Een Schrijfsel zonder naam! (Graag een mening!(A))

ik ben denk ik geen topschrijver, ik heb het een keer eerder gedaan, maar dat was niks. Ik wou het gewoon nog een keer proberen… Er gebeurt nog niet veel, maar alle boeken die ik gelezen heb, gebeurt in het begin niet gelijk wat. Maar begint het rustig… Graag reacties!
PS. Als er spellings fouten zijn, graag melden, dan kan ik het veranderen!

Het is 2 uur. Buiten waait de wind hard. Het waait niet alleen, het regent ook. De regen valt met bakken uit de hemel. Al vanaf 8 uur ’s ochtends! Lang blijf ik naar buiten staren, het regende niet zo hard meer, maar het waait nog wel. Zoveel dat je er net doorheen kan, zo dat je nog net kan wandelen. "Ik ga wandelen! Even langs de duinen!"roep ik opgewekt naar boven. "Ja hoor liefje, ben je op tijd terug?" vraagt mijn moeder bezorgt. "Jahaa!"roep ik geërgerd terug.

Gauw pak ik mijn jas uit de hal en kijk nog even naar de woonkamer. Bruine banken, witte muren, groene kast. Het is allemaal al zo vertrouwd. Logisch als je hier al je hele leven woont… Maar er is iets anders, wat weet ik niet. Iets met de sfeer. Of ligt dat aan mij?

Op het strand is het heerlijk, de wind waait door mijn haren. Niet te hard niet te zacht. En ook de zee ruist zachtjes. Hmm, heerlijk, zo op het strand, denk ik dromerig. Als ik bij het steigertje aangekomen ben, ga ik zitten, rustig trek ik mijn Nike’s uit, waardoor ik erachter kom dat deze helemaal vies zijn, “Fuck, daar word mijn moeder boos om!”. Het maakte me nou even niks meer uit, en blij huppel ik naar de zee, brr wat koud. Nadat ik er even in ben gaan staan valt het ook nog wel mee.

Bzz: een smsje
Hee sgatjuuhh,
alles oké met jou?
Met mij wel, je weet het is zaterdag,
na het eten kom je toch bij mij logeren?
Dag sgat! hvj wntb! X je BFF Rachel

Rachel is al mijn vriendin sinds groep 1, en nou zitten we ook nog op de zelfde middelbare school! Helaas zitten we niet bij elkaar in de klas. Het eerste jaar wel, maar toen bleef Rachel hela as zitten… en ik ging over naar het twee de, zonder Rachel… Wat voelde ik me to en rot!

Gauw sms ik terug:
Heej sgatjuuhh!
Met mij ook, ben langs het strand
Wandelen. Heerlijk hier,
jammer van die regen!
Ja, natuurlijk kom ik, lieve sgat!
X je BFF Marjolein wntb hvj!

Wanneer ik thuis kom zie ik dat het al vier uur is. 2 uur gewandeld! Achja, goed voor de lijn. “Ik ga vast aan m’n huiswerk, en na het eten ga ik naar Rachel. Dat weet je toch mam?” vraag ik. “Ja, ik weet het, ga nou maar gauw aan je huiswerk.” dan kijkt ze naar mijn schoenen. “Wat heb jij gedaan met je Nike’s?” vraagt ze boos aan me. “Uhmm, ikke… Nou gewoon voetballen en zo…” zeg ik beschaamd. Ik zeg maar niet dat ik eigenlijk voetbal omdat ik Mees dan kan zien, en hij mij natuurlijk. Bij Rachel kan ik hem ook zien, Mees is haar broer… Op school zie ik hem nauwelijks, omdat hij een klas hoger zit. Misschien moet ik binnenkort uitzoeken of hij mij net zo leuk vind, als ik hem. Volgens mij wel, hij knipoogt en lacht telkens naar me, misschien dat… ik schrik op uit mijn gedachten als mijn moeder vraagt, “Luister je wel? Nou goed, ik zei dat je je volgende paar Nike’s voor de helft moet meebetalen. Ik betaal me groen en geel, voor jouw schoenen. Dan betaal je maar mee.” voordat ik kon protesteren dat ik er niks aan kon doen, heeft ze haar rug al omgekeerd en begint vast wat te voorbereiden voor het eten.

Als ik naar boven kom, zit mijn broer Robert op mijn kamer. “Wat doe je in MIJN kamer?” ik probeer niet geërgerd te klinken, maar dat is moeilijk. “Ik ben een cd kwijt, ik dacht, misschien heeft Marjolein hem wel gezien. Maar je was er niet, dus ben ik zelf op onderzoek gegaan.” ik kijk hem boos aan. Hij weet dat ik het niet goed vind als hij ongevraagd mijn kamer inkomt. En als hij dan ook nog zo’n puinzooi maakt. Broers! Dan zie ik dat hij mijn dagboek in zijn handen heeft. “Wat is dit?” vraagt hij terwijl hij het boekje omhoog houd. “Privé!” zeg ik boos. En ik pak het uit zijn handen. “Nou sorry hoor!” zegt hij beledigd en gaat weer weg.

Dat huiswerk doe ik wel samen met Rachel, of morgenavond. En dan dwalen mijn gedachten weer weg. Naar Mees, geweldige Mees, knappe Mees, lieve Mees, aardige Mees… En de broer van Rachel! Schiet door me heen. Dan zie ik hem ook vanavond! “Yes!” schreeuw ik zo hard als ik kan. Robert steekt zijn hoofd om de deur. “Wat heb jij nou weer?” vraagt hij. “He wat, zei ik dan iets?” “Je schreeuwde het hele huis bij elkaar met je “Yes!”” nu schreeuwde hij het zelf, en ik lig dubbel. “Oja, over dat ik ongevraagd op je kamer ben gekomen… Het spijt me, ik had moeten bellen om het te vragen…” zegt hij met een zielige stem en hij trekt er ook een zielig gezicht bij. Hij doet het zo goed, dat ik hem bijna wou troosten. “Ik vergeef het je. En je zou op toneel moeten, je trok zo’n zielig gezicht. Ik wou je bijna troosten!” hij lacht en zegt, “Nee zusje, toneel is niks voor mij.” en weg was hij.

Ik lig bijna te slapen met de gedachte dat ik Mees ga zien, als mijn moeder naar boven schreeuwt, “Jongens, eten!” gauw stormen Robert en ik naar beneden, want we hebben allebei honger.

“Hmm, heerlijk. Lasagne.” ik snuif de lekkere lucht op en kijk naar Robert die een vies gezicht trekt. Hij heeft het niet zo op lasagne. “Robert, doe even normaal!” mam had het gezien. Gauw kijkt Robert weer normaal, hij hoeft de wind van voren niet! Snel gaan we zitten. Ik naast mama en tegenover Robert.

“Shit, shit, shit!” zeg ik opeens. “Mam, mag ik van tafel? Ik heb mijn eten op en ik moet nog mijn tas inpakken en ik zou gelijk na het eten komen. Please?” ik smeek het haar gewoon. “Heel snel dan.” stemt ze in.

Wanneer ik mijn spullen in een tas gedaan heb, en ook helaas mijn huiswerk… Zeg ik nog gauw “Doeg!” en spring op de fiets. Gelukkig regent het niet meer.

Nu breekt het zweet me uit. Niet alleen Rachel is thuis, maar ook Mees. Vanavond vertel ik Rachel dat ik haar broer leuk vind, ja dat doe ik! En ik bel aan.

"Hèhè, daar is ze! Ik dacht al dat je niet meer kwam!" zegt ze lekker vrolijk. Zo vrolijk, dat ik er zelf nog vrolijker van word. "Sorry, ik moest mijn tas na het eten nog inpakken want dat was ik vergeten." "Kom binnen gekkie!" en ze sleurt me mee naar binnen. 

Dan zie ik Mees op de bank zitten en ik word rood. “Wat is er? Je ziet zo rood.” vraagt Rachel. En omdat ze dat zei, word ik nog roder, help! “Ik heb het warm.” “Verbaast me niks met die jas aan!” Rachel pakt mijn jas aan en gaat naar het halletje. Als ze weg is, knipoogt Mees naar me en lacht even. Dan richt hij zich weer tot de tv.

"Rachel," begin ik aarzelend als we op haar wit met lichtgele kamer zitten. "Ja, wat is er?" zegt ze terwijl ze een tijdschrift leest. "Ik ben verliefd."  Rachel legt haar tijdschrift weg en kijkt me aan. "Laat me raden, op Mees zeker?" "Hoe weet je dat?" vraag ik verbaast. "Dat kon je wel zien. Dat heb ik wel gemerkt, elke keer wanneer je hier kwam. Ik wachtte tot je het zou vertellen. En je had het helemaal niet warm. Ik deed maar alsof ik geloofde dat je het warm had. Ik zal je dit zeggen, volgens mij vind hij jou ook leuk." "Hoezo denk je dat?" vraag ik ongeloofwaardig. Als hij me echt leuk vind… "Omdat hij zei: "Weetje, die vriendin van jou, Marjolein, vind ik eigenlijk wel leuk. Heeft ze een vriendje?" Daarom." "Hoe lang was dat geleden?" Want als het lang geleden was, zou hij zich bedacht kunnen hebben. "2 Weken." en ze kijkt me aan. "En zometeen ga jij je liefde verklaren, want hij zei gister nog een keer dat hij je leuk vind." tevreden kijkt Rachel me aan. "Moet je doen!" En ze trekt me al naar beneden.

“Mees?” roept ze. Rachel loopt naar hem toe en fluistert iets in zijn oor waardoor hij knalrood word. Gauw loopt Rachel weer weg. Nu ben ik alleen met Mees. Volgens mij had ze dit afgesproken. “Uhmm… Marjolein? Wil je een stukje met me wandelen?” begint Mees. “Ja, graag!” nu is het mijn beurt om rood te worden.

“Is het waar? Is het waar dat je verliefd op me bent?” vraagt Mees wanneer we in het bos aan het wandelen zijn. “Ja.” en ik krijg een kop als een boei. “Dat komt mooi uit, want ik vind jou ook leuk.” hij pakt mijn hand, knielt alsof hij me vraagt om te trouwen. En zegt dan, “Lieve Marjolein, wil jij alsjeblieft mijn meisje zijn?” ik knik heftig “Ja.” en nog geen tel later staat Mees op, pakt me vast en staan we midden in het bos te zoenen. Met die wind die door onze haren waait en het begint weer te regenen. Na die heerlijke zoen, lopen we hand in hand naar het huis van Mees.

Terwijl we nog aan het wandelen zijn, gaat mijn mobiel. Ik zie dat het mijn moeder is en neem op. “Hallo!” zeg ik veel te vrolijk naar mijn moeders mening.
“Kom je naar huis, Robert heeft een ongeluk gehad. Hij is aangereden.” zegt mam met een huilerige stem. Nadat ik het gehoord heb, laat ik mijn mobiel vallen. En raap hem gauw weer op. Ik keer me naar Mees en zeg: “Ik moet naar huis, Robert is aangereden.” ik zie dat hij ook schrikt. Robert is ook een vriend van hem, want ze zitten samen in de klas. Ik begin te huilen. “Ik breng je wel, ik wil niet dat je overstuur op de fiets stapt.” En gauw rennen we naar zijn huis. Het is eigenlijk meer zo dat Mees me mee moet trekken.

Bij zijn huis aangekomen vertelt Mees wat er aan de hand is en iedereen reageert geschokt. En ik sta nog steeds te huilen. “Kom, we gaan op mijn scooter, kun je je goed vasthouden?”

Mees is 16 en heeft dus een scooter, zelf ben ik 15, ik moet helaas nog een jaar wachten.

“Ja.” zeg ik. Eigenlijk had zo’n ritje leuk moeten zijn, maar dat is het niet.

Thuis aangekomen zie ik niemand, ook doet niemand de deur open. “Ik bel heel even mijn moeder. Om te kijken of ze in het ziekenhuis zijn.” Gauw toets ik het nummer in en de telefoon gaat over.
“Hee mam, zijn jullie in het ziekenhuis?”
“Ja, moet ik je ophalen?”
“Nee, ik kom eraan. Doeg.” en ik verbreek de verbinding.
“Wil je maar het ziekenhuis rijden?” En voor ik het weet zit ik alweer achterop op weg naar het ziekenhuis.

Ik kijk rond. Witte, saaie muren. Er komt een vrouw aan. “Waarmee kan ik jullie helpen?” zegt een vriendelijke zuster met een witte jas. Ze zit achter een balie. “We zoeken Robert de Moor, mijn broer. Op welke afdeling en waar ligt hij?” ik probeer mijn tranen in te houden maar het lukt niet. Snel trekt Mees me tegen hem aan. “Ik zal even kijken.” Na een tijdje zoeken heeft ze het eindelijk gevonden. “Hier heb ik het: Spoedeisende hulp. Kamer 522. Kunnen jullie het vinden?” voor ze op antwoord wacht, loopt ze al voor ons uit. Alsof ze verwacht dat we haar volgen, en dat doen we dan ook. We moeten veel trappen op, maar uiteindelijk zijn we er dan eindelijk.

Nice ga door!!!

Thanx!
maar ik ga nu stoppen, ga zo naar mijn neefje in velp!
:kissing:

verder ? stoer.

Verder
Verder
Verder!!

verder
verder
verder
verder
verder
verder
verder
verder

Jahooo! Al 4 fans! :grinning:
Hier een neiuw stukje!:

“Zal ik meegaan?” vraagt Mees lief. “Ja, graag.” antwoord ik schor. De deur gaat open en we mogen naar binnen. Binnen zit mijn huilende moeder aan een van de bedden, het bed bij het raam. En daarin ligt Robert, mijn lieve, maar ook irritante broer.

“Hee mam.” ze ziet mij en Mees. Normaal had ze gevraagd of we vrienden waren of iets hadden met elkaar, omdat ze ons nog nooit samen heeft gezien. Ja, wanneer ze op visite kwam bij de ouders van Rachel. Maar ons zo samen gezien had ze nooit. Ik die me tegen Mees aanklem en hij die me stevig vasthoud. Ze kijkt een beetje verward. Dan pas kijk ik naar Robert. Om zijn hoofd heeft hij een verband zitten, op zijn ene arm heeft hij veel verwondingen en om de ander zit gips. Hij heeft zijn arm dus gebroken. En Robert zelf slaapt, maar ook op zijn gezicht zitten veel schrammen. Ik durf er haast niet naar te kijken. Zo is mijn broer niet, zo ken ik hem niet! Ik kijk maar naar mam, en druk me steviger tegen Mees aan. “Wat is er nou gebeurt?” vraag ik een beetje angstig voor het antwoord. “Dat legt Michel zo wel uit.” ik kijk haar verward aan. Michel? Wie is dat? “De man die hem per ongeluk heeft aangereden.” legt ze me uit. En nog geen tel later is Michel er al. “Michel, wil je aan Marjolein en Mees vertellen wat er gebeurd is? Ik kan het zelf niet.” en ze huilt weer. Gauw snel ik naar haar toe en sla een arm om haar heen. Michel knikt en vertelt, “Kijk, het zit zo. Robert fietste maar lette niet op, hij reed ik de dode hoek. Ik kon hem dus niet zien. Ik wou een hoek omgaan. Toen ik dat had gedaan, riep iemand, “Kijk nou wat je gedaan hebt! Je hebt die jongen aangereden!” Ik schrok me dood, zette de vrachtwagen aan de kant en snelde naar je broer toe.” even houd hij een pauze. Ik begrijp dat dit voor hem ook moeilijk is. En hij vervolgd, “Hij zag er verschrikkelijk uit, gelijk heb ik de ambulance gebeld. Die was er al snel bij. Toen werd hij meegenomen in de ambulance en mij werd verzocht om met mijn vrachtwagen naar het ziekenhuis te komen. Om te vertellen wat er was gebeurt.” Ik zie dat zijn ogen glanzen, hij heeft er iets mee te maken, maar wat? Als hij er verder niks mee te maken zou hebben, zou hij niet moeten huilen. Vreemd…

De zuster komt binnen. “Sorry, maar jullie moeten gaan. Hij is net geopereerd en hij heeft veel rust nodig. Ook wil de dokter nog verdere onderzoek doen. Het spijt me echt. Ik zal bellen als ik meer weet.” zegt ze, en verlaat dan de kamer met ons achter haar aan.

“Rij je met mij mee? Of brengt Mees je thuis?” vraagt mijn moeder en ze kijkt me aan. “Niks ervan Anne, ik rij jou naar huis. Ik kan je zo niet achter het stuur laten gaan. En Mees wil Marjolein wel naar huis brengen. Toch Mees?” zegt Michel en hij kijkt Mees vragend aan. Mees en ik kijken verwonderd. Ze stapt toch niet zomaar bij hem in? Straks verkracht hij haar nog! “Natuurlijk doe ik dat.” zegt Mees gauw.

dat dikgedrukte is super storend. En er zijn veel rare zinnen… voorbeeld:

‘Zijn achternaam weet ik niet eens meer, want toen hij vertrok. Heeft mijn moeder onze achternamen in die van haar veranderd’ .

Maak daar gewoon van:
‘Zijn achternaam weet ik niet meer, want toen hij vertrok heeft mij moeder onze achternamen in die van haar veranderd.’

En hoezo ’ ze zit achter een balie’? Waarom niet ’ ze zit achter de balie’.

het dikgedrukte is veranderd.

  1. dat was gewoon een schrijf fout, bedankt dta je het zei, kan ik het tenminste veranderen.
  2. Staat idd wat beter, ook bedankt! ik had het zelf allemaal niet gezien.

Zo goed?
xx (K)

“Snap jij het? Eerst moet die vent bijna huilen en dan brengt hij mijn moeder naar huis. Dat is toch raar?” vraag ik wanneer we op Mees scooter zitten op weg naar mijn huis. “Je hebt wel gelijk, het klopt niet helemaal.” “Ik vraag thuis wel of mam hem kent of zo.” Thuis aangekomen geef ik hem een zoen en vraag of hij mijn spullen wil komen brengen. “Natuurlijk schat, ik ben er zo weer.” en weg is hij.

Ik stop mijn sleutel in het slot en doe de deur open. “Mam, wie is die Michel nou eigenlijk.” begin ik terwijl ik de woonkamer inloop. “Je kent hem niet e…” ik stop midden in het woord, want daar zit Michel! “O sorry, ik wist niet dat…” stamel ik. “Het maakt niks uit. Ik zal het uitleggen.” en hij begint te vertellen. “Je moeder en ik kennen elkaar al heel lang. Dat komt omdat ik je vader ben.” even is hij stil. Bij mij is ook alles stil. Dus de man die mijn moeder in de steek liet, heeft Robert aangereden en vervolgens rijdt hij mijn moeder naar huis? Ik trek helemaal wit weg en krijg een glas water, maar drink niks. “Ik haat je!” dat is het enige wat ik nog tegen Michel kan zeggen. “Ik haat je!” ik zeg het nog een keer en ren dan naar mijn kamer om Rachel en Mees te bellen.

Toen had ik geen inspi meer :S
x

Nieuw stukje!:

“Haai Rach, zet je mobiel even op luidspreker zodat Mees mee kan luisteren?”
“Haai, al gedaan. Wat is er nou?”
“Dit wordt veel uitleggen maargoed, Mees? Die vent is mijn vader! Hij is gewoon mijn vader? En nou zit hij…”
“Marjolein, wie is die vent?” onderbreekt ze me.
“Dat legt Mees wel uit, o ja Mees kom je mijn spullen nog brengen?”
“Ja sorry, ik was het even vergeten want ik moest van ma aan mijn huiswerk.” verontschuldigd hij zich.
“Is goed, Mees tot zo, en Rach, ik kom morgen even lang oke?”
“Ja hoor, doeg!”
Klik, en de verbinding is verbroken.

Ik lig op bed en weet niet hoe ik me moet voelen, opgelucht dat ik nu weet wie mijn vader is, boos omdat hij terug is in ons leven. Wat moet ik nou? Dan word er op de deur geklopt. “Binnen.” mam komt binnen. Met een dienblad, en daarop staat een kop thee en een paar koekjes. “Ik dacht, misschien wil je wel wat thee met koekjes.” zegt ze liefjes. “Waarom kom die stomme Michel nou weer in ons leven? Waarom moest hij Robert nou aanrijden? Ons leven was goed, en dan komt hij de boel verzieken!” ik ben boos, en mama probeert me te sussen, maar het lukt niet. “Liefje, doe eens kalm aan. Het was puur toeval. Het gaat zoals het gaat.” Het gaat zoals het gaat, ja, ja, dat zegt ze nou altijd. Ik kijk haar boos aan. “Die Michel moet verdwijnen, hij moet weer weg uit ons leven.” mama zucht. “Dat kan ik niet doen, hij is zijn huis uitgezet door zijn vrouw. En hij is dus alles kwijt. Ook zijn andere kinderen. Tot dat Michiel een huis heeft, komt hij bij ons op de logeerkamer.” “Wat! Dat doe je me niet aan! Ik ga de komende tijd wel bij Rachel wonen!”

Triiiiiiiing! De deurbel, dat zal Mees met mijn spullen wel zijn! Gauw ren ik naar beneden om de deur open te doen, voordat die Michel het nog doet! “Hier zijn je spullen.” zegt Mees en hij geeft me een kus, vanbinnen smelt ik gewoon. “Neem ze maar weer mee, ik kom bij jullie wonen tot Michel hier weg is.” “Ach, die is met een paar minuten de deur uit.” intussen is mijn moeder ook naar beneden gekomen. “Nee, dat is hij niet…” begin ik somber. “Ik vertel het wel. Michel is zijn huis uitgezet door zijn vrouw, ook zijn kinderen is hij dus kwijt. Hij komt hier wonen tot hij een huis of zo heeft. Eigenlijk is het een geluk bij een ongeluk.” wat heeft mijn moeder, ze kijkt zo verliefd? Ik word opgeschrokken uit mijn gedachten door iets wat mijn moeder zegt. “En je blijft gewoon hier wonen.” voegt ze er streng aan toe.

“Mag Mees nog even blijven?” In plaats van die kwal, wil ik zeggen, maar houd me in. “Ja hoor. Iets drinken Mees?” vraagt ze liefjes. “Nee, wij gaan naar boven, toch Mees. Ik pak zo wel wat te drinken.” En zo snel mogelijk gaan we naar mijn mooie kamertje.

Op mijn kamer ontplof ik pas echt. “Die vent moet weg!” zeg ik razend. “Desnoods moet ik weglopen, kom ik op straat terecht of zo, die vent moet weg! Weg uit ons leven. Hij hoort hier niet! Hij heeft ons verlaten, eens verlaten is altijd verlaten. Hij…” “Lief meisje van me, je loopt helemaal te ijsberen in je kamer, en je ontploft. Het stoom komt uit je oren. Kom eens hier.” Ik loop naar hem toe, hij zit op mijn bed met het gele dekbed erover. En ga dan naast hem zitten, en barst in huilen uit. “I-i, ik wil dit n-nie-hiet!” roep ik huilerig. “Rustig maar, het komt allemaal goed.” probeert hij me te sussen. “We kunnen wel vragen of je een tijdje bij ons mag blijven. Als je zegt: “Ik verhuis daar wel naartoe!” of zo iets, dan mag het niet. Misschien als je het netjes vraagt wel.” “Je hebt gelijk, gewoon vragen.” van alle inspanningen val ik in zijn armen in slaap.

Als ik ’s ochtends wakker word, lig ik met Mees in mijn bed, lekker warm onder de dekens. Mees heeft zijn arm om me heen. “Hee Meesje, wakker worden.” en ik geef hem een kus. Hij wordt wakker, en straalt meteen. “Goedemorgen, lekker geslapen?” “Ja, heerlijk.” antwoord ik. En zo blijven we nog een tijdje liggen. We kletsen en zoenen, kletsen en zoenen, en zo gaan we door. Tot mijn moeder op de deur klopt.

"Binnen." zeg ik. Ik zei het omdat ik dacht dat Robert klopte, als hij ons zo zou zien, zou hij niet vervelend doen, maar mijn moeder. Nou schiet alles weer te binnen, Robert die in het ziekenhuis ligt, Michel die hier de komende tijd blijft. 

“Ik dacht, jullie willen vast wel een ontbijtje.” intussen is mijn moeder de kamer ingekomen. Wat me verbaast, is dat ze niks zegt over dat ik met Mees in een bed lig. “Huh, mam, vind je het dan niet erg dat Mees en ik…?” “Samen in een bed gelegen hebben? Nee hoor, ik ben toch ook jong geweest?” ze zet het dienblad met de broodjes en thee neer, sluit de deur, en loopt dan weer naar beneden.

Je maakt behoorlijk wat fouten in een stukje.
Ik heb de meeste wel gevonden, maar je moet echt wat meer op je spelling letten.
Je verhaallijn vind ik ook wat vreemd. Het is toch best logisch
dat wanneer je iemand aanrijd je emotioneel kunt worden?
Ik snap niet dat de Marjolein dit meteen moet wantrouwen.

Ik zou zeggen oefen eerst wat voor jezelf voordat je dit op girlscene zet.
Het is een beetje een zooi.

xLiefs

Leuk :slightly_smiling_face:

sorry van die fouten, maar mijn word zegt het neit als er een spellingsfout in zit, en zelf zie ik het niet.
Marjolein is gewoon in de war, daarom wantrouwd ze dit allemaal. Ze is ook boos omdat Michiel hen in de steek liet voor een andere vrouw, niks van zich laat horen, en dan ineens opduikt, vervolgens ook nog eens perongeluk haar broer aanrijd. Haar broer liigt in het ziekenhuis, dan is alles verwarrend, snap je?

VERDER

Ik heb wat dingen veranders zodat het overzichtelijker is.
Hier een nieuw stukje!:

“Laten we dan maar gaan eten hé?” zegt Mees en hij gaat rechtop zitten, pakt een broodje en neemt een hap. “Ik moet mijn excuses aan Michel aanbieden. Het was niet eerlijk hoe ik deed. Er zal vast wel een verhaal achterzitten waarom hij ons verliet en waarom hij uit zijn huis gezet is. Toch?” “Vast wel.” en zwijgend eten we onze broodjes verder op.

Als ik even later gedoucht en aangekleed beneden kom met Mees achter me aan, gaat de telefoon. “Hallo, met Anne de Moor.”

“O wat fijn dat u meer weet.”

“Hij ligt in coma zei u? Meent u dat?” vraagt mijn moeder geshockt.

“Ja, we komen eraan. Tot zo.” en ze hangt op.

“Robert ligt in coma.” iedereen is geschrokken. “Nadat wij weg gegaan zijn, kwam hij in een coma.” en ze begint kei hard te huilen. Ik laat me zakken op de bank en denk na. Dit kan niet. Mijn broer kan niet in coma liggen. Het mag niet. “Kan ik beter naar huis gaan?” vraagt Mees. “Nee, ik wil niet dat je gaat! Blijf bij me!” “Nou Mees, je hoort het. Je mag niet eens weg!” lacht mijn moeder. “Zullen we dan maar gaan?” vraagt Michel.

Even later zitten Mees en ik achterin, Michel achter het stuur met mama naast zich, in de gele Fiat Punto. Op weg naar het ziekenhuis.

Nice story!!!