De legende van de onsterfelijke kinderen [Verhaal]

Inleiding
Lang geleden zag de aarde er anders uit. Ze was minder bevuild en er werd minder oorlog gevoerd, echter het grootste verschil met nu was niet af te lezen aan het mileu of de sociale omgang. Het grootste verschil hield zich schuil tussen de mensen zelf. Niet iedereen die je tegenkwam, was namelijk een mens. Lang geleden liepen de goden tussen de mensen rond. Ze zagen er uit als mensen, gedroegen zich als mensen en konden omgang van elke vorm hebben met mensen. De goden beschikten echter over krachten die je als mens je niet kon voorstellen. Toch, als je dichter naar de goden keek kon je de verschillen opmerken. Hun lichaamstemperatuur was veel hoger, hun emoties waren ongeremd en ze zagen er ongelofelijk goed uit. Bovendien waren ze onsterfelijk. Hun omgang met mensen was normaal om ervoor te zorgen dat zij feilloos tussen de mens konden bestaan. Maar ook goden werden verliefd, niet op elkaar, maar op gewone mensen. Uit deze liefdes en affaires werden soms kinderen geboren, de halfgoden.

Jaren verstreken en steeds minder goden huisden zich op aarde. Ze hadden met eigen ogen gezien hoe de mens de aarde uit elkaar begon te trekken. Ze besloten dat ze hun controle over de aarde en het lot beter konden uitvoeren vanaf hun paleizen in de atmosfeer, alles overkijkend. Hun kinderen, de halfgoden, konden echter niet mee omdat er menselijk bloed in hun lichaam zat. Zij bleven achter op aarde en hielden hun identiteit verborgen voor iedereen om hun heen.

Jaren na jaren verstreken en niemand sprak meer over rare buitengewoon knappe mensen, die zogenaamd goden zouden zijn. Niemand wist van het bestaan van de halfgoden af. Deze werden afgedaan als een lang vergane mythe. De legende van de onsterfelijke kinderen.

[i]Nou dit is de inleiding van het verhaal waarvan ik hier stukjes wil gaan plaatsen :slightly_smiling_face: Als het je leuk lijkt blijf zeker lezen. Ik heb stukken van dit verhaal uitgedacht tijdens mijn werk (Ik deed lopende bandwerk in een fabriek) Dan gaan je fantasie en je inspiratie wel eens met je aan de loop!

Ik weet niet of ik elke dag een stukje zal plaatsen. Dat ligt er aan hoeveel tijd ik op handen heb :slightly_smiling_face:

Nou enjoy zou ik zeggen![/i]

Whoeee, you did it!

Ik lees geen verhalen op GS, maar heb uiteraard je eerste stukje gelezen! Je schrijfstijl is prettig en het verhaal klinkt interessant :slightly_smiling_face:

Wel 2 kleine schoonheidsfoutjes:
Gedraagden = gedroegen
En voor het woordje ‘en’ komt geen komma.

Hoofdstuk 1. Lang vervlogen tijd

tik, tok, tik, tok. Amoria keek op haar horloge naar de wijzers van de klok, de secondewijzer maakte een irritant geluid. Ze zuchte diep. De tijd ging anders zo snel, al jaren ging de tijd snel. Maar vandaag, vandaag ging de tijd veel te langzaam. Vermoeid veegde ze haar gitzwarte haar uit haar gezicht en keek naar de zon die speels vanachter de wolken piepte. Achter haar viel de deur met een krassend geluid in het slot. Met snelle passen liep ze naar de hoofdstraat toe terwijl ze de gebouwen om zich heen bestudeerde. Wat was het goed om weer terug te zijn, bedacht ze zich. Ze herkende de kleine details op de huizen nog. Het was te lang geleden dat ze hier was geweest maar had het niet kunnen riskeren om eerder terug te komen. Wat als iemand haar had herkent? Bij die gedachte liepen de rillingen over haar rug. Ze versnelde haar pas en sloeg in de hoofdstraat af naar een gangetje dat haar naar de rand van het stadje leidde. In de verte zag ze de pilaren van het kerkhof al staan. De stad was nog steeds mooi omrand met bomen. Ze glimlachte snel toen ze zich herinnerde hoe ze hier als klein meisje speelde met de andere kinderen van de straat. Haar glimlach verging snel toen ze opmerkte dat ze voor de ingang van het kerkhof stond. Met trillende handen opende ze het verroeste hek en stapte het domein binnen. Ze liep tussen de grafstenen door naar een graf waarop een zee aan kleine witte bloemetjes bloeide, moederkruid, wist ze zich te herinneren. Op de grafsteen stond geschreven ‘Hier rust mijn lieve vrouw en mijn zorgzame moeder’. Amoria ging voor het graf gaan zitten en fluisterde ‘Dag mam, hier ben ik weer’. Snel keek ze om haar heen om te kijken of ze alleen was, legde haar bleke, warme handen op de aarde en fluisterde ‘Audite me, et augmemtun’. Uit de aarde schoten paarse en gele bloemen omhoog. Triest keek ze voor zich uit. Zoveel mensen hadden haar leven al verlaten, omdat ze te oud werden en sterfelijk waren, omdat ze elders taken te verrichten hadden of omdat… Snel schudde ze haar hoofd. Daar wou ze liever niet aan denken.

ahh thanks haha :slightly_smiling_face: ik probeer er zoveel mogelijk op te letten en te controleren maar spelling is niet mijn sterkte punt haha

Klinkt leuk!

Aaah leuk! :upside_down_face:

0705 en KermitDeKikker
Bedankt! :grinning:

Morgen komt als het goed is het tweede stuk :slightly_smiling_face:

Ik volg!

:slight_smile:

Amoria merkte op dat er nog iemand het kerkhof op was komen lopen. Om verder geen aandacht te trekken besloot ze om op te staan en terug naar huis te gaan. Ze had immers nog heel wat papierwerk te doen voor de verhuizing. Toen ze de sleutel in het sleutelgat stopte en de deur wou openen, merkte ze dat ze de deur niet makkelijk open kreeg. Ze gaf een schop tegen de deur en de deur vloog open. Op de grond lag post. Snel raapte ze de enveloppen op voordat Sir Francis er zijn kattige klauwen in zou zetten. Amoria schopte haar schoenen uit, hing haar jas op de kapstok en met de brieven in haar hand liep ze de woonkamer in. Er klonk een luide miauw vanachter de gordijnen. ‘‘Shhhhh Francis ik ben het maar’’ antwoordde Amoria lachend, en ze gooide de gordijnen open. Op de vensterbank zat een langharige witte kat met een donkerbruine neus. Onder zijn klauwen lag een brief waarin duidelijk tandafdrukken zichtbaar waren. ‘‘Francis jij gekke kat, blijf nu toch eens van mijn post af’’ mopperde Amoria en ze pakte de brief vanonder de poten van de kat. De kat keek naar haar en gaf een luide miauw als protest tegen het afpakken van zijn prooi. Amoria plofte neer met de brieven in haar handen op de bank en begon ze één voor één open te scheuren maar wat ze las was vooral veel bureaucratisch gedoe omtrent haar verhuizing. ‘‘Wij heten u welkom in onze mooie stad Lämeldal’’. Ze moesten eens weten. Francis kwam met een plof naast haar liggen op de bank. ‘‘Hee kleine, wat eten we vanavond?’’ mijmerde ze tegen Francis. Francis opende zijn ogen en keek haar aan met een blik zoals alleen katten dat kunnen. Amoria stond op en liep naar de keuken, zette de waterkoker aan en trok een keukenkastje open. Achter in het rommelig ingeruimde kastje stond een vol pak rijst. Nog even trok ze de koelkast open, alleen om te ontdekken dat ze verder niks in huis had en dus nog naar de supermarkt moest. Zodra de waterkoker uitsprong, schonk ze voor zichzelf een bak thee in en vulde de waterbak van Sir Francis nog met vers water. De kat nam dit haar in dank af en sprong van de bank om gulzig van het water te slobberen.

Amoria ging op de vloer zitten bij het raam en opende een verhuisdoos die bij elkaar werd gehouden door grijze ducktape. In de doos zaten boeken en aan de zijkant waren fotolijsten in proppen papier gewikkeld. Ze zette de boeken in de boekenkast die naast het raam stond en wikkelde daarna de fotolijsten uit het krantenpapier. In haar handen hield ze een lijst met een foto met daarop een jonge vrouw, een uitzonderlijk knappe man en een baby. Haar moeder, haar vader en zijzelf. Ze had altijd al geweten dat ze halfgod was. Haar ouders hadden er nooit een geheim van gemaakt maar haar altijd goed verteld dat ze dit geheim moest houden voor andere mensen. Haar vader had er altijd ingewreven dat ze in een wereld van goed en kwaad leefde en dat niet alle intenties altijd goed waren. Amoria keek naar haar vader zijn gezicht op de foto. Ze was hem zo intens dankbaar dat hij was gebleven totdat haar moeder overleed. Hij kon niet anders, wist ze, hij vertelde haar en haar moeder altijd dat hij zoveel van hun hield. Maar na haar moeders’ overlijden moest hij ook terug naar zijn kasteel. Haar ogen gleden weer naar het gezicht van haar moeder. Ze was zo mooi en zo sterk. Haar vader had er op gestaan om een manier te vinden om haar onsterfelijk te maken zodat ze altijd samen konden zijn, of als dat niet mogelijk was, zelf sterfelijk te worden. Haar moeder had haar hoofd geschud en gezegd dat een onsterfelijk leven niet het leven was dat het lot voor haar in petto had en dat een sterfelijk leven voor haar vader een te grote opoffering zou zijn. Een koude rilling liep over de rug van Amoria. Het was zwaar geweest om allebei haar ouders op een korte tijd te verliezen. Ze veegde de foto schoon met haar shirt en liep ermee naar het dressoir dat aansloot op het tv-meubel dat in de kamer stond. Ze zette de foto in het midden en werd uit haar gedachten opgeschrikt door de klok aan de wand die vier uur sloeg. Vlug griste ze haar portemonnee uit een lade en schonk nog een bak thee in de reisbeker die ze op de aanrecht had staan, schoenen aan en snel naar de supermarkt.

Terwijl ze over straat liep, hoopte ze vurig dat de supermarkt nog steeds op dezelfde plek zou zitten als deze 100 jaar geleden had gedaan. Toen ze de straat van de supermarkt insloeg, werden haar angsten bevestigd. De supermarkt was een kinderdagverblijf geworden. ‘‘Shit, shit shit!’’ vloekte Amoria binnensmonds en draaide zich met een ruk om, om terug naar huis te lopen. Toen ze voorbij de hoek kwam, stond er ineens uit het niets iemand om de hoek. Thee gutste uit de reisbeker over haar shirt. ‘‘Shit, shit SHIT!!’’ riep ze dit keer luid voordat ze opkeek waar ze tegenaan gelopen was. Voor haar stond een jongeman met halflang haar in een staart haar geschrokken aan te staren. ‘‘O jeetje het spijt me zo!’’ Riep hij uit terwijl hij met zijn handen in zijn haar stond. Amoria schrok en zei snel verontschuldigend ‘‘Nee sorry, ik had niet zo de hoek om moeten vliegen, het is niet erg!’’ Hij keek naar haar en vroeg toen ‘’ Ben je nieuw hier? Ik heb je hier nog niet gezien’’
‘‘Ja ik ben nieuw en op zoek naar de supermarkt maar die zit niet meer waar hij…’’ Midden in haar zin stopte ze toen ze besefte wat haar zin was. ‘’ maar die zit niet waar google maps hem aanwees’’ maakte ze de zin af. De jongen begon te lachen en antwoorde ‘Nee dat klopt, hij is pasgeleden verhuist naar een paar straten verderop’. Amoria begon te lachen en streek met haar hand langs haar kaak. De jongen stak zijn hand uit en zei ‘Ik ben Sahen, aangenaam’. Amoria stak haar hand uit, schudde de hand van de jongen en zei ‘Amoria, insgelijks’. Sahen lachte en vroeg ‘Ben je zenuwachtig? Je hebt erg warme handen’ Amoria trok subtiel haar hand terug en besloot de vraag weg te lachen. ‘Kom ik wijs je wel even de weg naar de supermarkt’ stelde Sahen voor. Amoria had geen zin om dit aanbod af te slaan en antwoorde ‘Oké, Ik volg’