Hoofdzinnen en bijzinnen

Omdat ik morgen een SO heb waar ik niks van snap wilde ik jullie om hulp vragen.
Kan iemand duidelijk uitleggen hoe het hoofdzinnen en bijzinnen gedoe werkt?
En hoe je verschillende niveaus, nevenschikking en onderschikking herkent?
Alvast bedankt!

oh dat is super lang geleden xd.
eerst kijk je hoeveel persoonsvormen erin staan.
dan welke onderwerpen erbij horen.
dan waar tussen de persoonsvorm en het onderwerp niks staat is de hoofdzin.
als dat bij alle 2 is dan moet je er niet tussen zetten en als dat kan is dat de hoofdzin.

die andere 2 dingen weet ik ECHT niet meer.

Hoofdzin = pv + ond (+rest van de zin)
Bijzin = pv + ond(+ zegt iets over de hoofdzin)
(ik weet niet of je ook over beknopte bijzinnen moet maar voor de zekerheid:
beknopte bijzin = zin zonder pv + ond
foutief beknopte bijzin = bijzin waarin onderwerp niet gelijk is aan het onderwerp van de hoofdzin)

Je kunt bijzinnen + hoofdzinnen herkennen aan hun voegwoorden
Hoofdzin - Hoofdzin: en, of, maar, want
Hoofdzin - Bijzin: als, toen, terwijl, sinds, dat, of, omdat, hoewel, zodat.

Voorbeelden:

Hoofdzin:
Ik loop naar de deur.

Ik ben naar de deur gelopen.

Jan komt morgen een boek brengen.

Bijzinnen:
Ik vertel Jan, dat zijn vriend vanmorgen heeft opgebeld.

Ik vertel Jan = hoofdzin

dat zijn vriend vanmorgen heeft opgebeld = bijzin

(ik hoop dat je het een béétje snapt, het is een beetje een kromme uitleg… En je zult er niet zoveel aan hebben)

Als er tussen het onderwerp en de persoonsvorm andere woorden kunnen staan, (zoals bijv. gisteren,morgen,niet,wel) is het een bijzin, als dat niet kan is het een hoofdzin. Maar ik snap het ook niet echt. :’)

http://www.cambiumned.nl/samengesteldezin.htm

Wow, heel erg bedankt, hier kan ik zeker wel wat mee :slightly_smiling_face:

Wow, heel erg bedankt, hier kan ik zeker wel wat mee :slightly_smiling_face:

graag gedaan, hoe ging je SO?

Wel goed, ik denk rond de 7…