aan staren alsof ik dan ook gelijk junk ben. Ik heb mijn Louise Vuitton tas gepakt mijn borsten omhoog geduwd, mijn rug gerecht en iedereen een vernietigende blik gegeven terwijl ik zo snel mogelijk naar buiten liep. Hoe durven zij mij belachelijk te maken! Als ik degene die dit heeft verteld te pakken krijg wordt dat zijn dood beloof ik mezelf. “Kate? Heb ik je aandacht?” Ik was alweer helemaal vergeten dat Frank me riep en kom terug naar de realiteit. Wat moet je Frank. Zo charmant als hij is lacht hij vriendelijk voordat hij me zijn vraag stelt, “ik vroeg me af of je nu je junk bent ook als hoer gaat werken want in dat geval wil ik wel…” ik sla hem zo hard in zijn gezicht dat hij me boos en verbijsterd aankijkt. Ik loop door en laat hem achter me, wat een zak. Bij mijn fiets aangekomen ram ik het sleuteltje erin en rij zo snel mogelijk naar mijn favoriete plek in het park.

Na tien minuten ben ik eindelijk in het park. Ik stap af en loop de heuvel op en plof neer. Vroeger kwam ik hier graag met mijn beste vriendin Vivian. We bleven uren hier zitten, pratend over jongens en hoe stom de wereld wel niet was. Het uitzicht hier doet me denken aan een scenario uit 500 days of Summer. Voor me ligt een meer met in het midden een kunstwerk dat verdacht veel weg heeft van een beer maar dat is het niet het staat symbool voor de vrede. Ik zet Vivian uit m’n hoofd, ze is verleden tijd. Ik zie hoe een hond langs rent met achter hem aan een volwassen man in pak, wat zal hij zich bekeken voelen bedenk ik mezelf. Mijn gedachtes dwalen af naar vroeger, hoe Vivian en ik hierom hadden gelachen maar nu, nu doet het me helemaal niets. Ik denk aan hoe we de een kat hadden gered uit het water en hoe we een gepeste jongen van zijn problemen afhielpen. We hadden ons talent voor vechten gebruikt. Geen van beide zaten we op een vechtsport, het kwam door mijn achtergrond. Mijn vader was meer dan een dealer, hij was een crimineel. Hij stal spullen, hij martelde mensen en liet ze door andere vermoorden. De politie heeft dat –hoe triest ook- nooit kunnen bewijzen. Hij leerde me hoe ik mezelf kon beschermen tegen zijn vijanden, de nabestaande van het slachtoffer meestal. Ik leerde Vivian kennen via zijn wereld, de onderwereld van Nederland. Haar moeder was alcoholist en haar vader was hetzelfde als de mijne. Mijn moeder was gelukkig geen alcoholist, ze was een beschaafde vrouw die op kantoor werkte, nadat ze weg ging bij mijn vader heb ik hem nooit meer gezien en wordt er nooit meer over hem gesproken. Ik ging op een vrijdag naar Vivian toe, we stonden op het punt een film aan te zetten toen er gewapende mannen binnen stormde en zei dat iedereen moest gaan liggen. We stonden boven verstijfd te luisteren wat er gebeurde. Er klonken voetstappen op de trap, ze liepen richting ons.

Klinkt interessant, ik volg (:

Klinkt interessant, maar ik zou echt alinea’s vormen en goed kijken naar het gebruik van leestekens (voornamelijk komma’s).

Haha dankjewel! Komt me erg bekend voor zal er wat aan doen :flushed:

Als iemand wat zegt het tussen haakjes zeggen, dus bijvoorbeeld: ‘‘Kate hoor je me?’’

Anders leest het zo vervelend, verder klinkt het leuk :slightly_smiling_face:

Upje :slightly_smiling_face:

Vanmiddag komt er weer een stukje :slightly_smiling_face:

We hoorde een schot en de voetstappen stopten. We verroerde ons niet en bleven luisteren. Een van de overvallers was dood geschoten hoorde we. De mannen renden het huis uit. Langzaam opende we de deur we zagen niets of niemand. Zo stil we konden liepen we naar beneden. De woonkamer zat volledig onder het bloed. De dode man lag op zijn rug met zijn ogen open, hij was nog niet dood maar levend kon je hem ook niet noemen. Ik wilde hem helpen maar Vivian stopte me, " het heeft geen nut hij zal toch dood bloeden." Ik keerde het lichaam mijn rug toe en liep zo snel mogelijk het huis uit. Gelukkig zijn we verhuist en hoef ik nooit meer bang te zijn zoiets van dichtbij te zien.

Terwijl de regen met bakken uit de lucht valt en de wind me bijna wegblaast probeer ik de ketting van mij fiets er weer op te krijgen. “Fuck! Waarom moet mij dit gebeuren!” Kwaad kijk ik om me heen waarom niemand me even komt helpen. Wat een verrotte wereld is dit toch. Net als ik het op wil geven en wil gaan lopen stopt er een jongen voor me. “Jij kan wel wat hulp gebruiken geloof ik.” Ontzet door zijn knappe verschijning knik ik verlegen mijn hoofd. “Uhh… Bedankt dat je me even helpt” stamel ik. Hij kijkt me aan en glimlacht. "Wat is er?"vraag ik lachend. “Niks, hier je fiets rij maar snel naar huis voordat je ziek wordt.” Hij rijdt weg en ik kijk hem na. Als ik wil opstappen zie ik een 06-nummer op mijn trapper staan. Ik glimlach en sla het op. Deze dag is misschien zo erg nog niet.

“Waar kom jij vandaan?” hoor ik mijn moeder geïrriteerd vragen. “De ketting van mij fiets lag er af, ik moest hem er weer opzetten daarom ben ik wat later.” Probeer ik zo nuchter mogelijk te zeggen. “Hmm… Kom maar gauw zitten.” Ik loop naar de tafel en zie dat we spaghetti eten. Luisterend naar het nieuws eten we zwijgend ons bord leeg. “School belde net, je was 's middags niet op school.” Het kon ook niet anders dat ze het zou vragen, dom van me dat ik geen smoes heb bedacht. Zo snel mogelijk probeer ik een smoes te bedenken en ik frons mijn voorhoofd. Mijn gedachtens worden onderbroken door mijn moeders stem. “Kate ik wil de waarheid horen, geen smoes.” Ik zucht nog eens diep. “Iemand heeft op school verteld over Fred.” zegt ik bijna fluisterend. Mijn moeders blik schokt me, ze kijkt opeens heel ernstig alsof het huis elk moment kan ontploffen. “Mam? Wat is er?” Vraag ik lichtelijk geschokt. “Niets lieverd, uhm… heb je enig idee wie het geweest kan zijn?” Ik denk na en vraag mezelf af wat ik de hele dag al doe, wie kan het gedaan hebben? " Ik zou het niet weten, niemand weet ervan" mompel ik. Zwijgend eten we verder.

Leuk leuk!

Dankjeee :slightly_smiling_face:

Verder?