{Fantasy verhaal} Door schuld gevangen

Ik zou het erg waarderen als iemand dit zou willen lezen en kritiek zou willen geven :slightly_smiling_face:
dit is de proloog, maar het verraad wel dat de hoofdpersoon marco niet kan vertrouwen? Doen of niet doen?

(het is al een keer eerder gepost maar verwijderd, want heb het veranderd)

xoxo

Synopsis
De inwoners van twee planeten ontdekken elkaars bestaan en ontdekken ook dat ze beide een gave hebben. Wanneer de planeten in oorlog komen, besluit Uzaro in te grijpen en stuurt hij de inwoners van de planeten naar de aarde, hun planeet door een botsing verwoest en onleefbaar. De enige persoon die ze kan helpen is het meisje met de gave. Zullen ze haar vinden en zullen ze hun planeet terugkrijgen?

PROLOOG
‘Ik kom afscheid nemen.’ Marco voelde zijn maag samenknijpen, toen zijn vader opkeek van het bureau en opstond.
‘Neem deze mee.’ Zwijgend stopte hij het mobieltje in zijn broekzak.
‘Er zit een GPS in. Sms elke dag. Als ik geen sms’jes meer ontvang, zullen we je komen we zoeken.’
De zwakke lamp die een halve meter boven hen in het
gesteente hing, verlichtte het trotse en bezorgde gezicht van zijn
vader.
‘Sms ook als je weet of ze het meisje met de gave is. Of als je weet dat ze dat niet is.’
Marco knikte begrijpend zijn hoofd. Hij wist hoe graag zijn vader het meisje met de gave wilde vinden.
‘Kom,’ zei zijn vader, die zijn vingers en armen naar zijn borst uitstrekte, waarop Marco hem kort maar stevig omarmde.
‘Ik ga je missen zoon, maar het is maar voor even. En je weet dat dit het goede is om te doen.’
Dat was hem inderdaad verteld, dat dit het goede was om te doen, maar was dat ook zo? Hij begreep waarom zijn vader het meisje met de gave zo graag wilde vinden, maar dat andere meisjes in zijn zoektocht ook moesten lijden, gaf hem een akelig gevoel. Geen van de meisjes die ze tot nu toe gevangen hadden genomen scheen de gave te bezitten. Zijn gevoel vertelde hem dat het meisje dat hij nu moest vinden, het meisje met de gave zou zijn. Als hij haar aan zijn vader zou geven, zouden de andere meisjes eindelijk vrij zijn.
‘Tot over een poosje.’
Toen hij nog een blik achterom wierp, keek hij in de hoopvolle ogen van zijn vader, die hij in zijn geheugen probeerde te prenten. Misschien zou het hem helpen te volharden in zijn opdracht.

:thinking: