Haat (verhaal)

Ik kijk op mij horloge. Tien over acht! “Shit nog maar vijf minuten.”
Gauw ren ik de school binnen. Ik ren hard door de school heen, iedereen moet voor mij aan de kant gaan. Ik kan niet weer bij Engels te laat komen.
Weer kijk op mij horloge, de seconde wijzer gaat langzaam de twaalf voorbij.
BOEM. Hard bots ik tegen iemand op en val ik op de grond.
"kijk uit je doppen ja!’’ snauw ik.
er klinkt gelach, “Jij ook te laat?” vraagt Wes en reikt zijn hand uit.
“Uhh…” verlegen staar ik Wes aan. Ik voel dat mijn wangen gaan blozen.
Wes glimlacht “Pak je mijn hand nog aan of ben je bang dat ik hem niet meer terug geef?”
Ik schiet in de lach en pak zijn hand aan. “Sorry van mijn reactie net.”
"geef niet, zal ik mee lopen naar je kluis?
“Maar dan kom je te laat.”
Wes kijkt naar de klok in de gang “als we snel zijn kunnen we nog op tijd komen”
Voordat ik wat kan zeggen pakt Wes mijn hand en trekt me mee naar mijn kluisje.
“Hoe weet je waar mijn kluisje zit?”
Wes grijnst. “Ik weet alles over jou.”
Verbaast kijk ik hem aan maar ga er verder niet op in. gauw verwissel ik mijn boeken.

Net als we het lokaal binnen komen gaat de bel.
“Wes en Lenthe ga gauw zitten.” Zegt mevrouw Brown.
Snel ga ik naast op mijn vaste plek zitten naast Madelief. Mijn beste vriendin.
“Wat speelt er tussen jou en Wes?” vraagt Madelief grijzend.
“Niks, Hoezo?”
“hij zit de hele tijd zo naar je te staren.”
“Echt!” snel draai ik me om, maar Wes kijkt gewoon naar de uitleg van Mevrouw Brown.
Madelief schiet in de lach “ik wou kijken hoe verliefd je nog op hem bent.”
Ik geef Madelief een duw “wat ben je toch flauw!”
Madelief lacht “pssst wes!” roept madelief fluisterend
Zoekend kijkt Wes de klas rond.
“hier!” roept ze wat harder.
Wes keert zich tot Madelief. “ja?”
Ik geef Madelief een harde schop onder de tafel. “Wat ben je van plan?”
Madelief grijnst. “zou jij met Lenthe een…”
Ik geef Madelief weer een harde schop.
“Aah!” roep ze uit.
“Lenthe en madelief jullie storen!” zegt mevrouw Brown geïrriteerd
" We hadden het over hele belangrijke zaken mevrouw!" roept Madelief.
Mevrouw Brown slaat haar armen over elkaar " oja? wat dan?"
" Ik vroeg wat aan Wes voor Lenthe."
“Lenthe kan toch makkelijk voor zelf iets vragen.”
Madelief schud haar hoofd “Lenthe is een beetje verlegen”
Mevrouw Brown glimlacht “Dat hebben we allemaal wel eens.”
“Mevrouw mag ze het nu vragen?”
Mijn ogen worden groot is Madelief gek geworden!
Ik zie dat mevrouw Brown twijfelt. “Oke, maar dan moet het wel in het Engels.”
Ik slik Engels is mijn slechts vak!
Madelief geeft mij een duw “Dit is je kans.”
De hele klas staart me aan nu kan ik er niet meer onder uit komen.
"Komt er nog wat van!"roept Levi de beste vriend van Wes.
Mijn handen en benen beginnen te trillen “W-would you like to do something together? Zeg ik op mijn beste Engels.
De hele klas begint te joelen.
“In het Engels terug antwoorden Wes!” Zegt mevrouw Brown
'Do you… uuh mean a date?” Zegt Wes in zijn slechte Engels.
“Ja, als jij dat wilt.”
“In het Engels Lenthe!”
“Uhh Yes, if you that want.”
Het blijft even stil. “Yes, is good.”
Opgelucht haal ik adem.

Het verhaal opzich is leuk! Het zou alleen handig zijn als je niet na bijna elke zin een enter plaats. Hierdoor wordt het minder overzichtelijk en wordt het lastiger om het verhaal te lezen. :hugs:

oke bedankt voor de tip!

In de pauze komt Jade op mij afgerend “hoe gênant was dat!” zegt ze lachend
“Heel gênant!” en ik kijk boos naar Madelief.
“Hee door mij heb je wel een date!” zegt ze lachend “Als het aan jou lag zou je hem over dertig jaar nog steeds niet vragen!”
Ik kijk naar de grond. Dat is waar maar ik ben nou eenmaal niet zoals haar of Jade. Gelukkig ben ik weer niet zo als Charlie want die loopt altijd iedereen achter na en heeft geen eigen mening.
“Ik vind het wel echt super leuk voor je!” zegt Madelief
“Ja echt wel!” zegt Charlie die er bij is komen staan.
Madelief kijkt naar Jade “vind jij het niet leuk voor Lenthe?”
Jade haalt haar schouders op “mwhaa.”
“Jade is jaloers!” roept Charlie.
“Pardon! echt niet!” roept Jade uit. “maar hoe weet je of het geen grap is?”
" Een grap?" vragen we allen drie tegelijk.
“Zijn jullie het allemaal al weer vergeten?” Jade kijkt ons vragend aan.
“bedoel je die weddenschap in de eerste?” vraag Madelief.
“Ja!” roept Jade blij uit omdat eindelijk iemand haar snapt.
" Welke weddenschap?" vraag ik.
“Tussen Wes en Levi, wie het eerst een vriendin had.”
Ik schiet in de lach “dat was begin de eerste.”
“Ja dus? je kunt die twee nooit vertrouwen, en bovendien vroeg je Wes mee uit voor de hele klas hij stond onder druk.” Ik voel een steek in mijn maag. Daar heeft Jade een punt wat als hij nou niet wou en ja zei uit medelijden.
“Jade doe niet zo flauw! nu maak je Lenthe weer onzeker.” Zegt Madelief. “Wes heeft echt wel ja gezegd omdat hij jou leuk vindt.”
Jade grinnikt “Ja vast!”
“Je bent gewoon jaloers.” bijt Charlie haar toe.
“Echt niet! ik ben alleen bezorgd.”
Madelief en Charlie kijken elkaar even aan en dan proesten ze het uit
“jij bezorgd?” roept Madelief lachend.
“Lenthe, als die gozer je straks opzettelijk pijn doet, kom dan niet bij mij uithuilen. Ik heb je gewaarschuwd.”
“Prima! dan komt ze toch naar mij toen!” snauwt Madelief naar Jade.
Ik rol met mijn ogen dit gaat zo weer uit de hand lopen. Ook al zijn Madelief en Jade goeden vriendinnen, ze maken bijna over alles ruzie. Dat komt omdat ze zo verschillend zijn. Madelief, is zorgzaam en lief. Jade is heel anders ze heeft altijd haar mening klaar en is niet bang om hem te uiten. Of dat nou iemand pijn doet of niet dat kan haar niets schelen.
Jade wilt weer wat zeggen maar ik ben haar gauw voor.
“Jade het is heel lief dat je bezorgd bent, maar ik kan makkelijk voor mezelf zorgen.”
Jade mompelt nog wat onverstaanbaars maar gelukkig reageren Madelief en Charlie daar niet op.

“Vergeten jullie niet dat het huiswerk voor morgen opgave 12 t/m 26.” roept mevrouw van Grondelle ons na als we de klas uitlopen.
“We zijn uit!” Roept Madelief hard door de school en gooit haar armen in de lucht en doet een vreugdedansje.
Ik lach om haar “Ik ga er gauw van door! ik moet nog veel huiswerk maken.” zeg ik en ga gauw naar mijn kluis. Ik doe de boeken in mijn tas waar ik huiswerk voor heb en haast me naar de fietsen stalling.
Ik doe de sleutel in het slot en rij mijn fiets naar achter. SSSSSSSSSSSS klinkt er uit mijn achterste fietsband.
“Fijn mijn band is lek!” Ik ga op mijn knieën zitten om te kijken of ik het gat kan vinden.
“lukt het?” Vraagt Wes die blijkbaar zijn fiets naast mij heeft staan. Hij doet zijn sleutel in het slot.
"Mijn band is lek!"zeg ik zuchtend.
“Ik woon hier vijf minuten vandaan. Je zou met mij mee kunnen dan plak ik hem voor je.”
“dat zou heel fijn zijn!.”

Wes zit op zijn knieën en plakt mijn band.
“lukt het?” vraag ik.
Wes knikt “wmhaa, het is een groot gat ik denk dat planken maar even helpt.”
“Moet er een nieuwe band op?”
Wes knikt “Ik denk het wel.”
Ik zucht “maar dat dat hoe kan dat komen niet door glas toch?”
“Nee zeker niet, ik denk door met een mes of iets anders scherps.”
“Een mes?” ik krijg rilling op mijn rug “Wie doet nou weer zoiets.”
“Vast van die flauwe jongens uit de vierde.”
Ik knik.
Wes draait zich om en gaat weer verder.
Het blijft een tijdje stil. Zoon awkward stilte, dat je niet wat je moet zeggen en secondes lijken in een keer uren te duren.
“Lenthe…” verbreekt Wes de stilte. “zou het je leuk lijken om vanavond met z’n tweeën naar de film te gaan.”
Ik glimlach “ja leuk welke?”
"Dat is een verrassing .’ zegt Wes grijzend.
“Oké hoe laat?”
“half acht voor de bios?”
Ik knik “is goed!”
Wes glimlacht flauwtjes naar me en gaat weer verder.
Zie je wel jade had niet gelijk. Ik bedoel hij vroeg mij toch? dat is een teken, dat hij tenminste beetje interesse in mij heeft toch?
“Zo, klaar.”
“Is het gelukt?”
“Je komt er in ieder geval wel op thuis.”
Ik glimlach “je bent mij held.” zeg ik en vlieg hem om zijn hals.
Als ik hem los laat kijkt Wes me verbaast aan.
“uhh, sorry…” zeg ik. Ik voel dat m’n wangen weer rood worden.
Snel pak ik mijn fiets “Ik zie je vanavond” zeg ik en voordat Wes iets terug kan zeggen fiets ik snel weg.

Weer trek ik het blauwe jurk je over mijn hoofd. Ik heb hem zondag nieuw in de stad gekocht samen met mama. Toen vond ik hem erg leuk, maar nu vraag ik mezelf af waarom ik hem gekocht. Niet dat ik hem niet meer leuk vind, maar ik weet niet wat Wes er van zou vinden. Met een zucht doen ik hem weer uit en trek ik mijn spijkerbroek aan met twee gaten op de knieën aan met een effen top. Weer zucht ik diep en geef een harde trap tegen de kast. “Waarom ben ik geen Madelief of Jade die alles fantastisch staan!”
De duur van mijn kamer gaat open. Lex, mijn broer komt binnen gelopen. “Ik heb gehoord dat jij vandaag een date hebt, klopt dat?”
Ik zucht “Van wie heb je het gehoord Mama of Oma?”
“Dus het is waar!”
Ik knik.
“Je bent vijftien!” roept hij
“Ja, dus?”
“Wie is het? hoe oud is die? wat gaan jullie doen? en hoe laat?”
“Wes Leurs, hij is ook vijftien. En dat gaat je niets aan. want anders ga je ons achtervolgen.” Lex is net als een vader voor mij. Hij wilt mij altijd beschermen, en wilt altijd weten wat ik ga doen.
Lex grijnst"Dat is slim van je." Lex kom mijn kamer ingelopen, en geeft mij een kus op m’n wang. Hij fluistert in mijn oor: “Als die Wes je pijn doet krijgt hij met mij te maken.”
Ik rol met m’n ogen “Net of hij bang voor jou zou zijn.”
“Hé! Als iemand mijn zussie pijn doet dan word ik echt heel link hoor!” Zegt Lex zo stoer mogelijk en dan loopt hij de deur uit. Snel draait die zich om.“Als ik jou was zou ik die blauwe jurk aan doen. dan zal Wes wel op je moeten vallen.”
Ik glimlach Lex zou wel gelijk hebben hij is immers een jongen.
Gauw verkleed ik me weer. Als ik op de klok kijk zie ik dat het al tien voor acht is.
“Shit!” snel trek ik mijn laarsjes aan en sprint ik naar de trap af naar beneden.

Zuchten kijk ik op mijn horloge. “Het is al kwart over acht.” Ik kijk om me heen nog steeds geen Wes te bekennen. Zie je wel Jade had gelijk het was gewoon een grap. Ik loop het halletje naar buiten en doe mijn sleutel in mijn fiets.
“Hee Lenthe ga je nou al?”
Die stem klinkt me bekend maar het is niet die van Wes. Ik draai me om. “Levi wat doe jij hier?”
Levi grijnst “Ik kom in plaats van Wes.”
Ik frons. “Oké is dit een grap of…?”
“Kom, Lenthe de film begint zo.” Zegt hij en pakt mijn hand.
Gauw trek ik mijn hand los. “Waar is Wes?”
“Hij wilde niet meer?”
“waarom niet niet?” vraag ik teleurgesteld.
“Omdat hij geen zin had. En ik bedoel zeg nou zelf je hebt liever mij dan hem.” “Nee geen een van beiden. Wat een sukkels zijn jullie.” roep ik hard. Snel haal mijn fiets van de standaard en fiets hard weg.
"Ik ben toch veel beter af zonder jou!"schreeuwt Levi me hard achter na.
Hard fiets ik weg de bioscoop word steeds vager. Het begint al donker te worden en ik moet nog door het park. Als mijn ouders zouden weten dat ik hier in het donker nog zou fietsen zouden ze ontzettend boos worden. Lex trouwens ook. Maar als ik via de nieuwe woonwijk zou moeten dan ben ik tien minuten langer onderweg. Daar heb ik geen zin in. Langzaamhand fiets ik het prak ik. Naast het voetbalveld zit iemand op het bankje. Vast iemand die aan het hard lopen is en even uit rust stel ik mezelf gerust. Maar ergens ben ik bang dat het niet waar is dat hij mij staat op te wachten. Straks is het Levi die boos is. Dat ik hem heb laten zitten. Straks is het een oude vieze man. Bij die gedachten krijg ik rillingen over mij hele lichaam. Ik kan nog omdraaien. Maar dan ben ik een half uur langer onderweg. Ik zucht een keer diep en dan zet ik het op het trappen. Snel fiets ik het voetbalveld voor bij en komt de hij steeds dichterbij. Het is een iemand van mijn leeftijd. Hij heeft een must op wat logish is want het is nogal koud, maar ook heeft hij een zonnebril op wat ik niet snap want de zon schijnt niet eens. Het is midden in de winter! Een keer haal ik die adem, je kunt het Lenthe spreek ik mezelf toe. Hard fiets ik langs het bankje. Hij staat op en springt op mijn begage dragen. Ik sla een gil en slinger met mijn fiets.
“Fiets eens normaal! je bent geen klein kind!” Sits hij.
De stem komt me bekent voor maar ik kan er nu zo niet achter komen van wie.
“Luister goed! Jij laat Wes voortaan met rust hij is van mij!”
Weer gil ik hard.
“Ik hoop dat je mij gehoord hebt. Want anders ga je daar heel veel spijt van krijgen.”
“W-w-wie ben jij?” Stotter ik.
“Daisy.” Zegt hij en dan springt van m’n fiets af. “Ik hoop dat je het goed onthoud, LAAT WES MET RUST HIJ IS VAN MIJ!”
Ik slik, de tranen staan in mijn ogen. Zie je wel Lenthe je had niet het park in moeten gaan! zegt een stemmetje in mijn hoofd. Hard fiets ik door. Ik wil hier weg maar het is nog zeker tien minuten door het park. Ik draai me om te zien of hij er nog is. Het hele prak is leeg, het lijkt wel of er nooit iemand is geweest. Maar er was zeker wel iemand. Toch? Doordat ik voor me uit kijk waar ik fiets. Zie ik de grote uithangende tak niet en knal ik er hard tegen op. Hard val ik op het asfalt. Zachtjes begin ik te snikken.