De geur van de maan en het schijnen van de rozen. [verhaal]

Hi people, ik heb van dit verhaal het eerste stukje al op fancy.nl gepost (ik weet niet of sommige van jullie daaropzitten?) maar nu kan ik om een of andere reden niet meer opfancy, dus nu ga ik hier beginnen met het verhaal (: ik weet niet hoe het hier werkt, maar ik post zo af en toe een deel van het verhaal en als jullie het leuk vinden ga ik er mee door :wink:

[i]Ik opende mijn ogen. En sloot ze meteen weer. Het felle zonlicht dat dwars door mijn gordijnen heen mijn kamer in scheen, deed pijn aan mijn ogen. Oh, god, als het al zo licht was, was het vast al laat en was ik nu te laat voor school. School… welke dag was het? Maandag? Dinsdag? Ik probeerde me gisteren te herinneren… Gisteren… gisteren was het vrijdag! Opgelucht draaide ik me om in mijn bed. Wat was zaterdag toch een heerlijke dag. Ik had geen enkele verplichting vandaag , ik kon gaan doen wat ik wilde, want al het huiswerk waar ik geen zin in had kon ik nog uitstellen -morgen was er immers nog een vrije dag- en als ik vandaag besloot me helemaal vol te vreten met ijs en chips kon ik het er morgen weer afsporten. Niet dat ik ooit ook maar echt ging sporten, ik was zo mager als een spijker en ik haatte sport, dus ik zag er het nut ook niet van in.
Gedachtes begonnen door mijn hoofd te dwalen. Ik begon na te denken over wat ik vandaag ging doen, en dat irriteerde me, want daar wílde ik me nu helemaal niet druk om maken, ik wilde verder slapen. Maar hoe hard ik mijn ogen ook dichtkneep, de dromen bleven weg, en mijn eeuwige gedenk en gezeur in mijn hoofd bleef me irriteren. Ik gooide mijn dekens van me af en zwaaide mijn benen over de rand van het bed. Ik bekeek mezelf in de spiegel die naast mijn bed stond. Ik had diepe kringen onder mijn ogen, en mijn blonde haren stonden alle kanten op. Ik had er wel eens beter uitgezien.

Toen ik op de gang stond hoorde ik de douche al stromen. Fijn, kon ik wachten tot pa klaar was met zijn douche die meestal anderhalf uur duurde. Mijn vader was zo’n zanik die eerst urenlang kon klagen dat hij geen zin had om onder de douche te gaan staan, er dan uiteindelijk toch onder ging en vervolgens urenlang zeurde dat hij geen zin had om er onder uit te gaan. Ik bonste eens flink op de deur. ‘Ja?’ Galmde de stem van pa in de ruimte achter de deur. ‘Schiet op, pap, ik wil ook douchen!’ ‘Heb je haast dan?’ ‘Nee.’ ‘Laat mij dan lekker genieten van een ochtenddouche, ik heb geen zin om er onderuit te gaan!’ Ik zuchtte diep.

Beneden werd ik begroet door de kat, een lelijk mormel met een ingedeukt gezicht, felgroene ogen en scherpe klauwen. Ondanks dat was het een echte lieverd, hij heette trouwens Joep. Joep. Echt een belachelijke naam voor zo’n beest, maargoed. Ik aaide hem over zijn bol en liep de keuken in. Zoals ik al verteld heb, was ik ontzettend dun, dus ik ontbeet gewoon waar ik zin in had. In de koelkast stonden nog twee tompoezen, ik besloot die op te eten. Ik schoof ze op een bordje en ging aan de tafel zitten. Daar lag een boek opengeslagen waar ik gisteravond laat nog in had zitten lezen, nadat ik was thuisgekomen van het verjaardagsfeestje van David, een goede vriend. Lezen was een van de weinige dingen, waar ik echt van hield, en ik deed vaak ook niks anders. Als mensen een boek aangeraden wilden krijgen voor een boekverslag kwamen ze naar mij toe en ik stond bij veel mensen bekend als ‘het meisje dat altijd met d’r neus in een of ander boek zit’. Naast dat had ik ook best andere bezigheden hoor, ik speelde veel piano, ik had eigenlijk best veel vrienden en mijn moeder nam me altijd mee op de gekste uitstapjes. Het enige wat me vaak hinderde in mijn dagelijkse bezigheden was mijn hoogbegaafdheid. Al op mijn vijfde werd vastgesteld dat ik een belachelijk hoog IQ had, en naarmate ik ouder werd, werd het alleen maar erger. Mijn hoogbegaafdheid -die door alle leraren en door mijn ouders als een zegen gezien werd, maar door mij als een vloek, een afwijking, een stoornis- zorgde ervoor dat ik nu, op vijftienjarige leeftijd in de eindexamenklas VWO zat, allemaal vrienden van minstens 2 jaar ouder had en mensen me nooit begrepen. In mijn hoofd was het altijd een warboel, ik dacht altijd veel te veel en diep over dingen na, dingen waar verder niemand bij stil stond en mensen vonden me vaak vreemd. Maar het ergste aan mijn leven vond ik toch wel dat ik altijd op onbereikbare jongens viel, jongens die zo dicht bij me stonden, die ik zó zou kunnen aanspreken met een stomme smoes, maar die tegelijkertijd mijlenver van me verwijderd waren.
[/i]

1.
‘Goed jongelui! Ik zal even de punten opnoemen van jullie laatste Frans proefwerk voor het examen.’ Deelde meneer Konings mee.
Een paar mensen schuifelde onrustig op en neer. Ik staarde uit het raam, over mijn punten had ik me nog nooit zorgen gemaakt. ‘Anne Versluis, een 5,7. Stefan van Dijk, een 8,9.’ ‘OOOOOH!’ Stefan gooide zijn handen in de lucht en zijn hoofd naar achteren. Meneer Konings wierp hem een geïrriteerde blik toe en ging verder. ‘Lisa Katwijk,een 6,2. Judy Bakker, een 10.’ Meneer Konings glimlachte naar me. Een paar leerlingen draaide zich naar me om. ‘Ze zal eens een keer géén 10 halen,’ hoorde ik een stem achter me mompelen. Ik voelde dat ik een beetje rood werd. Overigens is mijn echte naam Judith, maar zo ongeveer iedereen noemt me Judy, op een paar leerlingen en mijn oma na. Meneer Konings ging verder met de punten maar ik luisterde niet meer. Ik schoof ongeduldig met mijn all stars over de grond. Na deze les was ik uit. Dan had ik een uur pianoles, en daarna kon ik eindelijk het boek gaan kopen, waarvan ik al een maand van plan was het te kopen. ‘Hé, kleintje! Ga je vanmiddag mee een ijsje halen? Om af te koelen?’ Ik keek op, recht in het glimlachende gezicht van Sjors. Hij was 18, kon het niet laten om mij kleintje te noemen (naast hem was ik ook een dwerg) en hij was een van de weinige mensen in deze klas die mij aardig leek te vinden. Ik werd altijd nog roder en verlegener met hem in de buurt. ‘Ik kan niet…’ zei ik met neergeslagen ogen. ‘Oh kom op, kleintje, waarom niet? Moet je nieuwe wiskundige formules bedenken?’ Zei hij plagend en lachend. Ik glimlachte, om hem een plezier te doen. ‘Nee, ik heb pianoles.’ ‘Oh, speel je piano? Wat leuk, dat wist ik helemaal niet!’ Hij schoof op de plek naast me, ik zat normaal alleen bij Frans. Om ons heen was het een en al geroezemoes, de leraar zat achter de computer, en we deden bijna nooit iets nuttigs in de Franse les. ‘Oh, 7 jaar ofzo…’ zei ik vaag. ‘Ik speel ook piano, volgend jaar ga ik naar het conservatorium in Amsterdam!’ Zijn ogen glinsterden bij dat vooruitzicht. ‘Oh echt?’ Zei ik verbaasd en verrast. ‘Dat had ik nooit achter jou gezocht!’ Ik vond hem er meer als een economiestudent uitzien; goed gekleed, een vlotte babbel, het standaard kapsel waar iedereen mee rondliep, sneakers. Hij knikte. ‘Wat ga jij eigenlijk doen? Je bent nog wel jong hè, om te gaan studeren.’ Ik haalde mijn schouders op. Ik had om een of andere reden niet zo’n zin om te vertellen dat ik het conservatorium ook wel zag zitten, en om alle andere dingen die ik wilde worden zou hij me vast en zeker uitlachen. Ik draaide een van mijn blonde lokken om mijn vinger vinger en tuurde in het boek dat voor me opengeslagen lag. Waarom had ik altijd duizend en één gedachten in mijn hoofd zitten, maar lukte het me niet eens om een gesprek op gang te houden? ‘Maar je hebt toch niet heel de middag pianoles, of wel? Dat heb ik niet eens.’ Ging Sjors verder. Blijkbaar gaf hij niet graag snel op. ‘Nee, een uurtje.’ Zei ik. ‘Wat ga je daarna dan doen?’ ‘Oh, even met m’n moeder naar het centrum, wat kleren kopen en uit eten en zo… ik heb het haar beloofd.’ Loog ik. Ik wilde niet dat Sjors me saai zou vinden, en dat zou hij me zeker vinden als ik zou zeggen dat ik een boek ging kopen en van plan was het deze middag nog uit te lezen. Sjors knikte.

Ik heb nog geen tijd gehad om verder te schrijven doe ik zo snel mogelijk. (:

snel verder! :dancing_women:

VERDER!

echt heel goed geschreven :astonished: ga dus maar snel verder, hou van je manier van schrijven :slightly_smiling_face:

Even een upje. (:

ah, wil stukje (a)

uppie ^^

Ik schrijf maandag verder. (:

[i]
De bel ging, stoelen werden verschoven, boeken in tassen gegooid en het geroezemoes steeg op. Yes, ik was uit! ‘Ik zie je nog wel, kleintje!’ Zei Sjors en hij glimlachte. Ik bloosde en glimlachte terug. ‘Tot morgen!’ zei ik. En ik haastte me het drukke klaslokaal uit.

Eenmaal thuis pakte ik gauw mijn pianoboeken en een appel van de fruitschaal. Joep lag languit op de tafel van de zon te genieten. Ik kroelde hem over zijn warme buikje en hij begon luid te spinnen. Ik plantte een kusje op zijn gekke hoofd en vloog de gang weer in. Ik pakte mijn tas en kieperde mijn schoolboeken op de grond, iets wat ik altijd deed en waar mama zich groen en geel aan ergerde. Ik keek even in de spiegel, mijn grote, groene ogen namen me aandachtig op. M’n haar zat weer eens niet goed, [/i] mijn haar zit nooit goed. [i]Ik griste een borstel van het gangkastje en kamde snel mijn haren een beetje in model. Toen zwaaide ik de voordeur open en - ‘Hee Judy!’ Daar stond Sjors met een brede glimlach op zijn gezicht. Wat? Was hij me naar huis gevolgd? Ik voelde me vreemd opgewonden en achterdochtig tegelijk. ‘Eh, ik dacht dat ik jou morgen pas weer zou zien…?’ Lachte ik een beetje verlegen. ‘Ja klopt maar je liet je agenda liggen!’ Hij haalde hem achter zijn rug vandaan en gaf hem aan me. ‘Leuk huis heb je trouwens, voor zo ver ik gezien heb.’ Ik knikte vaag. Ons huis zag er vrolijk en sprookjesachtig uit vanbuiten, wel rommelig. Een beetje als de villa van Pippi Langkous, maar dan wat kleiner. ‘Ja, bedankt dat je m’n agenda bent komen brengen!’ ik zwaaide het ding op en neer -waarom deed ik dat? Het zag er vast hartstikke dom uit- ‘Graag gedaan hoor!’ Hij glimlachte weer. God, zijn glimlach was echt leuk, hij kreeg kuiltjes in zijn wangen… -niet afdwalen Judy, wat ging je doen? Oh ja, pianoles!-
‘Hee sorry, maar ik wou net naar pianoles gaan!’ ‘oh ja, dat had je verteld!’ zei Sjors. Hij zette een stap opzij toen ik naar buiten liep en de deur achter me dichttrok. ‘Waar heb je pianoles?’ ‘Twee straten hier verderop, ik heb privéles.’ ‘Oké, ga je te voet?’ ‘Ja meestal wel, als ik op tijd ben’. ‘Oké, zal ik je een lift geven? Ik ben met de fiets.’ ‘Eh, oké,’ ik glimlachte weer verlegen -ik zag er vast stom uit-. Even later was ik bij hem achterop gesprongen, ik leunde lichtjes tegen hem aan, hij rook lekker.
‘Waar ga je vanavond ergens uit eten?’ Vroeg hij op geïnteresseerde toon. Uit eten? Ging ik uit eten? Oh ja, ik had een of ander onnozel verhaal over shoppen en uit eten opgehangen. ‘Pff, weet ik niet, dat verzinnen mijn moeder en ik altijd ter plekke.’ ‘Impulsief typje dus, had ik niet gedacht, als je jouw cijfers hoort zou je denken dat je iemand bent die alles tot in de puntjes plant en uitstippelt.’ ‘Hoezo? Ik kan goed leren, dat is alles.’ ‘Ja maar om tíenen te halen moet je toch al je huiswerk maken en veel leren?’ Ik dacht even na, ik maakte zover ik wist nooit m’n huiswerk en ik las altijd alles één keer door en dat was het. ‘Hmm ja, soms…’
Blijkbaar wist hij niet van mijn hoogbegaafdheid en dacht hij dat ik een übernerd was. Nouja, ik had nu geen zin om het uit te leggen.

We kwamen bij Lucy’s huis aan. ‘Stop hier is het!’ Riep ik en Sjors parkeerde de fiets op de oprit. ‘Bedankt voor de lift!’ Zei ik. ‘Graag gedaan kleintje, see you!’ Hij lachte en gaf me een speelse knipoog -volgens mij vloog mijn hoofd spontaan in de fik, zo voelde het tenminste- ‘Doei’ glimlachte ik, zwaar blozend dus. Oké, ik werd rood omdat hij me een knipoog gaf? Dacht ik terwijl ik hem nakeek. Knipogen zijn hartstikke fout, toch? Maar bij hem was het schattig… ‘Judy, kom je binnen?’ Riep de stem van Lucy, mijn pianolerares, achter me. Ik draaide me om. ‘Oh hoi, je had me zeker al zien aankomen?’ Zei ik en ik liep haar tegemoet. ‘Ja! Zeg, heb jij een vriendje?’ Ze keek me nieuwsgierig aan. ‘Nee nee, gewoon een klasgenoot die me een lift gaf.’ Ik liep naar binnen. ‘Jaja,’ zei ze. En ze sloot de deur. Automatisch liep ik de kamer in waar de piano en de vleugel stonden, met honderdduizend gedachten in mijn hoofd en een raar gevoel in mijn buik. [/i]

Het is dus wat later geworden dan maandag, haha.

leuk !

Tijdens het pianospelen dacht ik amper aan het pianospelen zelf. Vond ik Sjors leuk? Vond hij mij leuk? Waarom was hij me helemaal gevolgd om mijn agenda af te geven? Dat deed je toch niet zomaar? En dat ijsje eten, waarom vroeg hij dat opeens? Ik ging nooit echt met hem om. Zou hij me echt een beetje leuk vinden? En ik hem? Dat kon toch niet, ik viel altijd op jongens die in mijn ogen iets bijzonders hadden, een zeldzaam, geniaal ontwikkeld talent, of iets dergelijks… Sjors leek zo gewoontjes. Oké, hij wilde naar het conservatorium, tof, maar verder? En kwa uiterlijk, was hij toch totaal niet mijn type? Ik viel toch niet op zo’n standaard uiterlijk? Waar maak ik me druk om? Ik ken hem amper… ik kan hem niet leuk vinden. Maar toch, dat rare gevoel, ik werd rood?
Al die vragen schoten door mijn hoofd.
‘Je bent er niet bij vandaag hè?’ Onderbrak Lucy’s stem mijn gedachten. Ik hield op met spelen en knikte naar haar. Ze hield me een glas water voor. Ik pakte het dankbaar aan en goot het een beetje onbeschofd in één teug naar binnen. ‘Stress op school? Thuis? Die jongen van daarnet?’ Lucy wist dat het het laatste was, ze kende me na 7 jaar erg goed. ‘Vind je hem leuk?’ ‘Ik weet het niet zo goed…’ Ik tuurde verlegen naar het schilderij dat boven de piano hing, ik had het altijd een mooi schilderij gevonden. Een klein meisje, met een beertje in haar handen, alleen en eenzaam in een donker bos, met haar hoofd verdrietig naar de grond gebogen. Lucy had me eens toevertrouwd dat zij zich zo altijd voelde, als het meisje op het schilderij, tot ze met piano spelen begon. ‘Hoezo weet je het niet zo goed?’ Vroeg Lucy door, ze had de kruk van de vleugel naast mijn kruk achter de piano geschoven, was gaan zitten en sloeg nu haar ene been over haar andere en nam me met onderzoekende blik op. ‘Ik zit bij hem in de klas… hij is drie jaar ouder… hij gedraagt zich… ja, raar bij gebrek aan een beter woord… hij wou vanmiddag met me afspreken terwijl we normaal nooit iets ondernemen samen…’ somde ik op. ‘Je kent hem dus nog niet goed en vraagt je af wat hij van je wil, of hij een vriend is of een aanbidder, ook bij gebrek aan een beter woord?’ Ik glimlachte, Lucy wist het precies te verwoorden. ‘Ja, maar hij gaf me net een knipoog, doen vrienden dat?’ ‘Het kan…’ zei Lucy.
‘Maar lieve Judy, met nu aan hem denken schiet je niks op, concentreer je, speel piano, speel het desnoods stiekem voor hem als je wilt.’ Ik knikte. Maar ik wist dat het niet ging lukken. Lucy kon haar gedachten volledig laten wegvagen als ze piano speelde, dan dacht ze alleen aan de noten, de toetsen, de klanken, de muziek. Maar bij mij bleef het altijd druk in mijn hoofd, ook als ik me enigzins concentreerde. Ik zette mijn vingers weer op de toetsen en ploeterde moeizaam door de sonate heen.

dankje, prittstift (:

Verder :grinning:

[i]Na mijn pianoles liep ik naar huis. Thuis wachtte mijn moeder me op. ‘JUDY! Hoe vaak moet ik het nog zeggen? Gooi je boeken niet allemaal op de grond neer!’ Ik rolde met mijn ogen. ‘Ik zal ze wel even opruimen, mam.’ En ik stapelde ze op en nam ze mee naar boven. Joep lag nu languit op mijn kussen en zette boos zijn nagels in mijn T-shirt toen ik hem er vanaf haalde. ‘AUW!’ Ik duwde hem boos mijn kamer uit. Mijn kamer was de grootste in het huis, ik had de muren wit en licht roze geverfd en ik had een heerlijk tweepersoonsbed dat er sprookjesachtig uitzag. En het lag vol met kussens. Het was mijn favoriete plek om te lezen. Ik had een groot houten bureau, dat altijd vol zooi lag. Ik schoof wat ongemaakt huiswerk opzij en zocht naar het briefje van twintig dat ik daar ergens neergelegd had. Hebbes!

‘Mam, hoe laat eten we?’ ‘Half zes ongeveer, hé, je ging toch een boek kopen vandaag? Kun je dan ook meteen nog wat extra aardappels meenemen? Je weet welk merk.’ ‘Oké.’ Mijn moeder drukte me een briefje van 5 in mijn handen. ‘Niet kwijtraken.’ ‘Neehee…’ Ik was toch zeker geen kleuter?

Het was zo als altijd rustig in de boekenwinkel waar ik het liefst kwam. Ik liet mijn ogen langs de rekken dwalen, zoekend naar het boek dat ik wilde hebben. Daar. Ik pakte het gretig uit het rek en liep ermee naar de kassa. ‘Dat is dan negentien euro vijfennegentig,’ zei de vrouw achter de kassa verveeld. Ze zag er grijs, oud en levenloos uit. Ze stond hier alleen op maandag, en ik mocht haar niet. Liever ging ik op dinsdag, dan stond er een oude man, waarschijnlijk haar man, achter de kassa. Hij was intelligent, vriendelijk en verslaafd aan boeken.

Ik gaf de vrouw het geld. Achter me rinkelde de winkelbel. De vrouw stopte mijn boek in een tasje en schoof het me toe. ‘Alsjeblieft en fijne dag verder,’ zei ze toonloos.

‘Doei.’ Ik draaide me om en vlak bij de winkeldeur stond Sjors. Er ging een schok door me heen. [/i]

Oh, mensen wat ik even kwijt wou;
ze zegt in een stukje tegen Sjors dat ze naar Den Bosch gaat, maar dat moet zijn dat ze naar het centrum gaat. Ik heb het nu verbeterd. Ze woont dus in Den Bosch. [ik weet verder niet veel over DB dus sorry als er iets niet klopt wat ik erover schrijf]

Oké, xD

Verder !!

Oh nog een verbetering, de kat zette zijn nagels in haar trui, maar dat moet T-shirt zijn [verbeter ik nu] want anders klopt er dus niks van. ;’) Want Sjors wou een ijsje halen om af te koelen.

‘Hee Judy…’ zei hij met een klein glimlachje. ‘Hoi!’ zei ik. Alweer rood aanlopend. Oké, rustig blijven, wat maakt het uit dat ik hem tegenkom? Boeiend dat hij dacht dat ik ging shoppen en uit eten met m’n moeder, er kan toch iets tussen gekomen zijn? Of mijn moeder is in een andere winkel. JA, dat is het. Ze is gewoon in een winkel verderop. Geen paniek. Rustig blijven. Oké, wat moet ik zeggen? Ik schraap mijn keel. ‘Lekker aan het winkelen?’ Vraagt Sjors dan. ‘Eh, ja… eigenlijk wel… ja.’ Wat een rotantwoord. Sjors knikte. Hij vond me vast een malloot, ik antwoordde al heel de dag raar. ‘Heb je… heb je een boek nodig?’ Fout fout fout, dreunt het door mijn hoofd. ‘Nee niet echt, eigenlijk… zag ik je hier alleen naar toe gaan en naar binnen gaan… en ik ben je weer gevolgd.’ Ik zag dat hij rood kleurde. Zag er heel schattig uit. ‘Waarom?’ Flapte ik eruit. ‘Weet niet, nieuwsgierigheid…’ Zei hij op een verlegen toon. Hij vroeg niks over mijn moeder. Gelukkig. Toen zei ik vlug ‘mijn moeder kon niet meer, er was iets tussengekomen op haar werk, zullen we samen iets gaan drinken in dat cafétje verderop? De warme chocolademelk daar is goddelijk.’ Kut wat zei ik nou? Shit shit shit! Sjors knikte. ‘Ja leuk!’
Oké, dit was te gek voor woorden. Die jongen van 18, die mij altijd kleintje noemde, me altijd wel aardig leek te vinden maar verder nooit veel contact zocht, wilde vandaag eerst een ijsje gaan eten samen, daarna kwam hij mijn agenda aan, daarna bood hij me ook nog eens een lift aan en nu leek het hem ook nog leuk samen WARME CHOCOLADEMELK te gaan drinken? Dat kon toch niet? Hallo, ik was Judy, het hoogbegaafde, chaotische meisje dat gek was op lezen. Ik had geen succes bij jongens, nooit. En hij hoorde geen ‘ja leuk!’ te zeggen hij hoorde te denken ‘wat bezielt dat meisje?’ en ‘nee, sorry, tot morgen’ te zeggen.
Maar ach, wat maakte het uit? Ik was nog nooit spontaan iets gaan drinken met een jongen, laat staan dat het mijn eigen voorstel zou zijn. Oké, ik stelde warme chocolade melk voor, maar wat maakt dat uit? Ik kon altijd nog zeggen dat dat een grapje was. Ik keek even naar buiten. Zonnestralen schenen door de ramen. Oké, ik was écht een idioot. Het was warm buiten, hij had vanmiddag voorgesteld een íjsje te halen en dan kwam ik aan met warme chocolademelk. ‘Zei ik nou net warme chocolademelk? Ik bedoelde cappuchino,’ zei ik glimlachend. Koffie kon wel als het warm was. Toch? ‘Goed hoor,’ lachte Sjors. ‘Ik ben dol op koffie!’

Het was koel in het cafétje, de airco stond aan. Sjors schoof aan een tafeltje bij het raam en ik ging tegenover hem zitten. Dit was echt eng, ik wist niet waar ik over moest praten. ‘Welk boek heb je gekocht?’ ‘Eh, Engelen in de nacht, van Judith Leihuis.’ Zei ik. ‘Zegt me niks.’ Grinnikte hij. ‘Het schijnt heel mooi te zijn, het gaat over twee meisjes in een weeshuis, ze worden er mishandeld, een ander weeskindje wordt vermoord, ze ontsnappen en proberen een leven op te bouwen buiten het weeshuis, zonder ouders of iemand anders.’ Ratelde ik. Ooh, waarom hield ik niet gewoon m’n kop? Wat boeide hem het waar het boek over ging? Hij knikte. ‘Lees je graag?’ ‘Ja,’ antwoordde ik eerlijk. Een bediende kwam de bestelling opnemen. ‘Twee cappuchino’s alsjeblieft,’ zei Sjors. De bediende schreef het op en verdween weer. ‘Hoe ging je pianoles?’ Vroeg Sjors. ‘Goed hoor.’ zei ik. Waarom zei ik niet gewoon iets leuks? Waarom vroeg ik hem niks? ‘Hoe lang speel jij eigenlijk al?’ Stomme vraag. ‘Elf jaar, ik begon op mijn zevende.’ Zei hij en ik hoorde trots in zijn stem waar ik om moest glimlachen.
Onze cappuchino’s werden gebracht en Sjors bleef vragen stellen en vertelde over zijn passie voor piano en over zijn muziekcarrière die hij in de toekomst hoopte te hebben. Ik voelde me goed. Ik zat gewoon met een best wel heel erg leuke jongen wat te drinken in een café.
Sjors stond erop dat hij de rekening betaalde en fietste met me mee naar huis. Ik had eigenlijk geen idee waar hij woonde, ik moest straks maar eens m’n klassenlijst opzoeken. ‘Nogmaals bedankt voor de koffie!’ Zei ik. ‘Geen dank, kleintje! Tot morgen!’ Hij knipoogde weer, mijn hoofd vloog weer spontaan in brand en Sjors fietste weg. Ik keek hem na en slaakte een diepe zucht.