Donker Licht

Hoofdstuk 1

Susan Amelie Vermeulen, geboren op 11 mei 1985. Dochter van de Française Amelie Granville en de Nederlandse Stephan Vermeulen. Hoewel de foto op mijn paspoort nog donker halflang haar laat zien ben ik van nature blond. Ik heb bruine ogen die nieuwsgierig de wereld inkijken. Ik ben lang voor een vrouw, ruim één meter tachtig en weeg net boven de 65 kilogram. Alhoewel dat niet gek is voor een vrouw van één meter tachtig heb ik vaak het idee dat er wel wat vanaf zou mogen. Vrienden zouden mij omschrijven als warm, rustig, loyaal, aanhankelijk en zeker. Zelf zou ik me liever omschrijven als voorzichtig, introvert en afwachtend.

Gek hoe dingen op jezelf totaal anders kunnen overkomen dan dat dat blijkbaar op anderen overkomt. Ik mag niet klagen, mijn leven is uitstekend op orde. Ik ben lichtelijk godsdienstig opgevoed, zondag netjes naar de kerk. Nu, 22 jaar later, geloof ik niet meer in God, daarvoor is teveel gebeurd. Ik woon in een klein en gezellig appartement in Amsterdam, waar ik ook studeer aan de plaatselijke universiteit. Mijn schooltijd heb ik vooralsnog, op hier en daar een klein slippertje na, nagenoeg schadeloos doorstaan, wat een klein wonder mag heten. In tegenstelling tot de meeste tienermeisjes hield ik mij meer bezig met de vraag wie ik als mens was. Kleding, uiterlijk, jongens en roddels waren voor mij lang niet zo interessant als voor de (voor mijn gevoel) kinderachtige meisjes die geen idee van de minder leuke kant van het leven hadden.

Ik kon me destijds moeilijk een houding geven. Fluitend was ik de basisschool doorgekomen. School lag me altijd al, ik haalde hoge cijfers, had het standaard aantal vriendinnen, giechelde wat af, maar zorgde altijd dat ik oplette op het moment dat het nodig was. Ik was behulpzaam, vrolijk, onbezorgd en nieuwsgierig naar alles wat nieuw was. Mijn moeder vertelde me vaak hoe trots ze op me was, en wat een slimme meid ik toch was geworden.

Tranen rollen over mijn wangen als ik aan mijn moeder terugdenk. Mijn moeder was een fantastische vrouw. Was. Ze overleed in 1993, de avond voor Eerste Kerstdag, ik was acht jaar oud. Mijn vader kwam alleen thuis, ik hoorde hem binnenkomen. Nieuwsgierig als ik was kroop ik mijn bed uit en rende de trap af. Kerstmis was altijd spannend, ik hoopte dat ik eindelijk het speelgoed zou krijgen waar ik al weken om zat te zeuren. Toen ik beneden kwam schrok ik me voor het eerst in mijn leven wezeloos. Mijn vader lag opgerold op de bank en huilde ontzettend hard. Ongerust en onwetend begon ook ik te huilen, niet wetend waar mijn moeder was. Sindsdien ben ik op zoek naar mezelf.

Het is afschrikwekkend hoe een dergerlijke gebeurtenis in het dagelijkse leven een stuk uit je rukt. Nu, 14 jaar later, vraag ik me nog steeds af wie ik ben. Ik neem het mijn vader niet kwalijk. Mijn vader is lief en zorgzaam voor me geweest, maar hij kan me niet helpen met de dingen die op het pad van een jonge vrouw komen. Mijn vader heeft altijd prima voor ons tweeën kunnen zorgen, ik kwam niets tekort. Hij verdiende prima als accountant bij een advocatenkantoor, was altijd om vijf uur thuis en nam nooit zijn werk mee naar huis. Er was altijd volop tijd om spelletjes met hem te spelen, of samen huiswerk te maken. Maar op de middelbare school maakt het weinig uit of je vader wel of niet goed voor je zorgt. Je hebt geen moeder, dat is vreemd. Niet verbazingwekkend dat dat redelijk snel wordt ondekt.

Tot de eerste ouderavond ging alles uitstekend. Ik viel niet al teveel op, hield van dansen en atletiek, luisterde dezelfde muziek als iedereen, dus werd al met al snel geaccepteerd en met respect behandeld. Onnodig te zeggen dat ik goed was in de meeste sporten en binnen twee weken was mijn eerste echte middelbare schoolse verjaardagsfeest een feit. Tanja was jarig en ik werd uitgenodigd. We zouden gaan zwemmen en daarna in het restaurant van het zwembad blijven eten. Die middag in het zwembad werd mijn lot voor de daarop volgende maanden bezegeld. Er waren tien meisjes, vrijwel alle meisjes uit mijn klas. Het was gezellig, we hebben de halve avond een slappe lach gehad en vanaf dat moment waren we ineens allemaal bevriend.

In de klas kon ik nog steeds goede cijfers halen zonder echt op te vallen. Karin en Tanja zaten met mij op atletiek, al zaten we niet in dezelfde groep. Sinds het feest waren we wat closer geworden en praatten we vaak wat na afloop van de training. Toen werd de ouderavond aangekondigd. Voor het eerst sinds ik op ‘de middelbare’ zat kreeg ik kippenvel en keek ik blozend om me heen. Met een brok in mijn keel ging ik die middag naar huis. Stom, zoiets als dit had ik natuurlijk al aan kunnen voelen. Ik gaf de uitnodiging aan mijn vader. Eerlijkheidshalve moet ik bekennen dat ik hem had verfrommeld en boos had weggegooid. Met enige schaamte heb ik hem toen weer opgeraapt en voor zover dat kon gladgestreken.

Ben benieuwd wat jullier hiervan vinden?

Beetje heeeel erg te veel voor een eerste stukje?;$
&Weinig geentert.
Ik denk dat het verhaal zelf wel leuk is

Enters klopt idd, het is aan 1 stuk in Word geschreven :slightly_smiling_face:
Mja beetje veel is ook wel waar, ik pas het even aan, thanks!

eerste stukje gelezen (heb niet echt veel zin in lezen op dit moment), maar het is goed hoor. Goeie zinsopbouw, ik-perspectief (heb ik altijd het liefst:) ) en niet ‘pats-boem’ je zit middenin een verhaal.

Thanks :slightly_smiling_face:

Ik vind het goed geschreven “in vergelijking met wat je sowieso hier tegen komt” verder vind ik het JUIST aangrijpend, want ik wil nou wel weten waarom zij ernaast zat en ik denk als je nu al boeiend met verschillende verhaallijnen kunt schrijven dat je dat na deze proloog/ dit hoofdstuk ook kunt :grinning:

Zo vind ik eht een veel beter verhaal, ik kan het nu ook veel beter volgend ;d Dus , als je verder gaat wil ik het zeker lezen!

:flushed: :grinning:
Dank je :slightly_smiling_face: allebei :slightly_smiling_face:

Heb nu even het laatste stuk van het eerste hoofdstuk weggehaald want was idd erg lang voor een stukje waarvan je wil weten wat mensen ervan vinden :stuck_out_tongue:

nu vind ik het niet meer mooi (a) 1 geheel bevalt me veel meer, in een boek zie je zoals je het nu hebt ook niet zo
:frowning_face:

Haha tja je kunt nooit iedereen tevreden stellen jammer genoeg :stuck_out_tongue:
Maar wat je zegt klopt zeker, daar heb je ook geen gehele alinea’s.

Dank je voor de tip!

ik opende je topic en ik dacht : “eindelijk een langer verhaal en duidelijk en iets wat je meesleept.” :slightly_smiling_face:

ik denk zelf dat het de meeste mensen afschrikt, zo’n lap tekst terwijl het wel de manier is waarop je zoiets doet

ben benieuwd naar t’volgende stuk ^^

ik vind het erg goed,
wil het ook zeker volgen!

Ik zal het vervolg van hoofdstuk 1 later even plaatsen.
zal ik dat zonder of met ‘enters’ doen?

en leuk dat jullie het wat vinden!

zonder, dan is het echt een boekstuk :grinning:

Ik vind het interessant.

Verder?

Vervolg hoofdstuk 1

Drie dagen daarna begon de ouderavond om de voorlopige cijfers van hun duiveltjes te bespreken. In dat opzicht had ik niets te vrezen, het gesprek verliep soepel, mijn mentor was enthousiast over mij. Lovend vertelde hij mijn vader hoe hard ik mijn best deed in de klas, nooit amok maakte en altijd vrolijk was. Na tien minuten zat het gesprek er al op.
Zelfs vandaag de dag schaam ik me nog voor wat ik toen deed. Ik trok mijn vader aan zijn jas mee naar de uitgang. Ik besefde me plotseling dat ik een heleboel moest uitleggen als andere kinderen zouden vragen waar mijn moeder was. Ik wilde eigenlijk zo snel mogelijk weg, school was opeens niet zo leuk meer. Ik schaamde me voor mijn gedrag, maar ook omdat ik geen moeder meer had. Wat zouden de andere meisjes er wel niet van denken? Bijna bij de uitgang gekomen zegt mijn vader: “Ik moet nog even naar het toilet lieverd. Wacht je even bij de uitgang?” Ik wacht ongeduldig tot mijn vader terugkomt. Ik trap wat tegen wat steentjes die op de grond liggen. Op dat moment hoor ik Tanja achter me roepen. Haar vader en moeder herkende ik nog van het feestje. “Goedenavond, meneer en mevrouw van Dalen”, hoor ik mezelf zeggen. Netjes als ik was opgevoed gaf ik ze allebei een hand. “Mensen waarderen een stevige handdruk”, hoor ik mijn vader nog zeggen. “Goedenavond Susan, alles goed? Waar zijn je ouders?”, vroeg Egbert van Dalen. Ik kon niet terug, natuurlijk niet, dus ik vertelde dat mijn vader nog even naar de wc was. Ik zag de bui al hangen en keek onrustig om me heen. “En je moeder?”, vroeg Egbert. Nu voelde ik de tranen over mijn gezicht rollen. Mijn gezicht was koud van de aanstaande winterkou en de tranen voelden bijna heet aan.
Ik begon te snikken en precies op dat moment kwam mijn vader naar buiten lopen. Mijn vader keek me vragend aan, zich duidelijk niet bewust van wat hij er precies mee aan moest vangen. Ik had al jaren niet meer gehuild, sinds de avond van mijn moeders dood niet meer. Marianne, de moeder van Tanja, slaat een arm om me heen met een moederlijk gebaar en trekt me tegen zich aan. Met een betraand gezicht jammer ik wat onverstaanbaars. Mijn vader beseft zich plotseling waar dit allemaal om te doen is en krijgt een ijzige blik in zijn ogen. “Haar moeder is een paar jaar geleden overleden”, hoor ik hem zeggen. Die avond veranderde mijn leven.
Het is afschuwelijk hoe snel een vriendschapsband tussen mensen in het niets kan oplossen, alsof het nooit heeft bestaan. De volgende schooldag werd ik opgewacht door Tanja en de andere meisjes. Ik werd uitgelachen, niet alleen door de meisjes overigens, en die dag werd alles anders. Ik wilde niets liever dan zorgen dat ik weer opgenomen zou worden in de groep. Maandenlang ben ik bezig geweest om iemand te verzinnen die minder gepest zou worden. Stukje bij beetje ben ik me steeds meer gaan gedragen als die persoon die ik graag zou willen zijn. Maar ik weet precies wie ik niet ben, en dat is de persoon zoals ik me voordoe.
Ik let meer op mensen om me heen dan ooit tevoren. Ik controleerde continu hoe mensen reageerden op mijn gedrag en leerde in een paar maanden tijd meer over mensen dan in alle jaren daarvoor. Mensen kunnen hard zijn, maar zijn doorgaans vrij doorzichtig. In de daaropvolgende jaren heb ik een persoonlijkheid ontwikkeld die sterk in haar schoenen stond, weer terug in de groep, geaccepteerd en geliefd. Toch was ik onzeker, ik heb persoonlijk mogen ervaren hoe een hechte vriendschap in vijandelijkheid en verdriet kan eindigen, dus ik nam geen enkel risico en lette elke dag weer op hoe ik me voordeed. Dit gedrag heb ik de afgelopen jaren geperfectioneerd, met mijn eerste serieuze vriendje tot gevolg.
Thomas was een jaar ouder dan mij, ik was destijds 16. Thomas zag er goed uit, was grappig en populair. Hij wist wat hij wilde, en wat nog veel fijner was, hij wist wat ik wilde. We konden urenlang praten of alleen maar naast elkaar liggen. Ik weet nog dat ik bang was dat ik Thomas zou verliezen toen ik hem vertelde dat ik alleen nog maar een vader over had. Maar Thomas reageerde begripvol en voor het eerst durfde ik weer iemand te vertrouwen. Ik denk dat het uiteindelijk mijn aanhankelijkheid is geweest wat ervoor heeft gezorgd dat onze relatie vrij vlug over was. Ik voelde me prettig bij hem en trok veel met hem op.
Mijn telefoonrekeningen liepen op maar ik voelde me voor het eerst sinds lange tijd weer blij. Mijn vader betaalde de rekeningen braaf, allang blij dat ik het naar mijn zin had. Maar Thomas en ik kregen ruzie. Thomas wilde graag naar de stad met vrienden, ik wilde dat hij bij mij langs zou komen. Thomas heeft toen besloten toch maar naar de stad te gaan en belde een dag later op om het uit te maken. Ondanks dat die relatie slecht afliep ben ik altijd op zoek geweest naar iemand die me zou vertellen dat alles goed zou komen.
Het beste uit die hele schoolperiode dat is Kim. Kim is mijn beste vriendin, inmiddels voor vijf jaar, en we weten alles van elkaar. Als zij in de buurt is voel ik me veilig en opgewekt, ik kijk er altijd naar uit om haar weer te zien. Kim verhuisde van Alkmaar naar Twente en vond het lastig om vriendinnen te maken op haar nieuwe school. Ik ben toen veel met haar opgetrokken en heb haar geholpen en getroost toen haar ouders besloten om na 19 jaar huwelijk te scheiden. We hebben sindsdien bijna dagelijks contact en staan altijd voor elkaar klaar. We gingen samen winkelen, gingen samen uit, praatten over onze relaties en roddelden wat af. Ik was ervan verzekerd dat ik de ergste periode uit mijn leven definitief achter me had gelaten. Ik zat ernaast.

verderr <'33

Geweldig stukje,
verder!

Er zitten wel wat foutjes in. Ergens staat iets van: blablabla… jammer,
maar dat las niet lekker, dus volgens mij moet 't jammerde zijn.