De Witte Lelie

Geen introductie, geen uitleg over de karakters. Reacties en kritiek zijn hartstikke welkom!

Ik weet nog precies hoe ze er uit zag, de eerste keer dat ik haar zag. Haar slanke, maar gebroken lichaam was gehuld in een lange zwarte jurk. Haar sjaal lag over haar armen gedrapeerd. Onder haar eveneens zwarte hoed hing haar futloze zilveren haar. De ondergaande zon weerkaatste haar laatste licht in haar ogen. Ogen zo grauw als de schemer. Haar gezicht was getekend door haar leeftijd, haar polsen dun en over haar gehele hand zag je haar blauwe aderen lopen. Haar hand die mijn polsen vast had. Haar stem klonk knerpend en verjaard, terwijl ze me zei niet meer terug te komen. Haar adem had geroken naar fruittabak en haar ogen hadden mijn ziel doorboord. Na haar laatste woorden doofde het licht in haar ogen. Een donkere schaduw viel over haar gezicht. Toen draaide ze zich om en legde een witte lelie op het graf voor zich. Ik bleef naar de bloem kijken terwijl de vrouw zich een weg baande langs de graven en het bos in verdween.

okee dit is eng, want als ik mijn perfecte animé of manga persoontje voorstel is het precies wat jij beschrijft.
sws VERDER!

haha 1e reactie
:rainbow_flag:

verderrrrrrrrrrrrrr

‘‘Naar haar laatste woorden’’

Moet dat niet na zijn?

@Pete_Doherty, ik had ook een mangafiguurtje in mijn hoofd toen ik begon met beschrijven hihi (A)
Nog een stukje (sorry voor de kleine stukjes, maar ik ben nog aan het schrijven)

Het was herfst, de bladeren van de oude beuk bedekten het graf waarop de lelie rustte. De grafsteen was bedekt met mos, de letters die zijn naam spelde nauwelijks te lezen. Ik pakte een verfrommeld papiertje uit mijn jaszak en keek naar de vervaagde inkt. Een oud, sierlijk handschrift spelde een naam. Een nare rilling vond zijn weg vanaf mijn nek tot aan mijn staartbotje. Ik voelde me bekeken, maar er was niemand te zien. Hoewel ik haar nergens kon zien, voelde ik de aanwezigheid van de oude vrouw. Met mijn hand veegde ik wat troep weg van het graf. Hoe meer ik weghaalde, hoe zekerder ik werd van mijn zaak. Ik hurkte bij het graf neer en veegde de laatste letter schoon. Opgewonden vergeleek ik de naam op het graf met de naam op mijn briefje. Bartoleus Seijders. Een gevoel van overwinning begleed mij. Eindelijk had ik hem gevonden, de mysterieuze naam die eens op een briefje verscheen in mijn jaszak.

Jaa (A) domme fout, dat krijg je als je gedachtes sneller gaan dan je vingers :stuck_out_tongue:

Het graf dateerde uit de vorige eeuw. 1864 - 1904. De arme man was pas veertig jaar geworden. Op het verdere graf kon ik geen letters ontdekken. Geen namen van weduwes of kinderen, geen afscheidsgroet. Alsof de man vergeten is in de armen van de tijd. Ik pakte de witte lelie op van het graf en hield hem tussen mijn vingers. Duizenden vragen spookten dor mijn hoofd, maar ik wist geen antwoorden. Een koud briesje deed de bladeren van de struik, die het graf omarmde, opwaaien. De schemer viel in en terwijl de laatste zonnestralen zijn naam beschenen, liep ik het oude kerkhof af. Ik bekeek het papiertje met zijn naam nog een laatste keer, voordat ik de poorten van het kerkhof sloot. Het was pas aan het einde van de straat dat ik erachter kwam dat ik nog steeds de bloem met mijn vingers omklemde. De witte lelie.

verder ;d

Ik woonde bij mijn vader, in een klein dorpje nabij het strand. Mijn vader was bijna nooit thuis, hij was altijd aan het werk en na zijn werk, was hij zijn loon aan het opdrinken in de kroeg. Ik vond het niet erg, ik was erg op mezelf. We hadden geen groot huis, maar het was alles wat we nodig hadden. Ik had een kamer waar een bed in paste, een bureau en een kast. Dat was alles wat ik had. En een raam, daar zat ik het liefste. Mijn vensterbank was breed genoeg om er een echte ‘bank’ van te maken. Ik zat er altijd, ik sliep er zelfs. En terwijl ik daar weer zat, bekeek ik de naam op het briefje. Bartoleus, wie was je? De oude vrouw op het kerkhof had hem gekend, misschien kon zijn het mysterie oplossen. Maar haar woorden weerklonken nogmaals in mijn oren. Kil, doods. ,Kom hier nooit weer, draai je om en vergeet alles wat je gezien hebt.’’
Wat moest ik vergeten? Ik verfrommelde het papiertje en vouwde het weer open. Mijn nieuwsgierigheid weerhoudde mijn ogen ervan om dicht te vallen. Het was laat en de duisternis was al over de straten gevallen. Een enkele ster liet zijn licht zwakjes stralen. Ik was moe, moe van de vragen die in mijn hoofd rondspookten. Morgen zou ik alles uitzoeken, hield ik mezelf voor, in de hoop nog een beetje slaap te krijgen deze nacht. Ik liet me van de vensterbank glijden en sloot mijn gordijnen. Uitgeput liet ik me vallen op mijn bed en nestelde tussen mijn lakens. Terwijl ik mijn ogen sloot viel mijn blik op de witte lelie, de in een smalle vaas op mijn nachtkastje stond. Morgen zou ik hem terugbrengen. Terug naar Bartoleus.