Ghost Girl

Hey, ik ben GothicGirl en ik heb onlangs een verhaal geschreven, mijn zusje en vader vonden het erg goed maar ik ben er nog niet helemaal over uit. Vandaar dat ik hem hier ga plaatsen en dan kun jullie erop reageren. Als jullie hem goed vinden ga ik er daarna misschien nog mee verder.

Ghost Girl

Lief Dagboek,
Gistermiddag was het zover we zijn verhuisd naar dit kleine dorpje hier in Washington. Ik mis de zon, de warmte als ik de post uit onze brievenbus haal. Het zand tussen mijn tenen als Boris uitlaat op het strand. En natuurlijke mijn lieve kleine zusje met haar brabbel taaltje en haar handjes die naar alles schieten wat los en vast zit. Al die dingen zal ik voorlopig niet meer zien. Al die dingen zal ik niet meer horen en niet meer voelen. En het ergste van alles is dat er nieuwe dingen zullen komen. Als ik nu thuis zal komen is er niemand die met het eten op me zal wachten. Of iemand die aan me vraagt ‘’En hoe was je dag?’’. Nee Hareld zal ’s avonds laat pas thuis komen van z’n werk. En in het weekend zal hij waarschijnlijk moeten overwerken nu er een extra iemand bij komt waar geld voor nodig is. Zelf zou hij deze dingen natuurlijk nooit toegeven maar ik weet wel beter…

Hey mar, klonk Harelds opgewekte stem door de woonkamer. Lekker geslapen? Ja hoor, pap antwoordde ik nog een beetje suf van de lange reis. Ik pakte een stoel en ging bij hem aan de kleine ontbijttafel zitten. Hij schoof me een sleutelbos toe en toen ik hem vragend aankeek zei hij een beetje schaapachtig: Ik heb je auto al in de garage gezet, ik hoop dat het niet erg vind? Uh tuurlijk niet pap, bedankt. Ik pakte een pak cornflakes uit het keukenkastje boven ons en deed het in kom met wat melk erbij. Na een grote hap wierp ik een blik op de grote ronde klok aan de muur. Het was al bijna acht uur dus werkte ik snel m’n cornflakes naar binnen, pakte mijn rugzak uit de hal en schreeuwde dag pap terwijl ik de deur al open deed. Ik hoorde nog wat gemompel wat klonk als ‘’veel plezier op school’’ en sloeg de deur dicht.

De garage lag naast het kleine huis. De bakstenen muren waren ter loop van jaren bekleed met mos en je zag nu meer groen dan het oorspronkelijke bruin. Ik haalde de sleutel uit m’n broekzak te voorschijn en maakt de deur open. Daar stond ie dan de (voor mij) nieuwe auto, mijn auto om precies te zijn. Ik had hem van Hareld als cadeau voor m’n 17e verjaardag gekregen. En aangezien ik nog maar net mijn rijbewijs had was er door mij nog nooit ingereden. Ik stapte in mijn kleine tweedehands zilverkleurige Toyota en draaide de sleutel om en de motor kwam zacht grommend tot leven. Met een simpele klik opende de garagedeur en reed ik het pad af. Zodra ik op de weg was kwam een vreemd onaangenaam gevoel over mij heen. De lucht werd mistig en ik moest me concentreren om de weg voor me nog te kunnen zien. Alles in mij schreeuwde dat ik moest vluchten zo snel als ik maar kon. Ik gaf plank gas en al was mijn auto oud ik scheurde naar voren. Ik moest hier weg, maar waar naar toe?! Ik wierp verschillende blikken naar links en rechts, maar langs de weg stonden alleen maar bomen, talloze bomen dicht naast elkaar stonden zodat het een grote ondoordringbare muur vormde. Nog even en de witte mist zou bezit over me nemen. Ik wist het gewoon zeker. Ineens hield de weg op en boog scherp af naar links ik zag het te laat, veels te laat door al die mist en ik zou dwars door de gigantische muur van bomen breken. Het laatste wat ik toen nog zag was de mist vanuit mijn ooghoeken en daarna werd alles zwart. Vanuit de verte hoorde ik mijn auto die tegen een van de vele bomen knalde, maar ik merkte er niks meer van. Het was voor mij al te laat. En niets kon daar nog iets aan veranderen.

Mijn verhaal gaat over het meisje Mary (17) die omkomt bij een auto ongeluk. Dat is tenminste wat de plaatselijke bewoners van het dorpje Rufus in Washington State denken. Maar er is maar één iemand die de waarheid kent, de waarheid over het meisje dat stierf maar waarvan haar ziel er nog niet klaar voor was de aarde te verlaten.

Ineens voelde Alice een harde pijnscheut door haar hoofd gevolgd door een angstaanjagend gegil. Ze keek verward om zich heen waar het vandaan kwam maar alles leek rustig in de klas. Meneer Brandon ging ongestoord verder met zijn les alsof hij niets hoorde. Waarom houd dat gegil niet op? Dacht ze. Toen kwam er een waas voor haar ogen, ze zag niets meer behalve het gezicht van een meisje. Een voor Alice totaal onbekend meisje maar dat op de één of ander manier toch heel vertrouwd aanvoelde. Het meisje had een hartvormig gezicht en lange zilverachtige haren die nat waren door tranen en aan haar gezicht kleefde. Het meisje was aan het huilen maar tussen het snikken door probeerde ze Alice iets duidelijk te maken. ‘’Het was mijn tijd nog niet, het was mijn tijd nog niet’’ herhaalde ze steeds. Met een schok kwam Alice weer in het klas lokaal terecht. Ze lag op de harde grond en tientallen ogen keken haar aan. ‘’Gaat het een beetje?’’vroeg meneer Brandon bezorgd. Alice voelden nog een paar lichte schokken in haar hoofd maar daarna hield het alweer op. Ik, ik denk het wel antwoordde ze een beetje uitgeput. ‘’Misschien is het beter als je maar naar huis gaat’’ zei hij en Alice knikte langzaam.

Dagboek,
Ik heb vannacht weer van dat meisje gedroomd, ze bleef maar huilen en zei dat ze nog niet dood wou. Ze zegt steeds dat het haar tijd nog niet is en dat er iemand iets aan moet doen. Ik heb medelijden met haar, maar ben ook een beetje bang voor der. Ik ga morgen denk naar mijn oma, zij weet veel van dat bovennatuurlijke gedoe en misschien kan ze me helpen. En heel misschien ook het meisje. Ik zal eerst mijn moeder moeten zien te overtuigen dat ik niets heb. Ik mag van haar niet eens beneden komen, zo bezorgd is ze over dat flauwvallen. Het is nu nog weekend maar ik ben vastbesloten om maandag gewoon weer naar school te gaan.

Het eerste wat me opvalt; waaarom duid je gesproken tekst niet aan? Dit is niet te volgen zo.

okey ik zal het doen