Hotel de la Mer

Ik ga beginnen aan een nieuw verhaal.
reacties vind ik heeeel fijn, just let me know!

Nadat Julie haar VWO-diploma heeft gehaald, besluit ze er een jaar tussenuit te gaan. Ze komt uit bij een hotel in Frankrijk aan zee, ‘Hotel de la Mer’. Hier vindt ze zichzelf en ontmoet ze inspirerende mensen.
Beleef het verhaal van een onzeker en bijzonder meisje dat in de loop der tijd er achter komt wie ze eigenlijk is en wat het doel is van het leven, en pik zelf ook een beetje geluk mee!

http://aff.bstatic.com/images/hotel/org/162/1621936.jpg

Hotel de la Mer

“Kom snel helpen bij de bar, er staan klanten te wachten!” Snel rende ik de trap af met mijn gammele zwarte hakjes waar ik nog steeds niet op kon lopen. Ik trok mijn schoonmaakschort af die ik net had gebruikt bij het schoonmaken van de kamers, en hing hem op aan de personeelskapstok. Ik streek mijn uniform recht en zuchtte. Morgen zou mijn eerste vrije dag zijn sinds dat ik hier in Normandië was. Ik zou gaan surfen, of zeilen, net waar ik zin in had. En over het strand wandelen, van de zonsondergang genieten… Met die gedachte stapte ik naar de eerste klant.
Inmiddels zag ik de zon al lager staan. Ik kreeg het frisjes. Ik stond nog steeds buiten aan de bar bij het zwembad. En de laatste keer dat ik had gegeten was acht uur geleden. Ik begon dus al aardig hongerig te worden. Toen ik aan het begin van deze week hier aankwam, was het eerste dat ik te horen kreeg: ‘Ah, Julie, eindelijk ben je er. Ik zal je vertellen wat je moet doen. Om half zeven moet je opstaan om alles klaar te zetten voor het ontbijt, waarbij je rondgaat met thee en koffie. Daarna moeten de tafels afgeruimd worden. Hierna heb je even de tijd om zelf te ontbijten, tenzij je ingeroosterd bent voor het schoonmaken van de kamers. In dat geval zal je van te voren al gegeten moeten hebben. In de middag moet je assisteren bij het koud buffet, waarna je in de namiddag drankjes serveert bij het zwembad. In de avond heb je de ene keer dienst in het restaurant, de andere keer bij de bar. Kom je me nu helpen bij de balie, er komen nieuwe klanten.’ Ik wist niet wat ik hoorde. Moest ik dat een heel jaar volhouden? Ik hield van het werk hoor. Ik hield ervan om mensen tot dienst te zijn. Vooral als het in zo’n mooie locatie als dit was. Maar dit was wel heel veel werk…
“Hé, meiske, nog een biertje graag!” Ik schrok op en snel schonk ik nog een glas in. Nog een half uurtje, dan kon ik eindelijk eten, dacht ik terwijl ik de duizeligheid van me afzette. En morgen zou het fantastisch weer worden.

Na het avondeten had ik weer energie. Ik mocht vanavond bij de bar staan, dat vond ik leuk. Met goede moed liep ik door de hotelgangen naar de bar op de begane grond. Er waren al wat mensen. Snel ging ik achter de bar staan om klanten tot dienst te zijn.
“Mag ik een whiskey, juffrouwtje?” Een oude man boog naar me toe en gaf me een knipoog. Snel keek ik naar beneden en gaf de man een bodempje. “Dus schatje, tot hoe laat moet je nog werken?” Nu keek ik hem boos aan.
“Het is mij geheel onbekend dat ik jou schatje zou zijn” Na deze woorden gezegd te hebben liep naar een andere klant. In de afgelopen tijd dat ik hier had gewerkt durfde ik wat meer voor mezelf op te komen, hoewel ik er nog maar een week werkte. Al leek het wel een maand geleden dat ik afscheid had genomen van mijn ouders en op het vliegtuig was gestapt.
“Mag ik een watertje?” Een jonge blondine keek me vriendelijk aan. “Heb je daar wel vaker last van, van die vieze mannetjes?” Ik lachte.
“Oh, dat valt wel mee. En het hoort erbij.”
“Nou, niet iedereen heeft dat hoor! Je bent een mooi meisje.” Ik bloosde en snel keek ik weg. “Maar goed dat je ze op hun plaats zet, anders blijven ze doorgaan. Oh, ik ben trouwens Ana, ik werk hier ook maar ik heb net een weekje vrij gehad. Morgen begin ik weer.” Ik schudde haar de hand.
“Ik ben Julie,” zei ik verlegen. “Dit is mijn eerste week hier.”
“En, bevalt het? Het is zwaar werken hè!”
“Ja, zeker, maar wel leuk werk, hoor. En morgen heb ik een dagje vrij.”
“Oké, geniet ervan! Dan zie ik je maandag wel weer, dan werk ik ook.” De vrouw stond op met haar water en liep weg. Ze leek me aardig. Met een gelukkig gevoel ging ik naar de volgende.
Aangezien het zaterdagavond was, bleven de mensen extra lang bij de bar hangen. Gelukkig zat er een limiet op van 2 uur 's nachts. Toen ik iedereen de deur uit had gezet sloot ik de boel af en liep slaapdronken naar mijn kamer in de personeelsgang. Dit was wel een hele zware dag. Maar morgen ging ik surfen. Even voelde ik de wind en waterdruppels op mijn gezicht en met dat gevoel viel ik in slaap.

Leuk, erg mooi geschreven ook! Verder:)

merci!
zal vanavond een nieuw stukje plaatsen dan :slightly_smiling_face:
of straks al :wink:

De volgende dag werd ik om half negen wakker. Ik stapte met een blij gevoel uit bed, dit werd mijn vrije dag! Snel ging ik douchen, ontbijten en mijn surfkleding inpakken. Gelukkig was het maar twee minuutjes lopen naar het strand. Het hotel had uitzicht op het strand en met vloed kon je de zee horen klotsen. Ik hield van het strand. Van de geur van de zee. De schreeuwende meeuwen om me heen. De gure, maar frisse wind, de uitgestrekte leegte. En vooral van het surfen op deze golven. Ik trok mijn sandaaltjes aan en ging op pad, via het kiezelpaadje naar beneden, naar het strand. Het was nog rustig. Een enkeling liep met zijn hond over het strand. Hopelijk was de zeilschool wel al open!
Beneden aangekomen zag ik dat de zeilschool inderdaad open was. Gelukkig. Ik ademde diep in en stapte het gebouwtje waarbij de muren bestempeld waren met kleurrijke surfboards binnen. De geur van wetsuits omringde me. Het stelde me op mijn gemak. Aan de balie zat een man van rond de veertig jaar. Hij lachte naar me en gebaarde dat ik naar hem toe kon komen.
“Hallo, wat kan ik voor je doen?”
“Ehm, ik kwam om een surfplank te huren, kan dat?”
“Natuurlijk kan dat! Met of zonder zeil?”
“Met, alstublieft.” De man lachte vriendelijk naar me.
“Voor een hele dag is dat 25 euro, voor een halve dag is het 15 euro.”
“Ik zou graag een halve dag gaan.” Nadat ik hem het geld had overhandigd leidde hij me naar de surfplanken en zwemvesten.
“Er staat redelijk veel wind, weet je wel waar je aan begint?” Ik knikte. De man vervolgde, “Mocht je je bedenken, vanmiddag is er een hulp aanwezig. Die kan je verder helpen. Maargoed. Hier zijn de spullen die je nodig hebt. Ik help je wel even met optuigen.”

Wauw. Het was tijden geleden dat ik had gesurft en ik had het zo gemist! Het was alsof ik voor het eerst de lucht zag nadat ik mijn hele leven opgesloten had gezeten. Onbeschrijfelijk.
Ik legde de surfplank neer op het zand en haalde het zeil eraf. Toen het bijna los was bleef het ergens aan haken. Ik zocht waaraan, probeerde wat touwtjes los te maken maar het zeil bleef standhouden. Ineens zag ik een hand het zeil pakken, die niet van mij was. Ik keek op. Het was een jongen die iets ouder dan mij leek, met blond haar. Zijn ogen kon ik niet zien, hij had ze neergeslagen, geconcentreerd kijkend naar het zeil. Met een rukje liet het zeil los, en vervolgens de hand ook. Even keek hij op.
Blauwe ogen, hij had blauwe ogen.

Deze avond stond Lasagne op het menu. Daar hield ik van. Ik had dan ook erge honger na zo lang surfen. Na het avondeten zou ik nog een strandwandeling maken. Dan zat mijn vrije dag er alweer op… Natuurlijk ging ik ook nog even langs de zeilschool, alleen even kijken. Ik kon die jongen maar niet uit mijn hoofd zetten. Was dat het hulpje waar de man aan de balie het over had gehad? En waarom had hij niks gezegd? Hij was gewoon weer weggelopen nadat hij me kort aankeek en vervolgens beschaamd naar de grond had gekeken. En verder had ik hem niet meer gezien. |Maar ik kon de blik niet uit mijn hoofd zetten.
Een heerlijke geur kwam uit de keuken. Hmm, lasagne, lekker.

Die avond liep ik weer via het kiezelpaadje naar het strand. Het was al acht uur, dus de kans dat er nog iemand aanwezig was bij de zeilschool was vrij klein. Toch kon ik het niet laten om nog even te kijken. Bij het strand aangekomen liep ik naar het kleurrijke gebouwtje. Ik keek door het raam, maar het zag er donker uit vanbinnen. Hij was er niet. Er ging een golf van teleurstelling door me heen, hoewel ik ook iets van opluchting voelde, aangezien ik anders iets zou moeten zeggen en daar was ik veel te verlegen voor.
Langzaam liep ik weer door. Ik snoof de zeelucht op, wat me kalmeerde. Morgen zou vast wel weer een zware dag worden, maar ook leuk. Ik hield van het werk en van de mensen hier. Al merkte ik wel dat ik mijn ouders toch wel miste. Maar dat zou wel minder worden met de tijd.
Ik ging op een rotsblok zitten dat van een klif af was gevallen. Ik tuurde naar de verre horizon. Telkens moest ik weer beseffen waar ik was. Hier had ik jaren over gedroomd. Toen ik op de middelbare school zat kon ik niet wachten. Ik vond het vreselijk om op school te zitten. Ik wilde dingen doen, niet leren. Maar nu was het moment eindelijk aangebroken. Ik ging er volop van genieten.
Ik bleef nog een half uur zitten op die rots en uiteindelijk liep ik terug naar het hotel, naar mijn kamertje. Toen ik gedouched had ging ik in mijn bed liggen met een schrift. Op de kaft schreef ik:
‘Hotel de la Mer, logboek van Julie’
Ik sloeg de eerste pagina open en begon te schrijven. Over het werk, over de baas en collega’s, het meisje van gisteren van de bar, de omgeving, het surfen en over de jongen, waarvan ik wist dat hij speciaal was, anders dan de rest. Met een pen nog in mijn hand viel ik in slaap.

leuk geschreven:D

nieuw stukje:

6:30 uur. De wekker. Met een grote gaap stapte ik uit bed en keek in de spiegel. Ik had op mijn schriftje geslapen wat een afdruk op de rechterhand van mijn gezicht achterliet. Oeps! Ik liep naar de kleine personeelsbadkamer om een douche te nemen, maar de douches waren bezet. En er stond ook nog een rij van drie personen… Ik zou nooit op tijd bij het restaurant kunnen zijn voor het ontbijt, dan maar met een washandje. Wie bedacht dat ook, drie douches voor wel twintig personen! Mokkend zette ik de kraan open om mijn gezicht te wassen. Daarna deed ik een klein laagje mascara op. Meestal deed ik geen make-up op, alleen als ik er zin in had. Weinig vond ik wel mooi, maar anders niet.
“Hé, lekker geslapen?” Het was Ana, die ik zaterdagavond tegen was gekomen aan de bar.
“Ja hoor! Ik kon een keer wat vroeger mijn bed in door mijn vrije dag!”
“Ervan genoten?” Bij de gedachte glunderde ik.
“Zeker wel! Ik heb heerlijk kunnen surfen!”
“Mooi zo. Ik zie je straks wel bij het ontbijt!” Ze liep naar haar kamer, en ik naar die van mij. Ik trok mijn werkuniform aan. Het was een zwarte, vrij korte rok met daarboven een zwarte bloes met witte kanten randen. Ik hield niet van rokken, tenzij het heel warm was. Ik droeg altijd broeken, het gaf me een veilig gevoel. Maar ik moest er maar aan wennen…
Toen ik de hakken aan had gedaan liep ik naar de lift, die me naar de begane grond leidde. Hier was het restaurant. Toen ik de deur binnenliep rook ik de geur van verse croissantjes. Lekker. Mijn maag knorde. Nog even de tafel zetten en ik mocht zelf eten.
“Hé, Julie, hoe was je vrije dag?” Een ober, mijn collega, keek me vriendelijk lachend aan. Hij was lang, had donker haar en een bleke huid.
“Hé Jasper! Heerlijk. Heb jij niet eens een vrije dag?”
“Ja, komende zondag. Maar niet zo vaak nee.”
“Oh, dan heb ik ook een vrije dag!” Toen ik dat zei begon hij te lachen.
“Leuk, dan kunnen we samen wel wat doen!” Hij knipoogde naar me en liep weer weg. Ik voelde mijn gezicht warm worden. Was dat een flirtpoging? Of was dat normaal? Ik had nog nooit meegemaakt dat een jongen naar me knipoogde. Wat moest ik hiermee? Veel tijd om hierover na te denken had ik niet, want in de verte zag ik mijn baas aankomen. Snel pakte ik nog een stapel borden en dekte een paar tafeltjes ermee.

Die middag stond ik bij het zwembad. Daar hield ik van. Je kon vanaf hier de zee zien en de zon stond in mijn gezicht. En wat nog belangrijker was: vanaf hier kon ik de zeilschool zien. Ik had die mysterieuze jongen gezien toen hij een boot aan het optuigen was en meehielp met hem in het water te brengen. Vervolgens was hij weer naar binnen gegaan en daar was hij nog steeds. Ik had alle bewegingen precies gevolgd. Tot zover dat mogelijk was vanaf deze afstand natuurlijk.
Net op het moment dat er een nieuwe klant aankwam zag ik beweging. De deur ging open. En hij kwam uit het gebouwtje. Hij zwaaide nog even naar iemand binnen het gebouwtje en liep weg, naar zijn mountainbike. Daar stapte hij verbazend behendig op. Vervolgens fietste hij weg, naar boven. Via het kiezelpaadje. Hij kwam mijn kant op. Shit, hij kwam mijn kant op! Ik voelde dat ik zenuwachtig werd. Ik trok mijn shirt recht en ging met mijn hand door mijn haren. Ik haalde diep adem een deed alsof ik toevallig die kant op keek. En hij kwam steeds dichterbij…
“Hé, leef je nog wel?” Een jonge man keek me vragend aan. “Dit is toch geen service! Ik betaal hiervoor hoor! Of moet ik misschien je baas roepen?” Ik werd rood.
“Sorry meneer. Wat wilde u hebben?” Shit, daar ging mijn kans.
“Een biertje nog. En snel een beetje.” De man gooide wat geld op de bar. Snel pakte ik een glas en liep naar de tap. Ik vulde het glas zo vol als kon en gaf het aan de man. Hij griste het uit mijn handen en liep weer weg. Toen keek ik opzij. Hij was heel dichtbij, alleen net langs me. Hij fietste met zijn rug naar me toe, verder de heuvel op. Waar zou hij naartoe gaan? En vooral, wie was hij?

up?
moet ik nog verder want volgens mij leest niemand het…

Verder! Ik vind het lekker lezen en ik ben benieuwd wie die jongen is!

Okee, nieuw stukje dan !

Zuchtend schopte ik mijn hakken uit. Ik was blij om eindelijk bevrijd te zijn van deze marteltuigen. Het was toch te gek voor woorden? Wie had bedacht dat hakken zo mooi waren? Waarom hoorde dit bij mijn ‘werkuniform’? Ik strekte mijn voeten uit, wat ik de hele dag niet had kunnen doen. Eindelijk…
Ik liep naar mijn tas en haalde mijn grote fotoalbum eruit. Deze was ik van plan te vullen dit jaar. Ik had nog geen foto’s afgedrukt, maar toch zaten er foto’s in. Die had ik er van te voren ingestopt. Het waren foto’s van mijn ouders en van andere geliefden. Zachtjes haalde ik de eerste foto uit het mapje. Ik stond samen met mijn vader op een brug met rozen om ons heen, hand in hand. Ik gleed met mijn vingers over de foto heen. Ik miste hem. Vooral omdat ik een maand voordat ik weg ging te horen had gekregen dat hij kanker had. Toen ik iets van hun gesprek opving erover had ik me doodgeschrokken. Maar mijn ouders hadden me op het hart gedrukt dat het niet schadelijk was. Niet kwaadaardig. Maar het zat niet lekker. Wat als ze het me niet wilden vertellen? Of als het wel kwaadaardig werd?
Nee. Dit moest ik niet doen. Ik mocht zo niet denken, het was niks. Ik deed de foto weer terug in het mapje en met moeite haalde ik mijn ogen van de foto af, om de bladzijde om te slaan. Daar stond een foto die in de avond was gemaakt op een feest. Mijn ouders stonden samen in een tuin met veel kaarsen om hen heen. Snel sloeg ik de bladzijde weer om, zodat ik er niet teveel aan zou denken. Maar het hielp niet. Ik miste ze gewoon. Ik had nooit verwacht dat ik heimwee zou krijgen. Mijn moeder wel, die had van te voren al gezegd: ‘Er zullen moeilijke momenten zijn. Dat is altijd zo. Je moet er doorheen, het gaat je lukken. Als je er echt doorheen zit, bedenk dan dat je zo weer thuis bent.’
Dat deed me denken aan een lied dat ik eens voor mijn oma had gezongen. De roos. De roos was altijd mijn lievelingsbloem geweest. Het had zo’n intense kleur. De laatste paar zinnen van het lied brachten me altijd door moeilijke tijden heen. Ineens kreeg ik een idee. Ik stond op, pakte mijn schrift en schreef op de voorkant die laatste zinnen op:

‘Bedenk dan maar, dat bittere winters en dikke lagen sneeuw,
Nog nooit hebben verhinderd dat de roos het overleeft’

Ik sloeg het schriftje open en net toen ik de datum aan de bovenkant van een nieuwe bladzijde wilde schrijven werd er op mijn deur geklopt.
“Julie?” Het was een jongensstem. Ik kon hem alleen even niet thuisbrengen. Snel legde ik mijn schrift onder mijn bed samen met het fotoalbum.
“Ja?” zei ik terwijl ik naar de deur liep.
“Kan ik binnenkomen?” Ik deed de deur open en zag Jasper staan.
“Oh, hé! Kom binnen!” Ik deed de deur voor hem open. “Let niet op de rommel.” Snel schoof ik wat kleren die op mijn bed lagen verspreid naar de zijkant.
“Ik dacht, je was er de hele tijd niet, ik vroeg me af waar je was.” Hij keek naar de grond, waarna hij me doordringend aankeek. Ik bloosde.
“Hier dus.” Ik probeerde te glimlachen. Hij ging naast me op het bed zitten.
“Dus… Hoe was je dag?” probeerde hij.
“Goed! Zwaar, maar leuk. Ik begin steeds meer te wennen hier.”
“Dat is mooi! Voor hoelang blijf je hier eigenlijk?”
“Een jaar.”
“Dat is wel lang! Ik blijf hier een half jaar, dat vind ik al heel lang!” Hij lachte. “Weet je al wat je na dit jaar wil gaan doen?” Ik dacht na…
“Misschien toerisme, of conservatorium met piano en zang. Of Frans, of… ik weet het nog niet zo goed.” Weer lachte hij en keek me diep aan. “En jij?”
“Ik ga misschien koksschool doen. Maar wat een leuke plannen heb je!” Even was het stil. “Mis je je ouders al, of je vriendje?”
“Ik heb geen vriendje.” Was dit een subtiele poging om erachter te komen dat ik single was? “En ik mis mijn ouders wel ja… Maar dat zal wel beter gaan met de tijd.”
“Ik niet. Ik ben blij dat ik van ze af ben. Mijn moeder is er vandoor gegaan nadat ze elke avond ruzie had met ons en mijn vader is alcoholist.” Ik keek hem stil aan. Ik wist niet wat ik moest zeggen.
“Zeg, ik ga maar weer eens, de anderen zullen zich afvragen waar ik blijf.” Hij stond op. “Of wil je misschien mee?”
“Eh, nee, ik wilde eigenlijk gaan slapen, ik ben doodmoe na deze dag!”
“O, oké. Ik zie je morgen wel weer, toch?” Hij keek me vragend aan. Ik lachte.
“Tuurlijk!” Hij liep naar de deur en voordat hij de deur achter zich dicht deed draaide hij zich even om en gaf me een knipoog. Toen was de deur dicht.

up?

leuk verhaal, verder!

Leuk verhaal, verder! Echt superleuk, het leest echt lekker

Leuk verhaal!

dank jullie wel!
nieuw stukje:
(ik denk dat sommigen een stukje wel zullen herkennen. Ik heb dit verhaal dan ook deels gebaseerd op de film Amélie. Het is een echte aanrader!!)

Toen ik die ochtend wakker werd was het eerste beeld dat ik zag de mysterieuze jongen. En ’s avonds, toen ik in mijn bed lag, was het laatste beeld dat ik zag nog steeds die jongen. Het was zo hopeloos. Ik moest echt actie ondernemen. Anders bleef ik met dit beeld zitten zonder dat er iets zou gebeuren.
Vandaag had ik geen dienst gehad bij het zwembad, dus had ik hem niet kunnen bespieden. Het leek wel alsof ik een obsessie begon te ontwikkelen. Dat was niet goed. Ik moest terug naar de realiteit. Maar dat was nou juist het probleem. Ik hield zo van dromen, omdat de realiteit veel te hard was.
Dromen was niet erg. Veel mensen droomden veel te weinig. Ze zagen alleen de getallen. Niet een kleine emotie. Wat had het leven dan nog te bieden? Geld? Roem? Ik wist het niet. Maar wat ik wel wist, was dat ik anders tegen het leven aankeek dan vele anderen. En dat was niet negatief. Ik probeerde van elk klein ding te genieten uit het leven. Dat zouden meer mensen moeten doen.
Plotseling kreeg ik een ingeving. Meer mensen zouden het moeten doen. Kon ik daar niet mijn steentje aan bijdragen? Er waren zo veel mensen die een steuntje in de rug konden gebruiken! En dat hoefde maar een heel klein zetje te zijn. Ik kon dat zetje geven.
Morgen zou ik de hele dag mensen helpen. Vervolgens zou ik naar hun reactie kijken. Waren ze blij? Of hielp het niets?
Als het niet lukte zou ik me terugtrekken. Ik zou het geluk dan maar voor mezelf houden.
Als het lukte zou ik me voortaan bemoeien met het leven van anderen. Ik zou ze helpen.
Ik had een doel in mijn leven.
Tevreden viel ik in slaap.

Het licht viel op mijn ogen. Met moeite opende ik ze. Ik was vergeten mijn gordijnen dicht te doen. Maar het was niet erg, over tien minuten ging toch de wekker. Ik ademde diep in en stapte uit mijn bed met een gelukkig gevoel. Ik was het nog niet vergeten, de afspraak die ik gisteren met mezelf had gemaakt. Vandaag zou ik mensen helpen.
Snel maakte ik me klaar voor het werk. Vervolgens liep ik naar het restaurant. Onderweg kwam ik een meisje tegen die een slaperig hoofd had. Ze had haar handen tegen haar hoofd geklemd, alsof ze hoofdpijn had.
“Heb je een glaasje water nodig, met een aspirientje?” Ik kwam naar haar toe. Ze keek me verward aan.
“Dat zou misschien wel fijn zijn ja…” Ik knikte en snel liep ik naar de balie. Daar hadden ze aspirientjes liggen. Vervolgens vulde ik een glas met water en liep snel weer naar het meisje.
“Alstublieft. Hopelijk gaat het straks beter.” Ik lachte even en liep weg. Toen bedacht ik me. De afspraak. Ik moest het nu zeggen. Ik draaide me weer om. “En vergeet niet te genieten van het leven, de kleinste dingen geven het meeste geluk!”

Toen ik bij het restaurant aankwam was er nog niemand. Mooi, dan kon ik de andere verassen als ik de tafel al had gedekt! Snel ging ik aan het werk. Ik deed extra veel mijn best. Toen ik bijna klaar was kwamen er wat andere mensen. Ze hielpen met me mee om de laatste dingetjes klaar te zetten, waarna we achter de buffettafel gingen staan, wachtend op de eerste klanten. Na een tijdje kwam de eerste klant met een slaperig hoofd het restaurant binnen. Ik wist onderhand dat die man een croissantje nam in de ochtend, ik had hem vaker gezien. Snel ging ik bij de croissantjes staan om hem tot dienst te zijn.
“Lekker geslapen meneer?” Hij keek me nors aan.
“Nee, het was een en al lawaai op de vijfde verdieping.”
“Ik zal kijken wat ik voor u kan doen meneer. Maar vergeet niet dat er ook leuke dingen zullen gebeuren vandaag. Vergeet niet daarvoor open te staan.” De man keek me verward aan, waarna hij een emotie in zijn ogen kreeg die ik niet vaak had gezien. Alsof hij voor het eerst opmerkte dat er sterren aan de hemel stonden. Met een rare blik in zijn ogen maar met een kleine glimlach liep hij weer weg toen ik hem een croissantje had overhandigd. Later zat hij nog steeds met die blik aan tafel. Maar niet een norse blik. Het was een gelukkige blik.

Die middag had ik een uurtje pauze. Ik besloot de straat op te gaan, mensen te ontmoeten. Er was vandaag markt. Misschien hadden ze wel leuke souvenirtjes voor thuis die ik kon opsturen. Ik liep een brug over en snoof de frisse lucht op. Ik genoot van de stilte van de stad. Zacht licht. De frisse bries. Het waren de kleine dingen waar je van moest genieten. Met een glimlach op mijn gezicht liep ik verder en groette de mensen die ik tegenkwam.
Ik kwam bij een stoep waar ik even verderop een oude man zag staan die wilde oversteken. Hij keek nietsziend voor zich uit. Heen en weer kijkend met zijn hoofd, er bleven auto’s komen. Met zijn stok tikte hij op de stoep. Een blinde man. Ik bleef even staan kijken. Iedereen liep langs hem. Niemand keek naar hem om. Ik liep naar hem toe en gaf hem een arm.
“Laat me je helpen. Pas op voor het afstapje.” Ik nam hem mee naar de overkant van de straat. “Kijk, dat beeld heeft zijn neus verloren! En die bloemist geeft bloemen aan een vrouw. Hmm, ruik je dat? Bij de slager is er verse kip neergezet. Er is een meisje die lachend naar een hond kijkt die naar de kip van de slager kijkt. En daar, ham 2 euro, kaas 23.50. Oké, nu zijn we bij de ingang van de metro. Hier laat ik u achter. Fijne dag nog!” Ik liep weg van de man en keek nog even achterom. Ik zag de man lachend met tranen in zijn ogen naar de hemel kijken.

Haha dat stuk doet me echt aan mezelf denken! Leuk!

haha :’)
morgen sowieso nieuw stukje!

upjee xd

o sorry meiden,
nieuw stukje gaat toch niet lukken.
Ik mag vandaag van mijn lieftallige ouders niet achter de computer, en ik zit hier dus illegaal.
En aangezien ik het niet wil afraffelen…
maar binnenkort een nieuw stukje hoor!

Leuk verhaal! Ik ben benieuwd hoe het verder gaat, nieuwe volger dus!