Het grote ezelsbruggetjes topic!

Post hier je ezelsbruggetjes! Ik plaats hieronder vakken en zet eronder jouw ezelsbruggetje. :slightly_smiling_face: Stuur in voor Engels, Duits, Frans, Latijn, biologie, wiskunde en nog veel meer! Voor woordjes, of om formules te onthouden.

Frans:

  • Collectionner = verzamelen. Collecteren: geld verzamelen.

Latijn:

  • Ablativus voorzetsels: liedje: pro, cum, sine, ab, ex, de
  • Ablativus voorzetsels: aan een sinaasappel plakt de citroen. (ab, ex, sine, pro, de, cine)

Wiskunde:

  • Je hebt zo sinus, tangens en cosinus en dan hoe je dat berekent. Ezelsbruggetje: SOS CASTOA
    S(inus) O(verstaande rechthoekszijde) (op) S(chuine zijde) || C(osinus) A(anliggende rechtshoekszijde) (op) S(chuine zijde) || T(angens) O(verstaande rechthoekszijde) (op) A(anliggende rechthoekszijde).

Voor Wiskunde bedacht ik onlangs voor goniometrie, de formules:
Je hebt zo sinus, tangens en cosinus en dan hoe je dat berekent. Het ezelsbruggetje: SOS CASTOA
S(inus) O(verstaande rechthoekszijde) (op) S(chuine zijde) || C(osinus) A(anliggende rechtshoekszijde) (op) S(chuine zijde) || T(angens) O(verstaande rechthoekszijde) (op) A(anliggende rechthoekszijde)
----------------
Latijn:
Aan Een Sinaasappel Plakt De Citroen.
Zo kan je de voorzetsels van de ablativus (ab ex sine pro de cum) onthouden.

Dankje Lauren! :slightly_smiling_face: :hugs:

Volgorde van wiskunde berekeningen:

Het Mannetje Won Van De Oude Aap.

Haakjes
Machtsverheffing/Wortels
Vermenigvuldigen/Delen
Optellen/Aftrekken

:slightly_smiling_face:

Die van Frans is gewoon je verstand gebruiken.
En de enige ezelsbruggetje die ik echt gebruik is: Nooit Op Zondag Werken = Noorden, Oosten, Zuiden, Westen

http://www.theorietoetsen.nl/images/e1.gif

Mijn ezelsbruggetje voor dit bord en diegene met 2 strepen (een kruis) is dat ze bij 2 strepen strenger zijn (omdat het meer is). Dus bij 1 streep mag je niet parkeren maar wel stil staan en bij 2 mag je ook niet stilstaan.

Tsjah, voor latijnse woorden weet ik er zoveel, maar die ga ik hier niet allemaal posten, tenzij iemand dat echt wilt voor bepaalde woorden.
Als ik er nog eentje weet, post ik hem hier wel.

Ooit bedacht toen ik bijles Nederlands gaf:

pleonasme: gele plas, eigenschap die noodzakelijk is wordt ten overvloede gebruikt

pleonasme
tautologie: twee t’s dus 2x hetzelfde zeggen (enkel en alleen, in zijn eentje een monoloog)
tautologie
contaminatie: woord lijkt op ‘combinatie’, combinatie van twee taalvormen (optelefoneren ipv. opbellen/telefoneren)
contaminatie/combinatie

Ik moet deze even delen.

Voor Duits van de 3e naamval:

Mit nach bei seit
Mit nach bei seit

Von zu aus
Von zu aus

Ausser (kan de ringel s niet vinden) gegenüber
Ausser (kan de ringel s niet vinden) gegenüber

Entgegen
Entgegen

En dan op de melodie van “Vader Jakob”
(“Vader Jakob, Vader Jakob, slaapt Gij nog? Slaapt gij nog? Alle klokken luiden, alle klokken luiden. Bim bam bom, bim bam bom”)

Ik had hier dan weer een ander ezelsbruggetje voor haha :’)
Bij die met een streep: streep eindigt op een P dus verboden te parkeren
Bij die met een kruis: kruis eindigt op een S dus verboden stil te staan

ik doe altijd voor het onthouden van ‘le of la’ bij Frans:
le bijou (het sieraad) de man geeft het sieraad aan de vrouw dus ‘le’

kruis stopverbod
streep parkeerverbod
zo heb ik het geleerd voor m’n theorie haha
oh nvm is al gezegd :’’)

~

Welke maatschappelijke ontwikkelingen kunnen tot een stijging van criminaliteit leiden?

  1. Werkeloosheid.
  2. Afnemend gezag van de overheid.
  3. Armoede.
  4. Rijkdom.
  5. Drugs en alcoholgebruik, de stijging ervan.
  6. Enorme hoeveelheid regelingen en regels en de beperkte omvang van het justiële apparaat.
  7. Normen en waarden besef dat is veranderd door die van de verminderde betekenis van levensbeschouwing.
    WAARDEN.

Gevolgen van criminaliteit voor burger en samenleving:
Op materiaal vlak:

  1. Schade (geld.)
  2. Bestrijding van de overheid.
  3. Particuliere beveiliging.
  4. Bedrijven rekenen schade in de prijzen.
  5. Premies.
    SBPBP

Op immaterieel vlak:

  1. Beperkte bewegingsvrijheid.
  2. Rechtsstaat wordt bedreigd; gevaar voor eigenrichting.
  3. Aantasting van het rechtsgevoel.
  4. Negatieve beeldvorming op een groep mensen.
  5. Daling van vertrouwen.
  6. Emotionele schade.
  7. Normen en waarden besef daalt.
    BRANDEN.

Kenmerken/principes van de rechtsstaat:

  1. Grondrechten in de grondwet.
  2. Politieke participatie.
  3. Machtenscheiding.
  4. Openbaarheid van bestuur.
  5. Legaliteitbeginsel.
    GPMOL

De publieke omroep moet zich aan de regels houden.
Het moet 1 van de volgende onderdelen bevatten: Cultuur, Informatie, Amusement, Educatie en Opinie. = CIAEO

Kenmerken van collectieve goederen IBA:

  1. Iedereen maakt er gebruik van.
  2. Belasting.
  3. Algemeen belang.

Het begrip staat heeft vier kenmerken SBGG:

  1. Soevereiniteit.
  2. Bevolking.
  3. Grondrechten.
  4. Geweldsmonopolie.

Machtsbronnen MACHTG:

  1. Moreel gezag.
  2. Aantal.
  3. Charisma.
  4. Handigheid.
  5. Tot geweld overgaan.
  6. Geld.

Kenmerken van een Parlementaire Democratie: (GVRKMM) Grote Vriendelijke Reus Kilometer in het kwadraat

  1. Er is gelijkwaardigheid.
  2. Er zijn verkiezingen.
  3. Er is sprake van een representatie (het volk wordt vertegenwoordigd door een volksvertegenwoordiging die door verkiezingen word gekozen.)
  4. Er is een 2Kamerstelsel.
  5. De besluitvorming door regering en parlement vindt plaats bij meerderheid der stemmen.
  6. Er wordt rekening gehouden bij de belangen van minderheden.

Taken van de regering (MUV):

  1. Medewetgeving.
  2. Uitvoering van het overheidsbeleid.
  3. Voorbereiding van overheidsbeleid.

Taken van het parlement: (MBC)

  1. Medewetgeving.
  2. Het beleid bepalen.
  3. Controleren.

Medewetgevende taak (BIAS):

  1. Budgetrecht Het budgetrecht is het recht van het parlement in Nederland om wijzigingen inzake de Rijksbegroting goed of af te keuren
  2. Recht van initiatief (alleen voor de tweede kamer) Het recht om een wetvoorstel te doen.
  3. Recht van Amendement (alleen voor de tweede kamer). Het recht om een wet te wijzen.
  4. Stemrecht. Het recht om te stemmen over een wet.

Controlerende taak VMPI:

  1. Vraagrecht: Leden kunnen schriftelijk vragen stellen aan de regering
  2. Motie: Zijn uitspraken van de Tweede of Eerste Kamer doe door Kamerleden worden voorgesteld.
  3. Parlementaire enquête: Voor het houden van een enquête is een meerderheid van de Kamer nodig.
  4. Recht van interpellatie: Een Kamerlid kan mondeling vragen stellen over actuele zaken. (steun 30 Kamerleden nodig.)

Interne omgevingsfactoren
Dit zijn factoren vanuit Nederland. Dat zijn onder andere DECTES:

  1. Demografische factoren.
  2. Ecologische factoren.
  3. Culturele factoren.
  4. Technologische factoren.
  5. Economische factoren.
  6. Sociale factoren.

Deze lijken heel random, maar bij mij -en bij andere- hielpen ze!

Voor wiskunde!

Klopt het dat men deze cola maakt?

km - hm - dam - m - dm - cm - mm

Ik gebruik het heel vaak :slightly_smiling_face:

mischien deze: nooit opa zonder wandelstok

e es e e e ons ez ent- zeg het een beetje als een rap en dan heb je de vervoegingen van frans in je hoofd zitten :grinning:

Wintertijd, zomertijd… hoe zit dat met de klok?

Wintertijd: je wint er tijd mee, dus de klok gaat een uur achteruit
Zomertijd: voorjaar, dus de klok gaat een uur naar voren

Of ‘nooit op zondag winkelen’