Ik wil hier zijn, blijven en iets achterlaten.

Edit; De eerste titel is helemaal fout, ik ben een nieuwe aan het bedenken.

[i]

Voor iedereen die hier ooit een ‘samenvatting.’ van m’n verhaal heeft zien staan spijt het me zeer. Maar het zou goed kunnen dat er hele andere dingen gebeuren gaan in het verhaal dan in de samenvatting werd beschreven.
( wat zei ik dat toch netjes. (A) )[/i]

Dit is het begin van mijn verhaal: (het begint nogal saai, maar later word het pas spannend. :dancer: )

Als je het leest, wil je dan alsjeblieft reageren? Al is het maar om te zeggen dat je het niks vind.


Het is weer aan mij om het probleem op te lossen.
‘Alsjeblieft, Siri doe het nou maar even, anders komen er dadelijk weer problemen van.’ mijn vader kijkt me wanhopig aan en ik voel dat ik aan hem ga toegeven. Mijn vader had gevraagd op ik Kim, mijn zusje, op wou halen. Normaal zou ik dat best willen, maar ze is bij een vriendinnetje en die woont drie kwartier fietsen van hier vandaan. ‘Oké pap, maar daarna moet ik echt gaan leren, want ik heb proefwerkweek, weet je nog?’ ik zeg het alsof ik hem een groot plezier doe, en dat doe ik ook. Hij kijkt me opgelucht aan en loopt naar de deur. Als hij in de deurpost staat kijkt hij om en zegt; ‘Siri, ik moet nu echt naar mijn dienst.’ en daarna fluistert hij zachtjes; ‘Let je wel een beetje op je moeder?’ en hij is weg. Hij is huisarts en heeft op dit moment avonddienst.
Ik zucht een beetje wanhopig. Omdat het zo warm is ben ik vandaag wezen zwemmen, en als ik Kim op moet halen dan heb ik haast geen tijd meer om te leren. En ik kán gewoon niet blijven zitten. Want ik ben ook al blijven zitten in groep 6, dus ik zat altijd een klas lager als mijn vriendinnen en als ik nu blijf zitten is het verschil al helemaal groot.
Ik sjok moeizaam door de hitte naar de slaapkamer van mijn ouders, mijn moeder ligt in bed met een slaapmasker op. Ik kan aan haar houding zien dat ze nog wakker is. ´Mamma, ik leen heel even je fiets zodat ik Kim kan ophalen, oke?´ vraag ik. Ik krijg geen antwoord.
Ik had eigenlijk ook geen antwoord verwacht, dus ik neem haar fiets mee zodat ik een kinderzitje heb om Kim mee te nemen.
Kim is vier jaar oud, en ze is geboren toen mijn moeder nog meestal wel vrolijk was. Ik weet niet hoe lang mijn moeder nou depressief is, maar ze heeft al niet meer gelachen sinds Kim kan lopen.
Ik kijk op de klok en zie dat het al half vijf is, dus ik moet opschieten want mijn vader had tegen de ouders van het vriendinnetje van Kim gezegd dat ze om vijf uur opgehaald zou worden.
Ik stap op de fiets en wil bijna weer naar binnen gaan omdat ik bijna omval van de hitte. Maar dat kan ik niet maken tegenover de ouders van Kim´s vriendinnetje.
Ik besluit de heenweg binnendoor te fietsen, maar de terugweg over de dijk. Er is een stukje dijk waar schapen over de weg mogen lopen en er staan honderden bloemen langs de weg. Ik word altijd helemaal vrolijk als ik Kim enthousiast naar de lammetje zie zwaaien.
Vanmiddag waaiden het, maar nu is de wind gelukkig helemaal weg. Althans, gelukkig is het ook weer niet want ik snak op dit moment naar de verkoeling van de wind.
Ik fiets de straat van het meisje waar Kim aan het spelen is al, en het huis is al bijna aan het begin van de straat. Ik ben opgelucht dat ik even pauze mag houden, dus ik stap snel af en loop naar de deur.
Binnen staat hele harde muziek van K3 op. Dus ik moet een aantal keer achter elkaar aanbellen voordat ik gehoord word. Dat die ouders het goed vinden dat de muziek zó hard staat bedenk ik mezelf een beetje verrast omdat ik dezen ouders ken als hele strenge mensen.
De deur word opengedaan en ik word enthousiast begroet door twee grote honden. ´Ook hallo.´ lach ik naar de honden en ik zie Kim al met haar jas in de gang staan. ´Was ze lief?´ vraag ik aan de moeder van het meisje waar kim aan het spelen was. ´Ja, het was kei gezellig!´ kirt ze. Het valt me op dat ze het woord ´kei´ erg overdreven uitspreekt. Maar het valt me ook op dat het bij ons thuis de af gelopen drie jaar nog geen éen keer ´kei gezellig´ was geweest.
´Zullen we dan maar gaan?´ vraag ik aan Kim en ze knikt met rode wangetjes van de hitte. Ze is al bijna de deur uit als ik haar moederlijk tegenhoud. ´Wat zeg je dan tegen de mamma van Esmée?´ vraag ik haar en ze mompelt een bedankje tegen de moeder van Esmée. ´En zeg je doei tegen Esmée?´ vraag ik haar en Esmée krijgt een iets enthousiaster gedag dan haar moeder.
Ik trek Kim mee en groet de moeder van Esmée.
Meisje toch, je hebt met dit weer toch helemaal geen jas nodig?; zeg ik als we buiten zijn en ik stok haar jas in de fietstas van mijn moeders fiets. Ze knikt, dus ik begrijp dat ze het met me eens is.
´Was het gezellig om met Esmée te spelen?´ vraag ik haar en ik bedenk met pijn in mijn hart dat eigenlijk mijn moeder dit allemaal hoort te doen. ´Ja, want we mochten van de mamma van Esmée hele harde muziek opzetten. En toen gingen we dansen.´ haar ogen lijken op te lichten bij de herinnering aan de K3 muziek.
We fietsen over de dijk, en zoals ik verwacht had blijven de lammetjes bij Kim niet onopgemerkt.
We fietsen een kwartiertje rechtdoor over de dijk als ik beneden aan de dijk een klein strandje zie waar kinderen met hun voeten in het water aan het spelen zijn. Ik kijk achterover naar Kim en zie dat haar huid aan het glimmen is van de warmte. ´Wil je daar ook spelen?´ vraag ik haar terwijl ik wijs naar het water. Haar ogen beginnen te glimmen en ze begint heftig te knikken.
Ik zet mijn fiets stil en wil Kim uit het kinderzitje tillen als ik mijn mobiel voel trillen. Een sms’je met onze huistelefoon. ´Kom nu naar huis. Mama.´ Onthutst lees ik het sms keer op keer en ik merk niet dat Kim aan mijn hemdje aan het trekken is. Een sms van mijn moeder. Ik wist niet eens dat ze mijn nummer wist. Dat ze me een sms heeft gestuurd betekent dat ze uit bed is!
Zonder na te denken over de betekenis van het sms´je en zonder schuldgevoel dat ik Kim beloofd had om in het water te gaan spelen stap ik op mijn fiets en ondanks de hitte race ik naar huis.

Leuk verhaal, Verderrr…

Is het echt zo slecht? Meer als 50 x bekeken en maar 1 reactie?

geen flauw idee.
Ben gewoon te lui om het te lezen XD

whaha. ik wou het eigenlijk niet zeggen,
maar ik quote jou wel ;$

nee het is goed! verdeeeeeeeeeeer! alleen wat spelfouten , en het zou handiger zijn moest het niet in het vet staan, en wat meer alinea’s.

maar het is echt goed!

Leuk! Ga verder! & wat spellingsfouten. Misschien even de spellingscontrole van word overheen laten gaan. & ben je een Brabander of Limburger? Je zegt namelijk “kei”. Dat zeggen ze in het noorden bijna nooit. :pensive:

Ik vind het wel een leuk verhaal. Ben wel benieuwd wat er met die moeder is :stuck_out_tongue:

‘Siri! Ik wil naar het water, ik heb het super warm!’ roept Kim in mijn oor maar ik negeer haar. Ze trekt zachtjes aan mijn haar maar ik negeer haar. Er vliegt een vliegje in mijn oog maar ik negeer hem.
Ik denk alleen maar aan mijn moeder, ik hoop dat het sms’je iets goeds betekent.
Ik zie ons huis al, en mijn moeder staat in de tuin. Ze is aangekleed galmt het opgewonden door mijn hoofd. Ze kijkt niet blij, maar dat had ik ook niet verwacht. Ze is gewoon zelf aangekleed, en ze is buiten. In de voortuin nog wel!
‘Siri, geef Kim maar hier.’ Zegt mijn moeder als ik haar fiets tegen het tuinhek zet. ‘Weet je het zeker?’ vraag ik haar bezorg maar ze knikt en snauwt; ‘Ja, daar ben ik toch zeker haar moeder voor.’ En de pakt Kim uit mijn armen en loopt naar binnen, kim in haar armen wiegend alsof ze nog een baby is. Ach het maakt eigenlijk ook niet uit, kim kan ook nog niet fietsen dus ja.
Ik vraag me nu nog steeds af wat het sms’je te beteken had. Ik bedenk me dat als ik er ooit achter wil komen ik het haar maar moet gaan vragen. Dus ik loop de keuken in.
Ik kijk verbaasd de keuken in. Mijn moeder is kim drinken aan het proberen te geven uit een flesje. Melk. Maar kim ziet er niet uit alsof ze daar van gediend is, boos slaat ze het flesje van zichzelf af. ‘Mamma, daar is Kim toch veel te oud voor?’ vraag ik haar verbaasd. Geërgerd kijkt ze op, ‘Van melk worden haar botten sterk.’ Snauwt ze. Ik kijk even bedenkelijk, maar besluit dan om er niks van de zeggen en naar boven te gaan.
Pappa moet zelf maar kijken wat hij er mee doet. Ik zie op de klok dat het al bijna zeven uur is. Allang etenstijd. Normaal kook ik zelf, of pappa. Maar ik bedenk me dat mama vroeger altijd kookte, misschien, heel misschien kan ik haar vragen of ze weer gaat koken. Dus ik loop weer naar beneden, de keuken in.
Mama zit nog steeds met het flesje in haar hand, maar kim is nergens te zien. ‘Mamma, wat eten we vanavond?’ vraag ik haar poeslief. Ze kijkt me verward aan en mompelt; ‘Een tosti ofzo, ik ga zelf koken.’ Verbaasd kijk ik haar aan, een tosti kook je toch niet? Maar het maakt me niks uit, ze heeft nagedacht over wat we vanavond gaan eten. Dat is geweldig.

Ik lig op bed en kijk naar de klok. Het is negen uur. Nog steeds niks gegeten, want ik wil dat mama mij roept. Want ze heeft zelf gezegd dat ze tosti’s ging maken, dus dan zal ze me toch wel roepen?
Ik heb echt honger, dus ik besluit naar beneden te gaan. Als ik in de keuken kijk schieten mijn ogen vol tranen. Ik had al niet meer verwacht dat mijn moeder eten ging maken, maar ze heeft het wel gedaan. Zij en Kim zitten gezellig tegenover elkaar te kletsen met allebei een tosti op hun bord. ‘mama, waarom heb je me niet geroepen?’ met een bibberende stem. Ze kijkt vrolijk op. ‘O siri! Ben jij er ook nog, ik was je helemaal vergeten. Maak je even wat te eten voor jezelf?’ roept ze. Ze heeft eten gemaakt, maar niet voor mij. Sip loop ik de keuken uit de trap op naar mijn kamer. Ik heb boven vast nog wel een mars ofzo liggen, want in ‘eten voor mezelf klaarmaken.’ Heb ik nu echt geen zin.

Dit is niet vet gedrukt, is dat beter?

het komt niet zo interessant over. miss moet je ff iets dramatisch doen in je verhaal, dan willen je lezers steeds meer, omdat ze willen weten hoe het afloopt.

verder!

verder! :grinning:

ik ben nog aan het kijken hoe ik dat moet doen, maar er gebeurt later in het verhaal in ieder geval iets ergs. (Dat had ik al bedacht voor jij dit zei hoor;p.)

wanneeer komt dr weer een stukje (A) ?

miss moet je nog een anders iets verzinnen wat binnekort gebeurd.

Dat is eigenlijk wel een goed idee, ik zal gaan beginnen met verzinnen :grinning:

schrijf. verder. nu
:cowboy_hat_face:

m.a.w ik vind het een interessant verhaal xD

ik vind dikgedrukt eigenlijk handiger xD. dan zien we het verschil tussen een nieuw stukje verhaal en een reactie :stuck_out_tongue:

wanneeeeeer verdeerrrrrrr :grinning:

zó, dit is dus mijn (best korte) nieuwe stukje. Maar ik heb proefwerkweek, dus ik kan geen hele uren bezig zijn. (Anders zou ik het halve verhaal al af hebben, zo leuk vind ik het om te schrijven. (A),…)

[b]Pappa moet zo thuis komen, kijken wat hij ervan zegt wat mamma doet. Volgens hem zou het nog lang duren voordat ze in ieder geval uit bed kwam. Gisteravond had ik ze nog ruzie horen maken, dat pappa wou dat mamma professionele hulp zou gaan zoeken. Maar ze had gekrijst dat ze het nooit zou doen, en daarna had ik haar hard horen huilen. Pappa had in z’n eentje op de bank geslapen.

‘Siri, wat ben je aan het doen?’ er word op mijn deur geklopt en ik hoor mijn vaders stem. ‘Ik lig op bed.’ Antwoord ik slaperig, volgens mij heb ik geslapen. ‘Oké lieverd, trusten.’ Antwoord hij.
Later op de avond word ik wakker van lawaai beneden. Ik schrik, en als altijd als mijn ouders ruzie maken voel ik drang om te weten waar het over gaat. Dus ik ga bovenaan de trap zitten om precies te horen waar het over gaat.
‘Nee! Ik kom hier zelf wel uit!’ hoor ik mijn moeder gillen. En ik hoor mijn vader zo hard zuchten dat ik het zelfs nog kan horen. ‘Ik geef je een keuze; Of je zoek hulp, professionele hulp. of ik ga hier weg, samen met Siri en Kim.’ Mijn vader is woest, en ik hoor zijn stem trillen bij het uitspreken van deze woorden. Ik begin ook te trillen, ik kan hier niet weg. ‘Alsjeblieft! Geef me even tijd! Toe nou!’ hoor ik mijn moeder smeken. En dan hoor ik mijn vader iets heel snel achter elkaar zeggen dat zo zacht is dat ik het niet kan horen.
De keuken deur gaat open en ik schrik op, ze mogen me hier niet zien. Gauw ga ik in de eerste de beste (en de slechtste.) verstopplek zitten die ik kan zien; de kast. Mijn moeder komt snikkend langs en mijn vader roept naar boven; ‘Je moet morgen zeggen wat je kiest! Anders ben ik hier weg!’
Als alles stil is sluip ik naar mijn kamer en ga naar bed, maar ik kan niet slapen.

De volgende ochtend word ik wakker van mijn vader die me wakker maakt, hij zegt niks over gisteravond. Misschien blijven we wel thuis, en gaan we helemaal niet weg.
Ik heb zin in de vakantie, dan kan ik mamma misschien overhalen een keertje iets leuks te gaan doen, en ik kan vaker helpen.
De klok zegt dat het al bijna kwart voor acht is. Ik heb me verslapen!
[/b]