Het begin van een verhaal - Goed?

Als ik aan mezelf denk, denk ik aan een lief, stijlvol, gek meisje. Maar zien andere mij ook zo? Begrijpen ze mijn gedrag, kledingstijl en muziekstijl? Wat vinden ze van mij? Doelloos zat ik op bed. Ik stopte de oordopjes van mijn oude mobieltje in mijn oren en zette een liedje op. Het was geen gewoon liedje. Tenminste, dat zouden veel mensen vinden. Het was een rockliedje. En dat is volgens veel leeftijdsgenoten anders, of niet? Wanneer is trouwens iets ‘anders’ of ‘apart’? Ik zette de muziek iets harder en ging liggen. Ik sloot mijn ogen om mijn tranen binnen te houden. Ik heb alles zo verpest dit jaar, alles is zo veranderd. Ik maakte een vuist van mijn hand en beet op mijn lip. Het liefst wilde ik gillen, maar dat kon niet. Dan ging mijn vader weer zeuren, wat best logisch is. Wie gaat er nou zomaar gillen? Dat gebeurt alleen in films. Ik wou dat mensen me accepteerden. Dat mijn cijfers niet zo verkloot waren en dat het thuis ook gewoon normaal was. Zie je, daar kwam het woord weer: ‘Normaal’. Wanneer is iets normaal? Stelde ik mezelf de vraag. Ben ik normaal? Vast niet, niemand is normaal. Er verscheen een minuscuul glimlachje op mijn gezicht. Ik opende mijn ogen en stond op van mijn bed. Mijn oordopjes deed ik uit, zonder de muziek op pauze te zetten. Ik liet mijn mobiel achter op mijn bed. Ik liep naar de spiegel, die schuin tegenover mijn bed stond en bekeek mezelf. Ik had lichtgolvende, blonde haren, donkerbruine ogen en een lichte huid. Ik was deels Italiaans, maar dat zag je niet als je het niet wist. Dat vond ik jammer, want ik was trots op mijn afkomst. Ik draaide een kwartslag en bekeek mezelf van de zijkant. Wat dat betreft had ik ook niks: Geen vormen. Ook zo rot, want voor jongens geld: Als je tieten hebt en een kont, ben je ‘lekker’. Een sarcastische lachje kwam uit mijn mond en ik schudde mijn hoofd. ‘’Sukkels.’’ Kwam er zachtjes uit mijn mond.
Ik was zeker niet ongelukkig met mezelf. Maar ik was wel een beetje onzeker. Ik liep naar mijn bed en pakte mijn telefoon. Mijn oordopjes deed ik terug in mijn oren en zette de muziek nog harder dan die al stond. Ik bleef staan waar ik stond, bijna midden in mijn kamer, en sloot mijn ogen. Het liefst wilde ik stampen op de grond, of tegen iets aantrappen. Maar dat kon ook niet. Ik wilde alles vergeten, helemaal gelukkig zijn, dat was ik eigenlijk niet helemaal. Ik bedoel, ik ben wel gelukkig, maar er zijn gelukkigere mensen.
Ik ging aan mijn bureau zitten en zette mijn laptop aan. ‘’Noëmi!’’ Ik zuchtte en liep de gang op. ‘’Wil je dit voor mij even op de post doen?’’ Riep mijn vader benden aan de trap. Ik zuchtte. ‘’Is goed.’’ Zei ik lichtelijk geïrriteerd. Ik liep terug mijn kamer in en zette mijn laptop op slaapstand. Ik liep naar beneden en deed mijn schoenen aan. Mijn vader deed de kamer deur open en gaf me een envelop. ‘’Overige postcodes, neem je sleutels mee.’’ Ik nam de envelop aan en knikte. Zonder jas, want het was volgens mij niet koud, liep ik naar buiten.

Ik had me vergist, het was wel koud buiten, maar ik had geen zin om terug te gaan en mijn jas te halen. Al was ik niet ver van huis. Ik liep de straat uit. Ik sloeg mijn armen om me heen om het warmer te krijgen. Nederland was ook zo’n rotland, nooit was het mooi weer. Dacht ik bij mezelf. Ik liep langs een paar jongens, ik schatte ze ongeveer 2 jaar ouder als ik, 16/17. Ik liep stug door, anders gingen ze vast dingen roepen. Af en toe keek ik naar ze, heel snel, want ik wilde geen oogcontact maken. De jongens rookten en waarschijnlijk blowden er ook een paar jongens. Ik beet op mijn lip en kneep in de envelop. Zelf had ik ook weleens gerookt. Dat is ongeveer vier weken geleden. Het was met een groepje waar ik niet zo goed mee kon opschieten, maar een goede vriendin had daar wel vrienden. Een sigaret ging rond, sommige namen een trekje en sommige niet. Toen kwam die bij mij, ik twijfelde. ‘’Durf je niet?’’ Vroeg een meisje spottend. Ik gaf geen antwoord. Ik keek mijn vriendin aan, die geen trekje had genomen, en een paar andere. Sommige knikte en ik pakte de sigaret aan. Langzaam bracht ik de sigaret naar mijn mond en nam een soort van trekje. Ik maakte een kokhalzende beweging en gaf hem direct door. Vieze troep vond ik het. Die avond had ik informatie opgezocht, over wat sigaretten met je deden en wat de gevolgen waren. Ik wist dat je er gele tanden van kon krijgen en een grauwe huid en nog veel ergere dingen. Maar de zogenaamde ‘voordelen’ waren niet slecht. De belangrijkste voor mij was dat het de stress kan verminderen. Twee dagen later stond ik in een steegje dichtbij het winkelcentrum. Ik had een sigaret in mijn hand en blies wat rook uit. Ik had sigaretten van een klasgenoot gekregen en dat was de eerste keer dat ik het echt wilde proberen. Vanaf toen ging ik het vaker doen. De Dat ik niet betrapt moest worden maakte het spannend en als ik dan mijn eerste trekje had genomen, werd ik rustig. Ik rookte vaak nadat er iets vervelends was gebeurt of dat ik me rot voelde. Gelukkig rookte ik mijn sigaretten nooit op, dat kon ik niet, dan voelde ik me schuldig. Maar af en toe, heb ik nog wel behoefte. Maar ik rook niet meer.
Het viel me op dat ik veel langzamer was gaan lopen. Ik veranderde van gedachte en liep snel door. Ik kwam gauw bij de brievenbus aan en stopte de envelop in het gleufje van overige postcodes. Ik zuchtte, nu moest ik weer langs die jongens. Ik besloot een andere weg te nemen, die wel iets langer was, maar dan hoefde ik niet meer langs de jongens.

Ik stak mijn sleutels in het sleutelgat en maakte de deur open. ‘’Ik ben er weer!’’ Riep ik door het huis en ik schopte mijn schoenen uit. Ik liep de huiskamer in en liet mezelf vallen op de bank. Mijn vader was bezig met het eten. ‘’Wat eten we?’’ Vroeg ik terwijl ik naar een programma over zwangere tieners keek. ‘’Pasta, wil je even je zusje gaan halen buiten?’’ Mijn vader keek mij niet aan. ‘’Godverdomme, moet ik weer!’’ Schreeuwde ik. Mijn vader keek me boos aan. ‘’Oké, ik ga al.’’ Ik zette met veel moeite de televisie uit en liep naar de gang en deed mijn schoenen aan. ‘’Waar is ze?’’ Riep ik geïrriteerd. ‘’Ja, weet ik niet, daarom moet je haar zoeken.’’ Zei mijn vader. Ik rolde met mijn ogen en zonder antwoord te geven pakte ik mijn jas van de kapstok en liep naar buiten. Met een harde klap deed ik de voordeur dicht. ‘’Shit, sleutels vergeten…’’ fluisterde ik. Na even twijfelen of ik moest aanbellen om ze te pakken, haalde ik mijn schouders op en liep door. Ik was drie keer de straat doorgelopen en bij het voetbalveldje gaan kijken, toen ik haar vond. Mijn boosheid reageerde ik op haar af, niet heel slim. ‘’Louïsa! Kom hier, waarom ben je nooit op tijd thuis? Je bent verdomme bijna tien!’’ Ik kneep in mijn zus haar arm en trok haar weg van haar vriendinnen. ‘’Doe normaal, je bent mijn moeder niet!’’ Schreeuwde ze. ‘’Hou je mond, we gaan eten.’’ Zei ik nors. Ik liep naar huis en verwachtte dat Louïsa achter me aan liep. Na even aarzelen deed ze dat ook.
Ik belde aan en even later kwam Louïsa ook aangelopen. Geïrriteerd deed mijn vader open en ik liep naar binnen. Ik ging op de trap zitten om mijn schoenen aan te doen. ‘’Pappa, Noëmi kneep me, omdat ik te laat was.’’ Ik stopte waar ik mee bezig was een keek mijn vader aan. ‘’Waarom deed je dat?’’ Ik sloeg mijn ogen neer. ‘’Sorry Louïsa.’’ Zei ik, terwijl ik mijn andere schoen ook uit deed. ‘’’Nou, kom snel eten.’’ Zei mijn vader. Hij liep de woonkamer in. Louïsa en ik liepen hem achterna en gingen aan tafel zitten. Ik glimlachte naar Louïse en zei lachte terug. ‘’Sorry.’’ Zei ik nog een keer.

Mijn wekker maakte mij wakker uit een vreemde droom. Ik bleef nog vijftien minuten liggen, nadenkend over mijn droom en over vandaag. Vandaag was het maandag. De tijd ging langzaam, dat was fijn want ik was nog heel moe. Toch waren de vijftien minuutjes een keer voorbij. Slaperig stapte ik uit bed en liep naar de badkamer. Ik deed de douche aan en kleedde mezelf uit. Ik ging onder de veel te hete douche staan, maar het kon mij niks schelen. Ik smeerde shampoo in mijn haar. Mijn gedachte zaten vast in mijn droom. Ik droomde dat iedereen waarvan ik hield heel klein was, terwijl ik zelf heel groot was. Ik kon iedereen vertrappen als ik niet oppaste. Het maakte bang. Mijn vader, mijn moeder, mijn zus, mijn vriendinnen en zelfs de jongen die ik leuk vond was klein. Ik probeerde te bedenken waar de droom vandaan kwam. Als ik de mensen vertrapten, waren ze dood, dan had ik ze iets aangedaan. Misschien raakte ik de mensen kwijt, waren zo boos op me of waren ze teleurgesteld? Dat laatste kon best. Ik spoelde de shampoo uit mijn haren. Teleurgesteld in wie ik ben, wat ik heb gedaan of mijn schoolcijfers? Ik sloeg mijn ogen neer en zeepte mezelf in met badschuim. Ik kon wel huilen, maar ik was te moe om te huilen. Het water spoelde de badschuim van me af. Eigenlijk wilde ik ook niet huilen, ik wilde vrolijk zijn. Ik wilde niet dat andere mensen zagen dat ik verdrietig was. Op school was ik vrolijk en ook thuis. Maar als ik alleen was, dan niet. Maar bijna nooit huilde ik, alles zat van binnen. Ik deed de douche uit en stapte uit de douche om mezelf af te drogen. Ik liep mijn kamer in om me aan te kleden. Ik deed een spijkerbroek aan, een donkerblauw hemdje met daaroverheen een zwart colbert. Ik liep naar beneden. Het was kwart voor zeven en nog niemand was wakker. Ik at op schooldagen altijd alleen. Soms vond ik dat best vervelend. Ik at en maakte me daarna klaar voor school. Rond acht uur was ik klaar om naar school te gaan.
Ik fietste naar school. Onderweg kwam ik een vriendin tegen, Isa heette ze. ‘’Hey!’’ Ze trapte iets door en kwam naast mij fietsen. ‘’Hoi.’’ Zei ze. ‘’Leuk weekend gehad?’’ Vroeg ze. ‘’Ja hoor, en jij?’’ Ik kreeg geen antwoord. Isa pakte iets uit de tas die ze om haar schouder had. Ze haalde een knalroze aansteker te voorschijn en een pakje sigaretten waaruit ze met moeite een sigaret uit peuterde. ‘’Wil je ook?’’ Ze stak het pakje naar me uit. ‘’Ben je gek!?’’ Ik trapte op mijn rem. Ik kwam meteen tot stilstand en een fietser achter ons slingerde langs ons. ‘’Dom kind!’’ Schreeuwde de fietser en trapte snel door. Ik boeide mij niet en ik fietste een stukje door naar waar Isa ook was gestopt. ‘’Sinds wanneer rook jij? Ik keek haar verbaasd aan. ‘’Sinds vrijdag, mijn neef bood me er eentje aan en toen gaf hij me een pakje…’’ Isa vertelde het me alsof het de normaalste zaak van de wereld was. ‘’Maar waarom?’’ Vroeg ik. Nog steeds met veel ongeloof. ‘’Zou jij moeten weten, jij hebt zelf gerookt. Wil je nou of niet? ’’ Isa hield het pakje voor mijn neus. ‘’Nee bedankt. Niet nu.’’ Ik sloeg mijn ogen neer. Zonder een woord te wisselen fietsten we verder naar school.

De sfeer tussen ons op school was gespannen. Ik wist niet waarom, ik had toch niks verkeerd gedaan? Een vriendin van ons merkte het onder de les op. Ik zat naast haar. ‘’Wat is er tussen jou en Isa aan de hand? ‘’ Ik keek op van mijn schrift waarin ik duizenden hartjes tekende. ‘’Ik weet het niet, vraag zelf maar.’’ Ik zuchtte. Mijn vriendin draaide haar hoofd naar het tafeltjes schuin achter ons, waar Isa zat. ‘’Isa, wat is er tussen jou en Noëmi aan de hand?’’ Fluisterde ze. Isa keek op. ‘’Dionne en Isa! Ga aan het werk.’’ Dionne boog zich weer over haar schrift. ‘’We hebben het er in de pauze wel over.’’ Fluisterde ik. Dionne knikte.

Het derde uur was voorbij, dat betekende dat het pauze was. Dionne, Isa, ik en nog twee andere meisjes gingen aan een tafel zitten. Ik kon alleen maar voor me uitstaren, ik maakte me zorgen. Ik maakte me zorgen om Isa, om mezelf, om school en om mijn ouders. ‘’Ik ga even naar mijn kluisje.’’ Isa stond op en liep weg. Verbaasd keken Dionne en de andere elkaar aan. Ik bedacht me geen moment en liep achter Isa aan. ‘’Isa!’’ Riep ik. Isa keek om. ‘’Je gaat roken, toch?’’ Fluisterde ik, nadat ik naast haar was komen staan. ‘’Nee, ik ging echt naar mijn kluis. Maar waar maak jij je zorgen om? Je rookt zelf.’’ Ik sloeg mijn ogen neer. ‘’Maar als je wilt roken nu vind ik het best.’’ Ik keek op. Zonder antwoord te geven liep ik achter Isa aan naar buiten. We liepen voorbij de fietsenrekken en gingen ergens staan waar niemand ons zou zien. Hier gingen wel vaker mensen roken. Er kwam een jongen uit de bovenbouw aanlopen. ‘’Zozo, nu al roken? Niet erg slim.’’ Zei de jongen sarcastisch. Isa en ik negeerde de jongen en Isa deed een sigaret in haar mond en stak ‘m aan. Ik keek naar hoe de jongen zijn sigaret aanstak. Hij lachte spottend naar me. ‘’Hier.’’ Isa gaf mij haar sigaret. Langzaam nam ik een trekje. Ik werd rustig. Ik sloot mijn ogen en blies langzaam uit, ‘’Druk op het dingetje bovenaan.’’ Ik keek naar een blauw rondje op de sigaret. Ik drukte erop en ik hoorde een zachte klik. Isa knikte. Ik nam nog een trekje. Ik proefde een pepermunt smaak, dat smaakte veel beter. Weer blies ik uit een gaf de sigaret weer aan Isa. Mijn gedachte veranderde. ‘’Isa, je maakt jezelf kapot. Shit, ik ben zo dom!’’ Ik schudde mijn hoofd. De jongen keek me verbaasd aan. ‘’Meisje, rustig. Nog nooit gerookt?’’ Ik keek de jongen ernstig aan. ‘’Jawel, maar…’’ Verward liep ik weg. Met een snel tempo liep ik de aula in en haalde een pakje kauwgum uit mijn tas. ‘’Mag ik ook?’’ Vroeg Bianca, een vriendin van mij. Ik gooide het pakje naar haar en zonder na te denken pakte ik mijn tas en liep naar de administratie. ‘’Mevrouw, ik voel me niet lekker.’’ Ik stond in de deuropening en Mevrouw Groen keek me bezorgd aan. ‘’Wat is er aan de hand?’’ Ik liep naar binnen en ging op een stoel zitten. ‘’Ik heb hoofdpijn en buikpijn, ik word denk ik ongesteld.’’ Ik sloeg mijn ogen neer. Ik was niet goed in liegen en ik was bang dat ze het merkte. ‘’Zal ik je moeder maar bellen dan?’’ Ze keek in mijn leerlingendossier. ‘’Ja, graag.’’ Mevrouw Groen keek mij raar aan maar deed toch wat ik zei en even later vertelde ze me dat ik mocht gaan. Ik pakte mijn tas en liep naar de deur. ‘’Dankjewel.’’ Zei ik en ik liep door.
Op de fiets had ik de moeite om niet te huilen. Ik heb alles zo verpest, ik haatte mezelf. Toen ik thuis was rende ik gelijk naar boven. Ik ging met kleding, make-up en al, in bed liggen.
Mijn ouders waren een jaar geleden uit elkaar gegaan. Ik voelde me nog steeds rot. Ik had heel de zomervakantie gehuild en liefde bestond voor mij niet meer. Nog steeds voelde ik me er rot over. Mijn moeder kwam al snel bij mij kijken. ‘’Hey liefje, gaat het wel?’’ Ze kwam op de rand van mijn bed zitten en haalde de deken van mij af. ‘’Het gaat wel, ik heb hoofdpijn.’’ Ineens realiseerde me dat ik waarschijnlijk naar rook stonk. ‘’Mam. Mag ik een kopje thee?’’ Verzon ik snel. Ik probeerde te klinken alsof ik keelpijn had. ‘’Natuurlijk, ik kom het zo brengen ja?’’ Ze stond op van mijn bed en liep naar beneden. Ik liep de badkamer in en gooide mijn kleding in de was. Ik liet het bad vollopen en ging er in liggen. Een bad was voor mij echt een luxe. Mijn vader had geen bad, mijn moeder wel. Het bad stoomde bijna over van het schuim dus ik draaide de kraan dicht. Ik hoorde dat mijn moeder de trap op kwam lopen. ‘’Mam, ik ben hier.’’ Zei ik zachtjes. Mijn moeder opende de badkamer deur. Ze had een dienblad in haar andere hand, daarop stond een kopje thee, een boterham en een schaaltje met fruit. ‘’Alsjeblieft. Doe je voorzichtig met de thee?’’ Ik knikte en gaf haar een kus. Mijn moeder liep weer naar beneden.
Mijn moeder was zo lief, ik voelde me schuldig, dat ik zoveel heb gerookt. Zelfs omdat ik loog over dat ik ziek was. Ik deed mijn ogen dicht en at een stukje mango. Ik zou het nooit meer doen, beloofde ik mezelf, voor mijn ouders, voor mezelf. Er verscheen een glimlach op mijn gezicht. Echt nooit meer.
Ik werd rustig van het warme water en de lekkere geur van het badschuim. Zie je, ik heb geen sigaretten nodig om rustig te worden. Er verscheen een lach op mijn gezicht en ik deed mijn ogen dicht. Vervolgens liet ik mijn haar in het water vallen.

Ruim een half uur later zat ik op de bank, het was ongeveer kwart voor drie. Mijn moeder was een boek aan het lezen. ‘’Mam, mag ik bij jou slapen vanavond?’’ Mijn moeder keek op van haar boek. ‘’Ja natuurlijk, dat mag altijd, maar heb je wel al je spullen hier?’’
‘’Ja, er liggen nog wat kleren hier en wat make-up. En de rest heb ik altijd hier.’’ Mijn moeder legde haar boek weg. ‘’Oké, is goed. Maar wil je wel even papa bellen en heb je de juiste boeken wel voor morgen?’’
‘’Nou, moet ik morgen naar school?’’ Ik probeerde extra zielig te klinken. ‘’Nou, blijf maar thuis dan, maar Mark komt wel morgenmiddag langs, hij blijft slapen. En ik wil dat je huiswerk maakt.’’
Ik trok mijn knieën op de bank. ‘’Komt wel goed.’’ Zei ik.
Ik stond op van de bank. ‘’Mam, ik ga even op bed liggen, ik ben moe.’’ Ik gaf mijn moeder een kus en liep naar boven. Ik was echt moe. Al snel nadat ik in bed lag, viel ik in slaap.

Voorzichtig opende ik mijn ogen. Ik ging zitten. Het viel me gelijk op dat ik barstende hoofdpijn had. Ik wreef mijn hand over mijn voorhoofd en stapte uit bed. Ik wierp snel een blik op mijn wekker en liep richting de badkamer. Het was al half 11, mijn moeder was al weg.
Ik keek in de spiegel, mijn gezicht was vettig en ik zette de kraan aan om mijn gezicht nat te kunnen maken. Ik droogde mijn gezicht af en borstelde mijn haren. Ik liep weer terug naar mijn kamer om iets aan te trekken.
Ik trok de rits van mijn vest wat dichter en liep de trap af naar de woonkamer.
In de keuken wilde ik de koelkast opentrekken toen ik zag dat er een briefje op de koelkast was geplakt: ‘’Hoe is het met je? Ik heb je vader gisteravond even gebeld dat je hier bent. Mark komt om ongeveer half 1. Doe rustig aan en maak wel je huiswerk. Tot vanmiddag, liefs mam.’’
Ik zuchtte en maakte de koelkast open. Ik had helemaal geen zin in Mark. Ik heb hem een keer gezien, toen kwam die langs en bleef eten. Hij was wel aardig, maar soms iets te aardig. Dan knipoogde hij naar me, of legde zijn hand op mijn schouder. Ik vond het maar eng, maar had niks tegen mijn moeder gezegd. Ik wilde dat ze gelukkig was, ze had namelijk al zoveel tegenslagen gehad dit jaar.

Ik had mijn bakje met yoghurt en frambozen op en zette het schaaltje in de vaatwasser. Het was al half 12, dus ik moest zorgen dat ik aangekleed was, voordat Mark kwam.
Ik rende naar de badkamer om mezelf op te frissen.

Ik was om tien voor half 1 aangekleed en wel, maar ik had gewoon iets simpels aan. Ik wilde net op de bank gaan zitten toen de bel ging. Mark was er. Ik liep naar de gang om open te doen. ‘’Hey, Noëmi!’’ Mark hield zijn hand op, waarschijnlijk verwachte hij dat ik hem een highfive zou geven. Grijnzend keek hij me aan. Langzaam gaf ik Mark een highfive. Mark liep naar binnen. ‘’Lekker Enthousiast No!’’ Ik vond het raar dat Mark mij ‘No’ noemde, niemand deed dat, behalve Dionne, Isa, Nicole en nog een paar. ‘’Ik ben ziek.’’ Zei ik ongeïnteresseerd. Ik liep naar de boven. ‘’Ik ga mijn huiswerk maken, doe alsof je thuis bent.’’ Riep ik en liep mijn kamer in. Ik sloeg de deur dicht en ging aan bureau zitten. Ik pakte mijn mobiel om muziek te luisteren. Ik wilde niks met Mark te maken hebben. Ik was blij voor mama, maar had ze niet iemand anders kunnen kiezen? Mark deed anders tegen mij dan tegen mama, tegen mijn moeder was hij veel serieuzer. Misschien dat ze daarom niet zag dat hij raar was. Ik pakte mijn wiskunde schrift, ik tekende wat hartjes in mijn schrift.
Na een tijdje hoorde ik door mijn harde muziek heen, Mark zijn zware voetstappen op de trap. Oh nee, hij kwam naar boven. Ik sloeg een bladzijde om in mijn schrift, waar allemaal formules stonden. Mijn kamerdeur vloog open en in de deuropening stond Mark. Hij kwam achter me staan en keek over mijn schouder naar de formules in mijn schrift. ‘’Lukt het met wiskunde?’’ Hij legde zijn handen op mijn schouders, ik durfde niet te bewegen. ‘’Ja hoor.’’ Kreeg ik er met moeite uit. ‘’Moet ik je helpen?’’ Zei hij, terwijl hij over mijn schouders wreef. Ik wist gewoon dat hij naar de bandjes van mijn beha zocht. ‘’Ik wil even…’’ Ik kreeg geen woorden meer uit mijn keel, mijn adem stokte. Mark zijn handen bewogen naar voren. Ik kon niet bewegen, ik wilde wel, maar ik durfde en kon het niet. Marks vingers gingen lager en lager. ‘’Is er iets?’’ Vroeg Mark zacht. ‘’Mark stop!’’ Schreeuwde ik.
Op dat moment hoorde ik de voordeur opengaan. Ik zuchtte van opluchting en Mark liet me los. Hij rende de trap af naar de gang. En ik, ik stond langzaam op van mij stoel, liet me op bed vallen en bewoog niet. Tranen rolden over mijn wangen, ik was in shock.

zo’n lange lap nodigt niet erg uit, je kan het beter in kleine stukjes platsen. verder maak je een paar standaard foutjes met als en dan en dat soort dingen, al heb ik niet je hele stuk gelezen. Als je het in kleinere stukjes zou plaatsen zou ik het wel lezen denk ik maar zo niet.

oh okee, bedankt x