Duits

ik heb een probleem met de duitse voorzetsels,
Nu kan ik de dativ en de akkusativ zo goed vanbuiten blokken als ik wil, maar als je de voorzetsels niet weet, dan blijft er toch maar enkel gokken over.
Nu verwacht mijn leerkracht ookwel dat ik van élk woord van de wereld het voorzetsel ken, en niet enkel de voorzetsels van de woorden die we moesten leren.

Wie kent er een truckje om te weten of het woord nu vrouwelijk (die), mannelijk (der) of onzijdig (das) is in het Duits ?

up!

Die-woorden eindigen vaak op een -e of -ung
Das-woorden beginnen in het nederlands vaak ook met ‘het’

Let op, het is vaak, niet altijd

Vrouwelijke woorden eindigen vrijwel altijd op e (Die Stunde, Die Kase)
of op ung
Verkleinwoorden begin ALTIJD met das (Das Bäumchen, Das Stündchen enz.enz.)
Meervoud ik altijd die, en als jij je woordje goed leert weet je het wel;)