Dangerous

Hallo, ik ben met een nieuw verhaal begonnen en hoop dat jullie het leuk vinden.

Hoofdstuk 1. Gisterenavond was anders…

Soms denk ik dat er ergens in mijn hoofd een klein schakelaartje zit. En elke keer als er iets gênants gebeurt of als ik alleen maar tegen iemand praat dan duwt een klein verrot mensje in mijn hoofd dat schakelaartje om en word ik knalrood en gaat alles wat ik doe mis. Zodra hij door de hoofdingang de school inloopt wordt dit schakelaartje omgeduwd. Elena, mijn beste vriendin heeft het meteen door en volgt mijn blik. Haar mond valt open. Valt te begrijpen, de eerste keer dat ik hem zag stond ik ook met mijn mond vol tanden. Alleen toen was ik ook verschrikkelijk bang. Want eerst wou hij me vermoorden. Hij ziet er onnatuurlijk knap uit. Zwart haar dat nonchalant warrig is, maar toch helemaal perfect zit. Zijn huid is licht bruin en steekt af tegen zijn spierwitte shirt. Hij draagt een lange pikzwarte jas die openhangt. Hij heeft een spijkerbroek aan. Simpele kleren maar ze staan hem geweldig. Hij kijkt enigszins verveeld rond alsof hij maar zo zonder reden hier de school binnen komt. Zodra hij me ziet veranderd zijn verveelde uiterlijk meteen. Zijn rug recht waardoor hij nog langer lijkt en veel meer zelfvertrouwen uit straalt waardoor je meteen zenuwachtig wordt en aan je haar wil gaan friemelen. Zijn onyx ogen stralen en zijn lippen vormen een geamuseerd lachje waar ik een hekel aan begin te krijgen.
‘Aubrey Kreijt.’ Hij spreekt mijn achternaam perfect uit. De meeste mensen zouden twijfelen en hem zacht en voorzichtig uitspreken of gewoon niet. Soms zeggen ze ‘Krijt’ maar hij spreek hem perfect uit ‘kg-rei-th’. Het is haast of hij erop heeft geoefend. Hij hoort mijn achternaam niet eens te weten. Ik weet niet wat ik moet zeggen en kijk daarom naar Elena. Niemand begrijpt waarom wij vriendinnen zijn. Elena is een populair meisje met mooi blond haar dat altijd perfect zit. Ze is knap en alle jongens vallen voor haar. Ik ben gewoon de dikke, saaie, lelijke vriendin van…
‘Hoi, eh… Elena dit is…’ Mompel ik.
‘Mason Stone.’ Onderbreekt hij me. Hij glimlacht kort een onweerstaanbare glimlach waardoor hij elk meisje op slag mee voor zich zou kunnen winnen.
‘Ik heb het gevoel, alsof ik gisteravond mezelf niet heb kunnen verantwoorden.’ Hij kiest zijn woorden zorgvuldig en kijkt me doordringend aan.
‘Ja, zulke gevoelens heb ik ook weleens.’ Mompel ik.
‘Leuk je te zien Mason, maar… wij hebben les.’ Elena grijpt mijn arm en knijpt erin.
'Niet zo onbeleefd Rey. Zeg eens Mason zit je hier op school of woon je in de buurt soms? Elena gooit haar haar naar achter en glimlacht verleidelijk zoals alleen zij kan. Op deze momenten irriteer ik me rot aan haar. Maar Mason kijkt strak naar mij en lijkt haar niet meer te zien.
‘Aubrey, alsjeblieft.’ Zijn stem is zoet en verleidelijk. Hij is als een vleesetende plant. Prachtig, verleidelijk en levensgevaarlijk…

Dan breekt het geluid van de bel zijn intense blik waarmee hij me probeert te overtuigen. Elena lijkt opeens wakker geschud te worden en als hij haar verleidelijke glimlach nog een keer negeert zie ik dat ze chagrijnig word. Ze is het gewent dat zij de aandacht van de jongens krijgt. Maar hij kijkt alleen naar mij. Stiekem moet ik toegeven dat ik dat wel leuk vind.
‘We hebben les nu.’ Zeg ik.
‘Goed, dan wacht ik hier.’ Zegt hij overtuigend en stellig. Ik trek ongelovig een wenkbrauw op.
‘Dan kun je lang wachten want we hebben pas om twaalf uur pauze.’
Mason kijkt me aan met die intense blik van hem die recht door je heen ziet en al je diepste geheimen lijkt op te graven. Ik word zenuwachtig van hem.
‘Ik wacht.’ Zegt hij.
‘Oké. Doei.’ Zeg ik vrij kort af. Maar ik ben te blij dat ik weg bij hem kan lopen. Ik grijp de arm van Elena en trek haar mee de gang in weg bij de kluisjes en Mason Stone. We lopen door de gang naar de trappenhal en gaan naar de eerste verdieping waar we les hebben.

Onze school bevindt zich in een oud gebouw met donkerbruine stenen muren aan de binnen en buiten kant. De vloeren zijn van linoleum met een marmeren gele kleur. De kluisjes staan langs de muren en hebben een donkere blauwe afbladerend verfkleur. Aan de muren hangen kunstwerken van de eerstejaars om te laten zien hoe creatief we hier wel niet zijn. Ergens op de tweede verdieping hangt een oerlelijk schilderij van iets wat een vliegende auto die op zonne-energie wordt aangevoerd, met geblindeerde ramen en een minibar moet voorstellen. Het moet het voorstellen, maar of iemand het er ooit in zal zien… denk het niet.
Ik kan me maar moeilijk tijdens te lessen concentreren omdat mijn gedachten telkens weer naar Mason afdwalen. Ik stel me voor hoe hij zit in de aula en hoe alle eerstejaars kwijlend naar hem staan te kijken. Hoe hij daar zit als een gewone student, maar iedereen zal meteen zien dat hij hier niet hoort. Hij valt op. Te knap, te perfect, te… ik weet niet hoe ik het moet beschrijven. Instinctief weet je gewoon dat er iets niet klopt, maar je wilt het niet geloven.
Maar op een of andere manier wist ik het meteen. Gisterenavond toen ik van de trein door het centrum naar mijn liep. Ik was in het weekend bij mijn oma in zuid geweest en moest amper vijf minuten door het verlaten centrum lopen tot ik thuis was. Het was een uur of elf en het enige licht kwam van de lantarenpalen die elke tien meter stonden langs de stoep.
Af en toe kwam er nog een auto langs. Vanuit sommige huizen in centrum klonk harde bonkende muziek alsof er een feest aan de gang was.
Toen kreeg ik opeens een vreemd voorgevoel. Alsof er iets verkeerd was. Alsof ik gevolgd werd, alsof iemand me in de gaten hield. Ik haalde mijn mobiel tevoorschijn en deed alsof ik aan het bellen was.
Mensen vallen je vast niet aan als je aan het bellen bent. Tenminste dat dacht ik. Ik keek een keer om me heen om zeker te zijn dat er niemand was. En toen ik verder wou lopen stond hij daar opeens. Zo plotseling dat het leek alsof hij uit het niets was verschenen. Mijn hart sloeg meteen enkele slagen harder. Hij droeg een zwarte zonnebril. Zijn zwarte lange jas zat dicht en zijn handen zaten in zijn zakken. En hij stond midden op de stoep. Ik besloot me om te draaien en via een straat met huizen naar huis te lopen. Want hier door de dorpsstraat zou niemand me horen als iemand besloot me te overvallen.
Toen stond hij opeens vlak voor me en zette nog een stap op me af. Ik draaide me om en begon weg te rennen. Maar alsof het hem geen moeite koste haalde hij me meteen in en duwde me ruw tegen de muur. Mijn hart sloeg zo hard dat ik zeker wist dat hij het kon horen. Rustig alsof hij de tijd had stopte hij zijn zonnebril weg. Zijn ogen waren zwart. Maar dat baarde me nog de minste zorgen. Hij had een verwilderde hongerige blik in zijn ogen en gromde zijn tanden bloot. Ik wou gillen toen ik zijn tanden zag.
Je had weleens mensen wiens hoektanden bovenin vrij puntig waren. Maar deze waren te puntig, te perfect en te lang.
Mijn keel was te droog en de woorden bleven steken. Mijn rug raakte de muur. Rustig zette hij beide handen tegen de muur om me zo gevangen te houden tegen de muur gedrukt. Zijn gezicht kwam langzaam dichterbij en zijn wang kwam vlak langs de mijne heen.
‘Je bent op de verkeerde plek en op het verkeerde moment. Dat spijt me voor je.’ Zei hij. Ik probeerde het detail te negeren waar zijn warme adem langs mijn wang en oor streek en het gevoel dat het bij me aanwakkerde. Hij ging me wat aandoen! Hij is slecht! Dat moest ik even helder hebben.
Ik weet niet waarom ik zei wat ik daarna zei maar waarschijnlijk redde het mijn leven. Misschien was het omdat zijn sterke gespierde armen vlak naast zijn hoofd tegen de muur stonden en ik het vreemde gevoel had dat hij me elk moment kon gaan kussen. Misschien omdat hij zo verschrikkelijk aantrekkelijk was. Alsof hij regelrecht uit een tijdschrift over de knapste en aantrekkelijkste mannen van de wereld kwam gelopen. Misschien omdat hij onyx ogen licht schuldig keken.
‘Dat je knap bent geeft je niet het recht me pijn te doen.’ Ik flapte het eruit en meteen knalde mijn schakelaarde je voor gênante momenten ook weer op. mijn wangen werden vuurrood. Mijn hart sloeg te snel en ik wist zeker dat ik elk moment allemaal stomme dingen kon gaan doen. En ik snapte niet eens dat ik me daarover zorgen maakte. Hij kon me vermoorden!!!
Maar dat deed hij niet. Hij trok zich terug en keek me aan. Zijn blik iets helderder. Alsof hij het niet had verwacht.
‘Ja. Dus ga maar iemand anders lastigvallen.’ Zei ik vrijwel zonder over mijn tong te struikelen.’
Hij keek me verbaast aan en zijn borst ging sneller heen en weer alsof hij een poosje geen adem had gehaald.
Hij boog zich naar me toe tot zijn gezicht amper enkele centimeters bij me vandaan was.
‘Ik ga je geen pijn doen. Je zult er niks van voelen.’ Hij keek me zo doordringend aan dat ergens in me hem gewoon nog geloofde ook. Maar een ander deel wou hem wegduwen en hard wegrennen. Ik besloot voor het laatste te gaan. Knappe jongens zouden geen aandacht aan mij besteden.
‘Fijn voor je. Doei.’ Ik schoot onder zijn arm door en rende weg. Toen ik de hoek om sloeg zag ik hem daar nog staan.
Maar zodra ik voor me keek stond hij voor me.

Nice gaat ik volgen! :upside_down_face: :upside_down_face: :upside_down_face: :upside_down_face: :upside_down_face: :upside_down_face: Is Mason een vamp?:face_with_raised_eyebrow::face_with_raised_eyebrow::face_with_raised_eyebrow: