de GEO online - AK (HELP!)

Ik ging dus op de geo (een ak lesmethode) online kijken en er staan uittreksels op van alle paragrafen! Ik helemaal happy, maar je moet een aantal woorden zelf invullen… Nou is dit niet zo makkelijk en ik wil natuurlijk niet dat ik een verkeerd uittreksel maak. Kan iemand helpen?

Ik zit in VWO3 en we zijn bij H1 paragraaf 1 en 2.

Uittreksel van 3 vwo, hoofdstuk 1, §1

§1 Kolonisatie en landschap

Ongeveer twee eeuwen geleden trokken de kolonisten dwars door Amerika

Opschuivende frontier
 Ten tijde van de ontdekking was Amerika een leeg continent. Ongeveer een … Indianen woonden erg verspreid. Daar gingen de immigranten koloniseren: …
˜ Aan de oostkust werden door voornamelijk Britse immigranten … koloniën gesticht, die in 1776 de … uitriepen.
˜ In de loop van de 19e eeuw migreerden miljoenen Europeanen naar Amerika. Zij gingen daar weg vanwege de … en het ontbreken van …
De buitengrens van het reeds ingerichte gebied (de frontier) schoof steeds meer naar het … op.
 Tot 1850 ging de kolonisatie niet erg snel. Pas na het aannemen van de … in 1862 konden kolonisten … krijgen. Ook … kregen gratis grond, waardoor er … werden aangelegd en de frontier snel opschoof
 Dat ging ten koste van de Indianen. Zij werden verdreven naar … in …, …, waar ze volgens hun eigen … kunnen leven.

Landschappen langs de veertigste breedtegraad
 Op weg van New York naar San Francisco verandert het landschap continu. Een groot deel daarvan is inmiddels …
˜ De Appalachen is een middelgebergte, gemiddeld tussen de 500 en 1500 meter hoog. Het is een … gebergte met door … afgeronde toppen. De Rocky Mountains in het westen van de VS is een … gebergte met spitse toppen boven de … en …
˜ Tussen beide gebergten liggen de …, met grootschalige… en weinig relief. Het oostelijk deel ligt lager dan 500 meter en wordt de … genoemd. Hier bevindt zich de Cornbelt. Westwaarts loopt het langzaam op naar de …, een hoogvlakte met … Er vindt … plaats met behulp van … en …
 Door de Great Plains loopt de … Ten oosten hiervan valt meer dan … neerslag, ten westen minder. Daar is de landbouw dus erg gevoelig voor …
˜ Ten westen van de Rocky Mountains ligt het …, een hoogvlakte boven de 1500 meter, met … en … Vlak bij de kust bevindt zich de …, in de … van de omringende gebergten. Met behulp van irrigatie worden hier …, rijst en groenten verbouwd.

Basisboek 58 Reliëf
 De definitie van reliëf is: …
˜ Er zijn vier verschillende reliëfvormen
 …
 …
 …
 …
˜ Hellingen kunnen ook voorkomen in laagland, alleen zijn de … daar nooit groot.
˜ Een gebied met weinig of geen reliëf heet een … Als zo’n gebied lager ligt dan …, is het een laagvlakte. Boven de 500 m heet het een hoogvlakte of …

Uittreksel van 3 vwo, hoofdstuk 1, §2

§2 Klimaat en natuurgeweld

In een groot land als de Verenigde Staten zijn er grote verschillen in klimaat en is er ook sprake van extreem natuurgeweld.

Bron 1: De noord-zuidrichting van de gebergten zorgt ervoor dat de … gering is. Uit het noorden komen in de winter de koude … binnen, in de zomer de warme …

Bron 2: In de woestijnstaten in het westen ontstaan in de zomer zware … Bij plotseling regenval kan de bodem zo snel verzadigd raken dat deze gaat schuiven; er ontstaat een …

Bron 3: Het zuidoosten krijgt in de zomer en de herfst, als het zeewater is opgewarmd tot boven de …, te maken met …, die grote schade in kustgebieden kunnen veroorzaken.

Bron 4: Berucht zijn de overstromingen in het … van de Mississippi, als gevolg van de heftige … in het binnenland veroorzaakt door de botsing van koude en warme lucht.

Bron 5: Het weer in de zomer wordt bepaald door een …gebied in het zuidoosten. Gevolg is een noordwaartse stroming van vochtige lucht die botst met de koudere lucht uit het noorden, afkomstig van het hogedrukgebied boven Canada.

Bron 6: In het midden van de Verenigde Staten ontstaan in het voorjaar … wanneer koude , … botst met warme, … Zij kunnen enorme schade aanrichten aan auto’s en gebouwen.

Basisboek 30 Temperatuurfactoren
 Temperatuurfactoren (3) hebben grote invloed op de temperatuur.
˜ …: hoe verder van de evenaar, hoe kouder.
˜ …: hoe hoger, hoe kouder.
˜ …: hoe verder van zee, hoe warmer in de zomer en hoe kouder in de winter.

Basisboek 33 Breedteligging en temperatuur
 De zon is de ‘kachel’ van de aarde. De warmte die de zon afgeeft is niet overal hetzelfde.
˜ De … heeft invloed op de temperatuur. Op hoge breedte is het koud, op lage breedte is het warm. Dit heeft te maken met de … van de zon.
 De aarde is een bol. In de poolstreken vallen de zonnestralen schuin op de aarde. Ze moeten een groter … verwarmen en geven daarom minder warmte af dan … zonnestralen.
 In de tropen vallen de zonnestralen loodrecht op het aardoppervlakte en geven dus meer warmte af.
 … in de lucht kaatsen een deel van de zonnestralen terug het heelal in. Schuine zonnestralen moeten een … weg afleggen en komen meer … tegen. Hierdoor geven ze minder warmte af.

Basisboek 36 Temperatuur boven land en boven zee
 Of zonnestralen op land óf op water vallen, is een belangrijk verschil voor de temperatuur.
˜ … wordt sneller warm of koud dan …
˜ Dat verschil heeft tevens gevolgen voor de temperatuur van de … erboven.
 Zee heeft een … invloed op de temperatuur. De luchttemperatuur boven zee zal nooit erg hoog of erg laag zijn.
 Boven land kan de temperatuur juist heel snel wisselen.

Basisboek 37 Aanlandige en aflandige winden
 De windrichting heeft invloed op de temperatuur. In Nederland zorgt een noordoostenwind voor …, een zuidwestenwind voor … (’s winters), een oostenwind voor … en een westenwind voor … (’s zomers). … overheersen in Nederland en zorgen voor koele zomers en zachte winters.
˜ De oostenwind (aflandig) is een …, afkomstig van het vasteland van Europa. De westenwind (aanlandig) is een …, afkomstig van de Atlantische Oceaan. Beide winden werken ’s zomers anders dan ’s winters.
 Een … wind zorgt voor minder warme zomers en minder koude winters.
 Een … wind zorgt voor warmere zomers en koudere winters.

Basisboek 40 Ontstaan van neerslag
 Koude lucht kan … bevatten dan warme. Opstijgende lucht … en kan dus neerslag veroorzaken.
˜ Dalende lucht warmt op en zorgt dus voor …

Basisboek 41 Neerslag in een gebergte
 De loefzijde van een gebergte is de kant waar … Daar zorgt de stijgende lucht voor …regen.
˜ De andere zijde van het gebergte heet … ook wel … genoemd. Omdat de lucht daar daalt is het daar droog.

Basisboek 45 Hoge druk en lage druk
 Hoge- en lagedrukgebieden hebben meestal een ronde vorm.
˜ Lucht stroomt naar een …gebied, op het noordelijk halfrond met een afwijking naar …, op het zuidelijk halfrond een afwijking naar … Oorzaak: …
 In het lagedrukgebied … Deze koelt vervolgens af en zorgt voor …
˜ De lucht stroomt weg van een hogedrukgebied. De afwijkingen zijn dezelfde als bij een lagedrukgebied.
 In het hogedrukgebied …, deze wordt …, wolken verdwijnen en de blauwe lucht verschijnt. ‘s Zomers warm, ’s winters koud.
 Luchtdruk wordt op een kaart aangegeven met…, lijnen die punten met dezelfde luchtdruk met elkaar verbinden.

Basisboek 51 Klimaatsysteem van Köppen
 Het klimaatsysteem van Köppen onderscheidt vijf klimaatzones:
A …
B …
C …
D …
E …
˜ Klimaatzones A, C, D en E worden onderscheiden op grond van de … A is het warmste klimaat, E het koudste. Het B-klimaat is zo … dat het onderscheiden wordt op grond van neerslag.
 Elk klimaat kan weer worden onderverdeeld door een extra letter toe te voegen.
˜ BW staat voor een zeer droog …klimaat en BS voor een iets minder droog …klimaat.
˜ De toegevoegde (kleine) letters bij de klimaten A, C en D zeggen iets over het al of niet voorkomen van een droge tijd.
F (fehlt) = …
s (sommer) = droge tijd in de …
w (winter) = droge tijd in de …
 Het Middellands Zeeklimaat (of …) is een Cs-klimaat; een gematigd maritiem klimaat met een droge zomer.
 Het … is een Aw-klimaat; een tropisch klimaat met een droge winter.
˜ Aan het E-klimaat worden hoofdletters toegevoegd:
F = (eeuwig) sneeuw in …
H = (eeuwig) sneeuw in …
T = …

Basisboek 52 Grenzen tussen de Köppen-klimaten
 Van de evenaar af naar de polen zijn er de volgende natuurlijke zones:
Zone A: tropische vegetatie met als meest kenmerkende boom de …
Zone B: …vegetatie
Zone C: gebied met …
Zone D: gebied met …
Zone E: gebied met … of …
˜ De palmgrens (de grens van het A-klimaat) ligt bij de isotherm … in de koudste maand.
 De loofbomengrens (de grens tussen het C- en D-klimaat) ligt bij de isotherm –3 ºC in de … maand.
 De boomgrens (de grens tussen het D- en E-klimaat) ligt bij de isotherm 10 ºC in de … maand.

Ik hoop echt dat iemand me kan helpen.
Alvast bedankt!!

heeeee! hahha dat behandelen wij nu ook :stuck_out_tongue:
(zit ook 3vwo)
wanneer ik zin heb zal ik 's ff kyke xd

Dat köppen is echt zo irritant hè XD
Dat hebben we nu al vanaf de eerste, kheb er nog nooit een voldoende voor gehaald :stuck_out_tongue:

haha sorry echt geen zin in (:

balen :’(

ik zit ook in vwo 3, maar we hebben een andere methode waarbij er al een samenvatting in het boek staat :grinning:

^ *jaloers*

upp

Woah, okee hier kan ik je niet bij helpen, sorry! :’)

je hebt dit toch behandeld in de klas XD pak je boek erbij en schrijven maar?

Nou dat dacht ik dus ook, maar niet alles staat erin

Please iemand die me wilt helpen? Ik zou je echt eeuwig dankbaar zijn.

Mygod ik zit in de 6e, met AK en ik snap hier echt niets van :stuck_out_tongue:

Alleen dit:

Klimaatzones A, C, D en E worden onderscheiden op grond van de temperatuur. A is het warmste klimaat, E het koudste. Het B-klimaat is zo warm/droog? dat het onderscheiden wordt op grond van neerslag.
 Elk klimaat kan weer worden onderverdeeld door een extra letter toe te voegen.
˜ BW staat voor een zeer droog woestijnklimaat en BS voor een iets minder droog steppe klimaat.
˜ De toegevoegde (kleine) letters bij de klimaten A, C en D zeggen iets over het al of niet voorkomen van een droge tijd.
F (fehlt) = komt niet voor
s (sommer) = droge tijd in de zomer
w (winter) = droge tijd in de winter

WOOAAAA wat een “sentiment” de geo!
wat een tijden…
haha
sorry, zie dit als n up.

ah dankje toch weer een stukje :slightly_smiling_face:
Volgens mij is die fehlt ontbreken van neerslag ofiets… O_O’
zoiets herinner ik me vaag.

je kan ook eerst het boek leren, en dan heb je een soort toets om dat in te vullen, en alles wat je niet weet, zoek je dan op in het boek!

Ja, bij fehlt ontbreekt er een droge tijd. Dus dan is er het hele jaar evenveel neerslag.
Als er s staat, valt er minder neerslag in de zomer (dat heeft NL dus), en bij w andersom.

ok dankje :grinning:

wtf, doet die site het dan?!
bij ons is gezegd dat hij het niet doet.(4havo, maar ook bij 4vwo)