Heimwee [verhaal]

Dit verhaal hoort eigenlijk niet echt thuis op een site als deze, omdat het ‘drama’ is, maar ik zou toch graag een paar verschillende meningen horen om een idee te krijgen wat de mensen er van vinden.
Kritiek is dus meer dan welkom.

De titel wordt later nog veranderd, want ik vind dat je pas een titel aan een verhaal/boek kan geven als het af is.
Het gaat over een meisje van 16 wiens moeder met haar gevlucht is voor de oorlog in ex-joegoslavië (ik doe mijn eindwerk hierover en ben daarom van plan er een verhaal over te schrijven…)
Haar moeder praat niet over vroeger en heeft alle banden met het verleden gebroken. Ze heeft het hoofpersonage alleen verteld dat ze geen vader meer heeft, dat die is omgekomen bij een bomaanslag.
Het meisje groeit dus op met alleen een moeder en een heleboel vragen over haar thuisland en familie.
Beetje bij beetje komt ze hierover meer te weten en ontdekt ze een pijnlijk familiegeheim.
De rest wordt vanzelf wel duidelijk…

Hoofdstuk 1
Voorzichtig gaf de zon haar laatste stukje warmte af.
Ik slenterde tussen de appartementsblokken door, en voelde hoe ze zich als een deken langzaam over mijn rug uitspreidde.
Mijn schaduw danste als een kind voor me uit, en ik glimlachte.
Ik hield van de vroege lentes in Eindhoven; vooral in de late namiddag, als ik van school naar huis liep. Meestal waren de straten dan leeg, en merkte je niet eens op dat de jongeren er ’s avonds één grote vuilnisbelt van maakten.
Door de lichtoranje schijn kreeg alles een vredige uitstraling.
Ik probeerde mijn vingers te bewegen in mijn dunne grijze handschoentjes, maar ze voelden klam aan. Net als wanneer je uren in de sneeuw had lopen spelen.
De maartse kou prikkelde mijn neus en ik ademde de avond in.
Mijn flatgebouw lag er even schijnheilig als altijd bij. Duizenden bloembakken op de balkons keken onwetend de wereld in. De zon weerspiegelde zich in de ramen, en verdoezelde de stilaan afgebladerde muren.
Wie dacht er op zo’n moment bij na dat de meeste mensen in het gebouw meer hadden meegemaakt dat 10 doodgewone Nederlanders over heel hun leven?
De man die achter het 3de raam op 5 hoog rustig zijn krantje zat te lezen, had misschien wel zijn familie verloren tijdens de genocide in Rwanda. De oude vrouw die achter het 7de raam op de 2de verdieping haar planten water gaf, was misschien wel groot geworden door het eten uit vuilnisbakken vissen in een klein, arm dorpje in Polen.
Het koppel dat achter het 11de raam op de 4de vierdieping in stilte zat te eten, hadden misschien niet een de zekerheid dat ze hier konden blijven omdat ze geen papieren hadden. Wie wist wat de toekomst voor hen zou brengen…?
En de kinderen die beneden op het pleintje onschuldig liepen te voetballen, wat kwam er later van hun terecht? Was er iemand die zich om hen bekommerde?
Ik liep door de eeuwig muffe gang en nam de trap op naar boven.
Liften gaven me een klaustrofobisch gevoel, omdat ik niet zonder ademruimte kon. En stel je voor dat dat ding een vast kwam te zitten, en niemand je kon horen? Terwijl je vastgenageld zat tussen boven en beneden, zonder stem?
Ik huiverde. Ik had het eens meegemaakt als kind; toen ik zo eigenwijs was geweest om de lift te nemen, terwijl mama de trap nam. Toen ik de benedenverdieping bereikte, ging de deur niet meer open. Ik begon te kloppen, en te schreeuwen, en uiteindelijk te huilen, omdat ik dacht dat niemand me er ooit nog uit zou halen. Ik was in het hoekje van de lift gaan zitten, en had m’n knuffel Ivan zachtjes tegen me aangedrukt.
Uit het niets zag ik toen een klein lichtje me tegemoet lachen. Een jonge man met een blauwe overal stak glimlachend zijn hoofd de lift in. Achter hem stond mijn moeder met haar armen over elkaar naar hem te kijken. Ik liep huilend naar haar toe en ze hield me stevig vast in haar koude, tengere armen. Toen heeft ze die jongen nog een halfuur staan uitschelden voor het vuil van de straat, en ondanks dat hij haar niet kon verstaan zag ik bij elk woord zijn gezicht nog meer in één krimpen. Hij had nogmaals geprobeerd haar uit te leggen dat het om een technishe storing ging, maar daar had mama geen oren naar. Boos trok ze me aan mijn arm mee naar buiten. ‘Neem NOOIT nog de lift, hoor je me?!’ had ze me bijna fluisterend gezegd.
Die arme jongen, dacht ik nu, met een hypocriet lachje om mijn mond.

Sigarettenlucht drong als een onweerswolk mijn neus binnen en deed mijn ogen prikken, toen ik de deur van onze flat opendeed.
Mama zat aan de keukentafel, met een kop koffie en 2 lege pakjes marlboro.
Ik zuchtte, omdat ik niet wou wéten hoe lang ze daar al zat.
Met een sombere blik keek ze uit het raam. Ik wist dat ze aan papa dacht, dat zag ik aan de rimpels die zich boven elkaar diep in haar voorhoofd gekerfd hadden.
Ook zag ik hoe de 2 oceanen achter haar ogen netjes hun tijd afwachtten.
Een denkbeeldige traan gleed als een onschuldig watervalletje over haar wang naar beneden.
Maar mama’s ogen bleven droog. Altijd.

mooi geschreven.
verder