Het wolvenmeisje [Verhaal]

Het was een stille en koude nacht. Je kon als je goed luisterde in de verte de rivier horen stromen en de roep van de uilen horen. Het bos zag er niet beangstigend uit doordat het fel werd belicht door de maan. Het was een heldere nacht.
Oksana rende door het bos, de wind gierde door haar lange bruine haren. Ze vond het heerlijk. Het rennen lukte haar steeds beter, zo hard mogelijk dan ook het liefst. Het ontwijken van de bomen en andere obstakels ging haar ook steeds beter af, maar het was nog wel erg lastig. Ze moest het nog verder ontwikkelen. Af en toe dook ze net snel genoeg opzij voor een omgevallen boomstam of kuil.
Ze wist waar ze naartoe wilde, ze wilde naar haar lievelingsplaats aan de rand van het bos. Daar was een rotsachtig gebied waar je vanaf dat punt zicht over de zee had. Niet de gehele zee natuurlijk, dat was bijna onmogelijk.
Op die plek kon ze even alles van zich af laten glijden, een moment van rust. Niemand die haar daar nog kon storen. Want ja, wie durfden er nou ’ s nachts in het bos te komen? De burgers uit de omliggende dorpen en steden waren bang voor wat het donker brengen zou.
Waren er beren, die hen wel konden zien, maar zij de beren niet? Was het de angst om de weg kwijt te raken?
Haar familie had het vroeger ook gehad, maar die waren er niet meer. Die waren dood. Allemaal gestorven in de oorlog. Het was een verschrikkelijke periode, vliegtuigen vlogen over de steden en dorpen en bombardeerden stadhuizen en gemeentehuizen, scholen werden volledig geterroriseerd, mannen werden ingezet om te werken als soldaat. De familie Darwin zat ondergedoken in de kelder van een schuur, die op het terrein van een boer stond. Boeren werd niets aangedaan.
Op een dag kwamen er soldaten de schuur in, om te controleren of er geen onderduikers zaten. Oksana’s vader gaf haar de rugzak die al klaar stond voor noodgevallen. Gevuld met een gehele nood-uitrusting. Ze moest haar jongere zusje, Camille meenemen. De soldaten stormden naar binnen en het tweetal vluchtte naar buiten. Oksana voelde dat Camille’s hand uit haar hand gleed. Ze keek om zag dat een soldaat haar zusje hard aan haar arm naar zich toe trok. Oksana rende op de man af om haar te helpen, maar er kwamen meer soldaten de schuur uit gerend. Met tranen in haar ogen nam ze de beslissing om te vluchten, het was gevangen genomen worden of vrij zijn.
Het was Oksana succesvol gelukt om te vluchten. Ze had zich wekenlang in het bos verstopt en van zelf-gevangen dieren en bessen geleefd. Vandaar dat ze het bos nu ook zo goed kende en ze wist wat ze wel kon nemen en wat niet.
Ze moest vroeg of laat toch ergens anders heen dan in het bos blijven leven. De oorlog was voorbij, dus de kust was weer veilig. Ze reisde het bos af om bij een stad te komen die nog wel overeind stond. Het was er druk en hectisch. Ze zorgde eerst dat ze aan een hotelkamer kwam waar ze een paar nachten kon doorbrengen voordat ze op zoektocht naar overgebleven familie ging.
De dagen gingen langzaam voorbij en ze werd toch wat ongeduldig. Het was lastig om familie te vinden waarvan ze niet wist waar ze waren. Tot ze op een dag haar oma vond. Haar oma was ook naar haar op zoek.
Oksana woonde vanaf toen bij haar oma in huis, het huis stond aan de rand van het bos waar ze weken had doorgebracht en had overleefd.
Op een avond zaten zij en haar oma tv te kijken toen er op de deur geklopt werd. Oksana stond al op en liep naar de deur. Er stond buiten een oude man. ‘‘Ik ben gestuurd door uw vader, ik neem aan dat u Oksana Darwin bent?’’ Vroeg de man. Ik knikte en liet de man naar binnen. Ik was opgelucht want dit moest wel betekenen dat mijn familie er nog was.
‘‘Ik moest je dit geven’’ zei de man en hij haalde een envelop uit zijn zak en gaf het aan haar.
Ze keek lang naar de envelop en gleed er met haar vingers overheen, een envelop van haar eigen vader, die ze al weken niet meer gezien heeft.Ze opende de brief en las de woorden in haar hoofd op.

‘‘Lieve Oksana en Camille, ik zou er maar meteen eerlijk over zijn. Als jullie deze brief nu lezen ben ik er niet meer.’’

De eerste zinnen van de brief sloegen hard op haar in. Lieve Oksana en Camille, Camille was hier niet. Papa. Dood. De tranen biggelden over haar wangen.

‘‘de man die jullie deze brief gegeven heeft is een oude vriend van mij, wij hebben elkaar beloofd dat als een van ons zal komen te overlijden, wij de brief van de ander aan de aangewezen persoon/personen geven.’’

Oksana had geen zin om de rest van de brief te lezen. Ze was te overstuur en liep naar boven. Haar vader was dood. Haar bloed eigen vader.

Leuk begin maar,

“Her harde rennen en de bomen en andere obstakels ontwijken had ze steeds meer ontwikkeld…”

Er klopt hier iets niet met je zinsconstructie. Ook is “Her” verkeerd. Moet dit “Het” zijn?

“Het was een verschrikkelijke periode, vliegtuigen vlogen over de steden en dorpen en bombardeerden stads en gemeenten huizen…”

Stads moet steden zijn.
Het is gemeente huizen, ipv gemeenten huizen.

Ik wil je schrijfstijl niet afkraken, maar je gebruikt steeds Oksana. In plaats van dit steeds te herhalen kan je het vervangen.
Bijvoorbeeld:
“Oksana’s vader gaf Oksana de rugzak…” wordt dan “Oksana’s vader gaf haar de rugzak”

Nog een dingetje: Op het einde verander je plots van derde persoon naar eerste persoon. Je blijft best bij één van de twee, anders wordt het wat verwarrend.

Ik ben benieuwd naar het vervolg :slightly_smiling_face:

Het lijkt me een leuk verhaal, snel verder!

PS: Ik sluit me aan het bovenstaande

Bedankt ! Ik zal even aanpassen wat je gemeld hebt.

Het was niet eens tot me door gedrongen dat ik af en toe per ongeluk ‘Ik’ i.p.v. Oksana gebruikte. :grinning:

Dit lijkt me echt een heel leuk verhaal! Ben benieuwd naar een nieuw stukje :slightly_smiling_face:

Meer? :upside_down_face:

Sorry dat ik zo lang niet geschreven heb, er zijn wat familie omstandigheden waardoor ik hier even geen zin in had.