Geloof in de liefde.

Het gaat ongeveer hier over:
De arme weefster Emma Aethelwin verkeert in een weinig benijdenswaardige positie. Weliswaar heeft ze een prachtig dochtertje, maar de vader van het kind wil niets meer met hen te maken hebben. Emma is dan ook hogelijk verbaads als ze de aandacht trekt van de veel oudere kasteelheer Gilles d’Argent. De warme belangstelling die hij voor haar aan de dag legt is verwarrend voor Emma; ze weet immers dat het verschil in leeftijd en sociale status een echte verbintenis in de weg staat. Maar dat neemt haar verlangen naar Gilles niet weg.

het verhaal speelt zich af in 1192, Engeland.
verder of niet?

het is niet echt een standaard verhaal.
en ik schrijf vanuit Emma en Gilles.
iemand?

Ik vind het interessant! Je hebt een mooie woordkeuze -jaloers, jaloers, ik kan nooit de goede woorden vinden- en je inleding is ook heel mooi geschreven. Ik ben daar echt slecht in. inleidingen.
Maar post een stukje zou ik zeggen! Dan kan ik kijken of ik het ook echt leuk vind… ^^

ahw dankje! dit is een stuk van het proloog.

[i]Proloog

Hawkwatch Castle, Engeland, 1190 [/i]

‘Wat een zootje ongeregeld. Zijn dit allemaal mensen met klachten?’ vroeg Gilles d’Argent aan zijn beste vriend, Roland d’Vare. De lange rij wachtende mensen doorkruiste de grote stenen zaal en liep verder langs de wanden. ‘Stond mijn vader zo slecht bekend, dat al deze mensen hebben gewacht todat hij er niet meer was alvolgens hun zegje te komen doen? Sommige zaken zijn al maanden oud.’
‘Maak je niet zo druk. Je hoeft hier helemaal niet bij te zijn. Ga toch wat anders doen.’ Roland, een langer, magere man wiens haar grijs begon te worden sneed een appel in partjes en wierp de schillen onder de tafel. ‘Je vader had hier ook een vreselijke hekel aan, al vanaf het moment dat koning Henry hem deze baronie schonk. Hij zorgde er altijd voor dat hij weg was als dit soort gelegenheden plaatsvonden.’
‘Ik beleef tot op heden niet echt veel plezier aan deze geërfde positie.’ Gilles keek geërgerd naar een kat die een bungelende appelschil sloeg.
‘Je kunt wel een hekel hebben aan de taak die je is opgedragen, maar koning Richard hecht veel waarde aan dit landgoed en hij zou het niet graag in handen van zijn broer John zien vallen.’
‘Ja, hij kreeg al snel spijt van zijn besluit om John vijf van de graafschappen te laten besturen.’
‘En daarom moeten mannen zoals jij je nu inhouden.’ Roland keek grijzend toe terwijl een ander katje zich bij de eerste voegde in het gevecht met de appelschil. ‘Ik heb de oude koning vanaf mijn negende gediend en heb drie decennia lang mijn plicht gedaan. Dan heb ik dit toch niet verdiend, lijkt me. Ik ben niets anders dan een suppoost. Ik moet de ene broer behoeden voor de andere. Het is gewoon zielig.’
‘Milord, u zorgt voor enig oponthoud’, fluisterde Thomas, de geestelijke die al de hele dag druk bezig was om de gerechtelijke uitspraken van lord Gilles vast te leggen.
Hij streek voordurend zenuwachtig over zijn tonsuur. Rolang negeerde de man en grijnsde naar Gilles. ‘Je hebt de drost, de schouten, je hebt mij en je hebt je nieuwe rentmeester om dit af te handelen. Waarom doe je jezelf dit dan aan?’ Gilles grijnsde terug. ‘Het antwoord weet je zelf al.’
‘Inderdaad jij moet je neus altijd overal insteken, en rondsnuffelen als een hond.’ Zachtjes voegde hij eraan toe: ‘Je zou een betere drost zijn dan een lord.’
‘Ik heb helaas geen keus. Ik ben hier omdat ik wil weten wat voor vlees ik in de kuip heb.’ Met een breed gebaar maakte Gilles duidelijk dat hij het had over de geestelijke en de dorpsnotabelen die vlakbij zaten en die hem vol ontzag aankeken. Om hen subtiel te waarschuwen vervolgde hij met dezelfde duidelijke stem: ‘Ik geloof dat zij deze mensen meer geld afhandig hebben gemaakt ten gunste van henzelf dan ten gunste van mijn vaders schatkist…’
Hij stopte halverwege de zijn betoog en hief zijn hoofd op. 'Wat is er?'b vroeg Roland. Hij volgde de blik van Gilles, die op de eikenhouten deur gericht was.‘Ik weet het niet. Ik voel iets…’

Je schrijft echt heel goed, ben je van plan om schrijfster te worden? Denk dat je dan hele goede boeken zult uitbrengen, haha.
Zou trouwens best verder willen lezen :slightly_smiling_face:

jij weet je roeping duidelijk al, schrijver ;d
goede woordkeus ook!

ik ben stiekem best wel jaloers :cold_sweat:

Haha, same here! Maar ik vind het echt heel leuk geschreven, dus ik kijk uit naar meer… ^^

Ah, ik lees niet vaak verhalen hier op girlscene, maar dat je sowieso al bent begonnen met het kort vertellen van je verhaal en daar een naar mijn mening prima woordkeus voor hebt gemaakt, trekt me aan. Evenals het verhaal. Dat het zich in het oude Engeland afspeelt geeft voor mij bijna al reden om het te gaan lezen, haha.
Hopelijk schrijf je verder!:slight_smile:

Verhaal vind ik leuk, maar de manier waarop ze praten klopt niet met hoe het vroeger was. Hoewel dat ook erg moeilijk is om gesprekken te vormen.
Maar vind het wel een goed verhaal.

ik heb het idee dat ik het ergens van ken… heb je het verhaal op een of ander boek gebaseerd? wel mooi zo geschreven.

ahw dankje iedereen!
haha mss word ik wel schrijfster ja, ik weet het nog niet :slightly_smiling_face:
welk boek is dat dan?

nieuw stukje.

Hij maakte zijn zin niet af. Een vrouw en een oude man kwamen de zaal in. Misschien kwam zijn kippenvel gewoon vanwege de koude lucht die ze meebrachten. Hij keek toe terwijl het stel op hem af liep. Onbewust ging hij staan, alsof hij benaderd werd door iemand van een hogere rang. ‘Op je beurt wachten’, zei Thomas tegen het stel, en hij wees met zijn knokige vinger naar het einde van de rij. ‘Nee, ik zal hen nu te woord staan’, zei Gilles.
‘Maar Milord…’ protesteerde Thomas. Toen Gilles zijn wenkbrauwen optrok verstomde hij met een kuch. ‘Goed milord, natuurlijk, milord. Vergeef me.’ Hij keek de oude man aan.’Vertel ons je naam.’ De oude man begon meteen een heel verhaal af te steken. Gilles d’Argent hief zijn hand op. ‘Stop. Ik kan er geen woord van volgen.’
De oude man die voor hem stond was gekleed in smerige lompen, en hij stonk een uur in de wind. Zijn huid had een ongezonde gelige kleur, en aan zijn vette haar was te zien dat hij zichzelf slecht verzorgde.
In tegenstelling tot dit alles was de vrouw die naast hem stond lang,slang en schoon. Haar mantel was getiaan-blauw en deed alles om haar heen verbleken. De soepele stof werd bijeengehouden middels een eenvoudige knoop. Gilles was onder de indruk van haar waardige verschijning ten overstaan van hem en zijn hof. Ze leek overal boven te staan, alsof ze niet werd geraakt door de obscene stortvloed van woorden die de oude man uitspuwde. Ze richtte haar ogen zedig omlaag.
Gilles nam weer plaats in zijn zetel op het podium. Hij wilde niet te geïnteresseerd lijken in de jonge vrouw. Haar haren, die de kleur hadden van zomerhoning, vielen in golven over haar schouders. Haar wangen waren bleek en bijna kleurloos, alsof ze ziek was geweest. Hij wilde dat ze zou opkijken zodat hij haar schoonheid goed zou kunnen beoordelen.
‘Geef nogmaals je naam op voor lord Gilles’, zei zijn scribent. Gilles bekeek de jonge vrouw. Zou ze bang zijn voor hem? Zou ze zijn oordeel vrezen? Hij probeerde zijn gezichtsuitdrukking aan te passen in de hoop dat hij er minder streng zou uitzien. De oude man noemde nogmaals met zijn schorre stem zijn naam, deze keer langzaam en duidelijk. ‘Ik ben Simon van Lynn en mijn broer is al een paar jaar dood. Ik heb de voogdij over zijn enige dochter, en dat is een beproeving. Zij was zijn enige kind, en voordat hij stierf heeft hij haar beloofd aan een respectabele man uit Yorkshire, Jacob Baker. De verbintenis zou gunstig zijn geweest voor mij. Maar nu komt het tot niets. Ze heeft zichzelf weggegeven en mijn goede naam besmeurd. Eis dat ze de snodaard trouwt, zodat ik niet langer hoef te lijden onder de schande!’
De gemene stem van de man werd steeds harder, en zo snel en onverwacht als een adder draaide hij zich om en sloeg de jonge vrouw in het gezicht. Haar hoofd ging omhoog terwijl ze door haar knieën zakte.

up?

Ik weet niet of mensen mijn verhaal nog willen lezen? Aangezien ik al lang niet meer heb gepost,maar ik post toch maar een stukje.

‘Stop!’ brulde Gilles, en hij sprong op. Hij had zich laten verassen doordat de man klein en mager was. De jonge vrouw kwam moeizaam maar zonder hulp weer overeind, en ze bleef rustig en zwijgend voor hem staan. De lelijke rode striem van de vuistslag stak vurig af tegen haar bleke huid. Ze hield haar blik omlaag gericht. ‘Ze is een hoer en maakt de familie te schande. Eis ze zijn naam noemt en met hem trouwt, milord. Waarom zou ik voor het onderhoud van haar en haar bastaard moeten opdraaien? Die man moet de prijs van zijn lust betalen.’ De man spuwde op de vloer. Hoewel zijn hart in zijn keel bonsde ging Gilles langzaam weer zitten en nam de twee eens goed op. ‘Uw naam, juffrouw?’vroeg hij. Hij zette de stem op die hij ook gebruikte als hij zijn jongste schildknaap toesprak: streng doch rechtvaardig.