Hulp nodig bij Nederlands.

Hee hee,
Ik zit in de 3de van het vmbo theoretische leerweg, maar voirge jaar zou ik heel veel nederlands moeten hebben gehad, maar dat is niet zo geweest, want die man die ik had gaf alleen maar toneel les aan ons.
We dachten toen ow wel leuk en deden gewoon mee, maar nu in het derde jaar heb ik zo’n spijt dat ik er niks van gezegt heb, want ik snap helemaal niks van nederlands nu.
En ik heb ook nog een super strenge vrouw voor Nederlands, dus dat zit ook niet mee, en als ze wat uitlegt dan is alles helemaal door elkaar en achtermekaar, en als je wat niet snap zegt ze kijk maar achter in je boek ( waar het dus niet staat ) of ze zegt je leert het thuis maar en stamt het maar in je hoofd.
Maar het gaat dus om de grammatica.
Ik snap al die woordsoorten gewoon niet.
Het gaat om deze woordsoorten :

  • ~[b]Lidwoorden.

    • Zelfstandig naamwoord.

    • Bijvoegelijk naamwoord.

    • Zelfstandig werkwoord.

    • Koppel werkwoord.

    • Hulpwerkwoord.

    • Persoonlijk voornaamwoord.

    • Bezittelijk voornaamwooord.

    • Wederkerend voornaamwoord.

    • Wederkerig voornaamwoord.~[/b]

Ik heb morgen een so erover en omdat ik dit weekend echt zo’n berg huiswerk had, begin ik er een beetje laat mee, ik weet het is dom, maar de rest was ook belangrijk.
Maar ik hoop dat iemand mij het goed kan uitleggen en kan helpen ermee.
En sorry voor het lange lul verhaal
Liefs Sally.

Heb je geen boek met uitleg waar dat allemaal in staat ?
En anders moet je al die woorden gewoon googlen, daar vind je ook veel informatie.
Veel geluk! x:)
(ik had geen zin om alles uit te leggen, dat duurt veel te lang,google gaat sneller)

Lidwoorden. > De, Het , Een
Zelfstandig naamwoord.> Een woord waar je een lidwoord kan voorzetten. Bv: De Kast
Bijvoegelijk naamwoord.> Een woord dat meer uitleg geeft over een zelfstandig naamwoord. Bv : De Grote Kast
Zelfstandig werkwoord.> Kan ik niet egt uitleggen =S
Koppel werkwoord.> Werwoorden die voorkomen in het woord: ZWoBBeLS Z> Zijn. W > Worden B > Blijven B > Blijken L > Lijken
S > Schijnen [Dan heb je dus een naamwoordelijk gezegde]
Hulpwerkwoord.< Kan ik niet egt uitleggen =S
Persoonlijk voornaamwoord.> Ik , jij, wij , zij …
Bezittelijk voornaamwooord.> Drukt uit van wie iets is. Mijn, Jouw, Hun …
Khoop dat je er iets aan hebt …

van Wederkerend voornaamwoord, Wederkerig voornaamwoord en Koppel werkwoord heb ik nog nooit gehoord, zit in 4 vmbo t.
Verder ben ik er ook niet ze goed in maar in onze boeken staan al die onderwerpen uitgelegd

Idd. Je kan ook naar www.Vandale.be gaan en daar je woorden opzoeken

Dank jullie wel =),
Ik snap het al wat meer, maar alles stond uitlegt in het boek van vorige jaar 2.
Met google heb ik het ook al geprobeerd, maar ik snapte er ook niet zoveel van, ik denk dat ik nog veel moet oefenen (A), en kan iemand miss nog wat dingen uitleggen, op die site kon ik het ook niet echt vinden.
Liefs Sally.

Koppel werkwoord.> Werwoorden die voorkomen in het woord: ZWoBBeLS Z> Zijn. W > Worden B > Blijven B > Blijken L > Lijken
S > Schijnen [Dan heb je dus een naamwoordelijk gezegde]

Bedoel je dat die woorden dan in de zin moeten voorkomen?

Ja, want het zijn werkwoorden.
Bv; Ik ben Kim.
Dat is een Naamwoordelijk Gezegde, Want mijn werkwoord is Ben en dat komt van Zijn.
Snappie?

Lidwoorden. woorden die je voor een zelfst. nw. kan zetten; DE boom. HET plekje, EEN dak.

Zelfstandig naamwoord. Woorden waar je een lidwoord voor kan zetten; de KAST, het GEVOEL, een HUIS.

Bijvoegelijk naamwoord. Een woord dat iets zegt over het zelfst. nw; Het MOOIE huis, het huis is MOOI, een MOOI huis

Zelfstandig werkwoord. Een werkwoord dat het belangrijkste zegt in een zin. Ik ben het VERGETEN. Ik kan het niet GELOVEN.

Koppel werkwoord. De werkwoorden; Zijn, worden, blijven, blijken, dunken, lijken, schijnen (ik weet niet zeker of het er meer zijn) een koppelwerkwoord kan je in de zin ALTIJD vervangen door minstens 2 andere koppelwerkwoorden (dus als er dan een onmogelijke zin uitkomt, is het geen koppelwerkwoord, maar een zelfstandig of hulpwerkwoord). Ik BEN gevoelig, ik LIJK gevoelig, ik SCHIJN gevoelig (te zijn) te zijn mag je er altijd achter plakken als het gaat om een koppelwerkwoord.

Hulpwerkwoord. Het woord dat niet het belangrijkste werkwoord is in een zin (pas op, het kunnen er meerdere in een zin zijn, of soms is er geen hulpwerkwoord, maar er is ALTIJD een zelfstandig werkwoord.) Ik BEN het vergeten. Ik KAN het niet geloven. Zinnen waar meerdere en geen koppelwerkwoorden in zitten; Ik ben blij. Ik GELOOF dat ik het BEN vergeten.

Persoonlijk voornaamwoord. Deze woorden; Ik, mij, jij, jou, hij, hem, zij, haar, wij, ons, jullie, hen, hun. IK ben het. Geloof je ONS? IK geef HEN een koekje.

Bezittelijk voornaamwoord. Woorden die aangeven dat iets van iemand is; het is MIJN huis, het is ZIJN broek. (er is geen sprake van een bezittelijk voornaamwoord bij de zinnen zoals; de broek is van hem, dan is er sprake van een persoonlijk voornaamwoord.)

Wederkerend voornaamwoord. woorden die verwijzen naar het onderwerp. Ik heb ME vergist, Jij hebt JE vergist, ik was ME, hij wast ZICH. Deze woorden zijn het allemaal; me, mij, je, u, zich, ons. (Jezelf enzo ook. bijv. in de zin; je was JEZELF)

Wederkerig voornaamwoord. Het meervoud van het wederkerend voornaam woord; Elkaar, mekaar, elkander. Zij wassen ELKAAR/MEKAAR.

Als je nog vragen en voorbeelden wilt, zeg het maar =)

ja ik doe gymansium en ik heb dit alles en meer vorig jaar nog helemaal gehads, dus ik weet het wel allemaal precies :stuck_out_tongue:

Dank jullie wel,
Ik ga er al wat meer van snappen, maar ik heb er nog een paar

wwg - werk woordelijk gezegt
ong - onderwerp
lv - lijdend voorwerp
mv - meewerked voorwerp
bwb - bijvoegelijke bepaling
v.t.t voltooid tegewoordige tijd
o.t.t onvoltooid tegewoordige tijd
v.v.t voltooid verleden tijd
o.v.t onvoltooid verleden tijd

Ik weet sommige er wel van, maar het is toch even handig.
Ik hoop dat een van jullie dat me nog kan uitleggen
Bedankt
Liefs Sally.

werk woordelijk gezegde; Alle werkwoorden uit de zin, ik geef jou een bal
GEEf is de enige werkwword, dus wwg = geef

onderwerp; wie + hetpersoonsvorm= dat wat je eruit krijgt is onderwerp (degene die de handeling uitvoert) Ik heef jou een bal; wie geeft een bal? IK dus ik is het onderwerp

lijdend voorwerp ; wat + het persoonsvorm + het onderwerp= dat wat eruit komt = het lv. Ik geef jou een mooie bal, wat geef ik? een mooie bal, dus dat is het lv (als er lidwoorden en/of bijvoegelijke naamwoorden bijstaan horen ze er ook bij!) (PASOP er staat niet altijd een MV in de zin; Ik ben blij; hier geen LV!)

mv - meewerked voorwerp aan wie/voor wie + het persoonsvorm + het ond + het lv = dat wat eruit komt is het mv :stuck_out_tongue: (als er aan of voor voor staat hoort het er ook bij! en de bezittelijke voornaamwoorden ook etc!) Ik geef mijn moeder een mooie bal, aan wie geef ik een mooie bal? mijn moeder, dus mijn moeder is de mv (PASOP er staat niet altijd een MV in de zin; Ik heb een bal; hier geen MV!)

bwb - bijvoegelijke bepaling antwoord op de vraag; hoe/wanneer/waar + persoonsvorm + ond+lv + mv; Ik geef jou vandaag lachend een bal op school; hoe heef ik jou een bal? lachend, wanneer geef ik jou een bal? vandaag, waar geef ik jou een bal? op school. dus dat zijn allemaal Bwb’s.

v.t.t voltooid tegewoordige tijd Als er een vorm van hebben/zijn als hulpwerkwoord in de zin staat en het tegenwoordige tijd is; Ik heb het geloofd. Heb is een vorm hen hebben, tegenwoordige tijd en een hulpwerkwoord.

o.t.t onvoltooid tegewoordige tijd, Als er geen vorm van hebben/zijn als hulpwerkwoord in de zin staat en het tegenwoordige tijd is; Ik geloof het, er staat geen vorm van hebben/zijn, het is tegenwoordige tijd.

v.v.t voltooid verleden tijd, Als er een vorm van hebben/zijn als hulpwerkwoord in de zin staat en het verleden tijd is; Ik had het geloofd, er staat een vorm van hebben/zijn, het is verleden tijd.

o.v.t onvoltooid verleden tijd, Als er geen vorm van hebben/zijn als hulpwerkwoord in de zin staat en het verleden tijd is; Ik geloofde het, er staat geen vorm van hebben/zijn, het is verleden tijd.

Dank je wel =D
PPfff ik vind het wel heel moeilijk hoor maar ik moet het toch maar leren he.
Echt bedankt =D

Liefs Sally.