Drop je verhaaltje

Luna

Ik voelde me verloren, daar in die open vlakte. Ik keek om me heen en rilde. Het was er niet echt koud en ook niet warm, maar deze plek bezorgde me rillingen. Deze plek. Het was een uitgestrekte vlakte en ik zag in de verte heuvels. Ik had geen idee wat er achter lag. Er was niemand om het te vragen, of om te vragen waarom ik hier was. Ik wilde weg hier, want ik voelde me alleen. Ik begon te lopen en de tijd verstreek. Het waren tien minuten, misschien meer. Het waren er dertig, misschien minder. Ik had geen idee van de tijd en het leek of de heuvels een spelletje met me speelden. Ze kwamen niet dichterbij en ze gingen niet verder weg. Het leek wel of ze niet wilde dat ik dichterbij kwam, of dat ik ze beklom. Ik gaf het op. Ik keek naar de lucht die net nog helderblauw was, en zich nu begon te vullen met donkere wolken. In de verte hoorde ik onweer. Ik moest ergens heen om te schuilen. Ik keek om me heen, maar ik zag niks. Opeens hoorde ik iets achter me. Ik keek en zag een hond. Ze zat gehoorzaam en keek me vragend aan. Ik keek weer om me heen om te zien of ik ergens kon schuilen en schonk geen aandacht meer aan de hond.
Na weer niks te hebben keek ik weer achter me. De hond zat er nog steeds en keek me nog steeds op een vragende manier aan. Het was een mooie hond vond ik. Ze had een witblonde vacht die mooi blonk. Ze had helderblauwe ogen. Dat had ik nog nooit gezien bij een hond.
Opeens liep ze weg. ik voelde me verdrietig, in de steek gelaten. Toen bleef de hond staan en draaide zich om. Het leek wel of ze wilde dat ik meeging met haar en ik begon achter haar aan te lopen. Ik wist niet of ze werkelijk een haar was, maar mijn gevoel zei het. We liepen en we liepen zonder dat de heuvels dichterbij kwamen of dat we iets of iemand tegen kwamen. Het was en bleef een uitgestrekte, witte, stenen vlakte.
Toen begonnen druppels regen te vallen en in de verte zag ik een klein, wit geschilderd blokhuisje. Luna, zoals ik haar noemde, begon te rennen naar het huisje en ik volgde haar.
Bij het huisje aangekomen gingen we naar binnen. We waren helemaal doorweekt door de regen en ik rilde van de kou. Het hutje was één kamer. er stond een bank voor de openhaard die brandde en waarin het hout zacht knisperde. Naast de bank stond een hondenmand. In het midden stond een tafel met een wit tafelkleed. In de hoek stond een houten klerenkast. Verder lag er een wit tapijt voor de openhaard, waar Luna al op was gaan liggen. Ik rilde nog eens. Ik deed de deur van de kast open. Er lag een witte, zachte deken in, een handdoek en een prachtige witte jurk. Ik kleedde me uit, droogde me af en trok de witte jurk aan doe boven mijn knieën eindigde. Ik ging naast Luna liggen voor de openhaard en viel in slaap.
Na enige tijd schrok ik wakker van Luna die aan mijn gezicht snuffelde. Ik stond op en keek naar buiten. Het was droog buiten en ik wilde naar buiten gaan maar Luna hield me tegen en liep naar de tafel waar brood en melk opstond. Ik at en besefte hoe veel honger ik had. De resten gaf ik aan Luna en we gingen weer weg.
We liepen richting de heuvels en deze keer leken ze wel dichterbij te komen. Heel langzaam maar. Het werd avond. De sterren twinkelde aan de hemel en dde maan was nog nooit zo mooi geweest. Ik voelde me gelukkig. Zo gelukkig was ik nog nooit geweest. Ik wist niet waarom. Ik wist niet eens waar ik nu was, maar toch was ik o zo gelukkig. Ik was moe en ging op de harde stenen grond liggen. Ik vond het niet erg, want ik was bij Luna en dat maakte me gelukkig.

Ik werd wakker van de felle ochtendzon. Ik voelde me gelukkig… Totdat ik erachter kwam dat Luna weg was. Ik keek om me heen en zag druppels bloed. Ik volgde het spoor van bloed dat naar de heuvels toe liep en ondertussen huilde ik zacht.
Na eindeloos lopen was ik bij de heuvels aangekomen. Ik was er kapot van, van wat ik daar zag. Daar… daar lag Luna met een grote bloedvlek op haar buik. Ik rende de heuvel op verstikt van de tranen. Ik viel op haar knieën bij haar neer. Verdriet en woede tegelijk overspoelde me. Iemand heeft Luna vermoord.
Ik tilde haar op en nam haar mee naar de top van de heuvel. Daar was onze bestemming en ook al leefde Luna niet meer, we hadden het samen gehaald.
Ik legde haar voorzichtig neer en gaf haar een zoen op haar neus. Ik stond op en de wind waaide stevig in mijn haar en mijn jurk wapperde. Ik moest Luna hier achterlaten. Ik keek naar links en zag eindelijk wat er achter de heuvels lag. Het maakte me nog droeviger dan dat ik was. Er was niks. Het was een afgrond die nooit leek te eindigen.
Het enige wat ik wou was weg hier. Ik pakte Luna op en ik voelde meteen het bloed door mijn jurk heen. Ik liep de heuvel af. Ik hield Luna stevig in mijn armen en sprong de diepte in…

Ik schrok wakker en meteen stroomde de tranen over mijn wangen toen ik de foto van mijn lieve hond Luna op mijn nachtkasje zag staan. Ik wist het nog zo goed toen ik ’s ochtends opstond en ik uit mijn raam keek. Luna lag midden op straat. Dronken jongens hadden twee poten gebroken en haar neergestoken. Iedere dag wens ik dat ze terug komt, maar dat gebeurd niet. Alleen in mijn dromen…

Dit heb ik zelf geschreven. Als je 't niet goed vind of tips hebt; graag, want ik ben pas twaalf en kan nog veel leren :wink:

Ik heb het niet helemaal gelezen, maar ik zie wel dat je heeel veel met ‘ik’ begint, dat leest erg vervelend dus probeer er een lopend verhaal van te maken :slightly_smiling_face:

Jah je hebt idd gelijk! Ik zal het eens aanpassen! :slightly_smiling_face: